skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg

Archieven

 Notaris-, schepen- en andere akten
 
 
 
 
 
beacon
 
 
Schepenakte
42 Jan Jan Rutten van Dijck (55) en Huijbert Delissen (34) beiden uit Schijndel met een verklaring ten behoeve van Handrick Ariens van der Aa; Jan verklaart dat hij Anneken de 1e vrouw van Jan Jan Seepen in haar ziekbed is gaan bezoeken omtrent 3 á 4 dagen voor haar dood en heeft Anneken gevraagd “hoe sij haer hielde”en nog enkele luttel woorden met haar heeft gesproken en dat Anneken toen tegen haar man zei die bij hen stond: “Ick moet nu sterven Jan, daer is wat gescreven gij weet wel wat ick seggen wil en weet niet watter gemaeckt off gescreven is, daerom begeer ick dat ghij elck tsijn geeft”, waarop Jan Seepen antwoordde: “Dat sal ick doen”. De attestant heeft tussen hen beiden toen gezegd heeft: “Anneken becommert u met het aertse goet niet dat moet al hier blijven”, maar de attestant verklaart zeer wel te weten dat genoemde Anneken dat niet gerust op was, maar wilde hebben dat ieder het zijne zou hebben. Bovendien verklaart attestant dat Dielis Handrick Theunissen zwager van Jan Jan Seepen toentertijd daar ook present was toen Anneken dit alles verklaarde. Huijbert verklaart dat hij in de tijd dat Anneken is gestorven als boerenknecht bij Jan Jan Scepen woonde en dat hij een of twee dagen voor de dood van Anneken uit den hof is geroepen om bij haar bed te komen waar hij is gekomen en dat Anneken tegen hem zeide: “Sij hebben hier all liggen scrijven, ick en weet niet wat sij gesreven hebben, ick wederroepe dat, ick wil hebben dat elck het sijn heeft, onthoude gij dat om schier off morgen daer kennisse van te geven”Volgens hem was ook Jan Jan Seepen daer present en Anneken zou tegen hem gezegd hebben: "Jan “Gij mocht wel voor u herdt cloppen dat gij soo doen sout, ick sterff daer den doot op dat ick niet en weet watter gescreven is, als gij dat immers oock niet en wilt te niet doen ende u daer mede behelpen, soo maeckt altijt dat mijn vrienden weten dat ick dertich jaeren met u heb huijs gehouden ende dat ick ten minsten wel een maets huere heb verdient”.
Vervolg:
Na welke woorden Anneken “seer bitterlijck schreijden”. En ingevolgen van haar eerste voorstellen de volgende woorden sprak: “Ick sal mij daer nu niet meer mede becommeren maer Huijbert onthoude gij dat om te connen verclaeren”. Jan Jan Seepen zou toen gezegd hebben: “Ick sal daer sorge voor draegen moijt gij u daer niet mede”. Getuigen: Jan Ariens van den Biechelaer de oude en Jan Janssen van den Biechelaer de jonge.
Datering:
23-06-1668
Pagina:
38v
Soort akte:
Verklaring
Plaats:
Sint-Oedenrode
Akte aanwezig:
Ja
Toegangsnummer:
5116
Inventarisnummer:
16
Bron:
Notarissen
Geografische namen:

Ga
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS