Archieven

 200 Familie van Lanschot, 1294 - 1982
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Geschiedenis van het archief en inventarisatie
200 Familie van Lanschot, 1294 - 1982
Inleiding
Geschiedenis van het archief en inventarisatie
Geschiedenis van het archief

De in deze inventaris beschreven archieven zijn op verschillende plaatsen gevormd. Het oudste stuk dat betrekking heeft op een lid van het geslacht Van Lanschot is een staat van gelden uit 1669, behorende tot de nalatenschap van de overgrootvader (Cornelis Pauwelszn. van Lanschot, 1603-1669) van de stichter van de klein- en groothandel in koloniale waren, Cornelis van Lanschot. De andere stukken dateren uit de achttiende, negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Het gaat hier om een collectie van persoonlijke archieven die in de verschillende woonhuizen van de archiefvormers tot stand zijn gekomen. Eén pand heeft echter centraal gestaan bij de archiefvorming en dat was het woonhuis, De Gulden Ketel genaamd, der firmanten aan de Markt te 's-Hertogenbosch. Vanuit dit pand gaven zij leiding aan hun bedrijf. Hier kwamen de lijnen van bedrijf en privé samen. Het bedrijfsarchief is tot 1880 op die plaats gevormd en bewaard. Het pand De Gulden Ketel werd samen met de aangrenzende panden De Hemel en Het Wit Lam door de oprichter van het familiebedrijf, Cornelis van Lanschot (1711-1789), gekocht. De Gulden Ketel werd achtereenvolgens bewoond door Cornelis (van 1744 tot 1767), Godefridus (1767-1799), Franciscus A.A. (1799-1851), Augustinus Cornelis (1852-1874); zijn vrouw Maria Helena Oomen blijft er tot aan haar dood in 1889 wonen. In 1879 kocht de toenmalige firmant Godefridus Ludovicus Hubertus van Lanschot (1835-1907) het pand De Zijden Spek aan de Hoge Steenweg te 's-Hertogenbosch. Een jaar later werd het kantoor van de Gulden Ketel aan de Markt naar de Steenweg overgebracht. In 1881 stopte de goederenhandel en ging het bedrijf zich uitsluitend toeleggen op bankzaken. Na de dood van Maria Helena Oomen kwam De Gulden Ketel in handen van Augustinus J.A. van Lanschot.
Firmant Johannes Maria Godefridus van Lanschot (1900-1983) heeft zich samen met medefirmant mr. Henri Lodewijk Benedictus Joseph Maria van Lanschot (1904-1978) beijverd voor het bij elkaar brengen van archivalia die betrekking hebben op het geslacht en het bedrijf Van Lanschot op het hoofdkantoor aan de Hoge Steenweg te 's-Hertogenbosch. In 1986 werd het bedrijfsarchief voor zover dat was gevormd in het pand De Gulden Ketel aan de Markt te 's-Hertogenbosch samen met die archivalia die tot het familiearchief worden gerekend en die zich bevonden in het hoofdkantoor aan de Hoge Steenweg in bewaring gegeven aan het Rijksarchief in Noord-Brabant.
Verantwoording van de inventarisatie

Alvorens met de definitieve inventarisatie werd begonnen was het familiearchief deels ontsloten via een voorlopige inventaris onder de titel: Voorlopige inventaris Dokumentenbezit Geslacht Van Lanschot. Deze is vervaardigd door F.G.G. Govers waarbij hij voortborduurde op de in de jaren vijftig op persoonlijke titel begonnen inventarisatie door drs. J.A. ten Cate chartermeester aan het Rijksarchief in Noord-Brabant. Ten Cate heeft dit projekt nooit afgerond. Toen Govers aan het einde van de jaren zestig in opdracht van de firma Van Lanschot begon aan een studie naar het bedrijf en het geslacht Van Lanschot, die uitmondde in de dissertatie Het Geslacht en de firma F. van Lanschot, 1737-1901 (Tilburg 1972) heeft hij deze voorlopige inventarisatie voltooid, zodat de archivalia voor zijn onderzoek toegankelijk werden. Hij bracht een onderscheid aan tussen familie-archief en bedrijfsarchief. Deze inventarisatie plaats volgens het zogeheten 'pertinentiebeginsel', oftewel ordening naar onderwerp. Criteria voor te maken beschrijvingen waren het 'belangrijkste' inhoudelijke aspect van een archiefstuk, namen van personen en namen van instellingen die in de stukken voorkomen.
Door deze manier van inventariseren is de oorspronkelijke structuur van het archief verloren gegaan en is een moeilijk toegankelijke brei van stukken ontstaan. Daarom is besloten tot een grondige herinventarisatie, waarbij geprobeerd is een ordening aan te brengen met als uitgangspunt de stukken per archiefvormer te rangschikken. Het familie-archief is immers in werkelijkheid niets anders dan een overgeleverde combinatie van persoonlijke archieven die enkel en alleen door familie-relatie met elkaar zijn verbonden. Iedere persoon van wie duidelijk is dat hij of zij archieven heeft gevormd, is dan ook opgevoerd als archiefvormer in de inventaris. Alleen voor het geslacht Van Lanschot komen we zo al op een twintigtal archiefvormers. Het belangrijkste deel in de inventaris wordt ingenomen door de archieven van de personen die tot het geslacht Van Lanschot behoren. Gaandeweg de inventarisatie bleek echter dat het niet alleen archieven van leden van het geslacht Van Lanschot betrof, maar dat ook aanzienlijke delen van archieven van gelieerde geslachten werden aangetroffen. In de inventaris wordt daarom een aantal verschillende archieven beschreven. Behalve de archieven van de familie Van Lanschot worden achtereenvolgens (fragmenten van) archieven van de geslachten Van Rijckevorsel, Ingen-Housz, Potters, Oomen, Henrici, Aerssen en Duplessis beschreven. De meeste van deze geslachten zijn op een of andere manier gelieerd geweest aan de familie Van Lanschot. Bij de gelieerde geslachten is dezelfde werkwijze gevolgd als bij de inventarisatie van de archieven van leden van het geslacht Van Lanschot.
Omdat lang niet altijd duidelijk was voor wie een stuk was bestemd, is in de inventaris een rubriek opgenomen genaamd 'stukken waarvan de archiefvormer niet is te achterhalen'. Van de in die rubriek opgenomen archivalia is wel bekend dat zij door leden van het een bepaald geslacht zijn gevormd, maar niet door welke leden. Van een klein deel van de bescheiden is niet duidelijk tot welk archief zij behoren. De indeling binnen de afdelingen is voor ieder archief (voor zover stukken aanwezig zijn) hetzelfde. In de eerste afdeling zijn stukken van genealogische en heraldische aard opgenomen. Deze afdeling is gevormd om de onderzoeker snel inzicht te laten krijgen in de familierelaties. Archivistisch beschouwd, zou deze afdeling kunnen vervallen, omdat de hierin beschreven archivalia in feite onder de tweede afdeling, 'stukken betreffende hun persoonlijk leven en hun functies', vallen. Via kruisverwijzingen is die relatie gehandhaafd.

In de tweede afdeling, 'stukken betreffende hun persoonlijk leven en hun functies', wordt uitgegaan van de archiefvormer. Deze afdeling bestaat uit de rubrieken: stukken betreffende het persoonlijk leven van de archiefvormers en de door hen beklede functies. *  Binnen de subrubriek 'stukken betreffende de functies van een persoon', is soms een onderverdeling gemaakt 'als behartiger van belangen van derden', bijvoorbeeld als executeur-testamentair. Een moeilijkheid binnen deze afdeling werd gevormd door het onderscheid tussen de echtgenoten.
Ter verduidelijking kan het volgende voorbeeld dienen. Maria Helena Oomen, later vrouw van Augustinus C. van Lanschot, had voor haar huwelijk reeds archief gevormd. Strikt genomen zouden de stukken die zij in haar voor-huwelijkse periode had ontvangen in het gedeelte 'Archieven van leden van het geslacht Oomen' moeten worden geplaatst. Als zij in 1832 in het huwelijk treedt met Augustinus van Lanschot ontvangt zij brieven die behalve aan haar ook aan haar man zijn gericht. Augustinus sterft in 1874, terwijl zij pas in 1889 overlijdt. In deze periode kan Augustinus geen archiefvormer meer zijn en zou er een rubriek gemaakt moeten worden in de trant van 'stukken betreffende Maria Helena Oomen na het overlijden van haar man'. Omdat een dergelijke onderverdeling de duidelijkheid voor de onderzoeker niet ten goede komt, is dit achterwege gelaten en valt zowel de voorhuwelijkse als de huwelijkse periode (inclusief het tijdvak na het overlijden van haar man) tot de rubriek 'stukken betreffende hun persoonlijk leven'. Bij de archieven van leden van het geslacht Oomen wordt voor wat de archieven van Maria Helena Oomen betreft, verwezen naar bovengenoemde rubriek.
Bij de derde afdeling, getiteld 'stukken betreffende het vermogen dat tot een der leden van het geslacht... beperkt bleef, is het ordeningscriterium geweest of de stukken inzicht geven in het vermogen van een archiefvormer. *  In feite gaat het hier dus om een ordening per onderwerp, ofschoon daar waar mogelijk, via kruisverwijzingen de relatie met de archiefvormer is gehandhaafd. Zo behoren stukken die door een executeur-testamentair zijn opgemaakt en inzicht geven in de vermogenspositie van de overledene, archieftechnisch tot het archief van de executeur-testamentair, maar worden in deze rubriek geplaatst onder het vermogen van een der leden van een geslacht.
De vierde afdeling, 'stukken betreffende vermogensbestanddelen die aan meerdere leden van het geslacht...hebben toebehoord', betreft vermogensbestanddelen die niet tot één archiefvormer zijn te herleiden, of waar een dergelijke manier van herleiden niet functioneel is aangezien het vermogensbestanddeel na de dood van de eigenaar als bestanddeel in de familie blijft. De stukken betreffende de van vader op zoon vererfde vermogensbestanddelen vallen dus onder deze rubriek. Hierbij is een onderverdeling gemaakt tussen landerijen (geordend per provincie en daarbinnen per gemeente), huizen (geordend per gemeente en daarbinnen per straat), aandelen in ondernemingen/effecten voor zover ze niet tot een persoon zijn bepaald, tiendrechten en familiefondsen.

Hoewel in een familie-archief het onderscheid tussen documentatie en archief veel minder groot is dan bij een instelling, is toch een aparte afdeling documentatie gevormd. Het gaat daarbij om bescheiden die door iemand zijn verzameld, zonder dat zij naar hun aard zijn bestemd om onder hem te berusten. *  Deze afdeling is onderverdeeld in boeken/tijdschriften, knipsels, overige publikaties, foto's en varia (bijvoorbeeld stalen stof).

Als apart archief is het huisarchief Maurick opgenomen. Het betreft hier stukken die bij de aankoop van kasteel Maurick door Augustinus J.A. van Lanschot (1884) in bezit kwamen van de familie Van Lanschot. Het gaat daarbij vrijwel uitsluitend om vermogenstitels. Gekozen is om die te ordenen per geslacht dat kasteel Maurick achtereenvolgens heeft bewoond. Binnen deze geslachten is een onderverdeling gemaakt per oorspronkelijke archiefvormer. Een andere ordening, in bijvoorbeeld stukken van persoonlijke en stukken van zakelijke aard, zou weinig zinvol zijn omdat een dergelijk onderscheid in de stukken niet wordt aangetroffen.

Ch. Jeurgens en H. Meulenaars, 1994
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS