Archieven

 234 Zwart en Nationaal Front, 1934 - 1941 N.B. Stukken van 1896 - 1965
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Verantwoording
234 Zwart en Nationaal Front, 1934 - 1941 N.B. Stukken van 1896 - 1965
Inleiding
Verantwoording
Overdracht
Enige tijd voordat Nationaal Front in december 1941 werd opgeheven heeft men een groot gedeelte van het archief veiligheidshalve opgeborgen. Eerst in een kluis, korte tijd in de grond en nadien de woning van Arnold Meijer. Na het overlijden van Arnold Meijer kwam het archief in beheer en eigendom van mr. J.Th. Stakenburg te Oisterwijk. Eind 1970 werd de heer Stakenburg bereid gevonden het gehele archief in eigendom aan het Rijksarchief in Noord-Brabant over te dragen. Speciale voorwaarden waren, dat het archief tot 1 januari 1976 niet toegankelijk was, dat niet nader te noemen stukken uit het archief moesten worden gelicht en tot het jaar 2000 geheimgehouden moesten worden, en dat ná 1 januari 1976 het archief alleen toegankelijk was voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. * 
Toestand van het archief
Praktisch het hele archief is losbladig. Een ruwe schatting leerde ons dat het geheel uit ongeveer een kwart miljoen losse blaadjes bestond, met enkele vaste delen of banden, zoals bijvoorbeeld de jaargangen van "De Weg", "Zwart Front" en "Het Nederlandsch Dagblad".
Door deze losbladige vorm heeft het archief in de loop der jaren veel te lijden gehad van verstrooiing, omdat immers bij het verplaatsen van grote pakken papier talrijke dossiers, rapporten en brievenbundels door de war raakten. Zo ontstond er vrijwel over de gehele linie een grote wanorde, met een uitzondering ten aanzien van de archivalia van de plaatselijke afdelingen van Zwart Front. Deze wanorde manifesteert zich duidelijk in de voorlopige inventarislijsten. De wanorde is niet alleen ontstaan door het onoordeelkundig verplaatsen van de stukken, maar ook door de desorganisatie op de hoofdkwartieren van Zwart respektievelijk Nationaal Front.
Tijdelijke en vrijwille medewerkers losten elkaar voortdurend af en elke nieuweling begon aan een volkomen nieuwe opzet van zijn werkzaamheden. Zo werd de korrespondentie gedurende lange tijd in chronologische volgorde verwerkt, dan weer voor een tijd in alfabetische volgorde, dan weer een voor een periode naar geografische indeling, dan weer naar allerlei afdelingen van het hoofdkwartier en ook nog een periode volgens een soort numerieke agenda. Van een goede verzorging van administratie en archiefvorming is geen sprake geweest. Plannen zijn er dikwijls genoeg gemaakt op papier, maar daar bleef het bij.
Zoals uit de vorige hoofdstukken al blijkt bestaat het archief uit vier bestanddelen; de archivalia van Zwart Front, die van Nationaal Front en de persoonlijke archieven van Arnold Meijer en Alfred Haighton. Onderling vertonen deze archieven zoveel samenhang dat ze in één inventaris zijn beschreven.
Voorlopige beschrijving
De opdracht was de stukken "voor de hand" te beschrijven. Zo kreeg men voorlopige inventarislijsten en fiches waar de archivalia van Zwart Front, Nationaal Front, Meijer en Haighton niet geordend en nog niet definitief werden beschreven. In deze eerste fase kreeg men door het groot aantal nummers geen goed overzicht van wat precies bij elkaar hoorde. Beter en tijdbesparend zou zijn geweest het archief te bestuderen en te inspekteren, een voorlopige ordening - nog zonder beschrijving - per hoofdafdeling aan te brengen, en daarna pas te beschrijven, wat ook het inzicht in deze materie ten goede zou zijn gekomen.
De voorlopige beschrijving was dus geen ordening, maar een bekijken en vastleggen van wat er aanwezig was, en een verbetering van de uiterlijke verzorging van de papieren. Het grote voordeel van de voorlopige inventarisatielijsten was, dat sommige stukken snel konden worden geraadpleegd. Om de 300 nummers werd zo'n lijst afgesloten. Hiervan werden kopieën verzonden naar de Algemene Rijksarchivaris en naar het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De direkteur van Oorlogsdocumentatie had in verband met de geschiedschrijving "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog" reeds eerder verlof tot raadpleging gekregen van de vorige eigenaar en de Algemene Rijksarchivaris. Vele stukken konden nu tijdelijk worden gedeponeerd op het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Ook anderen- zoals Wim Zaal, dr. L. Buning en drs. J.H. Schippers - kregen deze toestemming.
In totaal zijn twaalf voorlopige inventarislijsten vervaardigd. *  Omdat de voorlopige nummering reeds in verschenen publikaties is gebruikt is in Bijlage IV van deze inventaris, een konkordans gemaakt op die nummers die in de verschenen publikaties worden aangehaald. * 
In Bijlage VI zijn gemakshalve deze voorlopige inventarislijsten opgenomen. *  Onder het voorlopige nummer is het definitieve nummer geschreven. Dit is gedaan omdat tijdens de inventarisatie en ordening van deze archieven steeds meer mensen verlof kregen ze te mogen raadplegen. Ze hebben voor hun studie of nog te verschijnen publikatie van die studie, de oude nummering gebruikt. Om toch de desbetreffende stukken snel terug te vinden kan men de voorlopige inventarislijsten beschouwen als een totale konkordans op de gehele inventaris. In de praktijk heeft dit alles reeds zijn nut bewezen.
Door de eerder genoemde wanorde in het archief zijn helaas talrijke dossiers verbroken. Zo kan het gebeuren dat men in de eerste lijsten de bladzijden 5 - 11 van een bepaald rapport vindt, in het midden de bladzijden 11 - 20, en op het einde pas de bladzijden 1 - 4. Het kon nog erger wanneer elk blaadje van een verslag of rapport verstrooid raakte. Zo ontstonden er honderden onvolledige, voorlopige inventarisnummers. En het is jammer het te moeten zeggen, maar de bewerker is niet altijd in staat geweest deze dossiers te herstellen, meestal doordat enkele blaadjes verloren zijn gegaan, maar ook wel omdat de inhoud van de blaadjes afzonderlijk soms te weinig houvast gaf om zeker te weten dat het ene stuk bij het andere hoorde.
Tijdens de periode van de voorlopige inventarislijsten werden talrijke interviews gehouden om meer achtergrondinformatie te krijgen over de periode 1930 - 1948. Sommige mensen met wie een vraaggesprek werd gehouden waren lid geweest van Zwart- en/of Nationaal Front, anderen waren tegenstanders geweest, en weer anderen waren in het verzet geweest of hadden relatie gehad met de persoon van Arnold Meijer. Ook ten behoeve van de akwisitie op dit terrein werden deze vraaggesprekken gevoerd.
Hierdoor zijn aan het Rijksarchief een aantal verwante archieven geschonken, die niet in deze inventaris zijn opgenomen, maar waarvan te zijner tijd aparte inventarissen zullen verschijnen. Ongeveer twintig meter van dit soort archieven werd verworven, alsmede circa 3000 boeken, periodieken, vlugschriften, etc. *  Kleinere aanwinsten die ons naar aanleiding van een vraaggesprek werden meegegeven, zijn in Bijlage III opgenomen. * 
Tijdens deze voorlopige beschrijving bleek dat het archief voornamelijk bestond uit brieven, rapporten en artikelen. Het brievenbestand maakt ongeveer 70% van het archief uit. Er zijn ook talrijke doubletten omdat vele afdelingen bij bestuurswisseling hun archief terugzonden naar het Hoofdkwartier. Deze stukken werden door de administratie gevoegd bij de op het Hoofdkwartier bestaande doorslagen. *  De voorlopige beschrijving kwam gereed in augustus 1975 en omvatte 3905 inventarisnummers. * 
Definitieve beschrijving en ordening
De tweede fase van de inventarisatie was reeds ingeleid met het maken van een koderingsschema in overleg met de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief. * 
Omdat er weinig struktuur zat in de organisatie en dus ook in het archief van Zwart Front is de indeling van dit archief en van de inventaris gebaseerd op eigen inzichten; het resultaat was een "historische indeling". *  Anders is dit bij de indeling van het archief van Nationaal Front. Hier was, vooral bij het Departement van Organisatie, wel sprake van een struktuur. * 
Alle fiches werden van een koderingsnummer voorzien. Aan de hand hiervan kregen alle stukken in de omslagen een korresponderend nummer. Per kode werd nu een meer definitieve beschrijving gemaakt, zonder nog de archivalia te herordenen. Achter iedere beschrijving werd het voorlopig nummer of nummers geschreven. Vele stukken konden nu worden samengevoegd. Bij de beschrijving hebben wij ons laten leiden door het praktische beginsel, dat wil zeggen dat men met behulp van de inventaris snel een nummer moet kunnen vinden tussen de talloze losbladige archivalia. Het oude antieke vakjargon leende zich niet goed voor de inventarisatie en beschrijving van dit soort archieven.
Zo werden termen ingevoerd als "briefwisseling" en "korrespondentie", die niet alleen op de handeling maar ook op de stukken zelf doelden. De gehele inventaris zou nogal archaïsch geworden zijn, wanneer bij de talloze brieven iedere keer vermeld zou worden: "Brieven gewisseld tussen die en die", of "Ingekomen en minuten van uitgaande brieven".
Nadat de gehele inventaris op deze manier volgens het genoemde koderingsschema was beschreven, werd in overleg met het Algemeen Rijksarchief een definitieve indeling gemaakt. Enkele beschrijvingen kwamen soms toch nog in een andere volgorde, maar met een definitieve nummering kon nu worden begonnen. *  Pas daarna werden ook de archivalia herordend en van een definitief nummer voorzien.
In de inventaris wordt de uiterlijke vorm van de stukken niet vermeld. Dat zou ook wel wat overbodig zijn want praktisch allemaal zijn het omslagen. Slechts wanneer de uiterlijke vorm afwijkt van de hier gangbare, is deze vermeld, dus bij enkele delen en banden.
Archieven Zwart Front en Nationaal Front
Bij de indeling van de archieven van Zwart Front en Nationaal Front is uitgegaan van het principe dat de Leider alles bepaalde en aan het Hoofdkwartier zijn richtlijnen gaf. Dus van algemeen naar bijzonder. De stukken betreffende de Leider gaan vooraf aan die van de afdelingen van het Hoofdkwartier. In departementen en afdelingen van het Hoofdkwartier is uitgegaan van de volgorde:
a. oprichting, instrukties;
b. cirkulaires, mededelingen;
c. rapporten;
d. korrespondentie in alfabetische volgorde op namen;
e. korrespondentiedossiers, gevormd door de Leider of departementsleiders of andere funktionarissen;
f. bijzondere stukken. * 
Niet overal is deze indeling precies gevolgd, omdat niet van ieder departement of afdeling bepaalde onderdelen van de hierboven genoemde volgorde aanwezig waren.
Voor wat betreft het Kabinet van de Leider van zowel Zwart- als Nationaal Front is soms het pertinetiebeginsel, de indeling naar de verwachte vraagstelling, toegepast. Dat wil zeggen dat alle stukken gaande over de relatie met bijvoorbeeld de Duitse bezetters bij elkaar zijn geplaatst, hoewel in de archivalia zelf daar niet altijd een indikatie voor bestond. Het voordeel van deze bundeling achteraf is wel, dat men zonder veel moeite, in korte tijd, alle belangrijke facetten die de geschiedenis van de beweging van Arnold Meijer bepaalde, kan vinden en bestuderen. Overigens is het ook niet zo dat aan de hier genoemde stukken immer gezien kon worden dat zij elders geplaatst moesten worden. Daarvoor was de wanorde in het archief te groot. * 
Archief Arnold Meijer
De papieren van Arnold Meijer werden gesplitst in vier gedeelten. Belangrijk is hier, dat de papieren gaande over het politiek en het persoonlijk leven gescheiden zijn.
Om geen inbreuk te maken op de privacy van bepaalde personen wier papieren min of meer per toeval in het archief terecht zijn gekomen, wordt in het hoofdstuk met betrekking tot de Bijzondere Rechtspleging gebruik gemaakt van initialen en soms van de aanduiding "X.X.". In de gevangenissen en kampen waarin Arnold Meijer na de oorlog verbleef, ontmoette hij een groot aantal mede-gedetineerden. Sommigen kon hij helpen door het koncipiëren van bijvoorbeeld verzoekschriften om gratiëring. Voor velen was hij ook een vraagbaak. Enkelen vertrouwden hem hun papieren toe.
Bij Nederlandse gedetineerden die landelijk bekend waren, en bij Duitse gedetineerden werd niet met initialen gewerkt. * 
Archief Alfred Haighton
De papieren van Alfred Haighton, die via een erfenis in het archief van Meijer terechtkwamen, zijn eveneens gesplitst in een persoonlijke en een politiek gedeelte. De herkenbaarheid van deze papieren tussen de archieven van Meijer was duidelijk, omdat Haighton op zijn papieren in de linker bovenhoek een runeteken plaatste.
Als een apart gedeelte zijn ook de stukken opgenomen die handelen over het literaire maandblad "De Nieuwe Gids", waarvan Alfred Haighton een tijdlang hoofdredakteur was.

Archivalia van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie
Op het hierboven genoemde instituut berusten ook een aantal stukken, behorende tot de archieven van Arnold Meijer c.a. Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie zag vooralsnog geen aanleiding om deze archivalia nu reeds over te dragen aan het Rijksarchief in Noord-Brabant. Om toch tot een goed overzicht te komen was er van de zijde van Bestuur en Direkteur geen bezwaar om de stukken betreffende Arnold Meijer c.a. die zich bevinden op het Rijksinstituut, in de inventaris op te nemen. De beschrijving van deze stukken is kursief gedrukt en ook zijn ze niet in de nummering opgenomen. Telkens is de aantekening gemaakt, dat het desbetreffende stuk op het Rijksinstituut berust, met vermelding van het nummer dat het daar heeft gekregen. * 
Dokumentatie en bibliotheek
Zowel de bewegingen Zwart Front en Nationaal Front als Arnold Meijer privé hadden dokumentatie in de vorm van kranten en veel kranteknipsels. De beide bewegingen waren zelfs op een knipseldienst geabonneerd. De knipsels van Zwart Front waren reeds in banden geplakt. Voor Nationaal Front en Arnold Meijer hebben wij zelf deze knipsels in daarvoor vervaardigde banden geplakt. Kranten, maandbladen, etc. zijn bij de onderscheiden archieven gevoegd. Hetzelfde is gebeurd met de foto's.
Bij de inventaris van het archief Meijer is ook een katalogus van het restant van de bibliotheek van Arnold Meijer opgenomen. Het leek ons juist om deze boeken blijvend deel te laten uitmaken van de onderhavige archieven. Ook hier kwam weer het praktisch beginsel om de hoek kijken. * 
Anneksen en bijlagen
Anneks I bevat een uitwerking van de besluiten van de Leider van Nationaal Front. *  Aangenomen mag worden dat er ook zo'n reeks heeft bestaan voor Zwart Front.
Men moet die uitwerking niet zien als een regestenlijst. Slechts de datum wordt vermeld met een korte beschrijving en soms een verwijzing naar nummers in de inventaris.
In anneks 10 zijn de stukken beschreven die betrekking hebben op Nationaal Front, maar die niet tot dit archief behoren. Het betreft hier het dossier dat door de Hauptabteilung politicher Aufbau van de Generalkommissar zur besonderen Verwendung is aangelegd over Nationaal Front. De stukken berusten op het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De volgorde van de beschrijving in anneks 10 is gelijk aan de volgorde die wij aantroffen in het desbetreffende dossier. * 
In bijlage III zijn de teksten opgenomen van de vraaggesprekken die gehouden zijn gedurende de inventarisatie. Ook zijn hier de geschonken stukken opgenomen. Nummer 15 van deze lijst, betreft de NSB-leden in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Het aantal NSB-leden is geteld per groep en per plaats en in deze bijlage vermeld. Dit is zo uitvoerig gedaan om te voorkomen dat deze lijsten telkens geraadpleegd zouden moeten worden. Op deze lijsten staan de namen en adressen van leden van de toenmalige NSB. Daar de schenker wil voorkomen dat deze lijsten geraadpleegd worden, kan daar slechts in bijzondere gevallen toestemming voor worden gegeven.
Nummer 19 van bijlage III omvat een aantal jaargangen van "De Nieuwe Gids". De serie is onvolledig. Artikelen die niet zuiver literair bedoeld zijn, zijn uitgewerkt op de namen van de auteurs. * 
De stukken vermeld in bijlage V zijn alleen bedoeld voor intern gebruik.

Terminologie
Aangezien de inhoud van bepaalde stukken uit het archief waardoor misverstanden zou kunnen doen ontstaan bij onoordeelkundig gebruik, is een probleem gerezen over de t.a.v. Zwart Front en Nationaal Front gebruikte termen en titulatuur. Het autoritaire karakter van deze bewegingen bracht met zich mee dat men enerzijds de Leider en anderzijds de Kameraad kende. Na ampele diskussies hebben wij toch gemeend de gangbare titulatuur, zoals die bij Zwart Front en Nationaal Front gebruikt werden, te kunnen handhaven. Wanneer bij een briefwisseling de term "kameraad" in de aanhef gebruikt wordt, dan is die ook in de beschrijving toegepast. Het was immers in de kringen van Zwart- en Nationaal Front een verplichte uitdrukking. Wanneer de term "kameraad" - afgekort: kd - gebruikt wordt, houdt dat nog niet in dat de kd ook lid was van een van de beide bewegingen. * 
Toegankelijkheid
In aansluiting op hetgeen in het voorwoord over het gebruik van deze inventaris is geschreven, moet nog vermeld worden dat het archief krachtens een overeenkomst tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Rijksarchivaris in Noord-Brabant enerzijds en de heer J.Th. Stakenburg anderzijds, tot 1 januari 1976 gesloten was voor iedere onderzoeker. De uitzonderingen die daarop gemaakt zijn, werden door mij reeds eerder vermeld. *  Na 1 januari 1976 is het archief toegankelijk geworden voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. Iedereen die in het archief onderzoek wil verrichten moet zich op dit terrein behoorlijk kunnen legitimeren. Overigens moet iedere onderzoeker zich houden aan hetgeen over dit soort archieven vermeld staat in de Staatscourant van 12 maart 1973. Dit houdt in dit geval in, dat hij een verklaring ondertekent, waarin hij belooft de uit deze archieven verkregen gegevens slechts voor wetenschappelijke doeleinden te zullen aanwenden, en niets te zullen publiceren of op andere wijze openbaar maken, waardoor de belangen van nog in leven zijnde personen worden geschaad.
Daarom zal pas tot publikatie kunnen worden overgegaan na schriftelijke toestemming van de Rijksarchivaris in Noord-Brabant, of zijn gedelegeerde, aan wie daartoe de te publiceren tekst, waarin gebruik gemaakt is van deze archieven, vooraf dient te worden overlegd. Hieruit mag allerminst worden gekonkludeerd dat de Rijksarchivaris optreedt als censor. De uitkomsten en uitleg van het onderzoek zijn en blijven volledig voor verantwoordelijkheid van de onderzoeker en/of auteur.
De Rijksarchivaris zal er alleen voor waken dat de belangen van nog levende personen onevenredig worden geschaad. Wanneer de Rijksarchivaris in Noord-Brabant afwijzend zou beschikken over een bepaalde tekst van een publikatie, zal hij duidelijk de motieven moeten aangeven waarop die afwijzing gebaseerd is. * 
Overigens wil dit nog niet zeggen, dat alle archivalia die in deze inventaris zijn beschreven, toegankelijk zijn voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. De hieronder staande bestanddelen zijn slechts toegankelijk voor diegenen die kunnen aantonen dat zonder deze gegevens hun onderzoek op essentiële punten onvolledig zou zijn:
- het ledenregister van Nationaal Front; * 
- stukken betreffende de Bijzondere Rechtspleging; * 
- de nummers 12 en 15 van Bijlage III;
- enkele hier niet nader te noemen teksten van vraaggesprekken, genoemd in Bijlage III;
- Bijlage V;
- de nummers 13 - 15 van Bijlage VI.
Slotopmerkingen
Deze inventarisatie is nauwlettend begeleid en beoordeeld door de huidige Algemene Rijksarchivaris, mr. A.E.M. Ribberink, die eveneens de juridische verantwoordelijkheid draagt voor de inventaris.
De beschrijving en de archivistische opzet van de inventaris zijn voor verantwoording van de bewerker en het hoofd van de afdeling Inventarisatie van het Rijksarchief in Noord-Brabant. Van de onderzoekers die dit archief voor hun studie gebruikt hebben of gebruiken, wil ik er één met name noemen. Dat is de heer drs. J.H. Schippers uit Eindhoven die bezig is met een proefschrift over Nationaal Front waarvan de voltooiing in zicht is. Deze uitvoerige studie gaat ondermeer diep in op het ledenbestand van Nationaal Front.
Er zijn veel personen die ik moet bedanken in verband met hun adviezen, begeleiding of medewerking aan dit projekt. Buiten dit huis zijn dat de personen die bijzonder veel informatie over Nationaal Front wisten te geven, met name noem ik hier de heer Staf Vermeire te Neeroeteren (België), de heer Jan Baars te Hilversum en dr. Lammert Buning te Winschoten. Bijzonder veel dank ben ik verschuldigd aan de heer mr. A.E.M. Ribberink, Algemene Rijksarchivaris. Door zijn niet aflatende belangstelling en goede adviezen is hij de grote stimulator geweest om dit lastig projekt zo goed mogelijk te voltooien. De heer drs. H.M. Brokken van de Derde Afdeling en de medewerkers van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief ben ik zeer erkentelijk voor hun waardevolle adviezen betreffende de indeling van de hier beschreven archieven. Ook mag niet onvermeld blijven de hulp die ik heb mogen ondervinden van de medewerkers van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam. Met name wil ik hier noemen de heer drs. C.J.F. Stuldreher, Hoofd van de Afdeling Beheer, en de heer J. Zwaan, archivaris van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.
In het taalgebruik van de inventaris is vrijmoedig modern omgesprongen met de spelling. Om mij voor grote zonden tegen het taalgebruik in het algemeen te behoeden heeft mijn kollega mw. M. van der Heijden-Bruning, adjunktstreekarchivaris van Noord-Kempenland, vele teksten van mij gekorrigeerd.
In dit huis ben ik ook veel dank verschuldigd aan de Rijksarchivaris dr. L.P.L. Pirenne en aan vele kollega's, speciaal die van de afdelingen Inventarisatie en Algemene Zaken.
Mijn grootste dank gaat echter wel uit naar een groep tijdelijke medewerkers die als erkend gewetensbezwaarde militaire dienst voor korte of langere tijd hun vervangende dienstplicht hier vervuld hebben. Zonder hun hulp zou de herordening, verzorging van het archief, het op offset zetten van de inventaris nog vele jaren hebben geduurd.
Over het algemeen was hun opleiding van een dergelijk niveau dat zij zonder veel moeite bij dit werk konden worden betrokken. Allen hebben een verklaring afgelegd dat zij de kennis die zij uit dit archief zouden opdoen niet aan derden mochten prijsgeven. Het vertrouwen dat wij aan hen gegeven hebben is ook nooit geschaad geworden.
Ik stel er prijs op hun namen met ere te vermelden:
C. Snijders, L. Kwinten, G. Willemse, A. van Lankveld, J. Frijters, B. de Koning, H. Geerars, J. Sterks, H. de Kleijn en P. Verrijt. Langs deze weg wil ik hen bijzonder bedanken voor hun loyale en vriendschappelijke medewerking.

J. Vriens, 1977
Summary
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1896-1965
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2041 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS