skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Astrid de Beer
Astrid de Beer RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Astrid de Beer
Astrid de Beer RA Tilburg

Archieven

2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker i
Regesten
31 (na 1236) [2e helft 15e eeuw, Van Rij].
"Chronicon Bernense", huiskroniek over de eerste eeuw: de lotgevallen van ridder Fulco van Berne, zijn stichting van het klooster in 1134 en enige hoofddata tot 1236.
Ten tijde van vorst Lutger (keizer Lotharius III, 1125-1137) en Andreas (van Kuyc), bisschop van Utrecht (1128-1137) leeft te Berne, gelegen in de waard Vrote in het grensgebied tussen Holland en Thesandrië ridder Fulco. Hij bezit er een sterk kasteel met toren, ringmuur en stenen kapel.
Hij heeft belegeringen te verduren van de hertog van Brabant (Godfried I, 1094-1139), van de graaf van Holland (Dirk VI, 1121-1157) en van Herman, kastelein van Heusden. Een bij Wijk wonende graaf Wichard wordt door Fulco bij een ruzie gedood. Als graaf tussen Maas en Waal moet Fulco de rechtsaangelegenheden leiden in het gebied vanaf Moldeke (Mook) tot Herwede (Heerewaarden), met uitzondering van Withen (Wijchen) en Nifrich (Niftrik). In een hinderlaag gelopen nabij Hemert weet Fulco op wonderbare wijze te ontsnappen, door met zijn paard de Maas over te zwemmen. Hij belooft God, zichzelf en al zijn bezittingen in Zijn dienst te stellen. Fulco trouwt met Bescela van Zumeren (Someren), weduwe van Crafth, een edelman in Maesmond. Volgens zijn belofte probeert hij van zijn kasteel een klooster te maken en krijgt daarvoor in 1133 kloosterlingen uit Rolduc. Deze onderneming mislukt, maar hij slaagt op 3 augustus 1134 met Premonstratenzers uit Mariënweerd. Met een oorkonde van bisschop Andreas van 1134 wordt de stichting bezegeld (de tekst hiervan is nagenoeg volledig in de kroniek opgenomen; regest nr. 1). Fulco wordt zelf lekebroeder in Berne. Ook Bescela verlaat de wereld en sticht een zusterklooster van dezelfde orde te Wort (Woerd bij Altforst).
De eerste abt Everardus laat het klooster bouwen en vernieuwen, sticht uithoven te Rijswijk, Wijk, Babiloniënbroek, Gaal (onder Schaijk), Bernhese (onder Heeswijk-Dinther) en Maarsbergen, en bouwt huizen te Sanden (te Niftrik, gem. Wychen) en Derenborch (Dennenburg?) bij Uudenholt (beide in het Land van Ravenstein). Onder zijn bestuur verschijnt de H. Maagd Maria aan Onulphus en zijn vriend, de scriptor Theodericus, wanneer beiden hun oude dag doorbrengen in Woerd. Na abt Everardus volgen onder vermelding van enige data: Hugo van Terwaan, God-schalk uit Postel, Everardus II, Henricus Hermanszn van Alfen, Arnoldus, Henricus voorn. (herkozen), Theodericus en Ludovicus. Deze abtenlijst wordt besloten met de vermelding van de opvolging van Ludovicus door Walterus in 1236. [Van Rij: 1231]
35 1240 juni 15
Apud Traiectum in choro S. Salvatoris; in die beati Viti martyris.
Lodhewicus, proost, Wulrammus, deken, en het kapittel van S. Salvator in Traiectum oorkonden, dat zij verkocht hebben aan abt Henricus en het convent van S. Maria in Berna hun uithof ("curtis") in Berlanchem met de tienden, akkers, bezittingen, cijnzen, halfvrijen ("litones"), vasallen ("homines feodati"), weiden, beemden, visserijen, bossen, bebouwde en onbebouwde velden, en met het patronaatsrecht van Berlinchem; en verklaren daarvoor 165 pond-utrechts te hebben ontvangen, welk geld is besteed voor de tienden in Riswic bij Wic en in Oldewater; en dat het klooster hun jaarlijks 20 schelling zal betalen; met als getuigen o.a. abt Heinricus, proost Harnoldus en kanunnik Andreas, Bernenses.
2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
Inleiding
Regesten
35
1240 juni 15
Apud Traiectum in choro S. Salvatoris; in die beati Viti martyris.
Lodhewicus, proost, Wulrammus, deken, en het kapittel van S. Salvator in Traiectum oorkonden, dat zij verkocht hebben aan abt Henricus en het convent van S. Maria in Berna hun uithof ("curtis") in Berlanchem met de tienden, akkers, bezittingen, cijnzen, halfvrijen ("litones"), vasallen ("homines feodati"), weiden, beemden, visserijen, bossen, bebouwde en onbebouwde velden, en met het patronaatsrecht van Berlinchem; en verklaren daarvoor 165 pond-utrechts te hebben ontvangen, welk geld is besteed voor de tienden in Riswic bij Wic en in Oldewater; en dat het klooster hun jaarlijks 20 schelling zal betalen; met als getuigen o.a. abt Heinricus, proost Harnoldus en kanunnik Andreas, Bernenses.
nb vervolg:
k. Gedrukte tekst in O.B. Van den Bergh, I, nr.374. 1. Afschrift G. van den Elsen in Ms.-Berlicum, blz.19.
m. Afschrift in Kopieboek Hoevenaars, I, nr.29.
n. Gedrukte tekst in O.B. Heeringa, nr.950.
o. Gedrukte tekst in O.B. Camps, nr. 190.
p. Tekst in Bijlage V van dit regestenboek, naar de lezing van Camps.
Nota 1. De bestemming van de 165 pond "deposuimus in decimas" wordt door Heeringa begrepen als een belegging, door Camps als lossing.
Nota 2. In de laatste regel ("Bernen") leest Heeringa: Bernensi; Hoevenaars: Bernense; Camps o.i. terecht: Bernensibus.
Nota 3. De 2 zegels van het convent van Berne zijn de oudste exemplaren en vertonen een altaar met kelk, geflankeerd door een kruisstaf en ster, met erboven een zwerende hand; het randschrift van het Heeswijks zegel luidt: SIGILLU CO(ventus de) BER(na).
NB:
a. Oorspr. II. D. 3. Aan de bovenrand van het charter staat driemaal de bovenhelft van het woord: "cirographum"; in het Archief van Oudmunster, R.A. Utrecht, nr.742, is de wederhelft van dit chirograaf bewaard.
De 10 aangekondigde zegelaars zijn: 1. de elect; 2 t/m 6. de kapittels van St. Maarten (Dom), St. Salvator (Oudmunster), St. Pieter, St. Jan en St. Marie; 7 en 8. proost en deken van St.Salvator; 9 en 10. abt en convent van Berne. Van de 10 oorspronkelijke zegels waren (maart 1982) aanwezig nrs. 3, 7 en 10; en werden los teruggevonden nrs. 2, 4, 5 en 9. Deze laatste zijn er weer aangehecht en bij deze gelegenheid zijn deze 7 voorhanden, min of meer beschadigde zegels met witte was aangevuld (R.A. Utrecht, april 1982). De zegels van abt en convent, afgebeeld in het Corpus Sigillorum nr.412 en 410, zijn die van de Utrechtse chirograaf. In plaats van de aangekondigde, achtste zegelaar: de deken van St. Salvator (=2e oorkonder!) heeft gezegeld Reimarus, de proost van St. Pieter; diens zegel ontbreekt bij het Heeswijks exemplaar, maar is bij het Utrechtse bewaard. Vanwege plaatsgebrek zijn de staarten van de zegels van abt en convent van Berne over elkaar heen aangebracht en kruisen zij elkaar.
b. Auth. afschrift van notaris J. van Huppel, 16 sept. 1632. Bij oorspr.
c. Auth. gezegeld afschrift van notaris W. Cuylenburg, 1641. Bij oorspr.
d. Eenv. afschrift van b. (ca.1600). Bij oorspr.
e. Eenv. afschrift, (naar oorspr.?) (16e eeuw). Bij oorspr.
f. Eenv. proeve van vertaling van c. (17e eeuw). Bij oorspr.
g. Auth. afschrift van notaris Joh. Baeliart (ca.1600). 2e afd. A. 11, map 11.
h. Vertaling van notaris W. Cuylenburch, 14 febr. 1641, in auth. afschrift van notaris H. de Bye, 11 jan. 1707. 2e afd. A. 11, map 12.
i. Afschrift in Bullarium Roovers (ca. 1630), blz.92-94.
j. Afschrift in Groot-Ms. Van Alkemade, 1709, f.55.
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 974
Inventaris

Kenmerken

Datering:
1134-1857
Vindplaats origineel:
Depot Abdij Berne, Heeswijk-Dinther