Archieven

 235 Brabantia Nostra, 1935 - 1994 (1996)
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Het archief en de verantwoording van de inventarisatie
235 Brabantia Nostra, 1935 - 1994 (1996)
Inleiding
Het archief en de verantwoording van de inventarisatie
Op 7 juni 1977 werd een proces-verbaal opgemaakt tussen drs. P. Mutsaers, secretaris van de stichting Brabantia Nostra en dr. L.P.L. Pirenne, rijksarchivaris in Noord-Brabant, waarin verklaard werd dat aan het rijksarchief in volle eigendom waren overgedragen:
"-het archief van het bestuur van de stichting
-het archief van het ledenbestand van Brabantia Nostra
-het archief van het maandblad Brabantia Nostra met documentatie".
Twee voorwaarden werden door de stichting gesteld. Ten eerste zouden genoemde archieven tot 1 juni 1987 uitsluitend toegankelijk zijn voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. De tweede voorwaarde hield in dat de zittende bestuursleden van de stichting de archieven altijd mochten raadplegen. *  De lengte van het archief bedraagt vier meter.
De archivalia (om van archieven te spreken zoals in het proces-verbaal is onjuist) werden opgehaald bij P. Mutsaers. Als secretaris van de stichting had hij de archivalia van het Algemeen en Dagelijks Bestuur beheerd. Ook de archiefstukken betreffende het tijdschrift Brabantia Nostra had hij onder zich. De hoofdredakteur zal ze, nadat het tijdschrift ter ziele gegaan was, aan de secretaris overgedragen hebben. Zo heeft waarschijnlijk ook de leiding van de Propaganda-Centrale gehandeld. Deze gang van zaken was echter eerder uitzondering dan regel. Vrijwel alle commissies, secties en directoria hielden na beëindiging van hun aktiviteiten het door hen gevormde archief onder zich.
Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in het archief van August Commissaris, voorzitter van de commissie ter herdenking van het twaalfde eeuwfeest van Sint Willibrordus, waarin zich een groot gedeelte van de archivalia van deze commissie bevinden. * 
Het grootste gedeelte van het archief bestaat uit correspondentie. De ordening zoals die door Mutsaers, die in feite het archief vormde, was aangebracht, is eigenlijk van tweeërlei aard. Aan de ene kant paste hij het systeem van dossiervorming toe, vooral wanneer het aantal brieven over één zaak zich uitbreidde. Aan de andere kant werden brieven chronologisch geborgen, terwijl later meer heil gezien werd in een rangschikking op afzender. Dit laatste gebeurde echter alleen met brieven van personen met wie hij regelmatig correspondeerde. De overige stukken waren in een enkel geval als bijlagen bij de correspondentie gevoegd, maar voor het merendeel waren zij zonder een systeem in het archief geborgen. De hoeveelheid correspondentie na de Tweede Wereldoorlog nam sterk af. Ze werd toen grotendeels zaaksgewijs, samen met de overige stukken bewaard. Ook door de hoofdredakteur van Brabantia Nostra was geen vast systeem gevolgd, evenmin als door de leiders van de Propaganda-Centrale. De overige commissies, directoria en secties hadden de schriftelijke neerslag van hun aktiviteiten, voor zover aanwezig bij Mutsaers, chronologisch gerangschikt.
Deze oude orde is in zoverre bewaard dat de dossiers en de rangschikking op afzender zoveel mogelijk intact gelaten zijn. De correspondentie die niet via een dossier of op afzender gerangschikt was, is in laatstgenoemd systeem ondergebracht. De losse stukken zijn logisch in het verband geplaatst. De verschillende commissies en dergelijke en vooral de redaktie en de Propaganda-Centrale hadden een hechte band met het Dagelijks Bestuur. Bemoeienissen van laatstgenoemd orgaan zijn dan ook overal erin te vinden. Vandaar dat naast het onderdeel "Oprichting en Reorganisatie" de afdelingen "Algemeen Bestuur" en "Dagelijks Bestuur" zó geplaatst zijn, dat de archivalia, gevormd door commissies en dergelijke onder het onderdeel "Dagelijks Bestuur" vallen. De band tussen het Dagelijks Bestuur en een commissie was vaak zo sterk, omdat de Centrale herhaaldelijk alleen het doel van de op te richten commissie formuleerde, maar de daadwerkelijke oprichting ervan overliet aan het Dagelijks Bestuur, dat dan tevens een deel van de taak aan zich trok.
De Propaganda-Centrale is benaderd vanuit het doel dat zij nastreefde: Het maken van propaganda, eerst alleen voor het blad, later ook voor de ideeën van de stichting. Het leek mij niet nodig de opvolger van de Propaganda-Centrale en de organisatie waarmee zij versmolt (respectievelijk de Beweging Brabantia Nostra en de Brabantse Beweging, gevolgd door "Vrienden van Brabantia Nostra") apart uit te splitsen. De hoeveelheid stukken ervan is namelijk erg gering en in de archivalia die erover handelen is nauwelijks een overgang te zien. De structuurwijzigingen zelf zijn al eerder uitgelegd. Archivistisch waren zij niet van betekenis. De verdeling van de propaganda is "binnen de Propaganda-Centrale" en "buiten de Propaganda-Centrale om" is zo gekozen omdat Jef de Brouwer, tijdens de aktiviteiten van de Propaganda-Centrale, al op eigen houtje bezig was met propaganda in ruimere zin en daardoor met het leggen van de grondslag voor de Beweging Brabantia Nostra.
Deze inventaris was een stage-project in het kader van de opleiding aan de rijksarchiefschool in het cursusjaar 1979-1980.

J. Sanders
Aanwijzingen voor de gebruiker
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS