Archieven

 19 Raad van Brabant, 1586 - 1811
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht Raad van Brabant
Het archief
Resoluties Raad van Brabant
Leenboeken van het leenhof van Brabant
Verantwoording van de inventarisatie
sluiten
19 Raad van Brabant, 1586 - 1811
Inleiding
Verantwoording van de inventarisatie
NB. De inventaris is omgenummerd, zie de concordantie onder 'Bijlagen' voor de oude en nieuwe orde. BHIC.

Aan het begin van dit gedeelte is het van belang te stellen dat wij ervoor gekozen hebben het archief toegankelijk te maken binnen een niet al te lange tijd. Dat bracht met zich dat wij de stukken bij inventarisatie niet uitputtend konden bestuderen. Zodoende kon door ons niet een volledig inzicht worden verkregen in de interne structuur van het archief en de archiefvorming. We denken hierbij aan vragen als; waarom beginnen of eindigen bepaalde series op een bepaalde tijd, waarom splitsen bepaalde series zich in twee of meer andere etc. Voor een verantwoorde beantwoording van dergelijke vragen moeten de stukken geheel bestudeerd worden. Wellicht kunnen diverse problemen dichter bij een oplossing komen wanneer de analyses van de resoluties gepubliceerd worden.
In 1968 begon Drs. H.M.B. Jacobs op part-time basis met het ordenen, beschrijven en indiceren van de losse civiele processtukken, waarmee hij in 1975 gereed kwam. Het was een immens karwei. Immers, de door Bondam in vroeger tijden aangebrachte orde in de civiele processtukken was zeer globaal en vertoonde derhalve veel onvolkomenheden. Jacobs heeft de in 244 dozen verpakte dossiers hernummerd en beschreven in de volgorde waarin hij ze aantrof en gelijktijdig de beschrijvingen geïndiceerd op persoonsnamen en geografische aanduidingen. Na zijn vertrek in 1975 naar de gemeentelijke archiefdienst van 's-Gravenhage stagneerde het inventarisatiewerk. Pas medio 1977 kon door ons het project worden voortgezet. Daarbij gaf Jacobs aan de hand van de ca. 4500 fiches met zijn beschrijvingen van de civiele procesdossiers ons steeds per brief aan welke "dossiers" zijns inziens samengevoegd konden worden. Deze aanwijzingen werden door ons aan de stukken getoetst; bij een positieve uitslag werden dan de stukken daadwerkelijk samengevoegd tot één dossier. Zonodig werd dan tevens de beschrijving aangepast. In februari 1978 was een en ander voltooid. Er waren toen ca. 500 "dossiers" samengevoegd, zodat er ca. 4000 overbleven. Als gevolg echter van de chronologische herindeling der fiches en van de samenvoeging van stukken, moesten de overgebleven beschrijvingen (en dus ook de indices en omslagen der dossiers) hernummerd worden. De dossiers zijn thans genummerd van 1 - 3987 en zijn onder één nummer in de inventaris opgenomen.
De losse criminele processtukken waren voor een deel (186 dossiers) al beschreven toen in 1812 de archieven van de Raad en zijn opvolgers ter griffie van de rechtbank van Breda werden gedeponeerd. *  Deze beschrijvingen bleken niet alle geheel correct te zijn. Bovendien werden in deze dossiers stukken gevonden die niet thuishoorden bij het in de beschrijving genoemde proces. Deze dossiers zijn opnieuw geordend en beschreven, samen met 63 portefeuilles die in de inventaris van Bondam c.s. stonden beschreven als "stukken betreffende het officie-fiscaal". In deze portefeuilles bevond zich een mengelmoes van stukken, voornamelijk betreffende criminele procedures. Zo konden in totaal 526 dossiers worden samengesteld, die evenals de civiele dossiers onder één nummer in de inventaris zijn opgenomen.

Bij de dossiers inzake voornamelijk (zelf-)moorden en doodslagen in Brabant en de Landen van Overmaze is de cesuur van 1795 niet aangehouden, omdat er sprake was van een doorlopende genummerde serie.

Om dezelfde reden (doorlopende series) zijn de archieven van het Hof van Justitie (1795 - 1802) en het Departementaal Gerechtshof (1802 - 1811) als één archief behandeld. In feite waren alleen de naam en de standplaats veranderd.
Er zijn nog enkele zaken die de aandacht verdienen. Ten eerste is daar de kwestie van de stukken van het officie-fiscaal. Heeft dit een apart archief gevormd? Niet duidelijk is of men ten tijde van het ontstaan van het archief het officie-fiscaal als aparte archiefvormende instantie heeft gezien. Wel is het officie-fiscaal een zelfstandig opererend orgaan geweest. Maar ondanks dit feit zijn de aanwijzingen sterk dat het archief van het officie-fiscaal tesamen en door elkaar met het archief van de Raad van Brabant bewaard is geweest. Zo zijn de adviezen van het officie aan de raad, die eigenlijk thuishoren in het archief van de Raad, tesamen bewaard met de concepten van zulke adviezen, die op hun beurt weer thuishoren in het archief van het officie. Bovendien moeten we niet vergeten dat de verzelfstandiging van het officie-fiscaal in de loop van de tijd sterker is geworden. Tot in de 17e eeuw was de advocaat-fiscaal lid van de Raad. Om praktische redenen hebben wij dan ook het "archief" van het officie-fiscaal als onderdeel van het archief van de Raad van Brabant beschouwd. Hetzelfde is gebeurd bij zijn rechtsopvolgers uit de Bataafse tijd. Met name vanwege de nauwe betrokkenheid van het officie-fiscaal met alle de Raad en zijn opvolgers voorgelegde criminele problemen, zowel processen als gevraagde adviezen e.d. zijn ook de overige stukken betreffende het officie-fiscaal ondergebracht in de rubriek "rechtspraak, crimineel", temeer daar het in de praktijk ondoenlijk bleek beide soorten stukken geheel apart te behandelen.
De banden en dossiers als bedoeld in rubriek 2.1 van de eerste afdeling zijn samengesteld uit stukken die her en der afkomstig zijn uit het archief (missiven, processtukken, rekesten enz.). De qua uiterlijk gelijke banden zijn blijkens mededeling in de inventaris van Bondam c.s. in de tweede helft van de 18e eeuw samengesteld. Een aanwijzing hiervoor vormt ook het feit dat vooral in de tweede helft van de 18e eeuw diverse herordeningspogingen hebben plaatsgehad, zoals hiervoor reeds is vermeld. Bovendien is in de 19e eeuw niets met het archief gebeurd. Ook na 1882 kunnen de banden en dossiers niet gevormd zijn, want Bondam heeft ze zo aangetroffen. Ook kan het zo geweest zijn dat de Raad in de roerige tijden van de tweede helft 18e eeuw zijn rechtspositie moest aantonen en daarom wilde overgaan tot de samenstelling van banden en dossiers uit zijn archieven waarmee die positie kon worden aangetoond.
Terugplaatsing van de stukken zou een enorm tijdrovend en ingewikkeld karwei zijn. Bovendien is het moeilijk te realiseren omdat er nu eenmaal veel onzekerheden zijn. Daarom is besloten deze oude orde intact te laten. Vanwege de aparte lotgevallen van deze stukken hebben we ze ook een aparte plaats in het archief gegeven. Verder bevinden zich in de archieven stukken die er volgens de regels van de archivistiek waarschijnlijk niet in thuishoren. Zo bijvoorbeeld geappointeerde rekesten of afschriften van resoluties en dergelijke. Vermoedelijk behoren de processtukken ook daartoe. Mogelijk moesten ze na afloop van het proces door belanghebbenden opgehaald of vernietigd worden. *  Doordat dit is nagelaten zijn ze in het archief gebleven. Nader onderzoek zal duidelijk moeten maken of er zo'n regeling voor vernietiging of teruggave van procesdossiers gold voor de Raad van Brabant. Misschien is hier de verklaring te vinden voor het feit dat praktisch alle procesdossiers onvolledig zijn en dat er van sommige slechts fragmenten bewaard zijn gebleven. Van vele zaken waarin blijkens de vonnisboeken door de Raad vonnis is gewezen, is geen neerslag te ontdekken in de processtukken. Zodoende zullen er in de indices op de vonnisboeken namen voorkomen die men in de indices op de processtukken tevergeefs zal zoeken. Waar de positie van de processtukken met zoveel twijfels is omgeven zal het duidelijk zijn dat wij ze als onderdeel van de archieven van de Raad en zijn rechtsopvolgers hebben behandeld. Dit vooral ook om praktische redenen. Om dezelfde redenen is dat ook gebeurd met de hierboven bedoelde geappointeerde rekesten, afschriften van resoluties en dergelijke.
De omvang van de archieven van de Raad en zijn rechtsopvolgers bedraagt thans 185 strekkende meters.
Aan deze inventarissen zijn toegevoegd indices op de beschrijvingen der procesdossiers in criminele en civiele zaken, op de registers van vonnissen en van willige condemnaties, op de dossiers betreffende voornamelijk (zelf-)moorden en doodslagen en op de registers van resoluties. Een toelichting op de manier waarop deze indices zijn samengesteld is te vinden in deze inleiding. In de komende jaren zullen ook nog indices vervaardigd worden op de leenregisters en zal zo mogelijk een analyse van de inhoud der resoluties gepubliceerd worden.

Rest ons nog een woord van dank aan al degenen die op enigerlei wijze hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze uitgave.
In het bijzonder willen we hier noemen Drs. H.M.B. Jacobs die, naast de eerder in deze verantwoording reeds genoemde werkzaamheden, ook grote delen van deze inleiding voor zijn rekening heeft genomen. Hij is dus als mede-samensteller van deze uitgave te beschouwen. De collega's van de afdeling inventarisatie van het rijksarchief in Noord-Brabant en Dr. F.C.J. Ketelaar danken wij voor hun waardevolle adviezen.
Verder onze bijzondere dank aan mej. A. van den Berg en de heer C. Philipsen, die jarenlang nijver gewerkt hebben (zoals laatstgenoemde nog steeds werkt) aan het vervaardigen van de voor de toegankelijkheid van deze archieven onontbeerlijke indices. Ook de heren J. Bervoets, J. van Osch en G. Toonen hebben hun steentje hieraan bijgedragen. Het typewerk werd op uitstekende wijze door de heren M. Clermonts, P. Hendriks en E. van Kessel.

W.M. Lindemann en Th.F. van Litsenburg, 1981
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS