Archieven

 1705 Regionale Inspectie van de Gezondheidszorg voor Noord-Brabant, 1940-1979
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Geschiedenis van de archiefvormer
1705 Regionale Inspectie van de Gezondheidszorg voor Noord-Brabant, 1940-1979
Inleiding
Geschiedenis van de archiefvormer
GENEESKUNDIGE INSPECTIE

Tot eind 1959 was dat de Geneeskundige Inspectie van de Volksgezondheid. Van 1960 tot en met 1965 de Regionale Inspectie ambtsgebied Noord-Brabant. Vanaf 1966 de Regionale Inspectie Noord-Brabant en Limburg en vanaf 1967 de Regionale Inspectie Noord-Brabant met 's-Hertogenbosch als standplaats. In 1966 is Tilburg, voor een jaar, de standplaats. De Regionale Inspectie Noord-Brabant maakte deel uit van de Geneeskundige Inspectie van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. De Inspectie valt onder het beleidsterrein volksgezondheid dat deel uitmaakt van een ministerie dat nogal onderhevig is geweest aan naamsveranderingen. Tot 1971 was er sprake van een Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Van 1972 tot en met 1982 het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Vomil).
Van 1983 tot en met 1993 het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Dat is in 1982 ontstaan als voortzetting van delen van de ministeries van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) en van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Vomil). En vanaf 1994 het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is geregeld bij de op 1 september 1920 in werking getreden Gezondheidswet van 27 november 1919 (Stb. 784). Deze is gewijzigd bij de wet van 14 december 1933 (Stb. 687). ZR>De wet regelt het onderzoek naar en bevordering van de Volksgezondheid, alsmede hethandhaven van wetten en verordeningen op dit gebied. In dit kader wordt het Staatstoezicht op de Volksgezondheid opgedragen aan de Geneeskundige Inspectie voor de Volksgezondheid en uitgevoerd door een hoofdinspecteur, inspecteurs en de aan hun dienst toegevoegde ambtenaren, benoemd door de koningin. De inspecteur is belast met een door de koningin aan te wijzen onderdeel van het "Staatstoezicht binnen het Rijk".
De inspecteur is gevestigd in een door de Minister aan te wijzen standplaats. De hem toegevoegde ambtenaren dragen de titel van adjudantinspecteur of -inspectrice. Taak van de inspecteur: Het geven van raad aan de Commissaris van de Koningin en Gedeputeerde Staten van hun provincie of ambtsgebied en aan de Gemeenteraden, burgemeesters en wethouders van de daarin liggende gemeenten. De hoofdinspecteur, inspecteurs en hun ambtenaren zijn bevoegd proces-verbaal op te maken bij overtreding van de wetten en de provinciale en gemeentelijke verordeningen op het gebied van de volksgezondheid.
De burgemeester en wethouders van een gemeente moeten de inspectie, waar hun ambtsgebied onder valt, op de hoogte brengen van de door hen uitgevaardigde verordeningen, besluiten en verslagen op het gebied van de volksgezondheid.

Taken van de Geneeskundige Inspectie van de Volksgezondheid van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw.
A. Het handhaven van de wettelijke voorschriften op het gebied van de Volksgezondheid. Ten aanzien van een veertigtal bijzondere wetten is de inspectie belast met het toezicht op de juiste naleving, het opsporen van overtredingen, het (zo nodig) opmaken van processen-verbaal en het onderhouden van contacten met het Openbaar Ministerie.
B. Toezicht op de staat van de Volksgezondheid en de kwaliteit van de Gezondheidszorg. Daarvoor mag de inspectie onderzoek verrichten naar de gezondheidstoestand van de bevolking en naar het functioneren van de gezondheidsvoorzieningen.
C. Het aanwijzen en bevorderen van middelen die tot verbetering van de volksgezondheid leiden.
D. Het verrichten van onderzoek dat noodzakelijk is ter handhaving van de wettelijke voorschriften, alsmede het onderzoeken van ongevallen en klachten.
E. Toezicht houden op de beroepsuitoefening van medische, verpleegkundige, verzorgende, paramedische en assisterende beroepen, alsmede het behandelen van aangelegenheden inzake de opleiding tot die beroepen, het Medisch Tuchtrecht en de toelating van buitenlandse diplomahouders.
F. Het op verzoek of uit eigen beweging geven van adviezen en het verstrekken van inlichtingen aan de Minister en de Directeur-generaal van de Volksgezondheid.
G. Het informeren en adviseren van Gedeputeerde Staten, de Commissaris van de Koningin, de gemeenteraad, de burgemeester en wethouders.

INSPECTIE GENEESMIDDELEN

De Regionale Inspectie van de Geneesmiddelen voor Noord-Brabant en Limburg maakte tot en met 1967 deel uit van de Farmaceutische Inspectie van Volksgezondheid, daarna van de Inspectie voor de Geneesmiddelen. De Inspectie houdt zich bezig met geneesmiddelen, sera, vaccins en verdovende middelen. De Inspectie valt valt onder het beleidsterrein van de volksgezondheid als onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken waar Volksgezondheid onder valt. Zie voor verdere uitleg inzake de wetgeving en de organisatie van deze Inspectie de teksten bij de Geneeskundige Inspectie
Geschiedenis van het archiefbeheer
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 3000 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS