Archieven

 Samenvattingen van oude akten
 
 
 
 
 
11.814 oude akten sorteren op:
 
 
Pagina: 5
 
 
Regest132 1311 januari 11
Maendaegs na Dertiendach.
Schepenen van Huesdene oorkonden, dat frater Lambertus, pastoor ("persona") van Hedichusen, aan de abt van Berne heeft toegezegd hem te betalen de 34 pond, die Willem van Hedichusen aan de abt moet betalen, wanneer deze erom vraagt, ingeval Willem weigert te betalen; mocht de abt het bedrag langs de bank van lening hebben opgenomen, dan zal Willem de kosten hiervan en van de dingbank moeten dragen volgens de met frater Lambertus overeengekomen regeling - zie de akte van 25 febr. 1308, waardoor deze is gestoken - waarbij dan de waarde van het lam, dat de abdij van den Dorenbosche naar het huis van Gerard Sotkens heeft vervoerd, in mindering wordt gebracht, omdat frater Lambertus dit al heeft kwijtgescholden en als voldaan verklaard.
NB:
a. Oorspr. II. M. 10b. Los transfix van de genoemde akte van 25 febr. 1308 (reg. nr.128). De aanhangende zegels van Reiner Nennensone en Godevart Mast zijn afgevallen.
b. Getypte tekst in Map-Afschriften.
Nota. Geen paasstijl verondersteld, zie Inleiding.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest128 1308 februari 25
Up Sente-Mathijsdach.
Schepenen van Huesdene oorkonden, dat frater Lambertus, pastoor ("prochiaen") van Hedichusen, namens het klooster van Berne aan Willem van Hedichusen heeft kwijtgescholden 34 pond, die deze samen met Heineman den Couden en met Jan Willemszn volgens een schepenbrief tot een bedrag van 90 pond schuldig was; met dien verstande, dat Willem deze 34 pond schuldig blijft aan frater Lambertus, en binnen een vastgestelde tijd moet worden afgelost; zij oorkonden ook, dat Willem heeft beloofd zich hieraan te houden, en tevens, dat hij heeft beloofd, betreffende de vestiging van een schuld op onroerend goed, die zijn zoon Jan had gedaan ten opzichte van het klooster, deze zoon te doen houden aan de door frater Lambertus getroffen regeling.
NB:
a. Oorspr. II. M. 10a. De aanhangende zegels van Jan Piken (te lezen: Pikenvet) en Heijne Roest zijn met de staarten verdwenen. Met losgeraakt transfix van 11 jan. 1311 (reg. nr.132). In dorso: De Berne. Van vertiene Willems van Hedichusen.
b. Getypte afschrift in Map-Afschriften.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest105 1297 september 8
In den daghe der Gheboerte Onser Vrouwen, dat men heitet 't Onser
Vrouwenmisse ter Later.
Schepenen van Hoysden oorkonden, dat Tuleken Foyte heeft verkocht aan Jhan Brustijn (Brusten) een stuk land, de Kesserijc, op het Oudehoysdenrevelt, dat eertijds door Wouter Foyten Tylekens' broer belast was ten bedrage van 3 pond jaarlijks ten behoeve van een altaar (te Oudheusden); waarna Jhan Brustijn, om deze inkomsten van het altaar veilig te stellen, een cijns van 2 pond, waarop hij recht heeft, daarvoor bestemt, en voor het derde pond een andere, nader beschreven regeling treft.
NB:
a. Oorspr. II. N. 18b. De zegels van Arnoyt van Wijc en Jhan Pikenvet zijn afgevallen. Net een transfix van 26 okt. 1316 (reg. nr. 161).
b. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.78.
c. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr. 317.
Nota. Van deze ingewikkelde akte zijn meer uitvoerige regesten gemaakt door G. van der Velden (1982), zie Map-Afschriften.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest78 1284 december 10
Dominica post festum beati Nicholai.
Kanunniken van S. Dyonisius van Leodium oorkonden, dat zij in naam van hun bisschop J(ohannes IV van Vlaanderen) de schenking goedkeuren van het patronaatsrecht van Hesewiech aan abt en convent van B. Maria in Berna (door Walram, heer van Heeswijk),waarvan melding in de akte van 17 sept. 1284 (reg. nr.77), waardoor deze is gestoken.
NB:
a. Oorspr. II. J. 8b. Met de beschadigde zegels van de kanunniken meester Willelmus de Atrebato (van Arras) van S. Lambertus en Egidius de Insula van S. Dyonisius.
b. Afschrift van notaris Joh. Baeliart (ca. 1600); 2e afd. A. II, map 11 nr.4.
c. Auth. afschrift van notaris J. van Huppel (voor 1641); 2e afd. A. II, map 6 nr. 1c.
d. Auth. afschrift van notaris W. van Cuylenburch, 1641; 2e afd. A. II, map 6 nr.2c.
e. Vertaling van notaris W. van Cuylenburch, 7 febr. 1641, in auth. afschrift van notaris H. de Bye, 11 jan. 1707; 2e afd. A. II, map 12 nr.3 (zwaar beschadigd).
f. Vertaling (na 1641); 2e afd. A. II, map 6 nr.3c.
g. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr. 57.
h. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr. 227.
i. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.406.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest77 1284 september 17
In die beati Lamberti.
Walramus van Benthem en zijn vrouw Agnes vragen aan J(ohannes IV van Vlaanderen), bisschop van Leodium, hun schenking van de kerk van Hesewiech en het patronaatsrecht ervan aan het klooster B. Maria in Berna goed te keuren.
NB:
a. Oorspr. II. J. 8a. Het aanhangend zegel is met de staart afgevallen. In dorso: Confirmatio ecclesie de Heeswijc per episcopum. Met transfix van 10 dec. 1284 (reg. nr.78).
b. Afschrift van notaris Joh. Baeliart (ca. 1600); 2e afd. A. II, map 11 nr.3.
c. Vertaling in Bullarium Roovers (ca. 1630), blz. 111.
d. Auth. afschrift van notaris J. van Huppel (voor 1641); 2e afd. A. II, map 6 nr.1b.
e. Auth. afschrift van notaris W. van Cuylenburch, 1641; 2e afd. A. II, map 6 nr.6b.
f. Vertaling (na 1641); 2e afd. A. II, map 6 nr.3b.
g. Vertaling van notaris W. van Cuylenburch, 7 febr. 1641 (naar een tekst van 16 sept. 1532, in een auth. afschrift van notaris H. de Bye, 11 jan. 1707; 2e afd. A. II, map 12 nr.2 (zwaar beschadigd).
h. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.56.
i. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr.225.
j. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.402.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest35 1240 juni 15
Apud Traiectum in choro S. Salvatoris; in die beati Viti martyris.
Lodhewicus, proost, Wulrammus, deken, en het kapittel van S. Salvator in Traiectum oorkonden, dat zij verkocht hebben aan abt Henricus en het convent van S. Maria in Berna hun uithof ("curtis") in Berlanchem met de tienden, akkers, bezittingen, cijnzen, halfvrijen ("litones"), vasallen ("homines feodati"), weiden, beemden, visserijen, bossen, bebouwde en onbebouwde velden, en met het patronaatsrecht van Berlinchem; en verklaren daarvoor 165 pond-utrechts te hebben ontvangen, welk geld is besteed voor de tienden in Riswic bij Wic en in Oldewater; en dat het klooster hun jaarlijks 20 schelling zal betalen; met als getuigen o.a. abt Heinricus, proost Harnoldus en kanunnik Andreas, Bernenses.
nb vervolg:
k. Gedrukte tekst in O.B. Van den Bergh, I, nr.374. 1. Afschrift G. van den Elsen in Ms.-Berlicum, blz.19.
m. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.29.
n. Gedrukte tekst in O.B. Heeringa, nr.950.
o. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr. 190.
p. Tekst in Bijlage V van dit regestenboek, naar de lezing van Camps.
Nota 1. De bestemming van de 165 pond "deposuimus in decimas" wordt door Heeringa begrepen als een belegging, door Camps als lossing.
Nota 2. In de laatste regel ("Bernen") leest Heeringa: Bernensi; Hoevenaars: Bernense; Camps o.i. terecht: Bernensibus.
Nota 3. De 2 zegels van het convent van Berne zijn de oudste exemplaren en vertonen een altaar met kelk, geflankeerd door een kruisstaf en ster, met erboven een zwerende hand; het randschrift van het Heeswijks zegel luidt: SIGILLU CO(ventus de) BER(na).
NB:
a. Oorspr. II. D. 3. Aan de bovenrand van het charter staat driemaal de bovenhelft van het woord: "cirographum"; in het Archief van Oudmunster, R.A. Utrecht, nr.742, is de wederhelft van dit chirograaf bewaard.
De 10 aangekondigde zegelaars zijn: 1. de elect; 2 t/m 6. de kapittels van St. Maarten (Dom), St. Salvator (Oudmunster), St. Pieter, St. Jan en St. Marie; 7 en 8. proost en deken van St.Salvator; 9 en 10. abt en convent van Berne. Van de 10 oorspronkelijke zegels waren (maart 1982) aanwezig nrs. 3, 7 en 10; en werden los teruggevonden nrs. 2, 4, 5 en 9. Deze laatste zijn er weer aangehecht en bij deze gelegenheid zijn deze 7 voorhanden, min of meer beschadigde zegels met witte was aangevuld (R.A. Utrecht, april 1982). De zegels van abt en convent, afgebeeld in het Corpus Sigillorum nr.412 en 410, zijn die van de Utrechtse chirograaf. In plaats van de aangekondigde, achtste zegelaar: de deken van St. Salvator (=2e oorkonder!) heeft gezegeld Reimarus, de proost van St. Pieter; diens zegel ontbreekt bij het Heeswijks exemplaar, maar is bij het Utrechtse bewaard. Vanwege plaatsgebrek zijn de staarten van de zegels van abt en convent van Berne over elkaar heen aangebracht en kruisen zij elkaar.
b. Auth. afschrift van notaris J. van Huppel, 16 sept. 1632. Bij oorspr.
c. Auth. gezegeld afschrift van notaris W. Cuylenburg, 1641. Bij oorspr.
d. Eenv. afschrift van b. (ca.1600). Bij oorspr.
e. Eenv. afschrift, (naar oorspr.?) (16e eeuw). Bij oorspr.
f. Eenv. proeve van vertaling van c. (17e eeuw). Bij oorspr.
g. Auth. afschrift van notaris Joh. Baeliart (ca.1600). 2e afd. A. 11, map 11.
h. Vertaling van notaris W. Cuylenburch, 14 febr. 1641, in auth. afschrift van notaris H. de Bye, 11 jan. 1707. 2e afd. A. 11, map 12.
i. Afschrift in Bullarium Roovers (ca. 1630), blz.92-94.
j. Afschrift in Groot-Ms. Van Alkemade, 1709, f.55.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest30 (1235) juli 17
Wormatie; 17 julii; octava indictione.
Fredericus (II), Rooms keizer, draagt aan Henricus (I), hertog van Brabantia, op, het klooster Berna bescherming te verlenen.
NB:
a. Eenv. afschrift op papier, begin 17e eeuw; II. C. 2.
b. Gevidimeerd in een gezegelde Brusselse schepenakte van 22 nov. 1647; II. O. 2. Volgens dit vidimus was het oorspronkelijk gezegeld sigillo in cera alba cum inscriptione et effigie dicti imperatoris dependente ex cordis sericis coloris rubri et viridis.
c. Afschrift in Groot-Ms. Van Alkemade (1709), f.51r.
d. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr. 127.
e. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr.75, met verantwoording van de datering. [Litt.: G. v.d. Velden: M.G.T. 40 (1990), blz. 41-143]
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest28 (kort voor 1233).
Albertus, heer van Kuch, beoorkondt en bevestigt vroegere schenkingen door Albert van Dinthere en Almericus van Hesewic - en herhaalt hierbij nagenoeg letterlijk de akte van (ca.1205) (reg. nr.12) - waarna hij uitvoerig de gemeente ("communitas") omschrijft van Dinther, Heeswijk en Bernhese; vermeldt andere schenkingen door Albert van Dinther en anderen; geeft een uitvoerige omschrijving van de grenzen van Bernhesermade en Loosbroek; waarna in de testificatio een vroegere ontmoeting in Hesewic wordt beschreven, tussen 1 en 6 januari, van heer Hubertus van Hesewic, heer Bernier en Heinricus (van Kuyc), vader van de oorkonder, toen een wild zwijn werd gevangen en twee knechten bijna verdronken.
NB:
a. Oorspr. I. G. 2a. Het charter is scheef gesneden. Het zegel van de oorkonder ontbreekt.
b. Afschrift in proeve van vidimus van (1295) (reg. nr.103).
c. Gevidimeerd in de akte van 8 juli 1384 (reg. nr.417, voorl. nr.).
d. Afschrift in Bullarium Roovers (ca.1630), blz.113-115.
e. Afschrift van G. van den Elsen in Ms. Heeswijk en Dinther, blz.20-25.
f. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.15.
g. Gedrukte tekst (slecht) in O.B. De Fremery, nr.48.
h. Gedrukte tekst in Niermeyer (zie regest nr.8, onder de letter 1) in zijn Bijlage C.
i. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.173.
j. Literatuur: G. van der Velden, Bernheze en de Abdij van Berne, in: Brabants Heem 32 (1980), blz. 119 evv.; vooral blz. 123.
Nota. Dr. M. Gijsseling dateerde het "hoogst belangrijke stuk" XII-B (1947); J. van Cleemput achtte het later geschreven, vooral vanwege de woordvorm: Bernier.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest27 (1231 maart 21 - 1232 april 10)
Anno 1231.
Heinricus (I), hertog van Lotharingia en Brabancia, oorkondt, dat hij aan het convent van Berna, tot zieleheil van hemzelf en van zijn huidige en toekomstige kinderen en vrienden, geschonken heeft het patronaatsrecht van de kerken van Orten en Busco, met behoud echter van het bezit en gebruik, dat heer Th(eodericus), de vroegere investiet, en heer Leonius de Bruxella, de huidige investiet, nog hebben gedurende hun leven; alsook zijn uithof ("curtis") met visvangst en weide; alsmede het verlof, om de tienden, die hij verpand heeft, te lossen, onder voorbehoud, dat de hertog deze voor dezelfde prijs zal kunnen terugkopen; tenslotte vrijheid van tol in zijn land en hun persoonlijke bescherming; met als getuigen o.a. Arnoldus, abt van Antwerpia, Egidius [Egricus], abt van Tongherlo, en Walterus, abt van Berna.
NB:
a. Oorspr. II. C. la. Het zegel van de hertog ontbreekt; dat van zijn zoon Henricus wordt wel aangekondigd, maar is niet aangebracht. In dorso: Quod ecclesia (toegevoegd: de Orten et) de Busco spectat ad conventum Bernensem et quod sumus liberi a theloneo in Brabantia at Lotheringia.
b. Gevidimeerd in de akte van 9 jan. 1345 (reg. nr.226).
c. Auth. afschrift van notaris Johannes Hogardi Kelders, 10 apr. 1598; op papier; II. C. lc (vroeger II. C. 5).
d. Afschrift in Bullarium Roovers (ca.1630), blz.82.
e. Gedrukte tekst in Opera Dipl. van Miraeus-Foppens, III, (1738) p.91.
f. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.26.
g. Vermelding in O.B. De Fremery, nr.67.
h. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr.159, met bovenstaande datum.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
 
 
Regest11 (ca.1200)
In prefata ecclesia (Bernensi) super altare B. Marie.
Johannes (I), heer van Husden, oorkondt, dat hij met instemming van zijn zonen heer Arnoldus en Johannes, tot nagedachtenis van hem, zijn vrouw wijlen Aleydis, zijn ouders Arnoldus (I) en Justina en zijn voorgangers aan het klooster van Berna het privilege schenkt, om tolvrij door zijn gebied te varen en te trekken, er te kopen en te verkopen, en vrij te zijn van alle rechtsvordering; en dat hij dit privilege in tegenwoordigheid van het convent op het Maria-altaar heeft aangeboden.
NB:
a. Oorspr. I. E. 4a. Van de zegel is de staart overgebleven en een los restant, nl. de achterhelft van de zegel. Hoevenaars (ca.1900) meldt, dat er nog een los, fragiel restant van zegel aanwezig was met het rad van Heusden en enige letters; De Fremery (1901) ziet slechts letters van het randschrift, geen wapenschild; In dorso: Quod (sumus?) ab omni exactione libri ratione domini de Hoesden.
b. Gevidimeerd in de akte van 17 sept. 1375 (reg. nr.370).
c. Gevidimeerd in de akte van 27 jan. 1405 (reg. nr.493, voorl. nr.); zie de nota over het zegel bij dat regest.
d. Auth. afschrift van notaris Remboldus Ketelair (ca.1600) op perkament, waarop ook - erboven - auth. afschrift van de akte van 10 mei 1407 (I. E. 4d), waarbij graaf Willem VI van Holland alle vorige privileges van de graven van Holland, en van de heren van Heusden en Altena bevestigt (afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.336).
e. Eenv. afschrift (ca.1600), op papier, van d.; I. E. 4e.
f. Afschrift in Bullarium Roovers (ca.1630), blz.74.
g. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.35.
h. Gedrukte tekst in O.B. De Fremery, nr.24.
Nota. Literatuur over de Heren van Heusden: J. Coldewey, Arnold van der Sluis, ridder, zijn afkomst en nageslacht (ca.1245-1296), in: De Nederlandsche Leeuw 84 (1967), kolom 361-378.
Bekijk archieftoegang:
Zie ook
 
 
 
Pagina: 5
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS