skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Archieven

 7528 Streekgewest Brabant-Noordoost, 1987-2001
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Korte historische terugblik
7528 Streekgewest Brabant-Noordoost, 1987-2001
Inleiding
Korte historische terugblik
Het streekgewest Brabant Noordoost was een bijzonder stukje overheid, men sprak van verlengd lokaal bestuur. Het was een samenwerkingsverband van de 27 gemeenten in Noordoost Brabant. Te weten: Beers. Berghem, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Erp, Geffen, Grave, Haps, Heesch, Heeswijk-Dinther, Lith, Megen, Mill, Nistelrode, Nuland, Oeffelt, Oploo, Oss, Ravenstein, Schaijk, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel, Vierlingsbeek, Wanroy en Zeeland.

De grondslag van het Streekgewest was de wet Gemeenschappelijke Regelingen van 1985.

Het Streekgewest is op 01-07-1987 officieel van start gegaan. Het gebied van 27 gemeenten telde ongeveer 230 steden, dorpen, gehuchten en buurtschappen. In 1987 tezamen 290.000 inwoners. In 1995, 310.000 inwoners. De totale oppervlakte van het gebied bedroeg ruim 96.000 ha. Het was het grootste intergemeentelijk samenwerkingsverband in het zuiden van ons land.
Welke ontwikkelingen gingen eraan vooraf.
In de provincie Noord Brabant met veel kleine gemeenten was de bestuurlijke sprong van provinciaal naar lokaal niveau vrij groot. Op grond van allerlei aspecten was het efficiënter om bepaalde gemeentelijke diensten gemeenschappelijk te regelen. Bijvoorbeeld op het terrein van, de gasdistributie, het ophalen van en de verwerking van huishoudelijk afval, de gezondheidsdienst, het archief, de recreatievoorzieningen, bouw en woning toezicht, de zorg voor woonwagenbewoners. Er was sprake van een zogenaamd 'bestuurlijke regionaal gat'. Deze bestuurlijke leemte werd opgevuld, doordat gemeenten om praktische redenen onderling gingen samenwerken. Vaak werd voor elke gemeentelijke samenwerkingstaak een aparte regeling getroffen. Door het steeds groter wordende aantal gemeenten dat ging samenwerken op een bepaald onderdeel, ontstonden later grotere gemeenschappelijke regelingen. Ze kregen de naam gewesten, met een breder takenpakket.
Zo ontstond het Streekgewest Land van Cuijk in 1970, het Stadsgewest Oss in 1973, het Samenwerkingslichaam Regio Uden- Veghel in 1976. Het werd een grote lappendeken, met veel te veel regelgeving en aparte taken. De maatschappij werd ingewikkelder, problemen complexer en breder, ook voor de gemeenten. Het aantal bovenlokale onderwerpen nam toe. Er moest een landelijke oplossing komen. Er moest een einde worden gemaakt aan de wirwar van regelingen.
Na veel discussie over mini provincies en agglomeraties trad op 1 januari 1985 de nieuwe Wet Gemeenschappelijke Regelingen in werking.
Gemeenten moesten meer gaan samenwerken. Per gebied bundeling van gemeenschappelijke regelingen onder één bestuur. Zo ontstonden in Nederland 61 samenwerkingsgebieden. Men noemde dit: verlengd lokaal bestuur. Er werd naar gestreefd om op 01-01-1990 dit doel te bereiken.

Vanuit de bestaande oude gewesten in Noordoost Brabant kwam in 1986 het initiatief om met een structuurcommissie aan de totstandkoming van het nieuwe Streekgewest Brabant Noordoost te gaan werken. Op 1 juli 1987 had de commissie haar taak volbracht. Het Streekgewest Brabant Noordoost was daarmee één van de eerste nieuwe openbare lichamen in Nederland.

Het Streekgewest voerde geen eigen beleid. Het voerde uit wat door de gemeenten was opgedragen. Met de bedoeling in de toekomst het takenpakket uit te breiden. Vooreerst was het een overlegplatform met onderwerpen van boven- gemeentelijke aard. Zoals ruimtelijke ordening, volkshuisvesting,
verkeer, milieu, basisgezondheidszorg, afvalverwerking, onderwijs en cultuur.
Al gauw kwam het tot het toedelen van taken met uitvoerende bevoegdheden aan het nieuwe bestuur.
Op terrein van:
- De basisgezondheidszorg, Gewestelijke Gezondheidsdienst Noordoost Brabant.
- De organisatie van de inzet van ambulances. Hetgeen niet zonder grote problemen verliep.
- Subsidiëring van de onderwijsbegeleidingsdienst met vestigingen te Oss, Veghel en Cuijk. Het volwassenen onderwijs, vorming van een Regionaal Opleiding Centrum, ROC de Leygraaf.
- Het samenvoegen van de dienst Bouw- en Woningtoezicht Kring Heesch en de Dienst Gemeentewerken Land van Cuijk.
- Het stimuleren van bedrijvigheid en werkgelegenheid. In de vorm van Stichting Bedrijfscontact Brabant Noordoost.
- De niet te onderschatten problematiek van de regionale afvalverwerking.
- De bundeling van de sociale werkvoorzieningschappen onder een bestuur.
- Bundeling van regionale archiefdiensten.
- De woonwagenproblematiek. Instelling liquidatiecommissie.
- Recreatieve voorzieningen, Slabroek, Lithse Ham, Geffense Bosjes, aanleg fietspaden e.a.

Het streekgewest was een verlengd lokaal bestuur. Dit hield in dat de 27 gemeenteraden het voor het zeggen hadden. Deze gemeenteraden waren ieder afzonderlijk naar grootte van de gemeente, door een of meer afgevaardigden vertegenwoordigd in de streekraad. De raad bestond oorspronkelijk uit 77 leden. De streekraad vergaderde minimaal 3 keer per jaar.

Daarnaast was er een dagelijks bestuur, bestaande uit 7 personen, gekozen uit de streekraad. Binnen het dagelijks bestuur was onderling een portefeuilleverdeling afgesproken.

Op het handelen van de streekraad e.a. was politieke controle. Door de mogelijkheid om de betreffende afgevaardigde ter verantwoording te roepen of om inlichtingen te vragen. Indien betrokkene niet meer het vertrouwen bezat, kon de raad hem ontslaan als lid van de streekraad.

Het opzetten van een dergelijke grote organisatie kostte enorm veel geld. Een nauwe relatie met betrokken gemeenten gold dan ook voor het te voeren financieel beleid. Bij wet was voorgeschreven dat de gemeenteraden op de begroting van het streekgewest ruimschoots commentaar moesten kunnen geven voordat deze door de streekraad werd vastgesteld. Hiervan werd regelmatig door de gemeenten gebruik gemaakt. De financiering van het gewest werd bekostigd door de 27 gemeenten, naar rato van het aantal inwoners.

Voor overstijgende taken op het terrein van bijvoorbeeld de gezondheidszorg of het milieu, kon men een financiële bijdrage van het Rijk of de Provincie krijgen.

Een of meer gemeenten konden verzoeken om één bepaalde taak uit te voeren, de zogenaamde verzoektaak. Voor de uitvoering van de "verzoektaken" betaalden alleen de gemeenten die dit hadden opgedragen aan het gewest een extra bijdrage.
Voorbeelden:

- Liquidatie Woonwagenschap Noordoost Noord Brabant.
- Intergemeentelijke Instituut Kunstzinnige Vormgeving Land van Cuijk.
- Beheer van diverse recreatiegebieden. Geffense Bosjes, strandbad Lithse Ham, Maasoevers.
- Afvalinzameling Land van Cuijk.
- Subsidiëring Welzijnsinstellingen deelregio Oss.

De Streekraad stelde voor een aantal taken commissies van advies in. Ook werden er commissies met een vaste uitvoerende taak ingesteld. Daarnaast waren er overlegorganen van gemeentelijke portefeuillehouders, bijgestaan door de secretaris van het streekgewest.




De ambtelijk organisatie kreeg meer gestalte naarmate er taken bijkwamen. Het aantal ambtenaren groeide uit tot 550 medewerkers, verdeeld over vier diensten.

1 Dienst Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu, VROM.
Gesplitst in:
* Afdeling techniek.
Het geven van ondersteuning en adviezen aan de medewerkers van gemeenten bij civieltechnische aangelegenheden op het terrein van: Weg- en waterbouw, riolering en grondzaken. Gebouwenbeheer, renovatie en restauratie en landmeten.
* Afdeling Milieu:
Deze behandelde ondermeer zaken op terrein van afvalstoffenverwijdering, de wijze van ophalen en scheiding huishoudelijk afval, beheer afvalverwerkingslocaties te Oss en Haps. Sluiting en nazorg van oude vuilstortlocaties.

2 Gewestelijke Gezondheidsdienst, GGD.
Onderverdeeld in diverse bedrijfsonderdelen, waaronder de centrale post ambulancedienst, CPA.

3 Dienst Integrale Bedrijven Noordoost Brabant, het IBN.
Een samenvoeging van re-integratiebedrijven in de regio.
Bestaande uit:
- Niet Werkplaats Objecten, onderdeel van de industriële werkplaatsen, het NIWOB.
- Het Werkvoorzieningsschap Veghel en omgeving, het WEVEO.
- Samenwerkings Orgaan Sociale Werkplaatsen Regio Oss en Cuijk, het SAWOR.

4 Bestuursdienst.
Bestaande uit: het algemeen secretariaat, de afdeling financiën, de interne dienst en de streekarchiefdienst.

Daarnaast werkte het bestuur van het streekgewest nauw samen met:
- NV Bedrijfscontact voor de uitvoering van het streekgewestelijk sociaal- economisch beleid.
- De Stichting Onderwijs Begeleidingsdienst Noordoostelijk Brabant, OBD.
NB. Het streekgewest bepaalde ieder jaar de hoogte van de financiële bijdrage van de gemeenten aan dit instituut.
Op 17 december 1993 bepaalde de provincie Noord-Brabant dat er vier gewesten in Brabant zouden overblijven. Dit zou betekenen dat het Streekgewest Brabant Noordoost moest fuseren met het Stadsgewest 's-Hertogenbosch. Dit plan werd achterhaald door andere initiatieven.

Na de gemeentelijk herindeling van 01-01-1994, bleven er zestien gemeenten over. De gemeenschappelijke regeling moest op diverse punten worden aangepast. Zo daalde het aantal streekraadsleden van 77 naar 63.

Naar aanleiding van de kabinetsnotitie, gepubliceerd d.d. 13-03-1995 'Uitgangspunten vernieuwing bestuurlijke organisatie', werd aan de participerende gemeenten gevraagd om zich te beraden over het toekomstige takenpakket. Met als leidend motief 'stel centraal een zo sterk mogelijk lokaal bestuur'. Na de gemeentelijke herindeling was de bestuurlijke en ambtelijke capaciteit per gemeente aanmerkelijk vergroot. Bepaalde gemeenschappelijke taken konden bij de gemeenten worden ondergebracht. Daarnaast bleven er een aantal taken over, die beter niet afzonderlijke door één gemeente kon worden verricht. Zoals milieuzorg, gezondheidszorg, archiefzorg, sociale werkvoorziening, volwasseneneducatie. Het is dus logisch dat het beeld veranderde. Medio 1995 begon in de landelijke politiek de discussie over toekomst van de gewesten. Dit was onder meer gebaseerd op de traditionele grondgedachte van ons staatsbestel dat bestaat uit drie bestuurslagen rijk, provincie, gemeente. Het wegvallen van de gewestfunctie zorgde voor onrust onder het gewestelijke personeel. Hoe nu verder!
Om te komen tot een verantwoorde herstructurering van de intergemeentelijke samenwerking, werd in 1997 het principebesluit genomen om het streekgewest per 01-01-1998 op te heffen. Dit alles gebeurde in een bestuurlijke stroomversnelling. De pas heringedeelde gemeenten waren druk bezig met het reorganiseren van hun eigen ambtelijke organisatie.
Er bleef daardoor niet veel ruimte over om het boventallige personeel van het streekgewest over te nemen. De medewerkers van het streekgewest kwamen voor de keuze te staan: overstappen, ontslag nemen of gebruik maken van de VUT regeling. Een enkeling begon een eigen bedrijfje met een financiële inkomensgarantie voor vijf jaar.
De vertegenwoordigers van vakbonden, advocaten en personeels- adviseurs hebben hun handen vol gehad om een passende oplossing te zoeken voor betrokkenen. Helaas lukte dit niet voor iedereen. Dit tegen de achtergrond dat men als ambtenaar tien jaar eerder met een gunstig loopbaan perspectief en het nodige enthousiasme bij het streekgewest in dienst was gekomen.
De streekraad besloot op 3 februari 1997 tot verzelfstandiging van vier grootschalige taken: archief, gezondheidszorg, milieu en werkvoorziening. Verder werd voor een aantal kleinere beleidsterreinen voorzien in specifieke samenwerkingsvormen.
De gemeente Oss werd na februari 1997 aangewezen als 'scharnierpunt' voor het afhandelen van lopende gewestelijke zaken. Het betrof bundeling en afstemming van ambtelijke reacties/adviezen en communicatie naar de bestuurders.
In de Streekraad van 15-12-1997 werd besloten tot beëindiging van de aan het Streekgewest opgedragen taken en instandhouding van de bestuursorganen na 01-01-1998.

Het verzelfstandigingsproces van afdelingen van de dienst Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu werd in 1998 in gang gezet. Er ontstonden twee bedrijven; Adviseurs en Ingenieurs Bureau Zuidoost, ADVIN en het Regionaal Milieubedrijf, RMB.

- Het definitieve besluit tot herstructurering en opheffing Streekgewest Brabant Noordoost werd op 13 februari 2001 genomen.
- De provincie Noord-Brabant ging op 25 juli 2002 akkoord met het besluit tot liquidatie van het Streekgewest Brabant Noordoost.
Bewerking archief
De Liquidatiecommissie Woonwagenschap Noordoost Noord-Brabant.
Aanwijzingen voor gebruik inventaris
Overzicht van de onder het Streekgewest Brabant Noordoost ressorterende archiefvormende diensten, afdelingen:
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2074 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS