Archieven

 7698 Gemeentebestuur Veghel, 1811 - 1936
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Grondgebied, groei en ontwikkeling
Het bestuur der gemeente Veghel
Door de inlijving bij Frankrijk ingevolge Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 was er een bestuursinrichting ingevoerd, die er als volgt uit zag. Het land was verdeeld in negen departementen, aan het hoofd waarvan een prefect, een conseil de prefect en een conseil général werden gesteld. De departementen op hun beurt waren weer onderverdeeld in arrondissementen. Hier kwam een sous-prefect aan het hoofd te staan. Prefect was Grémin de Beaumont, sous-prefect Van der Brugghen de Croy. De arrondissementen waren weer onderverdeeld in communes of gemeenten. Veghel maakte deel uit van het arrondissement Eindhoven, dat op zijn beurt binnen het departement van de Monden van de Rijn lag.
In het bestuur van de gemeente maakte de schout-civiel plaats voor de maire, die geassisteerd ging worden door een adjunct-du-maire en een conseil municipal, bestaande uit tien leden. Zij werden allen door de prefect benoemd. De maire en zijn adjunct presideerden de raad, maar waren er geen lid van. De secretaris werd uit de raadsleden gekozen.
Bij het herwinnen van de nationale zelfstandigheid van Nederland in 1813 bleef de gang van zaken aanvankelijk dezelfde, behalve dat de Franse maire en adjunct-du-maire al gauw omgezet werd in burgemeester en adjunct-burgemeester, en dat het gemeentebestuur een provisioneel fungerend gemeentebestuur werd.
De grondwetten van 1814 en 1815 stelden reglementen voor de bestuurlijke inrichting van gemeenten in het vooruitzicht, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen steden en gemeenten ten platte lande. Voor Veghel ging deze nieuwe inrichting in per 1 januari 1821 *  Het platteland van de provincie Noord-Brabant werd verdeeld in zeven districtsambten (districten), aan het hoofd waarvan een districtsschout, ook wel districtscommissaris, kwam.
Veghel ressorteerde onder het vierde districtsambt, dat als hoofdplaats Helmond had.
Het bestuur in de gemeenten werd opgedragen aan de gemeenteschout en de gemeenteraden, geassisteerd door secretarissen. Verder werden door gedeputeerde staten uit de raad twee personen gecommitteerd tot het verrichten van specifieke, in het onderhavige reglement genoemde activiteiten; deze werden assessoren genoemd.
De gemeenteschout werd door de Koning benoemd, de raadsleden en de secretaris voor de eerste maal rechtstreeks door gedeputeerde staten en daarna op voordracht van schout en raad, middels tussenkomst van de districtsschout. De gemeenteschout was lid van de raad.
De leden der plaatselijke besturen werden benoemd voor zes jaren, terwijl herbenoeming steeds mogelijk was. Om de twee jaar trad een derde deel der raadsleden af volgens rooster waarbij de eerste en tweede keer de assessoren behoorden en bij de laatste wisseling de burgemeester. Het aantal raadsleden was niet in elke gemeente hetzelfde. Het bedroeg, schout en assessoren inbegrepen, zes in gemeenten met minder dan 500 inwoners, negen in die met 500-1000, en twaalf in die met meer dan 1000 inwoners, zodat de raad in Veghel uit twaalf personen bestond. De gemeente-ontvanger werd door de schout en de raad onder goedkeuring van gedeputeerde staten aangesteld; hem was de administratie der geldmiddelen in de gemeente opgedragen. Betalingen kon hij alleen verrichten op ordonnantie, getekend door de schout.
De schout was belast met de uitvoering van alle wetten e.d. en had het toezicht over alle plaatselijke ambtenaren; hij ondertekende met een der leden van het bestuur de ordonnanties en maakte de akten van de burgerlijke stand op.
De raad der gemeente stelde de begrotingen vast, nam de rekening en verantwoording der plaatselijke financiën en van het burgerlijk armbestuur op en maakte alle reglementen e.a. verordeningen betreffende de huishouding der gemeente. De secretaris hield notulen van de vergaderingen bij.
In 1825 *  zien wij de bestuursinrichting der gemeenten niet veranderen.
Alleen de naam burgemeester komt in de plaats van gemeenteschout. Burgemeester en raad blijven op dezelfde wijze als voorheen benoemd. De duur der benoeming en de volgorde van aftreden blijven gelijk. De gemeenteraad, inclusief burgemeester en assessoren, bestaat uit zeven of negen personen, naar gelang de provinciale staten bepalen. In Veghel bestaat dan de nieuw beëdigde raad uit negen leden.
In 1840 *  zien wij een reorganisatie der districten tot stand komen. Van zeven worden het er nu vier, die onderverdeeld worden in kantons. Veghel gaat dan behoren tot het eerste arrondissement, achtste kanton, waarvan het de hoofdplaats wordt.
De grondwetsherziening van 1848 schreef een organieke wet voor de gemeenten voor, die in 1851 tot stand kwam *  . Voordat deze echter in werking trad, werden per 1 januari 1850 *  de districten opgeheven. In de gemeentewet werd het onderscheid tussen stads- en plattelandsgemeenten opgeheven. De burgemeester kwam weer in de plaats van de gemeenteschout. De benoeming bleef aan de Zoning.
De raad zou voortaan rechtstreeks door de ingezetenen, voorlopig nog beperkt tot censuskiezers, worden gekozen en had zitting gedurende zes jaar. Een derde van hen trad om de twee jaar af en was weer herkiesbaar. Daarnaast werd een college van burgemeester en wethouders ingesteld, waarvan de laatsten gezien konden worden als vervangers der assessoren en voortaan gekozen dienden te worden door en uit de raad voor zes jaar. De helft trad om de drie jaar af en was weer herkiesbaar. De burgemeester werd door de Koning benoemd voor de tijd van zes jaar; na verloop van die tijd kon hij herbenoemd worden.
Het aantal raadsleden bedroeg, onafhankelijk van het feit of de burgemeester al dan niet lid van de raad was, zeven in gemeenten beneden de 3000, elf in gemeenten van 3000-6000, dertien in gemeenten van 6000-10,000 inwoners enz. ... en tenslotte vijfenveertig in gemeenten boven de 200.000 inwoners. Veghel kreeg een raad van elf leden.
De gemeentesecretaris werd door de raad, op voordracht van burgemeester en wethouders, benoemd, geschorst en ontslagen. De gemeente-ontvanger werd eveneens door de raad, op voordracht van burgemeester en wethouders benoemd, geschorst of ontslagen. Het college van burgemeester en wethouders vormde het dagelijks bestuur, voor zover de wetten niet uitdrukkelijk medewerking in de uitvoering van de raad eisten. Als hoofd van de raad en van het college van burgemeester en wethouders was de burgemeester mede belast met de uitvoering van de genomen besluiten. Verder droeg hij zorg voor de uitvoering der rijkswetten, indien en voor zover de uitvoering daarvan aan de gemeente was opgedragen.
Raad, dagelijks bestuur en burgemeester werden bijgestaan door de secretaris, wiens instructie door de raad werd vastgesteld.
De invordering van alle inkomsten der gemeente en het doen van alle betalingen uit de gemeentekas, het laatste op bevelschriften (mandaten) van burgemeester en wethouders, was opgedragen aan de gemeente-ontvanger. Jaarlijks deed hij aan burgemeester en wethouders rekening van het gevoerd beheer. De inrichting van de boekhouding van de ontvangers der gemeenten was nader geregeld bij besluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 16 februari 1830, sedertdien gewijzigd.
Art. 146 der Grondwet eist sinds 1887 voor besluiten van gemeentebesturen over gemeente-eigendom en andere burgerlijke rechtshandelingen, alsmede voor de begroting der inkomsten en uitgaven, de goedkeuring van gedeputeerde staten. Over elk dienstjaar wordt door burgemeester en wethouders aan de raad rekening en verantwoording gedaan van de inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar, onder overlegging van de rekening van de ontvanger. Deze rekening en verantwoording behoeft vervolgens de goedkeuring van gedeputeerde staten.
De Grondwet van 1848 en de gemeentewet van 1851, bewerkt door Thorbecke naar Belgisch voorbeeld, zijn met inbegrip van hun vele wijzigingen nog steeds de grondslag voor de huidige samenstelling van het plaatselijk bestuur. De voornaamste wijzigingen i.v.m. het hierboven behandelde zijn wel; het algemeen kiesrecht, de zittingsperiode van vier jaar voor de gemeenteraad en de wethouders en de afschaffing van de periodieke aftreding.
Overzicht van de burgemeesters (maire, schout)
7698 Gemeentebestuur Veghel, 1811 - 1936
Inleiding
Historisch overzicht
Het bestuur der gemeente Veghel
Overzicht van de burgemeesters (maire, schout)
NB:
bron:
1810-1850: notulen gemeenteraad
1851-1930: jaarverslagen der gemeente
1931-1937: notulen gemeenteraad
Overzicht van de secretarissen
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS