Archieven

 110 Keuringsregisters militie- en keuringsraden, 1814 - 1918
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
110 Keuringsregisters militie- en keuringsraden, 1814 - 1918
Inleiding
Historisch overzicht
Zie ook W.G.M. van der Heijden, "Noord-Brabant in de negentiende eeuw. Een institutionele handleiding" (Hilversum 1993) 105-109 en "Onderzoeksgids voor defensiearchieven betreffende Noord-Brabant".
Het eerste besluit op het gebied van de nationale militie na de Franse overheersing, het Besluit met een reglement van algemeene volksbewapening, landstorm en landmilitie dateert van 20 december 1813 (Stb. nr. 14), gevolgd door het besluit van 26 januari 1814 (Stb. nr. 12). De grondwetten van 1814 en 1815 bepaalden dat er een nationale militie moest zijn. De uitwerking hiervan is neergelegd in de wetten van respectievelijk 27 februari 1815 (Stb. nr. 19) en 8 januari 1817 (Stb. nr. 1). Deze wetten zijn op 19 augustus 1861 (Stb. nr. 72) en op 2 februari 1912 (Stb. nr. 21). vernieuwd. Tussentijds en later zijn deze wetten vaak gewijzigd en zijn vele aanvullingen aangebracht. Op 4 februari 1922 (Stb. nr. 43) is de dienstplichtwet ingevoerd.
Nederland was op grond van de Militiewet (1815) verdeeld in militiedistricten. Ieder district beschikte over een militiecommissaris, een militieraad en in later tijd ook over een of meer keuringsraden. Zij waren belast met de loting en keuring van dienstplichtigen. De zorg voor de lichting van de militie was in handen van de gouverneur van de provincie.
De militieraad werd aanvankelijk bijgestaan door een geneesheer en een heelmeester, later door een burger-geneeskundige en een officier van gezondheid. Artikel 54 van de wet van 2 februari 1912 bepaalde dat de keuringsraad moest bestaan uit een hoofdofficier of een gepensioneerd opper- of hoofdofficier van de landmacht als voorzitter, een burger-geneeskundige en een officier van gezondheid.
Bij Koninklijk Besluit van 21 december 1861 (Stb. nr. 130) werd Noord-Brabant verdeeld in drie militiedistricten, met elk een eigen militieraad en militiecommissaris. Voor het eerste district werd 's-Hertogenbosch als vergaderplaats aangewezen, in 1877 uitgebreid met Tilburg, in 1907 met Oss en in 1909 met Waalwijk en Almkerk. *  Voor het tweede district werden Breda en Bergen op Zoom als vergaderplaats aangewezen, in 1907 uitgebreid met Roosendaal en in 1909 met Alphen. Voor het derde district ten slotte werden Eindhoven en Boxmeer als vergaderplaats aangewezen, in 1909 uitgebreid met Helmond en Leende.
Artikel 38 van de Militiewet uit 1912 (Stb. nr. 21) bepaalde dat in elk district een militieraad, een of meer keuringsraden en een militiecommissaris moesten worden ingesteld. Bij Koninklijk Besluit van 9 april 1912 (Stb. nr. 142) werd Noord-Brabant verdeeld in drie districten. De militieraad vergaderde in de hoofdplaats van elk district.
De militie- en keuringsraden zijn opgeheven met de inwerkingtreding van de dienstplichtwet in 1922 (Stb. nr. 43.).
De landstormwet van 23 april 1913 (Stb. nr. 149) schreef de oprichting van een landstorm voor. Dienstplichtig waren zij die niet tot de militie of landweer, noch uit andere hoofde reeds tot dienst bij de zee- of landmacht gehouden waren. De voorschriften voor de uitvoering van deze wet zijn vastgelegd in het Landstormbesluit van 12 juni 1913 (Stb. nr. 273). Volgens dit besluit bestond de ongewapende landstormdienst uit het verrichten van werkzaamheden en van diensten niet met de wapenen ten behoeve van de krijgsmacht van de Staat. De gewapende landstormdienst hield in het met de wapenen deelnemen aan de krijgsverrichtingen van de gemobiliseerde strijdkrachten. De dienstplicht bij de landstorm eindigde op 31 juli van het jaar waarin de dienstplichtige 40 jaar werd.
Het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1814-1918
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS