skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg

Archieven

 243 Kapittel van Heusden, 1339 - 1603
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
243 Kapittel van Heusden, 1339 - 1603
Inleiding
Historisch overzicht
Op 20 mei 1355 stichtte Mechteld *  , weduwe van heer Herberen van Riede, ridder, in de parochiekerk van Sint- Katharina te Heusden, een kapittel van 5 wereldlijke kanunniken, onder wie een deken, dat zeven getijden, zielmissen en vigiliën *  op de wijze verrichten moest, waarop dit geschiedde in de andere kapittels van het bisdom Utrecht. De collatie van deze 5 proven zou bij de stichteres blijven en na haar dood vererven op haar neef heer Jan van Wyflyt, heer van Kuyck en Blaersvelt en diens afstammelingen, en bij gebreke daarvan op de familie Van Wyflyt, die haar goederen te Babyloniënbroek bezat. Bij overlijden van de deken moesten de overblijvende 4 kanunniken een nieuwe kiezen uit hun midden en deze ter benoeming aan de hertog van Brabant voordragen.
Blijkens een aantekening in de blaffaard van het (toen reeds gesequestreerde) kapittel (Archief Geestelijk kantoor te Delft, nr. 517, folio 181) waren omstreeks het jaar 1610 collatoren de graaf van Hoogstraten en het gemene land van wege de prior van Mariencroon *  , ieder voor de helft.
In de loop der jaren ontving het kapittel door schenking en legaat belangrijke inkomsten. De stichteres had het bedacht met een groot deel der tienden van Oudheusden; de inkomsten ervan zouden over de kanunniken gelijk verdeeld worden, behoudens 16 pond vooruit door de deken.
In latere jaren werden er naast de 5 proven van de stichteres nog enige andere opgericht, namelijk (1) twee proven door heer Jan Proper, proost van O.L.V. te Brugge, gesticht vóór 1401 (zie regest nr. 39), (2) een prove gesticht vóór 1484 (zie regest nr. 196) door de executeurs van heer Jan Korstiaenszoon, priester, (3) een prove gesticht vóór 1511 (zie regest nr. 251) door Robbert Jacobszoon (van Veen) en zijn vrouw Elsabeth en (4) een prove gesticht door Tielman van Questenberge.
Ook wordt nog vermeld een prove, gesticht door heer Korstiaen Zegerszoon, priester, en zijn moeder Hadewich, die in de boven aangehaalde blaffaard als identiek wordt beschouwd met die van Jan Korstiaenszoon.
Stichtingsakten van deze proven zijn niet aanwezig, onbekend is, bij wie de collatie berustte. De blaffaard vermeldt op folio 315 alleen, dat de collatie van de prove van Robbert van Veen in 1614 berustte bij Robbregt de Bever, die deze na overlijden van Cornelis Aartsz. van Gesel confereerde aan jonker Antony van Grevenbroek op 4 maart 1614, hetgeen door de Staten *  geconfirmeerd werd op 8 augustus 1614.
Slechts een enkele keer wordt een kanunnik vermeld als eigenaar van een bepaalde prove, zoals in regest nr. 330.
Volgens de kerkvisitatie van 1571 waren in het kapittel 10 kanunniken; het aantal proven is dus niet uitgebreid en het blijkt opnieuw, dat de prove van Jan Korstiaenszoon en die van Korstiaen Zegerszoon dezelfde moeten zijn.
Onder de tien kanunniken vinden we enkele functionarissen, namelijk een vice-deken (sinds het begin der 16e eeuw) en een procurator of rentmeester, die de financiële zaken van het kapittel behartigde. * 
Naast de kanunniksproven vinden we nog een drietal cantorieën, die in het cartularium vermeld worden. Zo bestemde heer Claes die Borchgraeff, deken van het kapittel, in zijn testament van 13 december 1503 enige goederen voor het kapittel ten behoeve van een `cantorie', mits zijn natuurlijke zoon, meester Willem die Borchgraeff `cantoir' daarin zou worden. Nog 2 dergelijke cantorieën (of gezongen missen) werden gesticht door de honorair-kanunnik Joris van Brakell en de kanunnik Gerrit van Derenter. Alleen de cantorie van Die Borchgraeff is afzonderlijk met de 5 latere prebenden in de bovenvermelde blaffaard vermeld.
Het patronaat van de cure der kerk berustte bij het kapittel: de prior van het klooster Mariencroon kreeg in 1485 van de graaf van Holland het recht de pastoor te Heusden te benoemen. Wel hadden de kanunniken dikwijls pastoorsplaatsen in andere dorpen van het land van Heusden, hetgeen ook door de stichtingsakte bevestigd wordt.
Het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Kenmerken
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS