skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Archieven

 305 Familie Van de Mortel - De La Court, 1384 - 1978
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
305 Familie Van de Mortel - De La Court, 1384 - 1978
Inleiding
Historisch overzicht
De geslachten Van de Mortel en De la Court

Over de geslachten Van de Mortel en De la Court is reeds geschreven in diverse publikaties. *  Dit overzicht bevat slechts gegevens die van belang zijn voor het raadplegen van de inventaris van het familiearchief Van de Mortel- De la Court.

In 1896 werd in 's-Hertogenbosch het huwelijk gesloten tussen jonkvrouwe Cecilia de la Court, dochter van jonkheer Josephus de la Court, heer van Onsenoort en Nieuwkuijk, en Joannes van de Mortel. Dit huwelijk vormde de basis voor de latere vereniging van de archieven van de families Van de Mortel en De la Court. Beide geslachten stammen uit de Belgische provincie Limburg. * 
Hubertus van de Mortel, die getrouwd was met Johanna Ingels, kleindochter van de componist Jan Pieterszoon Sweelinck, vestigde zich in Amsterdam rond 1700. Zijn kleinzoon Franciscus trouwde in 1749 met Johanna Ransecremer uit 's-Hertogenbosch. Vanaf deze generatie Van de Mortel zijn er archiefbescheiden bewaard gebleven in het archief. Josephus, Franciscus jongste zoon, vestigde zich na zijn huwelijk met Maria Portmans in Boxmeer. Hun oudste zoon Joannes was achtereenvolgens rechter bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch, raadsheer en later president van het Provinciaal Gerechtshof in Noord-Brabant. Hij was getrouwd met Johanna van Rijckevorsel en woonde op de "Gele Hoeve" te Rosmalen. Hun oudste zoon Victor vestigde zich als notaris te 's-Hertogenbosch en huwde in 1835 Catharina de Mahie. Victor was de vader van de eerder genoemde Joannes van de Mortel die trouwde met Cecilia de la Court.

In het midden van de 18de eeuw vestigde de familie De la Court zich in Nederland, eerst in Gemert en later in 's-Hertogenbosch. In 1753 werd Peter de la Court benoemd tot sekretaris, later tot drossaard en schout van Gemert. Zijn zoon Paulus de la Court, in 1760 te Gemert geboren, vestigde zich in 1787 als advokaat in 's-Hertogenbosch. De start van een veelzijdig politiek leven kwam voor hem na de bezetting van Staats-Brabant door de Fransen. * 
In 1795 was hij Secretaris-Griffier van de Opperadministratie van de Provisionele Representanten van Bataafs Brabant. In 1796 werd hij gekozen tot lid van de Nationale Vergadering. Van 1798 tot 1799 en van 1801 tot 1802 was hij lid van het Departementaal Bestuur van de Dommel en van 1802 tot 1807 lid van het Departementaal Bestuur van Brabant. Tot aan de inlijving in 1810 van Brabant bij het Franse Keizerrijk en de vorming van het Departement des Bouches du Rhin vervulde hij de funktie van landdrost van Brabant. In 1810 werd hij Receveur-Général van het genoemde departement, in 1814 wijzigde de naam van dit ambt in dat van Ontvanger-Generaal in de Provincie Noord-Brabant. In 1823 werd hij Administrateur van 's-Rijksschatkist in Noord-Brabant tot 1829, terwijl hij van 1830 tot 1840 tenslotte lid was van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. * 

Paulus was gehuwd met Maria Johanna van Bommel. *  In 1823 werden hij en zijn nakomelingen verheven in de adelstand met het predikaat jonkheer, jonkvrouw. *  Leopoldus de la Court was evenals zijn vader Administrateur van 's-Rijksschatkist in Noord-Brabant. Hij huwde Julia Halfwassenaer van Onsenoort. *  Hun oudste zoon Joseph was de vader van genoemde Cecilia de la Court en van Arnold en Emanuel de la Court, die beiden ongehuwd stierven. Arnold liet zijn bezittingen na aan de universele erfgenaam Jan van de Mortel.
Jan van de Mortel was een zoon van Joannes van de Mortel en Cecilia de la Court. Hij trouwde in 1922 te Roermond met jonkvrouw Elisabeth Michiels van Kessenich. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: in 1924 Sabine en in 1926 Jan Hein. Het huwelijk werd in 1946 ontbonden. Jan van de Mortel studeerde rechten in Utrecht en Nijmegen. In 1929 werd hij benoemd tot burgemeester van Noordwijk. Deze funktie bekleedde hij tot 1946 met een onderbreking van twee jaar gedurende de oorlog. Tijdens deze twee jaar schreef hij de dissertatie "De positie van den landdrost van 1807 tot 1810" waarop hij in 1945 promoveerde. *  In 1946 werd hij benoemd tot Consul Generaal der Nederlanden te Chicago en van 1958 tot 1962 bekleedde hij deze funktie te Antwerpen. Hij was ridder IIe klasse van het Malthezer Kruis van Verdienste, Commandeur in de Orde van Leopold II van België, ridder in het Legioen van Eer, officier in de orde Oranje-Nassau en commandeur in de Orde van de Kroon van België. Jan van de Mortel en zijn vrouw onderhielden een nauw kontakt zowel met het Nederlandse als het Belgische Hof.

In de inventaris zijn genealogische overzichten opgenomen van de familie Van de Mortel (blz. 7), de familie De la Court (blz. 59 en 60) en van de aanverwante families Halfwassenaer (blz. 122), Van Bommel (blz. 85), Vercamp (blz. 93), Van Kessel (blz. 105 en 106) en Van Engelen (blz. 131). Tevens is onder inventarisnummer 2056 een kwartierstaat opgenomen van de familie Van de Mortel. De genealogische overzichten en de kwartierstaat werden vervaardigd door mevrouw P. Kroes. (Zie de bijlagen in deze inleiding. BHIC)
Het landgoed Baast

Het landgoed Baast is gelegen in Oost-, West- en Middelbeers, Diessen en Oirschot. De eerste vermeldingen van het landgoed staan in verband met de abdij van Tongerloo, die in 1207 het patronaat van de Andreaskerk in Oostelbeers verkreeg. *  In de jaren daarop volgend breidde deze abdij haar grondgebied uit in de streek rond Oostel-beers. De oudst bekende vermelding van het landgoed Baast dateert uit 1317. *  De naam Baast ziet men ook wel vermeld als huis of landerijen "te Baast", landhuis "de Baast" en "Baasterhoeve". Een van de hoeven, die in een verkoopakte van 1774 van het landgoed met naam genoemd wordt, droeg de naam van de Baasterhoeve of Bisschopshoeve. *  Het landhuis zelf werd toen "Den Spijcker" genoemd. Sinds enige jaren spreekt men van het landgoed Baest, het Huis te Baest en de boerderijen worden genoemd de Baesterhoeven.
Aan het eind van de 16de eeuw kwam het landgoed in het bezit van de bisschop van 's-Hertogenbosch. *  Het landhuis was destijds "omringd door aangename dreven, visrijke vijvers en fraai houtgewas". *  Na de verovering van 's-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik nam de wereldlijke overheid kerk- en kloostergoederen in beslag waarvan velen vervolgens verkocht werden aan particulieren. Zo kwamen in 1660 mr. Johan Gans, pensionaris van 's-Hertogenbosch, en Peter Schuyl, rentmeester van de geestelijke goederen, in het bezit van het landgoed Baast. * 

In 1774 verkochten Jan Hendrik van der Does en zijn echtgenote Margeretha Bosschart voor schepenen van 's-Hertogenbosch het landgoed aan Johan van Bommel. Het landgoed werd omschreven als: "De Heerenhuysinge genaamt den Spijcker met zijne hove en gronden met de twee considerabele groote daarbij gehoorende hoeven lands van ouds genaamt de Baaster- of Bisschopshoeven, waarvan de voorste gebruyckt wordt bij Joseph Dirk Merks en de agterste bij Jan van Antwerpen". * 
De weduwe van Johan van Bommel, Maria Agnes Vercamp, liet het landgoed na aan vier van haar vijf kinderen, Elisabeth, Petrus, Gerardus en Maria, die het landgoed in 1818 verdeelden. *  Maria van Bommel was gehuwd met Paulus de la Court. Op deze wijze kwam een vierde gedeelte van het landgoed in handen van de familie De la Court. Het duurde tot 1848 voordat het landgoed weer aan één eigenaar kwam. In 1825 kochten de kinderen van Paulus de la Court van genoemde Elisabeth en Gerardus van Bommel de helft van het oorspronkelijk landgoed. Het laatste kwart volgde via de nalatenschap van Petrus van Bommel in 1825. * 
Paulus de la Court had vier kinderen, Cornelia, Josephus, Johanna en Leopoldus. Cornelia en Josephus stierven kinderloos in respektievelijk 1831 en 1842. Na het overlijden in 1847 van Johanna deed haar man Louis Prosper Meunier afstand van zijn rechten op het landgoed ten gunste van zijn schoonvader Paulus. *  Na het overlijden van Paulus in 1848 werd Leopoldus dan ook eigenaar van het hele landgoed. Zijn zoon Willem volgde hem op. In 1913 moest hij enige percelen land afstaan voor de aanleg van het Wilhelminakanaal, waardoor het landgoed in tweeën gedeeld werd. In hetzelfde jaar overleed hij en liet het landgoed na aan Arnold en Emanuel de zonen van zijn overleden broer Joseph. Tussen deze twee broers zou een boedelscheiding plaats vinden, maar tijdens de onderhandelingen in 1917 stierf Emanuel. Arnoldus overleed in 1932; evenals Emanuel was hij kinderloos. Het landgoed verviel toen aan zijn neef Jan B.V.M.J. van de Mortel. Diens zoon Jan Hein van de Mortel is nu eigenaar van het landgoed Baast.
Het huis wordt thans omschreven als: "Een eenvoudig landhuis met laagzadeldak tussen sluitgevels aan de korte zijden en torentje op het dak, geheel verbouwd en vergroot in 1854". *  Het huis te Baest wordt sedert 1967 opnieuw gerestaureerd.
De heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk

De heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk is slechts voor korte tijd in het bezit geweest van de familie De la Court. Het zou te ver voeren hier uitgebreid op de geschiedenis van deze heerlijkheden in te gaan. * 
De heerlijkheid kwam in het bezit van de familie De la Court door het huwelijk in 1833 van Leopoldus de la Court en Julia Halfwassenaer van Onsenoort. Julia Halfwassenaer kreeg de bezitting na de dood van haar broer Franciscus in 1853. *  Haar grootvader, Bernardus was in 1771 gehuwd met Petronella van Engelen. *  In 1808 werd hij door koning Lodewijk Napoleon tot ridder der Unie benoemd onder de naam Halfwassenaer van Onsenoort. *  Bernardus erfde de heerlijkheid van zijn vader Joannes, zoon van Adam en Sophia van der Linden, die in 1743 de heerlijkheid gekocht had van Philips Hoeuft. * 
Zoals reeds vermeld erfde Willem de la Court het landgoed Baast van zijn vader. Zijn broer Joseph erfde na de dood van zijn moeder, Julia Halfwassenaer, de heerlijkheid Onsenoort en Nieuwkuijk in 1892. *  Deze Joseph was de eerste De la Court op wiens naam de heerlijkheid kwam, maar ook de laatste. In 1903 was hij genoodzaakt de heerlijkheid te verkopen om een dreigend faillissement te voorkomen. * 
Het archief en de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen: genealogiën
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1384-1978
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2054 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS