skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

vindplaats testamenten jonger dan 100 jaar

theo vertelde op 10 januari 2014 om 17:15 uur
In de wet op het notarisambt staat dat testamenten ouder dan 100 jaar openbaar zijn. In de praktijk is het zo dat meestal testamenten t/m 1915 gewoon openbaar zijn en dat de testamenten uit de jaren 1916-1935 uit de series minuutakten van die jaren zijn verwijderd. De vraag is: Als ik kan aantonen dat een persoon in de jaren 1916-1935 is overleden en het vermoeden of zekerheid heb dat hij of zij een testament heeft gemaakt, waar kan ik dat testament dan inzien? Berusten de testamenten uit die jaren bij de notarisbewaarder of bij de arrondissementsrechtbank of mogelijk nog ergens anders?

Reacties (22)

Dorethé zei op 10 januari 2014 om 20:19
In de repertoria van de notarissen t/m ca 1935 die bij BHIC in te zien zijn, vind je of iemand een testament gemaakt heeft ten overstaan van die notaris. Ik ga ervan uit, dat die testamenten bij het BHIC zijn; ik denk dat een van de medewerkers van BHIC hier wel meer over weten. Vraagje voor de chat?
John zei op 12 januari 2014 om 16:30
Volgens mij via Testamentsregister bij Nationaal Archief in te zien.
theo zei op 12 januari 2014 om 17:13
In de repertoria van de notarissen, die openbaar zijn tot en met 1935, kan ik nagaan of iemand een testament heeft gemaakt en zo ja wanneer. Het gaat er mij om, waar ik testamenten van jonger dan 100 jaar in kan zien. In het Centraal Testamenten Register bevinden zich niet de testamenten, het is slechts een index.
Mariët Bruggeman, namens BHIC bhic zei op 13 januari 2014 om 11:41
Beste Theo,
Sinds december 2008 worden landelijk alle nog niet overgedragen notariële archieven bewaard bij de CAS (Centrale Archief Selectiedienst) te Winschoten. Hier berusten dus ook de testamenten van ná 1915. Om een akte te kunnen opvragen moet de naam van de notaris en de datum van de akte bekend zijn. Deze kun je dus opzoeken via de al eerder genoemde repertoria die bij ons of andere archieven berusten. Opvragen gaat via de desbetreffende notaris of zijn rechtsopvolger (Kosten voor een kopie bedragen € 20 - €100 of meer, afhankelijk van de zoektijd.
theo zei op 13 januari 2014 om 13:57
Beste Mariët,

Heel hartelijk dank voor je antwoord. Ik denk dat je niet alleen mij maar ook een groot aantal anderen een groot plezier hebt gedaan, getuige de vele vragen die over dit onderwerp leven.
Mariët Bruggeman, namens BHIC bhic zei op 13 januari 2014 om 15:52
Graag gedaan, Theo (en anderen).
theo zei op 8 november 2020 om 15:36
We zijn nu bijna 7 jaar verder na het stellen van mijn vraag. Ondertussen zijn de testamenten van 1916-1919 openbaar, want ouder dan 100 jaar. Worden deze testamenten door de CAS te Winschoten overgedragen aan de archiefdiensten, zodat ze gratis ter inzage komen, of moet ik wachten tot 2036, wanneer het gehele blok 1916-1935 openbaar is?
Hilde Jansma
Hilde Jansma bhic zei op 9 november 2020 om 11:39
Beste Theo, ik heb de kwestie meteen voor je uitgezocht, maar helaas is daar slecht nieuws uitgekomen. De inmiddels openbaar geworden testamenten zouden inderdaad aan ons overgedragen moeten worden. Maar er liggen op dit moment nog geen concrete plannen voor de overdracht van deze stukken vanuit de huidige bewaarplaats naar de desbetreffende archieven. Door het ontbreken van concrete plannen, verwachten we de testamenten niet snel te ontvangen. Het zal dus nog lange tijd duren voordat je ze bij ons zal kunnen raadplegen.
Dat betekent dat voorlopig je enige mogelijkheid voor inzage het contacteren van de desbetreffende notaris blijft. Of natuurlijk (en dat is waarschijnlijker) diens rechtsopvolger. Welke opvolger dat is kan je opzoeken via het opvolgersarchief: https://www.notaris.nl/page/het-opvolgersarchief.
Het is ontzettend jammer, maar het kosteloos kunnen inzien van deze testamenten zal dus nog een hele tijd op zich laten wachten.
theo zei op 9 november 2020 om 12:40
Beste Hilde,

Hartelijk dank voor je duidelijke antwoord. Wat ik me afvraag is het volgende. Wat is de zin van het invoeren van de regel, dat testamenten jonger dan 100 jaar (en van vóór 1936) niet openbaar zijn? De kans, dat iemand, die nog in leven is, vóór 1936 een testament heeft gemaakt, is mijns inziens verwaarloosbaar klein. Als er al zo'n persoon zou zijn, dan zal hij/zij zijn/haar testament toch wel hebben herroepen in of na 1936. We leven nu in 2020. Ik hoop dat deze reactie gelezen wordt door iemand, die goed thuis is in de wet op het notarisambt.
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 10 november 2020 om 10:03
Bedankt voor je reactie, Theo! Deze regeling is vastgelegd in de Wet op het Notarisambt en ik lees in de toelichting op artikel 59 het volgende hierover:

"Gebleken is dat de overbrengingstermijn van 75 jaar voor akten betreffende uiterste willen in sommige gevallen te kort is. Een testateur die op jonge leeftijd een testament heeft gemaakt (thans is de minimum leeftijd 16 jaar), loopt het risico dat nog tijdens zijn leven zijn testament naar de rijksarchiefbewaarplaats wordt overgebracht. Om te voorkomen dat deze testamenten op grond van de Archiefwet 1995 openbaar en raadpleegbaar worden, bestaat dan wel de mogelijkheid om bij overbrenging beperkingen aan de openbaarheid te stellen. Het is evenwel praktischer om die akten van de rest van het protocol af te zonderen en op een later tijdstip - na 100 jaar - over te brengen naar de rijksarchiefbewaarplaats. (...). In verband met deze wijziging zal in de ministeriële regeling op grond van artikel 54 (lees: artikel 58, bew.) (...) tevens worden bepaald dat akten betreffende uiterste willen afgescheiden van de rest van het protocol in de algemene bewaarplaats dienen te worden bewaard.' (NNV, 23 706, nr. 12, p. 43)"
Bron: https://www.wet-en-regelgeving-notariaat.nl/artikel-59-wet-op-het-notarisambt

De overheid of de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) zouden je hier misschien verder over kunnen informeren. Veel succes met je onderzoek!
Sam G. Schouten zei op 18 januari 2021 om 13:52
Goedemiddag,
Ik ben op zoek naar het testament van een voorouder die te Sneek is overleden.
Haar naam, geboortedatum, overlijdensdatum en huwelijksgegevens heb ik maar geen enkele verwijzing naar de notaris die het zou hebben verleden.
Kunt U me richting geven hoe het testament te achterhalen.
Alvast dank,
theo zei op 18 januari 2021 om 13:55
Sam,

Als je geen verwijzing hebt, hoe weet je dan dat zij een testament heeft gemaakt?
De memorie van successie , opgemaakt na haar overlijden, moet uitsluitsel geven.
San G.Schouten zei op 18 januari 2021 om 17:12
Via uw chat service kreeg ik het advies om meer details te geven.
Mijn zoektocht gaat om ene Welmoedina van Zandbergen, 3-8-1812 tot 14-12-1886 te Sneek,
Gehuwd met Jan ter Horst uit Rijssen op 27-4-1831
Norah zei op 18 januari 2021 om 17:15
Moet u dan niet in Friesland zijn?
Sam G. Schouten zei op 18 januari 2021 om 17:15
Sorry het vorige bericht verstuurde ik wat vertraagd.
In antwoord op de laatste vraag:
Ik ken alleen de overlevering dat er onmin bij de kinderen is ontstaan over het testament.
Sam G. Schouten zei op 18 januari 2021 om 17:19
Onze laatste bericht kruisten.
Nee, ter Horst emigreerde vanuit Rijssen naar Sneek waar hij een houthandel dreef.
hun kinderen zijn later weer teruggegaan naar Rijsssen en succesvol geweest met de oprichting en exploitatie van een jutefabriek.
Norah zei op 18 januari 2021 om 17:22
Okay, maar als men zoekt bij www.wiewaswie.nl op haar naam, dan komt er een memorie van successie te voorschijn bij een notariskantoor te Sneek.
> Tresoar.
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 19 januari 2021 om 09:58
Beste Sam, zoals Norah ook al heeft aangegeven, kunnen wij je hiermee niet verder helpen. De memorie van successie kun je dus vinden bij Tresoar. De volgende gegevens kun je doorgeven om de memorie op te vragen:

Archief
42
Registratienummer
14103
Aktenummer
6404
Akteplaats
Sneek
Collectie
Archiefnaam: Memories van successie - Tresoar, Deel: 14103, Periode: 1886
Boek
Memories kantoor Sneek
Opmerking
Filmnummer: 290

Veel succes ermee!
Norah zei op 19 januari 2021 om 12:24
Welmoedina's echtgenoot Jan Gerrit(s) Hendriks ter Horst overleed eveneens in Sneek + 18-11-1871.
Van hem is ook een memorie van successie opgemaakt. Misschien kun je hierin ook wat terugvinden...?
Naast Tresoar op te zoeken via www.allefriezen.nl
Sam G. Schouten zei op 19 januari 2021 om 12:59
Norah, Lisette dank voor jullie doorzoeken.
Groeten
Sam
Jan N. zei op 24 april 2021 om 17:25
Een door een notaris opgemaakte uiterste wil (testament) wordt opgenomen in zijn protocol. Het beheer van het protocol maakt deel uit van de notariële ambtsuitoefening. De notaris heeft een geheimhoudingsplicht.

Alleen de bij een akte betrokken partijen, daaronder begrepen de rechtverkrijgenden onder algemene titel, en degenen die aan de inhoud van de akte een recht ontlenen, zoals een erfgenaam bij een testament hebben recht op een afschrift of kopie.

Of testamenten kunnen worden opgevraagd bij de notaris die de akte passeerde, zoals op dit forum wordt gesuggereerd, is zeer de vraag. Een dergelijk verzoek heeft alleen kans van slagen als de aanvrager kan aantonen dat hij een belanghebbende is. Zo niet, dan zal zijn verzoek zeker worden afgewezen en moet hij wachten tot het testament is overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats.

Een nieuw benoemde notaris moet het protocol van zijn voorganger dat ouder is dan dertig jaar overbrengen naar de algemene bewaarplaats. De notaris is te allen tijde bevoegd om de akten die ouder zijn dan 20 jaar over te brengen.

Onder de oude thans vervallen Wet op het notarisambt van 1842, die van kracht was tot 1 oktober 1999, was er bij elk van de toen nog negentien (nu elf) arrondissementsrechtbanken een algemene bewaarplaats. Na vijfenzeventig jaar konden de notariële archiefbescheiden op grond van artikel 69a van de notariswet van 1842 van de algemene bewaarplaats worden overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats. Er werd in de oude wet geen verschil gemaakt tussen testamenten en overige akten en de termijn was voor alle akten vijfenzeventig jaar.

Bij de nieuwe Wet op het notarisambt (Wna) van 3 april 1999, in werking getreden op 1 oktober 1999 is de bewaartermijn voor testamenten gewijzigd in honderd jaar (artikel 59 lid 1 Wna). Voor alle overige akten bleef de termijn van vijfenzeventig jaar gelden. In artikel 59 lid 1 is ook bepaald dat die akten daarna binnen een tijdvak van tien jaar naar de bij of krachtens die wet voor de bewaring daarvan aangewezen rijksarchiefbewaarplaats worden overgebracht. In de praktijk vindt overbrenging in perioden (tranches) van tien jaar plaats, zodra voor de oudste jaargang in die tranche de termijn van tien jaar is verstreken.
Een gevolg van die langere bewaartermijn was dat testamenten in de algemene bewaarplaats moesten worden afgesplitst van de andere akten. Een arbeidsintensieve klus, die nog niet klaar is. Nog steeds zijn niet alle testamenten afgescheiden van de overige akten.


Bij de overbrenging van akten naar een rijksarchiefbewaarplaats hebben we in het jongste verleden te maken gehad met beide wetten. De tranche van 1906 t/m 1915 is nog overgebracht onder de wet van 1842, toen voor alle akten de termijn nog vijfenzeventig jaar was. Daardoor zijn alle akten uit die tranche, waaronder dus ook de testamenten en repertoria, al enige jaren voor eenieder raadpleegbaar. Op de tranche van 1916 t/m 1925 is de nieuwe wet van toepassing. Dat betekent dat de nieuwe termijn van honderd + tien jaar voor de testamenten in die tranche nog niet verstreken is. Dat is pas het geval in 2026 (1916 + 110). In dat jaar moeten die testamenten beschikbaar komen, maar omdat de overbrenging niet NA tien jaar maar BINNEN tien jaar moet plaatsvinden, hadden de testamenten van 1916 al in 2016 beschikbaar kunnen komen, die van 1917 in 2017 enz. Het werken met tranches van tien jaar staat echter de eerdere vrijgave in de weg. Voor de overige akten waarvoor de termijn van vijfenzeventig + tien geldt, zijn de tranche 1916 t/m 1925 (1916 +85 = 2001) en de tranche 1926-1935 (1926 +85 = 2011) al wel openbaar. De volgende tranche 1936 t/m 1945 komt voor wat betreft de overige akten beschikbaar in dit jaar, in 2021. De testamenten van deze tranche blijven nog tot 2046 verborgen.

In een van de reacties op het forum staat dat er inmiddels openbaar geworden testamenten zijn, die aan het BHIC overgedragen zouden moeten worden, maar dat daarvoor nog geen concrete plannen bestaan. Welke testamenten worden daarmee bedoeld? Alle tranches die tot nu toe moesten worden overgedragen, zijn ook daadwerkelijk overgedragen.

Per 3 december 2008 zijn alle akten uit de oude bewaarplaatsen bij de rechtbanken overgebracht naar de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Winschoten. Het bewaren bij de rechtbanken was onhoudbaar geworden. De bewaarplaatsen, meestal verstopt in kelders onder de rechtbank, puilden uit en akten waren soms met schimmel bedekt.

De CAS is in 2011 opgegaan in Doc-Direkt, de archiefspecialist van de rijksoverheid. Door overbrenging worden de notariële protocollen toevertrouwd aan de staat en gaat de zorg over op de Minister voor rechtsbescherming. Hij is, zoals de wet het noemt (zie hierna), “de zorgdrager”.

Via een aparte applicatie kunnen notarissen hun oude akten opvragen bij Doc-Direkt, bijvoorbeeld voor het afgeven van kopieën of afschriften aan belanghebbenden of voor het afgeven van een kopie van een testament aan de inspectie van de registratie en successie. Die kan dan zien wie recht hebben op de nalatenschap en mogelijk successiebelasting moeten betalen.

NB: Een notaris kan niet alleen zijn eigen akten digitaal opvragen bij Doc-Direkt, maar via de applicatie kan hij alle notariële akten opvragen die in de algemene bewaarplaats liggen opgeslagen.

Voorheen was er voor elke bewaarplaats bij een rechtbank een notaris aangesteld als bewaarder en een tweede notaris als plaatsvervangend bewaarder. Voor de notariële protocollen bij Doc-Direkt is er nog maar één notaris als bewaarder aangesteld en een tweede als plaatsvervanger. Zij worden door het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) in die functie benoemd. Artikel 57 lid 3 van de Wet op het Notarisambt (Wna) omschrijft hun bevoegdheid als volgt: “De bewaarder en de plaatsvervangend bewaarder hebben ten aanzien van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende protocollen dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als een notaris.”
De bewaarder van de notariële protocollen bij Doc-Direkt is dan ook degene die afschriften, uittreksels en grossen uitgeeft van alle akten die daar zijn ondergebracht.

Bij de parlementaire behandeling van de thans geldende Wet op het Notarisambt is gewikt en gewogen of de termijn voor testamenten vijfenzeventig of honderd zou moeten worden. Er is daarbij opgemerkt dat voor testamenten een bewaartermijn van honderd jaar de voorkeur verdient, ook al zou het op grond van de Archiefwet 1995 mogelijk zijn om bij de keuze voor vijfenzeventig jaar de openbaarheid van de naar een rijksarchiefbewaarplaats overgebrachte stukken te beperken. In Kamerstuk 23706 nr. 12 dd 10-09-1997 staat: “Om te voorkomen dat deze testamenten op grond van de Archiefwet 1995 openbaar en raadpleegbaar worden, bestaat dan wel de mogelijkheid om bij de overbrenging beperkingen aan de openbaarheid te stellen, het is evenwel praktischer om die akten van de rest van het protocol af te zonderen en op een later tijdstip – na honderd jaar – over te brengen naar de rijksarchiefbewaarplaats”.

Indien er wel voor een vijfenzeventigjarige termijn met beperkte openbaarheid was gekozen, dan was artikel 15 lid 3 van de Archiefwet 1995 van toepassing geweest. Dat artikel luidt: “De zorgdrager ten aanzien van de in de rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden, kan, gehoord degene op wiens last de archiefbescheiden zijn overgebracht, de ingevolge het eerste of het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperkingen opheffen, dan wel ten aanzien van een verzoeker buiten toepassing laten, indien het belang van de gestelde beperking niet opweegt tegen diens belang tot raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden.” Artikel 57 lid 4 Wna bepaalt dat de Minister voor Rechtsbescherming de “zorgdrager” is van de zich in de algemene bewaarplaats bevindende Notariële archiefbescheiden. De overbrenging geschiedt op last en voor rekening van zijn collega-minister, de Minister van Justitie.

Ik vraag mij af of naar analogie van artikel 15 lid 3 van de Archiefwet 1995, lettend op de overweging die bij de hiervoor vermelde parlementaire behandeling is gemaakt, een verzoek aan de Minister voor Rechtsbescherming om inzage van een testament dat ouder is dan vijfenzeventig jaar en zich bij Doc-Direkt bevindt in bepaalde gevallen, in een met goede redenen omkleed verzoek (niemand wordt benadeeld of in zijn privacy aangetast), zou kunnen slagen. Als de Minister het verzoek zou honoreren, is die inzage ook zonder kosten. Als het om een testament van honderd jaar of ouder gaat, waarvan de tranche nog ligt te wachten op vrijgave, lijkt het me redelijk als aan dat verzoek wordt voldaan.

Er wordt op het forum ook gesproken over notariële repertoria. Dat zijn de registers, waarin de notaris dagelijks de akten optekent die hij heeft gepasseerd. Van dat repertorium bestaat een dubbel. Het dubbel van het repertorium werd door de notaris jaarlijks vóór 1 maart over het afgelopen jaar bij de rechtbank ingeleverd. Als een repertorium nog niet door Doc-Direkt is vrijgegeven, kan gekeken worden of wellicht het dubbel al wel door de rechtbank is overgebracht.

In de nieuwe digitale wereld bestaat het repertorium niet meer in papieren vorm en er wordt ook geen dubbel meer bijgehouden. In artikel 7 van de gewijzigde Registratiewet 1970 staat nu: “De notaris is verplicht de door hem opgemaakte akten dagelijks langs elektronische weg in te schrijven in een door de KNB, per notaris, gehouden repertorium.” De wijze waarop, wordt geregeld door de minister van Financiën.

Ten slotte nog de successieaangifte, vaak “Memorie van Successie” genoemd. Die aangifte bevat een overzicht van de bezittingen en de schulden van de erflater en ook wie de erfgenaam is/erfgenamen zijn en hoe de vererving plaats heeft gevonden, krachtens de wet (abintestaat) of krachtens testament. In geval van een testamentaire vererving wordt in de aangifte soms een gedeelte van het testament woordelijk opgenomen en kan men langs die weg al eerder dan pas na honderd jaar (gedeeltelijke) inzage van het testament krijgen. Bij de schulden vindt men daar vaak ook de kosten van de begrafenis en de rekening van de kerk waar de begrafenisdienst plaats vond. Met enig geluk staat daar dan ook de naam van de kerk en de begraafplaats.

Ook akten van boedelscheiding en boedelbeschrijving bevatten evenals de successieaangiften een schat aan informatie, zoals de vererving en de vermelding van gedeelten van het testament. Verder, indien aanwezig, het onroerend goed en alle overige bezittingen en schulden.
Die akten zijn evenals de successiememories al vijfentwintig jaar eerder beschikbaar voor raadpleging dan de testamenten.

De akte van boedelscheiding kan, als daarbij onroerend goed betrokken is, ook gevonden worden bij het kadaster, zij het in verkorte vorm (uittreksel). Als de kadastrale kenmerken van een perceel (kadastrale gemeente, sectie en perceelsnummer) bekend zijn, kan gezocht worden in de kadasteradministratie, waarvan het archief tot ongeveer 1974 toegankelijk en raadpleegbaar is bij de rijksarchiefbewaarplaatsen. In de kadastrale leggers vindt men vaak allerlei verwijzingen, die soms cryptisch zijn, maar voor een goed verstaander veel informatie bevatten. Zo vindt men op de legger een verwijzing naar de titel, in het notariële jargon de “titel van aankomst” genoemd. Dat is de akte waaraan de op de legger vermelde rechthebbende(n) zijn/hun recht ontleent/ontlenen. Met het op de kadastrale legger vermelde “deel” en “nummer” kan die akte worden gevonden. Zo kan bijvoorbeeld met deel en nummer “9999/10”, in deel 9999 onder volgnummer 10 de akte gevonden worden, waarbij de op de legger staande persoon/personen de eigendom heeft/hebben verkregen.

Door de notaris werd in het nog niet zo verre verleden per post of koerier een afschrift of uittreksel van elke door hem gepasseerde akte waarbij onroerend goed betrokken was, bij het kadaster, ook wel het Hypotheekkantoor genoemd, ter inschrijving aangeboden. Tegelijk met het afschrift of uittreksel van de akte op notarispapier (tot 1 januari 1972 met het oranje belastingzegel in de linker bovenhoek en vanaf die datum met een rood notarieel vignet) leverde de notaris speciale kadasterformulieren (nr 4A) aan waarop door hem de letterlijke tekst van het aangeboden afschrift of uittreksel was overgetypt of gekopieerd en voor eensluidend was verklaard. Tot 1947 werden de door de notaris aangeleverde afschriften en uittreksels door klerken van het kadaster nog met de pen overgeschreven. De formulieren 4A (en de vervolgformulieren 4B) werden na verwerking in de kadastrale administratie, met een volgnummer opgenomen in een boekwerk, het hiervoor bedoelde “deel”. Het afschrift of het uittreksel ging voorzien van het stempel en de handtekening van de Hypotheekbewaarder en met vermelding van datum, deel en nummer van de inschrijving (in het verleden door het klerkenwerk “overschrijving” genoemd) terug naar de notaris, die het vervolgens als eigendomsbewijs afgaf aan de nieuwe eigenaar/eigenaren. Tegenwoordig gaat de aanlevering door de notaris van stukken aan het kadaster voornamelijk langs elektronische weg. De oude werkwijze bestaat echter ook nog.

Of door de notaris een afschrift (de volledige akte) of uittreksel (een deel van de akte) wordt aangeleverd hangt af van de aard van de akte. Bij akten van levering is het meestal een afschrift en bij boedelscheidingen, vanwege de privacy, een uittreksel met alleen de van belang zijnde elementen, zoals de namen van de deelgenoten, de vererving en de omschrijving van het onroerend goed, maar met weglating van bedragen, effectenbezit, banktegoeden enz. Het kadaster is immers openbaar en akten kunnen meteen na inschrijving door iedereen worden ingezien.

Behalve de al genoemde akten zijn ook een schenking en een proces-verbaal van veiling titels die van belang kunnen zijn. Als de veiling verband houdt met een overlijden kan die akte ook testamentaire bepalingen bevatten.
Egbert zei op 24 april 2021 om 17:52
@Jan N.

Dank voor dit overzicht.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.