skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Astrid de Beer
Astrid de Beer RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Astrid de Beer
Astrid de Beer RA Tilburg

Archieven

 195 Architectenbureau Roffelsen, 1916 - 1958
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
195 Architectenbureau Roffelsen, 1916 - 1958
Inleiding
Historisch overzicht
Cornelis Roffelsen (1889-1958) zijn leven en werk.

De gegevens over Cornelis Roffelsen zijn schaars. Het onderstaande is hoofdzakelijk gebaseerd op gesprekken die met familieleden en oud-medewerkers zijn gevoerd.
Cornelis Roffelsen werd op 5 juni 1889 te Gemert geboren, als zoon van Johannes Roffelsen en Johanna Frankevort. Johannes Roffelsen was uit Drenthe afkomstig en hoogstwaarschijnlijk als "brigadier te voet" in dienst van de Koninklijke Marechaussee naar Noord-Brabant overgeplaatst. Na zijn diensttijd vestigde Johannes Roffelsen zich te Gemert, waar hij als banketbakker begon. Na de geboorte van Cornelis, verhuisde het gezin naar Helmond. In deze stad groeide Cornelis op en volgde er de lagere school. Zijn ouders wilden hem vervolgens niet naar de H.B.S. sturen, maar lieten hem een vak leren. Zodoende kwam hij als leerjongen in dienst bij een timmerman. Tijdens deze periode bleek al snel dat hij over talent voor tekenen beschikte. Door praktisch werk in het ambacht kon dit verder ontwikkeld worden. Na ambachtelijke ervaring te hebben opgedaan, werkte hij van 1910 tot 1912 als stagiaire bij een architect in Amsterdam. Over deze stage en de jaren tot 1916 is verder niets bekend.
In 1916 huwde hij met Ida Gitzels te Deurne, waar hij tekenleraar en directeur van de plaatselijke tekenschool werd. Daarnaast werd hij in hetzelfde jaar benoemd tot architect in dienst van de gemeente Deurne. De burgemeester verleende hem toestemming naast zijn ambtelijk werk ook voor zichzelf ontwerpen te maken. Uiteindelijk heeft Roffelsen zich in 1923 geheel op tekenen en ontwerpen toegelegd en zich als zelfstandig architect gevestigd. Zijn bureau was eerst in Eindhoven en vanaf 1927 in Helmond gevestigd.

Het bureau heeft twee moeilijke perioden gekend, nl. de depressie van de dertiger jaren en de tweede wereldoorlog. get bureau ondervond hier de weerslag van en verwierf toen weinig opdrachten. Blijkens enige archiefbescheiden heeft Roffelsen toen in zijn onderhoud voorzien door als deskundige in onteigeningskwesties taxaties te verrichten. * 
Tijdens en vlak na de oorlog werkte Roffelsen ook als taxateur, waarbij hij vooral de waarde van vernielde boerderijen heeft bepaald. In maart 1958 kwam met het overlijden van Roffelsen een einde aan het bestaan van het bureau. Op het gebied van tekenen en ontwerpen heeft Roffelsen veel talent gehad, zeker als wij zijn geringe scholing in aanmerking nemen. De weg die Roffelsen aflegde naar het beroep van architect door zichzelf te ontwikkelen, was in kringen van architecten niet ongebruikelijk, mede omdat een speciale opleiding ontbrak. De stijl van een architect als Roffelsen die geen speciale opleiding heeft gehad en niet heeft gestudeerd, is daarom sterk persoonlijk. Daarbij werd hij bovendien, zoals iedere architect, beïnvloed door de heersende stromingen van de tijd waarin hij leefde. Tevens had hij rekening te houden met de welstandscommissies, die zich met de esthetische aspecten van de ontworpen gebouwen bemoeiden. Tenslotte hebben de verschillende overheden, vooral de gemeenten, door allerlei wettelijke instrumenten een grote invloed gehad.
In de periode 1935 - 1955 bestond er in de architectuur een stroming, de "Delftse school" genaamd, die een dominerende positie verkreeg. *  Deze school werd gekenmerkt door een oriëntatie op de traditionele Hollandse bouwkunst Van de 17e eeuw. Enkele gemeentehuizen die Roffelsen in een aantal plaatsen in de regio Oost-Brabant ontwierp en bouwde, zijn in deze stijl opgetrokken. Bij de bouw van het gemeentehuis van Asten in 1936, kreeg Roffelsen zelfs advies van de bekende architect A.J. Kropholler, die toer als een vertegenwoordiger van de traditionele stijl gold. *  Enkele kenmerken van de gemeentehuizen in deze stijl zijn:
• een afwisselend gebruik van baksteen en natuursteen;
• de ronde bogen boven de deuren en ramen;
• de zadeldaken en trapgevels;
• de bordestrappen;
• het smeedijzeren sierwerk aan de gevels;
• de vensterluiken.
De door Roffelsen in de dertiger jaren gebouwde gemeentehuizen van Asten, Uden, Megen en Someren zijn in deze stijl opgetrokken en hebben hem enige bekendheid gegeven. Zij beheersten lange tijd het beeld van deze plaatsen.
In de andere gebouwen heeft Roffelsen minder sterk de traditionele stijl toegepast. De persoonlijke invloed overheerste hier, met als kenmerkende elementen:
• de houten daklijsten en raamkozijnen;
• het siermetselwerk;
• het kruisraamwerk met kleine roeden;
• de geglazuurde dakpannen;
• de natuurstenen decoraties.
De door hem gebruikte materialen gaven zijn bouwwerken een degelijk karakter. In de vijftiger jaren maakte zijn werk in vergelijking met dat van andere architecten een ouderwetse indruk.

De woningen maakten, het belangrijkste gedeelte van zijn werk uit. Vooral voor luxe woningen ontving hij veel opdrachten, met name van het type "twee onder een kap." Hoewel Roffelsen ook goedkope woningen heeft gebouwd, behoorden de luxe woningen tot zijn specialiteit.
Wat de bedrijfsgebouwen betreft, heeft Roffelsen voornamelijk boerderijen gebouwd. De overheid, die in het kader van de wederopbouw vele werkzaamheden liet uitvoeren, was in de periode 1945 - 1950 zijn grootste opdrachtgever hiervoor.
Een uitzonderlijk project dat hij heeft uitgevoerd, was de bouw van de St. Leonarduskerk te Helmond met Ir. H. v.d. Leur uit Nijmegen. Een opdracht van een dergelijke omvang placht hij niet uit te voeren. Ook qua bouwstijl viel het uit de toon bij zijn overige bouwwerken. Bovendien werkte hij bijna nooit met andere architecten samen. *  Zijn werkterrein lag hoofdzakelijk in de regio Oost-Brabant. Vooral in Helmond, Deurne en Beek en Donk heeft hij veel gebouwd. Zijn werk heeft dan ook een regionale betekenis. In de literatuur zijn weinig gegevens over deze architect te vinden. Voor onderzoek naar zijn persoon en werk is men derhalve op de kranten uit Helmond e.o. aangewezen, waarin een aantal artikelen over zijn werk zijn opgenomen. * 
De organisatie van het architectenbureau Roffelsen.

Het architectenbureau Roffelsen was een klein zelfstandig bedrijf met ten hoogste 4 à 5 medewerkers in vaste dienst. Het bureau was aan huis gevestigd, terwijl de zolder als kantoor was ingericht.

Alleen in de beginperiode heeft Roffelsen actief naar opdrachten gezocht. Al snel verwierf hij een goede naam met zijn werk. Deze bekendheid leverde hem vanzelf nieuwe opdrachten op. Op den duur had hij een vaste kring van opdrachtgevers die telkens met nieuwe opdrachten kwamen. Een stringente taakverdeling heeft het bureau nooit gekend. Roffelsen bemoeide zich met alle fasen van de werkzaamheden. Zo liep hij alle bouwwerken af, maakte schetstekeningen, controleerde de bouwtekeningen van de medewerkers en voerde de administratie. Dit had tot gevolg dat de bouw van een project door Roffelsen veel tijd in beslag nam. Pas toen Roffelsen op zijn bureau over meerdere medewerkers kon beschikken, liet hij de bouwtekeningen door hen uitwerken.
Werkwijze en archivalia van architecten in het algemeen.

De architect speelt een belangrijke rol bij het realiseren van een project. Vanaf de eerste schetstekening tot aan de definitieve oplevering van een gebouw verricht hij een groot aantal werkzaamheden. Hierin zijn een aantal fasen te onderscheiden. Deze worden hier beschreven, omdat de stukken die in het archief worden aangetroffen hiervan de schriftelijke neerslag zijn.

Een project kan ontstaan doordat een architect zelf een plan maakt en hiervoor een gegadigde weet te vinden. In de meeste gevallen komen de opdrachtgevers echter met een plan naar de architect. Na een inleidend gesprek stelt de architect dan een besprekingsplan op en maakt hij een kostenraming van de bouw. Vervolgens tekent de architect een schetsontwerp. Nadat het schetsontwerp is goedgekeurd, wordt het naar de welstandscommissie gestuurd. In deze commissie heeft een aantal deskundigen op het gebied van de bouwkunde zitting. De leden van de commissie bestuderen het schetsontwerp, waarbij ze de esthetische kwaliteiten van het gebouw beoordelen. Zo zien ze er op toe dat de gevelontwerpen van een gebouw het straatbeeld niet verstoren. De bevindingen van de commissie worden in een advies vastgelegd. Het schetsontwerp gaat vervolgens met het advies naar de gemeente, waar de afdeling ruimtelijke ordening het toetst aan het gemeentelijke bestemmingsplan.
Als de goedkeuring van de gemeente is verkregen, maken de architect en zijn medewerkers de bestektekeningen. In deze tekeningen zijn de technische details uitgewerkt. De bestektekeningen worden ter goedkeuring naar de afdeling bouw- en woningtoezicht van de gemeente gestuurd. Deze afdeling toetst de tekeningen aan de wettelijke bouwvoorschriften en let op de technische aspecten van het ontwerp. Nadat ook de bestektekeningen zijn goedgekeurd, wordt het bestek opgesteld. In het bestek staan de voorwaarden vermeld, waaronder het werk zal worden uitgevoerd. Het bestek valt in vier hoofdstukken uiteen. In het eerste en belangrijkste
hoofdstuk staan de verplichtingen van de architect, de aannemer en de opdrachtgever vermeld. In de overige hoofdstukken vinden we respectievelijk de technische en administratieve bepalingen en de bouwvoorschriften.
Nadat het bestek op schrift is gesteld, wordt een aannemer voor de bouw van het project aangetrokken. Dit kan geschieden door:

1. Een openbare aanbesteding, waarbij de aannemers naar aanleiding van een advertentie met een aanbod komen. De aannemer met het laagste aanbod krijgt de opdracht;
2. Een uitnodiging, waarbij de architect uit een aantal aanbiedingen een aannemer kiest;
3. Onderhands, waarbij de architect het werk aan een hem bekende aannemer geeft.
Als de aannemer is gekozen, maakt de architect van elk belangrijk onderdeel een gedetailleerde bouwtekening. Deze zogenaamde werktekening vormt de leidraad voor de aannemer.

Tijdens de feitelijke bouw roept de architect regelmatig de aannemer en de installateurs bijeen. In deze bouwvergaderingen bespreekt hij de gerezen problemen en tracht ze in overleg met de betrokkenen op te lossen. De architect oefent meestal door middel van een opzichter toezicht uit op de werkzaamheden. Deze laatste levert elke week rapporten in, de weekstaten, aan de hand waarvan de architect de vorderingen op het werk kan controleren. Deze controle is van belang voor de afrekening, die conform de bestekbepalingen in een aantal termijnen is gespreid. Zodra een gedeelte van de bouw is gereed gekomen en afgetekend, moet de opdrachtgever een termijn betalen. Een voltooid gebouw wordt tenslotte twee keer opgeleverd. Tussen de eerste en de tweede oplevering ligt een periode van drie maanden, waarbinnen eventuele gebreken op kosten ven de aannemer moeten worden hersteld.
De architect werkt ten behoeve van de opdrachtgever, zowel wat betreft het ontwerpen als het feitelijk bouwen van een project. De positie van de architect is dan ook duidelijk bepaald. Hij vertegenwoordigt de opdrachtgever tegenover de aannemers en andere betrokkenen tijdens de bouw.
Het archief
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlage: concordans
Erfgoedstuk
Kenmerken
Datering:
1900-1966
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS