Archieven

 2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Regesten
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
794 1461 augustus 26 en 27
(Op 26 aug.:) In domo propria inhabitacionis dicti testatoris prope
capellam, in camera sua cubiculari; (en op 27 aug.:) Ante domum dicti testatoris.
Notaris Theodricus Blerinckt, priester van het bisdom Leodium, instrumenteert, dat heer Henricus Scouwerman, priester van het bisdom Leodium en bedienaar voor het leven (rector perpetuus) van de kapel van Jacobus-apostel en Anthonius-abt in de parochie van Heeswijck voor het kasteel aldaar, op zijn ziekbed de tekst van zijn testament door hem, notaris voornoemd, heeft laten voorlezen; waarbij hij zijn vorige beschikkingen herroept; eventuele schulden uit zijn nalatenschap wil betalen; aan de kerk van S. Lambertus te Leodium 1 stuiver eenmalig vermaakt; aan de kapel een stuk land of akker schenkt, gelegen tussen de openbare weg en de kapel, op voorwaarde, dat de nieuwe rector een jaargetijde met vigilies en mis voor hem houdt op zijn sterfdag, op welke akker een pacht drukt van 2 zester rogge voor zijn dienstmaagd Aleydis van der Verdonck; aan de nieuwe rector zijn brevier schenkt, opdat deze gedurende een maand dagelijks een dienst (trecenarium) voor hem houdt; aan de kapel zijn beste tafellaken (mappa) en zijn mantel schenkt; aan de pastoor van Heeswijck Arnoldus van Wijck, aan zijn priester-neef Arnoldus Schouwerman, aan de kapelaan van Dinther Rutgherus Vos, aan de rector van de Middelroyse kapel Johannes Volken, aan de kapelaan (vice-plebanus) van Heeswijck, aan het convent van de Regulieren Ten Hage (in Dumo) bij Eyndoven respectievelijk de volgende boeken schenkt, getiteld: "Liber Illucidarii", "De Aquevillis", "Sensatus", zijn brevier (Diurnale), "Vorago" en "Gnotosolitos" (zie nota), met het verzoek aan hen alle zes, om mettertijd ook een dertigste voor hem te houden; aan elk van de bedelorden, die in Heeswijck hun omgang houden 1 stuiver eenmalig; aan zijn vader Theodericus het vruchtgebruik en aan zijn drie broers Theodericus, Johannes en Anthonius ieder een gelijk deel van al zijn goederen, terwijl hij aan zijn broer Anthonius de achterstal kwijtscheldt van een cijns van 1 mud rogge over 6 of 7 jaren, welke cijns na zijn dood in bezit zal komen van zijn drie broers en in vruchtgebruik ten gunste van zijn vader; aan een arme, aan zijn neefje Arnoldus, zoon van zijn broer Theodericus, scholier en inwonend bij de erflater, en aan zijn drie broers ieder een bed met matras en dekens; tenslotte bepaalt hij, dat zijn dienstmaagd Aleydis zijn deel in de 8 of 10 bijenkorven, die zij samen bezaten, na zijn dood verkoopt om de begrafeniskosten te dekken; en stelt als zijn executeurs aan heer Theodericus Dommelman, vast kapelaan (vicarius perpetuus) te Scijnle, en zijn dienstmaagd Aleydis; dit alles in aanwezigheid van de getuigen heer Henricus Gruter, pastoor van Bochoven, Heymannus Peterszn en Johannes Vosken.
Daags erna (27 aug.) legt dezelfde notaris vast, dat de aangewezen 2 executeurs als hun plaatsvervangers aanduiden de 3 genoemde broers, nu met als getuigen Henricus Gruter, pastoor van Bochoven, Johannes Vosken, kapelrector van Middelroy, Johannes Vosken en Henricus Johanneszn.
803 1463 januari 27
In camera anteriori domus habitationis ipsius testatricis.
Notaris Rutgerus Voss van Oerscot, priester van het bisdom Leodium, instrumenteert, dat vrouwe Elisabeth, weduwe van Arnoldus Zochelman, inwoonster van Dynther, verklaart, destijds samen met haar man een testament gemaakt te hebben, dat zij nu aldus bij codicil aanvult: zij vermaakt aan de kerkfabriek van Dynther voor de zielrust van ev. benadeelde personen 16 oude florijn en de 27 florijn die wijlen Theodericus van der Stegen nog moest betalen uit de opbrengst van 1 koe, alsook 2 postulaat-florijn die Philippus Aerts haar schuldig is; aan de koster van Dynther 2 oude groot voor de in het testament gefundeerde missen; aan de kerkfabriek voor de benodigdheden van de eredienst 4 hoenderen, jaarlijks te betalen door Henricus Elyas te Vorstenbossch; voorts, zoals passend is, voor alle moeite en kosten aan Hillegondis, weduwe van Johannes Koyters, en hun kinderen al haar gereed en roerend goed, huisraad, sieraden, pachten, geld, beesten en tegoeden, dit krachtens het testament en volgens de bij haar dood vigerende landswet en het plaatselijk gewoonterecht; tevens bepalend, dat de gelegateerden en de erfgenamen niettemin zullen blijven delen in de goederen volgens het testament, op voorwaarde, dat zij uit de legaten eerst de onkosten van een eenvoudige uitvaart zullen betalen en ook de eventuele schulden, plus 25 arnoldusgulden eenmalig, bestemd voor de kinderen van wijlen haar zuster Jutta, dr.v. Ida; terwijl zij als voogd en executeur-testamentair haar neef Gerardus Johannes Koyters aanstelt;
met als getuigen heer Johannes Slager, priester en notaris, Rodolphus en Henricus, kinderen van Wilhelmus Dicbier, beiden ongehuwde clerici van het bisdom Leodium.
804 1463 maart 26
Anno Domini 1462.
Schepenen van Buscumducis oorkonden, dat - nadat Elisabeth, weduwe van Tielmannus van Uden Pauluszn, zich had laten richten aan huis, erf en tuin van Johannes van der Heyden, gelegen in de parochie Scijnle ter plaatse van het Lutteleynde op de Stoetsche Hoeve, aan zijn 10 hiervolgende goederen, alle gelegen in Scijnle en nader gesitueerd, en aan een halve erfcijns, nl. 1 stuk land van 6 lopen; ½ van 2 stukken land op de Stoetsche Hoeve; ½ van een stuk land van 3 lopen; ½ van een stuk land van 1 zester; ½ van een stuk land van 1 zester en 4 roede op de Akkers; ½ van ¼ bunder weiland in Elschot op Leversdonck; ½ van ¼ bunder; ½ van 1/12 van 2 stukken weiland en ½ van een erfcijns van 3 pond, welke cijns deze Johannes van der Heyden uit deze goederen in Scijnle moet betalen aan Johannes Danielszn van den Ecker en aan Tielmannus van Uden; dit alles naar aanleiding van een achterstallige pacht van 4½ mud rugge, die Johannes van der Heyden moest betalen aan Tielmannus van Uden krachtens een akte van 17 maart 1458 ("1457") - nu Gerardus Moll van Driel, in deze uitwinning door haar gemachtigd, deze goederen heeft verkocht aan Willelmus van Brakel.
2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
Inleiding
Regesten
804 1463 maart 26
Anno Domini 1462.
Schepenen van Buscumducis oorkonden, dat - nadat Elisabeth, weduwe van Tielmannus van Uden Pauluszn, zich had laten richten aan huis, erf en tuin van Johannes van der Heyden, gelegen in de parochie Scijnle ter plaatse van het Lutteleynde op de Stoetsche Hoeve, aan zijn 10 hiervolgende goederen, alle gelegen in Scijnle en nader gesitueerd, en aan een halve erfcijns, nl. 1 stuk land van 6 lopen; ½ van 2 stukken land op de Stoetsche Hoeve; ½ van een stuk land van 3 lopen; ½ van een stuk land van 1 zester; ½ van een stuk land van 1 zester en 4 roede op de Akkers; ½ van ¼ bunder weiland in Elschot op Leversdonck; ½ van ¼ bunder; ½ van 1/12 van 2 stukken weiland en ½ van een erfcijns van 3 pond, welke cijns deze Johannes van der Heyden uit deze goederen in Scijnle moet betalen aan Johannes Danielszn van den Ecker en aan Tielmannus van Uden; dit alles naar aanleiding van een achterstallige pacht van 4½ mud rugge, die Johannes van der Heyden moest betalen aan Tielmannus van Uden krachtens een akte van 17 maart 1458 ("1457") - nu Gerardus Moll van Driel, in deze uitwinning door haar gemachtigd, deze goederen heeft verkocht aan Willelmus van Brakel.
NB:
a. Oorspr. IX. s.v. Schijndel [4]. De zegels van Everardus van den Water, Henricus Dicbier, Bartra-mus Godefriduszn van Hedel en Johannes Spiker ontbreken. In dorso, verbleekt: "De novis juribus in Anglia", titel van een verhandeling, waarvoor dit charter als membrum-disjectum tot omslag heeft gediend; zie de sporen van inbinden.
b. Getypte tekst in Map-Afschriften.
Zie ook
869 1476 juli 9
In domo habitationis Gertrudis, relicte quondaniZegeri de Brey, sita in opido Buschiducensi.
Notaris Henricus Beelarts, clericus van Leodium, instrumenteert, dat in het geschil tussen heer Arnoldus van Wijck, abt van Berre (sic, passim) en Hermannus van Haembroeck, prior van Berne, over de inkomsten van de kapel (van Honswijk) in het gebied van Altena bij de stad Worchem (Woudrichem), die door overstromingen verwoest is, nu aldus in der minne beschikt is: de abt zal jaarlijks de kapelinkomsten ontvangen, de diensten verbonden aan de kapel, hoe verlaten en verwoest ook, op eigen kosten laten verzorgen en aan de prior, zolang hij ergens een passend verblijf heeft, een lijfrente van 32 rijnsgulden betalen; wanneer de geburen aldaar een nieuwe kapel bouwen en de abt het altaar heropricht en begiftigt met de oorspronkelijke inkomsten, en wanneer de mensen de abt vragen om een bedienaar uit het klooster van Berne, zal de prior persoonlijk er de diensten verrichten, in welk geval de lijfrente vervalt; als de kapel opnieuw verwoest zal worden, wordt deze rente niet opnieuw uitbetaald, maar kan de prior zich vrij in het klooster vestigen; tenslotte wordt bepaald, dat de abt over deze schikking nog een bedenktijd van een jaar krijgt, en dat ingeval van onduidelijkheid bij de executie ervan als scheidsrechter zullen optreden de heren Wilhelmus Arnolduszn van Leend, deken van Oirschot, en Jordanus Johanneszn, kanunnik aldaar; dit alles metals getuigen bovengenoemde bemiddelaars, alsook Petrus van Hemert, pastoor van Heeswijck.
Records 901 t/m 974
Inventaris
stichting
abt Everardus I (1134-1168)
abt Hugo (1168-1176)
abt Godescalcus (1176-1184)
abt Everardus II (1184-1204)
abt Arnoldus I (1213-1224)
abt Theodericus (1223-1228)
abt Ludovicus (1228-1231)
abt Walterus I (1231-1236)
abt Henricus II (1236-1244)
abt Alardus (1244-125.)
abt Balduinus (125.-1268?)
abt Wenemarus (1270-1282)
abt Walterus II (1283-1291)
abt Nicolaus I (1291-1296)
abt Gerardus I (1296-1306)
abt Rodolphus (1307-1312)
abt Nicolaus II (1318-1323)
abt Joannes IV Pape (1329-1353)
abt Joannes V Pape (1352-1372)
abt Joannes VI Bierkens (1515)
abt Johannes Moors (1621-1641)
abt Leonardus Bosch (1641-1668)
abt Lucas Sjongers (1692-1694)
Interregnum (1707-1713)
abt Leonardus Maes (1713-1728)
abt Adrianus de Wit (1784-1793)
abt Jacobus Grevers (1794-1799)
Verzameldossiers Vilvoorde
Interregnum (1799-1805)
abt Petrus Beckers (1805-1823)
Interregnum (1823-1827)
abt Gerardus Neefs (1842-1859)
Parochie Engelen
Oude dossiers en collecties
Kenmerken
Datering:
1134-1857
Vindplaats origineel:
Depot Abdij Berne, Heeswijk-Dinther
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS