Archieven

 292 Heerlijkheid Nuland, 1728 - 1931
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
292 Heerlijkheid Nuland, 1728 - 1931
Inleiding
Historisch overzicht
De heerlijkheid Nuland, die zich uitstrekte over de gemeente van dezelfde naam, gelegen in de provincie Noord-Brabant, was een hoge, middelbare en lage heerlijkheid.
Oorspronkelijk schijnt Nuland deel uit gemaakt te hebben van de heerlijkheid Empel en Meerwijk, zelf een leen van het graafschap Megen, welk graafschap weer van de hertog van Brabant in leen gehouden werd. Deze heerlijkheid wordt in de jaren 1146 en 1169 als een bezitting van de abdij van St. Landeleyn in Henegouwen genoemd en zou door de abt in 1201 in ruil gegeven zijn aan de hertog van Brabant, die haar op zijn beurt aan de graaf van Megen zou hebben afgestaan. Het is de vraag of deze afstand niet eerder de erkenning van oude rechten van Megen op deze gehele streek heeft ingesloten. (Zie inleiding Inventaris van het archief van de heerlijkheid Geffen).
In het jaar 1505 beleende hertog Filips III van Brabant de heerlijkheid Nuland aan Jhr. Jan van Vladeracken, waardoor Geffen en Nuland tijdelijk onder een heer kwamen.
In 1630 werd Nuland verpand aan Rudolf van Stakenbroek, van welke verpanding in 1658 de pandpenningen werden teruggegeven.
Daarop volgde 11 juni 1660 de uitgifte in erfkoop door de Staten-Generaal aan Lamoraal van der Noot, heer van Risoir, die aan de familie Stakenbroek was geparenteerd.
Cornelis Gans, schepen van 's-Hertogenbosch en ontvanger van de gemene middelen van Peelland, kocht de heerlijkheid Nuland in 1669, voor de schepenen van 's-Hertogenbosch. Na zijn dood verhief zijn vrouw Johanna Maria Tromp de heerlijkheid op 26 juli 1701, terwijl als 'besetman' optrad Johannes Clootwijk uit Rosmalen. Zij liet Nuland bij testamentaire beschikking (Testament door notaris de Cort te Helmond, dd. 25 mei 1717) na aan Cornelis Speelman (deze Cornelis Speelman (1684-1746) is een kleinzoon van de Gouverneur-Generaal van Nederlands Indië), die de heerlijkheid op 28 september 1717 verhief.
Volgens testamentaire bepaling van Jacob Speelman werd Nuland op 28 april 1790 toegewezen aan diens broer en zusters:
Cornelis Speelman (heer van Heeswijk en Dinther), Geertruijda Helena Speelman (gehuwd met Maximiliaan Wobma) en Jacoba Agatha Speelman (gehuwd met Marcelis Franciscus Johannes van Cattenburgh). Nog in het zelfde jaar werd de heerlijkheid echter verkocht aan Samuel Crena ten behoeve van diens minderjarige dochter Adriana Crena, wier echtgenoot David van Poelien als 'besetman' optrad.
Zij stierf op 27 februari 1842 als weduwe en legateerde (testament 30 juni 1840)Nuland aan Jhr. Willem Gevaerts, gehuwd met Suzanna Repelaer. Na diens overlijden op 6 september 1871 viel de heerlijkheid ten deel aan zijn dochter Margaretha Catharina Paulina Gevaerts, omdat de zoon Hugo Cornelis Paulus in 1856 wegens krankzinnigheid onder curatele gesteld was. In 1891 vermaakte zij de heerlijkheid Nuland aan Jhr. Willem Gevaerts, minderjarige zoon (geb. 22 april 1890) van Paulus Ocker Henri Gevaerts van Simonshaven, wonende te Den Haag.
Het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlage: concordantie
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1790-1924
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS