i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Beers
Tags:

Jan Eduard de Quay (1901-1985)

vertelde op 5 september 2009 om 10:06 uur

Hij is er niet geboren, maar was wel nauw verbonden met Beers. Jan de Quay woonde (en stierf) op De Hiersenhof in Beers. Zijn overgrootvader was kolonel bij de cavalerie. Die trouwde met een meisje uit de buurt van Beers, dat na het overlijden van haar ouders met man en kroost de boerderij overnam.

De aangrenzende woning werd van vader op zoon steeds verder uitgebreid, zodat uiteindelijk ook de negen kinderen van professor De Quay er alle ruimte hadden.

De latere professor De Quay leerde zijn vrouw Maria van der Lande kennen bij de katholieke studentenvereniging in Utrecht, waar hij psychologie studeerde. Volgens zijn vrouw speelde hij zo goed toneel dat de bekende acteur en toneelleider Eduard Verkade hem een rol aanbood. Daar maakte hij geen gebruik van; hij werd in 1928 lector aan de Economische Hogeschool in Tilburg en in 1933 onder meer hoogleraar in de bedrijfsorganisatie en psychotechniek in Tilburg. In toenemende mate vervulde hij maatschappelijke functies.

De Quay was klein van postuur, maar met een grote neus. En hij had humor. Deze elementen kwamen ook wel eens samen: zo gebeurde het dat voor de poort van een Westbrabantse kazerne die als hij minister van Oorlog in 1945 bezocht, een soldaat de wacht hield die De Quay niet wilde doorlaten. Zodra De Quay zei dat hij de minister van Oorlog was, antwoordde de soldaat: “Nou ja, dat kan ik toch niet aan uw neus zien.”  Waarop De Quay antwoordde: “Dat is nu het enige, waaraan je het wel had kunnen zien.”

De Quay met schilder Karel van Veen in het gijzelaarskampIn de jaren 1940-1941 vormde De Quay samen met L. Einthoven en J. Linthorst Homan het zogenaamde Driemanschap, dat de leiding had van de Nederlandsche Unie. Deze politieke beweging werd door de Duitsers getolereerd, omdat de bezetter er een gezond tegenwicht in zag tegen de brallerige NSB van Mussert.

Van juli 1942 tot juni 1943 werd hij als gijzelaar geïnterneerd in Haaren en Sint-Michielsgestel. In die tijd vestigden zijn echtgenote en hun kinderen zich op De Hiersenhof in Beers. Als voormalig officier moest De Quay zich in 1943 melden als krijgsgevangene. Daar deed hij niet aan mee: hij dook onder, aanvankelijk in Sevenum, later in Beers.

In oktober 1944 werd De Quay voorzitter van het college van commissarissen van handel en nijverheid in het bevrijde zuiden. de HiersenhofDit college moest zo’n beetje de economie in het zuiden van de grond tillen. In die functie kreeg hij begin 1945 een telefoontje om naar Londen te komen, waar een ministersfunctie op hem bleek te wachten.

Op 4 april 1945 werd hij minister van Oorlog in het tweede kabinet Gerbrandy, dat op 24 juni 1945 plaatsmaakte voor het kabinet Schermerhorn-Drees. Hoewel De Quay bepaald geen pro-Duitse houding had gehad binnen het Driemanschap, kreeg hij toch last van zijn deelname in de leiding van de Nederlandsche Unie. Drees wilde hem dan ook niet in zijn kabinetten hebben.

De Quay werd benoemd tot Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Die periode beschouwde hij later als zijn beste tijd. “Hij heeft Brabant opgepord uit agrarische indolentie tot industrialiserende werkgelegenheid”, zo werd zijn inzet voor de provincie later omschreven.

De Quay was overtuigd katholiek. In de jaren van zijn Commissarisschap ging hij dagelijks naar de mis in de Bossche Sint-Jan. In 1945 werkte hij aan de oprichting van KVP, als opvolger van de vooroorlogse RKSP.

In 1959 werd hij minister-president. Van 1959 tot 1963 leidde hij een kabinet dat steunde op de KVP, AR, CHU en VVD. Daarna zat hij namens de KVP in de Eerste Kamer en van 1966 tot 1967 was hij vicepremier en minister van Verkeer en Waterstaat. Hij bleef lid van de Eerste Kamer tot 1969. Na zijn afscheid van de politiek keerde hij definitief terug maar zijn ‘eigen, kalme Beers’, waar hij al die jaren een grote band mee had gehouden.

Het echtpaar De Quay bij de viering van de gouden bruiloftDie betrokkenheid bij Beers onderstreepte hij onder meer door in 1961 zijn zestigste verjaardag te vieren op landgoed De Hiersenhof. Hoewel De Quay eigenlijk van plan was om het feest in intieme sfeer te vieren, kwamen de inwoners – samen met de plaatselijke harmonie Irene – het landgoed ‘opmarcheren’, meldt De Gelderlander.

Tijdens het verjaardagsfeest zei Statenlid J. van Daal uit Beers: “In het verleden hebben wij wel eens met een tikkeltje afgunst in de krant gelezen dat de president van de VS het weekend doorgebracht had op zijn boerderij, of dat president De Gaulle zich teruggetrokken had op zijn buitenverblijf. Zover hebben wij het in Nederland nooit kunnen brengen, tot voor enige jaren geleden, toen u minister-president werd. Dat dit een buitenverblijf is, heugt ons ten zeerste maar legt ons tevens de plicht op u hier geheel met rust te laten.”

De woorden van Van Daal golden blijkbaar niet voor deze verjaardag van De Quay. De Quay antwoordde dat hij en zijn familie ‘gaarne naar Beers gaan, omdat zij zich met de bevolking gebonden voelen in eenheid en vriendschap’. En hij haalde herinneringen op aan de tijd dat hij al op jeugdige leeftijd veel in Beers was.

Die verbondenheid van De Quay met Beers kwam soms onverwachts tot uiting. Zo zorgde Beers bij de opening van Madurodam in 1963 voor sfeer, volgens De Gelderlander. Mevrouw De Quay had de eer de Haagse miniatuurstad te openen – omdat haar man verhinderd was - en werd daarbij vergezeld door vendelzwaaiers van het St. Antoniusgilde en burgemeester Van Raaij van Beers.

De Quay vertelde in een interview enkele jaren later ook dat hij – na een uitstapje in 1927 naar de VS - blij was weer te kunnen terugkeren: “Ik herinner me dat ik, toen ik in ‘27 naar Amerika was geweest, terugkwam en de douane zei: “En heb meneer nog wat aan te geven”. Dat klonk me als muziek in de oren. En dat ik toen, ook toen ik de weiden zag, de koetjes, het gevoel had dat ik weer thuis was. Wat je sterk hebt in je eigen streek. Hier in Brabant… mijn grootouders hebben hier geleefd, mijn ouders zijn hier begraven.”

In de tuin van De Hiersenhof zijn heel wat belangrijke beslissingen gemaakt, verklapte mevrouw De Quay ooit. “Mijn man en ik hebben hier zo vaak gewandeld. Hier zijn heel wat ministers en burgemeesters gekozen.” De Quay overleed in 1985 en werd begraven op het kerkhof in Beers. Zijn persoonlijke archief ligt bij het BHIC.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

C.Wijnhoven zei op 3 november 2008 om 10:00 uur

Dat het archief de Quay bij het bhic ligt is het nut van vermelden niet waard,zolang het niet toegangkelijk is!

Christian van der Ven bhic zei op 1 juni 2011 om 22:10 uur

Een late reactie op de reactie van C. Wijnhoven: het archief van Jan de Quay is prima toegankelijk, en wel via de inventaris die via onze website te raadplegen is.

Je bedoelt waarschijnlijk dat het archief niet zonder meer openbaar (dus vrij te raadplegen) is. En dat klopt inderdaad.

Toen Jan de Quay zijn persoonlijke archief aan het BHIC in bewaring gaf, zijn met hem afspraken gemaakt over het beschikbaarstellen daarvan (zoals altijd gebruikelijk bij archieven). Om stukken uit het archief te raadplegen, moet toestemming worden gevraagd aan het BHIC. In de meeste gevallen wordt die toestemming ook verleend, maar dat is natuurlijk afhankelijk van het verzoek/onderzoek.

Voor meer informatie kun je altijd contact met ons opnemen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account