Archieven

 1562 Woordenboek Brabantse Dialecten, Katholieke Universiteit Nijmegen 1960-2005
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Dit archief bevat de bronnen van het koepelproject 'Woordenboek van de Brabantse Dialecten' dat een aanvang nam in 1960 op initiatief van prof. dr. A.A. Weijnen. Het woordenboek zelf is in 33 afleveringen gepubliceerd tussen 1967 en 2005 en beschrijft de agrarische woordenschat, de vaktalen en de algemene woordenschat van de dialecten in de provincies Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams-Brabant. De redactie zetelde in de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde (NCDN), die opgegaan is in de afdeling Algemene Taalwetenschap en Dialectologie, tegenwoordig weer opgenomen in de afdeling Taalwetenschap.
Het leeuwendeel van de bronnen bestaat uit ingevulde vragenlijsten van de Nijmeegse enquête, die speciaal voor dit project werd afgenomen. Naast de in druk verschenen genummerde lijsten (1-113) werd ook nog een aantal gestencilde vragenlijsten uitgegeven die van een letter zijn voorzien, lijst A, B enz. Vragenlijsten m.b.t. de algemene woordenschat zoals lijst 1 werden in vrijwel ieder Brabants dialect ingevuld, maar bij meer specifieke onderwerpen (zoals de vaktaal van de diamantbewerker) zijn er veel minder ingevulde vragenlijsten. In deze materiaalverzameling kunt u zoeken op plaatscode (er is een register op plaatscodes beschikbaar) en op begrip oftewel woordbetekenis (ook hiervan is een register beschikbaar).
Daarnaast verzamelde de redactie informatie over de verschillende Brabantse dialecten in de vorm van knipsels, ingezonden woordenlijsten en dialectbeschrijvingen e.d. en beheerde zij het materiaal dat in voorgaande decennia door wetenschappelijk onderzoek was vastgelegd. Zo bevinden zich ook de aantekeningen van J.M. Renders uit Woensel (opgetekend tussen 1930 en 1961) over vele verschillende Brabantse en Limburgse dialecten in dit archief. Een ander onderdeel bestaat uit de invullingen van de vragenlijsten die A.A. Weijnen tussen 1938-1950 publiceerde in de tijdschriften Brabantia Nostra en Edele Brabant.
Inventaris
Code op Plaatsnamen
Begrippenregister
Beginnend met cijfer
Letter A
Letter B
Letter C
Letter D
Letter E
Letter F
Letter G
Letter H
Letter I
Letter J
Letter K
Letter L
Letter M
Letter N
Letter O
Letter P
Letter Q
Letter R
Letter S
Letter T
Letter U
1562 Woordenboek Brabantse Dialecten, Katholieke Universiteit Nijmegen 1960-2005
Inventaris
Begrippenregister
Letter U
Uienpannekoek; Pannekoek met in schijven gesneden uien (oojekook?); N 16 (1962); 051
uier; N 77 (1976); 118
uier, alle tepels te zamen; N 19 (1963); 019b
uier die maar drie kwartieren heeft; N 03 (1960); 025
uier die maar drie spenen heeft; N 03A (1963); 117
uier van de merrie; N 08 (1961); 039a
uierkwartier: linksachter; N 03 (1960); 024d
uierkwartier: linksvoor; N 03 (1960); 024c
uierkwartier: rechtsachter; N 03 (1960); 024b
uierkwartier: rechtsvoor; N 03 (1960); 024a
uierontsteking, agv ~ aangetast kwartier van de uier bij niet melkgevende weidedieren; N 52 (1972); 006b
uierontsteking bij niet melkgevende weidedieren; een of meer kwartieren veretteren, ettervocht is soms geel of grauw van kleur; N 52 (1972); 006a
uierontsteking (mastitis) bij melkgevende dieren; de melk is veranderd en soms vormen zich knobbels in de uier; N 52 (1972); 005a
uil: inventarisatie benamingen overige twee soorten zeldzame uilen; betekenis/uitspraak; N 09 (1961); 081b
uil: kerkuil (34); gespikkeld oranje boven, wittig onder; hartvormig 'gezicht'; broedt boven in grote schuren en torens; roep [chchchchchchch]; N 09 (1961); 080
uil: ransuil (36); oorpluimpjes, bijna alleen in mastbossen; broedt in oud kraaienest; roep [oe-oe-oe-oe]; N 09 (1961); 081a
uil: steenuil (22); vrij klein en 'afgerond'; veel bij boerderijen, knotwilgen en schuurtjes; roep [wieuw, wieuw]; N 09 (1961); 079
uit besluiteloosheid zich weerhouden, niet goed durven [aarzelen, dubben, teutelen, pieraarzen, dobben]; N 85 (1981); 250
uit brem vervaardigde bezem die gebruikt wordt bij het schoonvegen van de oven; N 29 (1967); 012b
uit de aren vallen, gezegd van de graankorrels; N 15 (1962); 053
uit de verte roepen [kieuwen]; N 87 (1981); 052
Uit welke onderdelen bestonden deze mutsen?
- muts A bestond uit:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
- muts B bestond uit:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
- muts C bestond uit:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
muts D bestond uit:
1.
2.
3.
4.; N 61 (1973); 002b
uit zijn humeur, brommig, knorrig [miezerig]; N 85 (1981); 061
uit zijn humeur, knorrig [gallig, gichtig, drollig, knorrig]; N 85 (1981); 176
uitbotten: uit de kiem opgroeien, gezegd van planten [uitbotten, kesemen]; N 82 (1981); 010b
uitbouw in een schuin dakvlak (afb. 33); N 04A (1963); 033a
uitdrijvende bewegingen maken, gezegd van de koe; N 03A (1963); 047
uitdrogen, gezegd van slecht deeg (schraal worden, huiden, korsten); N 29 (1967); 029c
uiteggen, onkruid ~; N 11A (zj); 172d
uiteinden van de beide keerstroken van een geploegde akker (afb. 125c); N 11A (zj); 125c
uitgaan, café's bezoeken, aan de zwier gaan [lelijkeren, op de scheut gaan]; N 87 (1981); 073
uitgediepte stal; N 04 (1960); 065
uitgedroogd, dood, gezegd van planten en plantedelen [dor, verpieterd]; N 82 (1981); 017
uitgestorte zaad van de hengst; N 08 (1961); 048
uitglijden [ötschampe, uitslibbere, uitschuive]; N 10 (1961); 143
uithalen, eieren ~ uit de de nesten; N 19 (1963); 035
uitkomen, gezegd van zaden [kesemen, kersten, kenen]; N 82 (1981); 010a
uitkomen voor een schuld [kennen, bekennen]; N 85 (1981); 436
uitlaat van de zinken gierton, het onderdeel waardoor de gier, zich wijd verspreidend, naar buiten stroomt; N 11A (zj); 054c
uitlopers krijgen, loten vormen, gezegd van planten en bomen [spruiten, uitbotten]; N 82 (1981); 011
uitmaken wie de winnaar is bij gelijke stand [kamp, kavalen, kanteren]; N 88 (1982); 014
uitscheiding enkele dagen na de tochtigheid bij een niet gestierde of niet bevruchte koe; N 03A (1963); 031
uitslag vertonend, gezegd van het varken; N 19 (1963); 027b
uitslag, zwarte wonden op de rug van het varken; N 19 (1963); 027a
Uitslag, zweertjes op de lippen en de kin (krentenbaard, baardziekte).; N 84 (1981); 187
Uitslag, zweren onder de neus (futsel, logistgast).; N 84 (1981); 186
Uitslag, zweren op het achterwerk (blikaars, blikgat, blekker(d), blik, smet).; N 84 (1981); 185
uitsliepen: inventarisatie uitdrukkingen; betekenis/uitspraak; N 07 (1961); 032b
uitsliepen [sliep oet doon]; N 07 (1961); 032a
uitsnijding in het houten bouwsel boven om de waterput die is gemaakt om daardoor de emmer gemakkelijker te kunnen grijpen; N 12 (1961); 084
Uitspraak en betekenis van: broodkant; Kent uw dialect het woord broodkant? Hoe is de uitspraak en welke de betekenis?; N 16 (1962); 076
Uitspraak en betekenis van: brui; Wat verstaat u onder: brui (groente, kool, vet of vleesnat?) Uitspraak a.u.b.; N 16 (1962); 092b
Uitspraak en betekenis van: masteluin; Kent uw dialect het woord masteluin = brood, half uit tarwe half uit rogge. A.u.b. ook de dialectvorm van uw plaats opgeven en eventueel de betekenis toelichten.; N 16 (1962); 066c
Uitspraak en betekenis van: pieloms; Wat verstaat u onder: pieloms; N 16 (1962); 092d
Uitspraak en betekenis van: pompernikkel; Kent uw dialect het woord pompernikkel = bepaald soort roggebrood. A.u.b. ook de dialectvorm van uw plaats opgeven en eventueel de betekenis toelichten.; N 16 (1962); 066d
Uitspraak en betekenis van: potage; Wat verstaat u onder: potaage, petazzie (soep, gekookte groente of stamppot?) a.u.b. ook de uitspraak aangeven; N 16 (1962); 092a
Uitspraak en betekenis van: pul; Kent uw dialect het woord pul = klein vierkant peperkoekje. A.u.b. ook de dialectvorm van uw plaats opgeven en eventueel de betekenis toelichten.; N 16 (1962); 066a
Uitspraak en betekenis van: sjeermoel; Wat verstaat u onder: sjeermoel (wittebroodje of krentenbroodje?) Uitspraak a.u.b.; N 16 (1962); 092c
Uitspraak en betekenis van: wig; Kent uw dialect het woord weg of wig = een wittebrood. A.u.b. ook de dialectvorm van uw plaats opgeven en eventueel de betekenis toelichten.; N 16 (1962); 066b
uitspreiden, grotere hopen hooi weer ~ over het land; N 14 (1962); 109
uitspreiden, kleine hoopjes opgewerkt gras of hooi weer ~ over het land; N 14 (1962); 105
uitspreken; te kennen geven [uiten, uiteren, lossen]; N 87 (1981); 051
uitsteken, uitdiepen, leegmaken van de potstal; N 05A (1964); 050a
uitstel van betaling geven [borgen]; N 89 (1982); 099
uitwaarts; N S (1970); 278d
uitwas aan het spronggewricht; N 08 (1961); 090g
uitwas van een aardappel; N 82 (1981); 144
uitwerpselen; N 10C (zj); 136
uitwerpselen, eerste ~ van het veulen; N 08 (1961); 058
uitzakken van de bovenwand van de schede die vooral bij oudere koeien in lighouding buiten te schaamlippen te voorschijn komt als een roze bol; N 52 (1972); 030a
urine; N 10C (zj); 139
urine van een dier; N 38 (1971); 018d
urine van een mens; N 38 (1971); 018c
urineren; N 10C (zj); 140
urineren van een dier; N 38 (1971); 018b
urineren van een mens; N 38 (1971); 018a
uurwerk dat men aan een ketting in het vestzakje of de broekzak draagt [knol, raap]; N 86 (1981); 051
uurwerk dat men bij zich draagt, bijv. om de pols [glozie, lozie, allozie]; N 86 (1981); 050
Letter V
Letter W
Letter Y
Letter Z
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS