Archieven

 7655 Tiendcommissie Uden, (1736) 1879 - 1909 (1919)
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Tienden waren oorspronkelijk een heffing ten behoeve van de bouw en onderhoud van een kerk en van de bijbehorende geestelijkheid. Later blijken ook wereldlijke machthebbers over het Tiendrecht te beschikken. Op de tienden van nieuw ontgonnen land (novale tienden) maakte de landsheer aanspraak uit hoofde van het wildernisregaal. Bij de uitgifte van de delen van de wildernis kon het tiendrecht mee uitgegeven worden, of door de landsheer aan zich worden gehouden. Veel kerken werden door wereldlijke personen gesticht, met uitzondering van een vermogen waaruit het onderhoud van de Kerk en de pastoor werd betaald. De kerkstichter beschouwde zich ook als rechthebbende op de aan 'zijn' kerk te betalen tienden, uit de opbrengst waarvan hij een gedeelte bestemde voor het ondehroud van de kerk en pastoor.
Als regel bedroeg een tiend ééntiende uit de bruto opbrengst van landbouw en veeteelt. Met de tiendgebieden is geen patroon van aaneengesloten parochiegebieden te maken. Tienden waren verdeeld in tiendklampen (loten), blokken in cultuur gebracht land.
In Nederland zijn de tienden geheel vervallen door de Tiendwet 1907. Zij die tot tiendheffing gerechtigd waren, werd van rechtswege een schadeloosstelling verleend. Daartoe werden er Tiendcommissies in het leven geroepen. Hun taak bestond uit:
- het behandelen en onderzoeken van de aangiften en de daartegen ingebrachte bezwaren;
- het nemen van een besluit omtrent de geldigheid, de aard en de omvang van de aangegeven tiendrechten;
- het vaststellen van de staten der schadeloosstelling en de tiendrente.
Inventaris
Algemeen
Bijzonder
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS