Leenregisters

Hertog Jan I van Brabant tijdens de Slag bij WoerdingenOp deze pagina krijg je informatie over de oudste leenregisters van Brabant (1312-1432). In leenregisters werd de administratie van leengoederen bijgehouden. Hieruit kunnen met name de omvang, ligging en eigenaar van een leen opgemaakt worden.

De oudste leenregisters van het hertogdom Brabant worden op het Algemeen Rijksarchief in Brussel bewaard, maar je kunt deze leenregisters in kopie raadplegen bij het BHIC in ’s‑Hertogenbosch.

 

 

Wat is het leenstelsel?

Het leenstelsel in West-Europa heeft zich ontwikkeld in de middeleeuwen. De koning of keizer gaf tijdelijk grond aan een leenman (beneficium). De leenman stelde zich in ruil daarvoor onder diens gezag en verplichtte zich tot trouw, gehoorzaamheid en dienst aan de koning of keizer (vazalliteit). Met name na de periode van Karel de Grote (+814), toen het centrale gezag zwakker werd, groeide het leenstelsel uit tot een instelling die de gehele organisatie van de maatschappij beheerste.

Veel leenmannen breidden in deze tijd hun macht zodanig uit, dat zij behalve grond ook andere rechten die normaal aan de overheid toekwamen, in leen kregen, bijvoorbeeld het recht om belastingen te innen of om de rechtspraak uit te oefenen. Op deze wijze kregen hertogen, graven en bisschoppen overheidsgezag in handen, waarmee zij op hun beurt weer anderen beleenden, met als gevolg een netwerk van leenmannen en achterleenmannen, met als opperste leenheer aan de top van de pyramide, de koning of keizer.

Op den duur werden de lenen vererfbaar. De verhouding leenheer-leenman veranderde daardoor zodanig dat de leenmannen zich langzamerhand ontwikkelden tot soeverein landsheer, onafhankelijk van de vorst. Eenmaal soeverein vorst binnen hun territorium deden de landsheren hetzelfde wat vroeger de koning/keizer had gedaan. Zij stelden plaatsvervangers aan in de vorm van baljuwen en schouten, belast met wetgeving, rechtspraak en bestuur binnen een bepaald gebied.

Zo kreeg ook de hertog van Brabant veel gebieden in handen. Het oude hertogdom Brabant bestond uit vier kwartieren, te weten Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch. Het laatst genoemde kwartier bestond uit de Stad en de Meierij van ’s-Hertogenbosch, weer onderverdeeld in de vier kwartieren Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland, en daarnaast uit oostelijk van de Meierij gelegen gebieden. De Baronie van Breda en het Markiezaat Bergen op Zoom ressorteerden onder het kwartier Antwerpen. De stad Grave, het land van Cuijk en de heerlijkheden Steenbergen, Willemstad en Prinsenland behoorden, naast de genoemde kwartieren en zonder zelf deel uit te maken van kwartieren, ook tot het hertogdom Brabant.

Gedurende de Tachtigjarige Oorlog werd Noord-Brabant afgesplitst van het oude hertogdom Brabant en in 1648 definitief toegewezen aan de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. Vanaf deze tijd namen de Staten-Generaal in Staats-Brabant de plaats in van de hertog van Brabant.

Wat zijn leenregisters?

De administratie van de beleningen werd bijgehouden in zogenaamde leenregisters. Vóór 1312 zijn er geen leenregisters van de hertog van Brabant bewaard gebleven. Vanaf 1312 bestaan er verschillende leenregisters, die genoemd zijn naar de klerken die ze hebben bijgehouden, te weten Willem van Cassel, Jan Stoot, Nycolaus Specht en Jan van Eda. Elke keer na een eigendomsovergang, zowel bij erving als door koop, diende het leengoed opnieuw te worden verheven en aan de hertog ‘heergewade’ betaald te worden. Het heergewade bestond aanvankelijk uit een krijgsuitrusting, zoals een jachthond, een havik, een zwaard.

Leenregisters kunnen met name voor genealogen en geïnteresseerden in de lokale geschiedenis van belang zijn. In vrij korte tijd verkrijg ke enig inzicht in een landgoed, zowel wat omvang, de ligging alsook de eigenaars betreft, en dit over een tijdsverloop van soms meerdere decennia achtereen in één register. Je vindt in deze registers met name informatie over de hertogelijke lenen gelegen in oostelijk Noord-Brabant omdat de leenheren in de Baronie van Breda en Markiezaat van Bergen op Zoom zich vrij autonoom gedroegen.

Waar zijn de oudste leenregisters te raadplegen?

De oudste leenregisters van het hertogdom Brabant worden op het Algemeen Rijksarchief in Brussel bewaard, maar je kunt deze leenregisters in kopie raadplegen bij het BHIC in ’s‑Hertogenbosch. Bovendien beschikt het BHIC over indexen op het Stootboek, het Spechtboek en het Eda boeck.

Casselboek (1312-1352)
Het Casselboek is het oudste leenboek van de hertog van Brabant. Dit boek is door Willem van Cassel in 1312 aangelegd en tot 1352 bijgehouden. Het is op microfiche bij het BHIC te raadplegen (toegangsnr. 1107, Rekenkamer, inv.nr. 542; toegangsnr. 360, inv.nr. 11). Het Latijnsboek (zie hieronder) is voor een groot deel gebaseerd op het Casselboek.

Stootboek (1350-1374)
Het Stootboek is genoemd naar de samensteller Jan Stoot. Het is in fotokopie en op microfiche film bij het BHIC te raadplegen (toegangsnr. 1107, Leenhof van Brabant, inv.nrs. 2-3; toegangsnr. 360, inv.nrs. 12 en 274). Op het Stootboek is een index vervaardigd op persoons- en plaatsnamen door F.W. Smulders (toegangsnr. 360, inv.nr. 274).

Spechtboek (1374-1440)
Het Spechtboek is aangelegd door Nycolaus Specht als notaris en klerk van de hertog van Brabant. Het is in fotokopie en op microfiche film bij het BHIC te raadplegen (toegangsnr. 1107, Leenhof van Brabant, inv.nr. 4; toegangsnr. 360, inv.nrs. 13 en 276). Op het Spechtboek is een index vervaardigd op persoons- en plaatsnamen door F.W. Smulders (toegangsnr. 360, inv.nr. 276).

Latijnsboek (14e eeuw)
Benaming voor de uitgave van L. Galesloot, Feudataires de Jean III (Brussel, 1865). Dit boek is in fotokopie aanwezig in de bibliotheek van het BHIC (toegangsnr. 1142, inv.nr. 34A5a). In dit boek is een index opgenomen op persoons- en plaatsnamen. Het boek is een verzamelwerk, waarin aantekeningen voorkomen die vrijwel de hele 14e eeuw bestrijken. Voor een groot deel bestaat het uit een overschrijving uit andere registers. Het Latijnsboek kan ook worden geraadpleegd op microfiche.

Eda boeck (1432)
Het Eda boeck is waarschijnlijk door Jan van Eda aangelegd. Het is in fotokopie en op microfiche bij het BHIC te raadplegen (toegangsnr. 1107, Leenhof van Brabant, inv.nr. 11; toegangsnr 360, inv.nr. 278). Op het Edaboek is een index vervaardigd op persoons- en plaatsnamen door A.M.C. Zom (toegangsnr. 360, inv.nr. 278).

Collectie Schaduwarchieven, toegangsnr. 360
Collectie Algemeen Rijksarchief brussel, toegangsnr. 1107

Hulp nodig?

Heb je vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen, telefoon 073-6818500, e-mail vragen@bhic.nl en chat. Je kunt je vragen ook stellen op ons forum voor historisch onderzoek en genealogie: www.bhic.nl/forum

Meer weten?

  • W. de Bakker, 'Meierijse leenregisters', in: De Kleine Meierij 22 (1971) 53-59
  • K.A.W.H. Leenders, 'Het oudste Leenboek van Brabant', in: Brabants Heem 29 (1977) 10-13
  • J. Vriens, 'Oirschotse leengoederen (Oirschot en Best)', in: Campinia 2 (1972) 99-100

Afbeelding: Hertog Jan I van Brabant tijdens de Slag bij Woerdingen. Miniatuur in de Codex Manesse uit ca. 1304 (Universiteitsbibliotheek Heidelberg)