Archieven

 263 Nederlandse Hervormde Kerkprovincie Brabant en Limburg, 1816 - 1997
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Inventarisatie
sluiten
263 Nederlandse Hervormde Kerkprovincie Brabant en Limburg, 1816 - 1997
Inleiding
Inventarisatie
De archieven van het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Brabant met Limburg, daterend voor 1920, en die van het Provinciaal College van Toezicht in Noordbrabant, daterend van voor 1910, hebben lange tijd berust in het hervormde kerkgebouw te 's-Hertogenbosch. De jongere stukken werden gedeponeerd in het Provinciaal Bureau te Eindhoven. De losse stukken tot 1956 waren goed uitgezocht; ze werden er in ordners bewaard. Vanaf 1956 werd de tot dan toe gehanteerde chronologische ordening goeddeels verlaten. De stukken werden in hangmappen geborgen, gerangschikt op een beperkt aantal onderwerpen.

Bij de opheffing in 1984 van het archiefdepot der Nederlandse Hervormde Kerk in 's-Gravenhage, waar de meeste bescheiden in de loop der tijd ondergebracht waren, werden deze archieven, na een korte tijd bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief berust te hebben, in 1986 in bewaring gegeven aan archiefdiensten van het rijk en aan gemeente- en streekarchieven. Zo werden de middels de onderhavige inventaris toegankelijk gemaakte archieven in genoemd jaar ter bewaring gedeponeerd in het Rijksarchief in Noord-Brabant. De archieven van weduwen- en wezenbeurzen, in feite gedeponeerde archieven bij de Raad voor de Predikantspensioenen, werden eveneens verspreid. Van het archief van de Stichting Sociale Arbeid voor het Zuiden van Nederland staat de definitieve bestemming nog niet vast. Een deel ervan bevindt zich in het Rijksarchief in Noord-Brabant, een ander deel in het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg te Maastricht. Om deze reden is dit archief dan ook niet in deze inventaris opgenomen. De archivialia van na ca. 1960 werden rechtstreeks van het Provinciaal Bureau overgenomen. Als einddatum is 1978 gekozen omdat toen overgegaan werd op een ander systeem van archivering. De organisatie van de hervormde kerk bleef evenwel hetzelfde.
De organen van bijstand, hoewel ressorterend onder de Provinciale Kerkvergadering, vormden zelfstandig archieven met eigen notulen, correspondentie en jaarverslagen. Van het nieuwe Provinciaal College van Toezicht is weinig archiefmateriaal voorhanden; bovendien dateert het uit de periode onmiddellijk na de invoering van de nieuwe kerkorde. Dat er uberhaupt archief gevormd is, wekt al bevreemding, omdat dit college geen zelfstandig bestaan had. Het viel uiteen in een Diakonale Kamer en een Kerkvoogdijkamer, die ieder zelfstandig archief vormden. Toen in 1951 de Diakonale Commissie en de Diakonale Kamer hun werkzaamheden aanvingen met betrekking tot het toezicht op de diakonieën, diende ze om hun taak uit te kunnen voeren de beschikking te hebben over relevante archivalia van de colleges die tevoren met deze taak belast waren. Zo werden vooral leggers van diakonieën vanuit de classicale archieven overgedragen aan de Diakonale Kamer. Om die reden zijn ze dan ook als gedeponeerd archief bij het archief van de Kamer beschreven. Het archief van de Bijbelvereniging is als gedeponeerd archief bij het Provinciaal Kerkbestuur en de Provinciale Kerkvergadering opgevoerd, omdat het de voorloper is van de stichting voor Bijbelverspreiding en Evangelisatie, een van de organen van bijstand. De Provinciale Weduwen- en Wezenbeurs stond onder toezicht van het Provinciaal Kerkbestuur en is derhalve ook als gedeponeerd archief beschouwd, ondanks de al genoemde taakverschuiving naar de Raad voor de Predikantspensioenen. Het archief van het Pastoraal Beraad van Kerken is als gedeponeerd archief opgenomen omdat het secretariaat ervan gevoerd werd op het Provinciaal Bureau. Het Subsidie- en Reservefonds stond onder toezicht van het Provinciaal College van Toezicht, dat ook de gelden voor dat fonds inde.
In het archief van de stichting Sociale Arbeid waren veel archiefstukken van organen van bijstand terecht gekomen, vooral van de Diakonale Commissie en de Diakonale Kamer. Deze stukken zijn teruggebracht naar de archieven van de desbetreffende organen.
In 1986 begon J. Wassink met de inventarisatie van deze archieven. Zijn vertrek van het Rijksarchief leidde ertoe dat dit werk voortgezet werd door J. Sanders, die het begin 1990 voltooide.

J.G.M. Sanders en J.F.A. Wassink, 1990
Aanwijzingen voor het gebruik
Inventaris
Aanvullingen
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2104 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS