Archieven

 Samenvattingen van oude akten
 
 
 
 
 
11.735 oude akten sorteren op:
 
 
Pagina: 6
 
 
Regest136 1313 april 25
Feria quarta post dominicam Quasimodo.
Guydo, bisschop van Traiectum, oorkondt, dat in het geschil tussen abt en convent van Berna en de burgers ("cives, lantghenote") van het dorp Tule in de parochie van Dorne over de grens tussen dit dorp en de uithof van het klooster Mersberch, na ondervraging ter plaatse door Suederus van Ab[e]coude en Johannes van Woldenberche, ridder[s], en zijn schout in Amersforde Wilhelmus Unledighe, en na getuigenis ter plaatse onder ede door abt en convent - ten getale van zeven en bekleed met de stool - de grenzen aldus zijn vastgelegd, nl. dat deze loopt van het heuveltje Luttele Mersberch tot de oude kuil langs de openbare weg tussen Mersberch en Tule en vandaar naar de andere oude kuil, gelegen aan de weg tussen Mersberch en Dorne en vandaar verder naar het meer Halmaert; en dat hij bevolen heeft deze grenzen [grens] te eerbiedigen.
NB:
a. Oorspr. II. N. la. Het zegel van de bisschop wordt er los bij bewaard. [Gehecht] In dorso: De limitibus in Meersbergen, de dato 1313. Zegel provisorisch gehecht (nov. 1983).
b. Gevidimeerd in de akte van 23 juni 1313 (reg. nr.138), in prachtig schrift.
c. Gevidimeerd in de akte van 10 mrt 1352 (reg. nr.252).
d. Gedrukte tekst van Hoevenaars in A.A.U. 18(1890), blz.136 nr.3.
e. Zie ook het regest nr.257 in: J.W. Berkelbach van der Sprenkel, Regesten van oorkonden betreffende de bisschoppen van Utrecht, 1301-1304 (Utrecht 1937), regest nr.257.
f. Gedrukte tekst in: Registrum Guidonis, uitgave van P. Immink en A. Maris (Utrecht 1969), blz.258.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest135 1312 december 7
In crastino beati Nycholai episcopi.
Guido (van Avesnes), bisschop van Traiectum, geeft vidimus van de akte van 8 juli 1248 (reg. nr.48).
NB:
a. Oorspr. II. E.4a. Met het beschadigd zegel van de bisschop. In dorso: 1248. De limitibus in Meersbergen de dato 1312. Zegel gerestaureerd (nov. 1983).
b. Gevidimeerd in de akte van 23 juni 1313 (reg. nr.137).
c. Gedrukte tekst van Hoevenaars in A.A.U. 18(1890), blz.134; datum in tekst en regest is foutief.
d. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.113, samen met die van de gevidimeerde akte van 1248 en van het vidimus van 1313.
e. Vermeld in O.B. De Fremery, nr.102.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest133 1311 december 13
In die beate Lucie virginis.
De officiaal van het Hof in Leodium oorkondt, dat hij de regeling in de akte (van de investie-ten van Berlicum en Schijndel over de parochiegrenzen van 24 mrt 1305, reg. nr.117), waardoor deze was gestoken, goedkeurt.
NB:
- Was oorspr. een transfix van een transfix, en was oorspr. gezegeld met het hofzegel van Luik.
a. Gevidimeerd in de akte van 30 sept. 1426 (reg. nr.501, voorl. nr.).
b. Authentiek afschrift van R. Moors van 18 sept. 1615; vroeger II. M. 11, nu: II. L. 11b.
c. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.87.
d. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.861.
Nota. Het eenv. afschrift, door Camps genoemd in D. is niet voorhanden.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest131 1308 augustus 28
Feria quarta post festum beati Bartholomei apostoli.
Schepenen van Buschoducis oorkonden, dat abt en convent van het klooster van B. Maria in Berna enerzijds en Walramus van Benthem, heer van Hesewijc, en zijn eerstgeboren zoon Walramus van Benthem anderzijds overeengekomen zijn, dat het klooster de novale tiende van Hesewijc en de kerk met alle vruchten en rechten zal bezitten, en dat de novale grond voor de poort van de uithof Bernhese tot aan de gracht van het goed van wijlen Goswinus van Beke, voorzover geschonken door heer Walramus, aldus blijft geschonken, en dat het klooster het recht van naasting zal hebben ingeval van verkoop van deze grond door hem of zijn erven.
NB:
a. Oorspr. II. M. 9a. Met de beschadigde zegels van Henricus van Neynsel en Arnoldus Dicbier; het zegel van de eerstgenoemde schepen Wellinus z.v.w. Hilla ontbreekt.
b. Gevidimeerd in de akte van 25 juli 1385 (reg. nr.426).
c. Eenv. afschrift op papier (ca.1400); 2e afd. A. 11, map 10 nr.le. Als eerste Bossche schepen staat er foutief: Wilhelmus, lees: Wellinus.
d. Vertaling op perkament (ca.1400); II. M. 19 [9b].
e. Notarieel afschrift van deze vertaling, van Gijsbert Bosch, 1635; 2e afd. A. 11, map 7 nr.6.
f. Afschrift [Vertaling] in Bullarium van Roovers (ca.1630), blz.116.
g. Notarieel afschrift van J. van Huppel (17e eeuw); le afd. A. 11, map 7 nr.1b.
h. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.765.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest130 1308 augustus 28
Feria quarta post festum beati Bartholomei apostoli.
Walramus van Benthem, heer van Hezewijc, en zijn eerstgeboren zoon Walramus oorkonden, dat tussen abt en convent van Berne en hem overeengekomen is, dat het klooster de novale tiende van Hezewijc en de kerk met alle vruchten en rechten zal bezitten, en dat de novale grond voor de poort van de uithof Bernheze tot aan de gracht van het goed van wijlen Gosuinus van Beke, voorzover [aan derden] geschonken door heer Walramus, aldus blijft geschonken, en dat het klooster het recht van naasting zal hebben ingeval van [verdere] verkoop van deze grond door hem of zijn erven; bovendien zal het klooster het recht blijven behouden om het vee van deze uithof en andere boerderijen en huizen bij de uithof binnen de parochie van Dijnter te laten grazen op de gement van Hezewijc; waarna zij alle rechten en vrijheden, bezit en schenkingen bevestigen, die vroeger zijn verworven van Albertus de Dijnter, ridder, en heer Amelricus van Heeswijc.
NB:
a. Oorspr. II. M. 8 [a]. Met de gave zegels van vader en zoon Walramus van Benthem. In dorso: 1308, Walramus et Walramus de Benthem.
b. Gevidimeerd in de akte van 25 juli 1385 (reg. nr.425), maar dan in een verkorte versie, zoals die staat in de akte van de Bossche schepenen van dezelfde datum (reg. nr.131); zie nota bij het vidimus van reg. nr.425.
c. Eenv. afschrift op papier (ca.1400); 2e afd. A. li, map 9 nr.1a.
d. Gevidimeerd in de notariële akte van 20 april 1428 (reg. nr.502, voorl. nr.).
e. Afschrift in Bullarium van Roovers (ca.1630), blz.107.
f. 2 notariële afschriften van J. van Huppel (17e eeuw); 2e afd. A. 11, map 7 nrs.1a en 4.
g. Notarieel afschrift van Gijsbert Bosch, 1635; 2e afd. A. 11, map 7 nr.3.
h. Afschrift in G. van den Elsen, Ms. Heeswijk en Dinther, blz.73.
i. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, nr.94.
j. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.766, waar gelukkig foutief staat vermeld, dat het origineel niet voorhanden zou zijn; zijn regest is aangaande het recht van weiden (laatste 3 regels) o.i. niet juist.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest122 1306 april 16
Sabbato post octavas Pasche.
Johannes (II), hertog van Lotoringia, Brabantia en Limburgia, oorkondt, dat de advocatie of bescherming van het klooster B. Maria van Berne en van zijn leden, en alle roerend en onroerend bezit aan hem, zijn voorganger en opvolgers is aanbevolen door keizer Fredericus van het Roomse Rijk en door zijn opvolger Wilelmus (II), Rooms Koning, en dat hij daarom het klooster en zijn leden ("Deo militantes") en hun bezit in bescherming neemt; dat hij hen tegenover de wereldlijke heren vrijstelt van diensten in mankracht en uitgaven, alsook van vorderingen van paarden en wagens in oorlogstijd, alsook van het leveren van slachtvee; dat hij Gerardus van Horne en van Altena, Jan van Hosdene, ridder Alebertus van Herpen, ridder Wielmus van Cranendonch en hun opvolgers vermaant, hen in deze vrijheden niet te storen; en dat hij zijn schout van Buschoducis en diens dienaren beveelt het klooster te beschermen.
NB:
a. Oorspr. II. M. la. Met het zwaar beschadigd ruiterzegel van hertog Jan II met tegenzegel. In dorso: 1306, Johannes dux ... Althena, Ravesteyn; Vrijheyt van allen diensten in Brabant. [Zegel gerestaureerd (nov. 1983)]
b. Gevidimeerd in de akte van 22 dec. 1313 (reg. nr.146).
c. Vertaling in Bullarium Roovers (ca.1630), blz.110.
d. Eenv. afschrift op papier (17e eeuw); II. M. lc.
e. Vertaling op papier (17e eeuw), II. M. ld.
f. Vertaling in Groot-Ms. Van Alkemade (1709), f.59.
g. Afschrift in G. van den Elsen, Ms. Heeswijk en Dinther, blz.67, met commentaar.
h. Vertaling in dit ms., blz.65.
i. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.91.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest109 1300 (december 4)
Datum anno Domini M C C C.
Johannes (II), hertog van Brabantia, geeft aan de lieden van Rixtel, Aerle en Beke de gemene gronden uit binnen nader omschreven grenzen tegen een voorlijf en een jaarlijkse erfcijns van 40 schelling-leuvens en, (aanvulling op het regest van Camps) een cijns van 20 schelling voor de proost van Epternacum (Echternach).
NB:
a. Eenv. afschrift op papier IX s.v. Aarle-Rixtel, a. Volgens Camps le helft 16e eeuw; o.i. eerder midden 15e eeuw. Samen met de afschriften van 17 okt. 1329, 13 apr. 1337 en 19 mei 1359 (reg. nrs.184, 205, 287). In dit afschrift staat alleen het jaartal 1300.
b. Een extract hiervan (le helft 19e eeuw), in het Nederlands, en gedateerd: In den jaaren 1300 op Ste Barbarendag; vandaar de datering (december 4). IX s.v. AarleRixtel, b.
c. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.604, naar het origineel elders.
Nota. De stukken in het abdijarchief, waarnaar verwezen wordt bij de regesten van de bovengenoemde akten van 1300, 1329, 1337 en 1359, gecodeerd: IX s.v. Aarle-Rixtel a, b, c, d, raken "de zoogenaamde privatieve jagt van Aarle-Rixtel-Beek enz." en zijn aan archivaris W. Hoevenaars in maart 1893 geschonken door advokaat Van de Heuvel te Eindhoven.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest83 1286 januari 20
1285, dominica proxima post octavas Epyphanie Domini.
Schepenen van Buschoducis oorkonden, dat heer Johannes, graaf van Meghen, heeft afgestaan aan abt en convent van B. Maria in Berna al zijn rechten op 48 hoenders en 4 schelling-leuvens, minus 1 sterling, uit zekere landerijen bij Hezewijc of in die parochie - welke cijnzen of landerijen heer Walravius van Benthem, heer van Hezewijc, aan dit klooster heeft verkocht alsmede alle aanspraak op het patronaat van de kerk aldaar.
NB:
a. Oorspr. II. J. 12a. De schepenzegels van Henricus van Neysel en Wellinus Hillazn ontbreken. In dorso: Dominus de Megen dedit nobis (quitos?) 48 pullos en 4 solidos lovanienses ex bonis de Heeswijck; jus etiam patronatus.
b. Gevidimeerd in de akte van 25 juli 1385 (reg. nr.424).
c. Eenv. afschrift in een manuale van cijnzen in Heeswijk (ca.1600) in: Map Cijnzen van Megen in Heeswijk, VIII. K.
d. Afschrift in Bullarium Roovers (ca. 1630), blz. 112.
e. Afschrift in Ms. G. van den Elsen Ms. Heeswijk en Dinther, blz.57.
f. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.60.
g. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr.239.
h. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr. 417.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest74 1283 juli 20
Feria tertia ante festum beate Marie Magdalene.
Johannes, ridder, heer van Hosdinne, oorkondt, dat ridder Theodericus van Hosdinne, zijn vadersbroeder ("patruus") tot een vrij eigen verkocht heeft aan Wolterus, abt, en het convent van B. Maria in Berna voor 240 pond-leuvens 3½ hoven onder Audehosdinne tussen de Weteringe en de Overham, aaneengelegen en geheten de Hoven, welke hij van de oorkonder in leen hield; met de bepalingen, dat de dijkageplicht voor heer Johannes blijft, met uitzondering van het gedeelte van de dwarsdijk ("agger transversalis") in de volksmond geheten de Sideweinde en breed 10½ voet, en dat vrouwe Mechtyldis, echtgenote van Theodericus, met haar voogd ridder Arnoldus de Slusa afstand doet van de lijftocht uit deze hoeven; dit alles ten overstaan van met name genoemde 6 leenmannen en 6 schepenen.
NB:
a. Oorspr. II. J. 4 [a]. Met de 2 zegels van heer Jan van Heusden en oom Dirk in witte was; met de 2 gave zegels van de schepen Henricus Scardenberch en Arnoldus de Wijc; met de restanten van de 4 zegels van de schepenen Theodericus van Dike, Woltherus Feute, Willelmus Moraen en Theodericus Lubertuszn. In dorso: Dyt is van 3½ hoeff tot Outhoesden.
b. Eenv. afschrift, op papier (ca. 1600); bij oorspr.
c. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.53.
d. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr. 221.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest65 1277 juli 6
In octava apostolorum Petri et Pauli.
Florentius (V), graaf van Hollandia, bevestigt de tolvrijdom en andere privileges, door zijn voorgangers geschonken aan het klooster van Berna.
NB:
a. Oorspr. II. H.3a. Met het aanhangend, licht beschadigd zegel van de graaf. In dorso: Florentius, comes Hollandie confirmat omnia privilegia predecessorum suorum.
b. Gevidimeerd in de akte van 12 mrt 1380 (reg. nr.389).
c. Afschrift in Bullarium Roovers (ca.1630), blz.81, waar de datum verkeerd is gelezen, nl. 1177, i.p.v. 1277.
d. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.47.
e. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr.194.
Nota. Zie foto van het schrift in fragment in: Kruisheer, deel 2, foto nr.85 en foto van zegel nr.49.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
Pagina: 6
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS