Archieven

 7745 Heerlijkheid Jekschot (bij Sint Oedenrode), 1529 - 1881
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
1.1. De voormalige heerlijkheid Jekschot, van oudsher gelegen onder Sint-Oedenrode, sinds 1966 behorend tot de gemeente Veghel
7745 Heerlijkheid Jekschot (bij Sint Oedenrode), 1529 - 1881
Inleiding
1.1. De voormalige heerlijkheid Jekschot, van oudsher gelegen onder Sint-Oedenrode, sinds 1966 behorend tot de gemeente Veghel
De vroegst bekende bezitter van het grondgebied van Jekschot was hertog Jan II van Brabant (1294-1312). Bij het artilleriebombardement in augustus 1695 door de Fransen van Brussel gedurende de z.g. Negenjarige Oorlog werd o.a. het stadhuis verwoest en gingen ook de centrale bestuursarchieven van het oude hertogdom Brabant deels in vlammen op. *  Het archief van de hertog is dus niet meer uitgebreid te raadplegen over Jekschot.
Het oorkondenboek van Noord-Brabant *  vermeld een 18e eeuws afschrift *  van het charter van 1311 waarbij hertog Jan II te Brussel bekrachtigt dat het goed Jekschot door Willem die Cruudener, die het goed van hem in leen hield, wordt uitgegeven in cijnzen en lenen. Bij het archiefje van Jekschot is een vidimusakte door schepenen van 's-Hertogenbosch aangetroffen uit 1646 (afschrift), waarin het bestaan van een akte van 1447 wordt bevestigd die weer de akte uit 1310 bevestigde. * 
Het motief om Jekschot in leen af te staan aan Willem de die Crundener, zo laat de hertog in deze akte verklaren is dat hij aan Willem een som penningen schuldig was. Deze situatie schijnt te hebben voortgeduurd ook nadat Jekschot beleend was want de hertog heeft Willem geraden en bekrachtigd in 1310 met zijn zegel dat Willem op zijn beurt het goed Jekschot in erfelijke cijnzen en (achter)lenen uitgeeft. Geldgebrek van de hertog zal wel aanleiding zijn geweest tot een uitbreiding van de rechten van Willem over Jekschot. Als de in deze akte vermelde personen, die samen leen- en cijnsplichtig zijn over ruim 421 bunders grond, ter plaatse hebben gewoond dan hebben we hier een 14e eeuwse inwonerlijst (afschrift 1646) van Jekschot. De akte vermeld verder over de streek Jekschot "dat (het) wiele eene woustine was". Dat er nog lang onontgonnen terrein zou liggen bewijst de Jekschotse heide die tot in de 19e eeuw nog bestaan heeft.
Behalve de leen- en cijnsuitgifte door Willem, met toestemming van de hertog, verkreeg hij ook recht om naar believen brandstof te verbruiken en bouwwerken op te optrekken. De schout en vorster van Sint-Oedenrode, eveneens dienaren van de hertog, moesten er op toezien dat Willem jaarlijks 40 wagens brandstof kosteloos thuis kreeg bezorgd. Ook kon Willem een windmolen bouwen waar hij maar wilde.
Willem en zijn erfgenamen verkregen verder een huis met alle bediening te Sint-Oedenrode naast de kerk met alweer het recht op brandstof en (ver)bouwwerk. De verschuldigde cijnsrenten dienden op 1 november -allerheiligendag- te worden ingelost. Wanneer dat niet (op tijd) gebeurde mocht Willem zonder waarschuwing beslag (laten) leggen op het goed van de nalatigen, hen gijzelen en een boete nemen volgens het gangbaar landrecht. Echter de hoge jurisdictie over het grondgebied verkreeg Willem niet. Schout, rentmeesters en dienaren moesten Willem echter bejegenen als ware hij de hertog.
In de akte van 1310 verkrijgt Willem nog het recht op heredienst, op kosteloze visserij tussen de brug van Wolfswinkel en Jekschot en op diverse cijnzen te Liempde en Sint-Oedenrode. Ook benoemt hij Jan de Bere tot vorster van Jekschot.
In het oudste leenregister van het hof van Brabant -het Latijnsboek- is vermeld Willem de Crudenaer als leenheer van Jekschot en een hoeve, 20 leenhoeven en 5 bunder land, 40 goudguldens, weilanden en een visserij tot aan de brug van Walswinghe, van 5 pond en 5 solidi cijns en het toezicht op de houtschat van den Bosch.
 * 
Het is niet bekend of Willem, die poorter in Brussel was, ooit op Jekschot heeft gewoond. Vóór 1600 is er over het goed Jekschot weinig bekend. Uit de leenboeken kennen we de opeenvolgende leenmannen. Over de boerderijen vinden we een aantal gegevens in verband met regelmatige verpachtingen in de schepenprotocollen van 's-Hertogenbosch (1368-1811).
 * 
Het leengoed "De Heerlijkheid Jekschot" lag tussen Lieshout, Sint-Oedenrode en Veghel midden in hei en broekland. Met de gronduitgifte van 1310 werd de kiem gelegd voor het ontstaan van een zelfstandig dorp, maar zover is het nooit gekomen. In de schaduw van een grote boom is het moeilijk gedijen en bovendien zijn er op de westelijke oever van de Aa nauwelijks dorpen tot ontwikkeling gekomen.
 * 
De grens van Jekschot wordt in de akte van 1310 als volgt aangegeven; "van Jans huijs van Soute veldt op rudebroers, van Rudebroers op Michiels huijs, van Michiels huijs op de vogelhutte, van de vogelhutte op dende van Brestert op de side van Lieshout waart, ende van dien eijnde van Bremstert op den eerste grave Jans van Zoutveldt achter sijn huijs regt jeghens onsen (nl. van de hertog) bosch van Lint (Liempde) voort wat binnen dese voorseide paele geleghen is, gemeten en ongemeten".
In 1644 is Jekschot nog eens afgepaald. Dat gebeurde namens Anna van Hambroeck, vrouwe van Jekschot, die in conflict was geraakt met regenten van Sint-Oedenrode en die haar rechten wilde aantonen. Het ging voornamelijk over het gebruik van een stuk hei van 73 ha., het Chijnsveld (zie afb. p. 46.). Haar getuigen meldden dat de grenzen van Jekschot als volgt gelegen waren. Nl. in de hei ligt een grote blauwe steen, gewoonlijk de Beemstaart genoemd, die steeds gehouden is voor de scheidspaal tussen Rode, Veghel en Lieshout. Van hieruit begaat men de wal en de gracht, die de heerlijkheid Jekschot scheidt van het gebied van Rode en Lieshout. Deze wal begint bij het gebied van Lieshout en strekt zich in noordwestelijke richting langs Jekschot en wordt gewoonlijk Jekschotse wal genoemd. Deze wal is steeds beschouwd als scheidslinie tussen Sint-Oedenrode en Jekschot. Aan de kant van Veghel is de gehele buurt Sonsveld, alhoewel onder Veghel behorend, nochtans binnen de palen van Jekschot gelegen, vanaf een brugje bij de Voort, langs het Reijbroek tot de hoeve van Jan van Sonsveld.
Het slot te Jekschot is door krijgsvolk verwoest in de troebelen rond 1580. Het diende waarschijnlijk slechts als buitengoed of jachthuis. De toenmalige eigenaresse, Adriana Dobbelsteyn, droeg de rechten van dit huis over op haar huis "de Pas Bogaert" in de Oude Vrijheid van Sint-Oedenrode. Het slotje op Jekschot werd niet meer herbouwd en de plaats waar het gestaan heeft is nog onzeker. De heer M. van Asseldonk uit Zijtaart (Veghel) heeft aangetoond dat het slotje van Jekschot gestaan heeft op perceel 877, kadastrale aanduiding Sint-Oedenrode, sectie D, vierde blad. * 
Ook wordt er wel eens gesproken over een kapel (nb. in de de akte van 1310 is vermeld een kerk van Jekschot), toegewijd aan St. Hubert. In de gegevens over het dekenaat Woensel uit de 15e en 16e eeuw wordt deze kapel niet vermeld en er is dus geen vaste geestelijke met beneficie aan verbonden geweest. Ook de plaats van deze kapel is niet bekend. * 
De processen die de vermelde Anna van Hambroeck heeft moeten voeren hebben tot gevolg gehad dat zij verarmde en in 1658 haar slotje Pas Bogaert moest verkopen. In 1656 liep er nog een ander proces met baron E.A. van Maldeghem, vanwege zijn vrouw Isabella de Kesselaar, erfgename van juffrouw Hester van Griensven en diens pretenties. Anna van Hambroeck liet toen door twee van haar schepenen de waarde van de Heerlijkheid opgeven, waaruit blijkt dat de schepenbank van Jekschot toen nog functioneerde. Latere heren zouden door onachtzaamheid de schepenbank verwaarlozen, waardoor Jekschot zijn onafhankelijkheid verloor. De schepenen verklaarden dat juffrouw Van Hambroeck de heerlijkheid Jekschot bezat, gelegen in de meierij van 's-Hertogenbosch, tussen Veghel en St. Oedenrode, hebbende lage jurisdictie en vele heerlijke rechten en privilegiën, gewinchijnsen en lenen, met nog 4 hoeven, vele hooivelden en weilanden, hei en turfvelden en groen, vele duizenden guldens waard. Een van hen getuigde aanwezig te zijn geweest dat enige jaren geleden een zeker persoon haar voor de heerlijkheid de som van 34.000 gulden bood. Toen Anna van Hambroeck rond 1680 stierf verdween ook de laatste roem van Jekschot. Haar erfgenamen verkochten het goed aan de graaf van Maldeghem in 1681.
In 1683 kregen die van Sint-Oedenrode hun zin, het medegebruik van het chijnsveld. *  Toen in 1767 Hugo Balthasar Bouts, heer van Lieshout, het goed Jekschot kocht betaalde hij een koopsom van 11.135 gulden, waaruit moge blijken dat het goed sterk in waarde was gedaald *  .
Een latere beschrijving van Jekschot dateert uit 1843 *  : Deze heerlijkheid omvat het gehucht Jekschot, bestaande uit 6 bouwhoeven en enige verstrooid liggende huizen en beslaat een oppervlakte van ruim 165 bunder. De inwoners vinden meest hun bestaan in de landbouw; ze zijn alle R.K. en behoren gedeeltelijk tot de parochie van St. Oedenrode en gedeeltelijk tot die van Veghel. Onder de Republiek der Verenigde Nederlanden had men hier geen rechtbank meer, maar het hoorde onder St. Oedenrode. Men heeft in deze Heerlijkheid een school, (N.B. wsch. de gemeenschappelijke school te Eerde) In 1878 is de definitieve verkoop van Jekschot door de toenmalige eigenaar Van Oldenbarneveld genaamd Tullingh niet doorgegaan. Een van de provisionele kopers was Johannes Smits (6.) te Veghel. *  In 1893 kocht diens zoon Henricus J.M. Smits (6.5) de heerlijkheid voor 61.175 gulden. *  Met deze aankoop werd voor Jekschot een oud en langdurig tijdperk van verval afgesloten en ging het landgoed een betere toekomst tegemoet. De familie Smits was niet alleen grootgrondbezitster, maar het ontginnen en in cultuur brengen van de woeste en verwaarloosde gronden was ook haar doel. Het probleem van de waterlossing werd grondig aangepakt, wegen en dreven kwamen in orde, mooie complexen bos werden aangelegd, aan woonhuizen en schuren werd de nodige zorg besteed en de boerderij aan de grens van Veghel werd hoofdingang en kreeg een siertuin met inrijpoort. * 
Maar na Henri's dood in 1902 heeft deze tak van de familie Smits geen mannelijke nakomelingen over. Het goed Jekschot is nog eigendom gebleven van zijn zusters, die in 1921 (Henrica H.M.B. 6.3), 1926 (Maria M.L. 6.4) en 1940 (Anna M.J. 3.) zijn overleden. Hierna vererfde de eigendom van Jekschot naar de familie Sopers te 's-Hertogenbosch. Dit verklaart de aanwezigheid van het archiefje van Jekschot bij het familiearchief Sopers. Deze familie heeft het landgoed in 1951 aan de verschillende toenmalige bewoners verkocht. *  De heerlijkheid Jekschot heeft toen als landgoed opgehouden te bestaan. Voor een lijst van de opvolgende bezitters van de voormalige heerlijkheid Jekschot zie de bladzijde hierna. * 
1.2. Lijst van bezitters van Jekschot
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS