skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Aktie!

Het begin van de nieuwe feministische beweging in de gedaante van Dolle Mina was spetterend. Ludieke acties zorgden voor landelijke bekendheid en veel vrouwen voelden zich aangesproken, ook in Brabant. Dat had te maken met de onderwerpen die aan de orde werden gesteld, zoals de positie van de huisvrouw, crèches, en abortus. De landelijke actiegroep ‘Wij vrouwen eisen’ organiseerde grote abortusdemonstraties.

Tekst: Anita Koster en Nel Willekens

Anita Koster
Nel Willekens

Het persoonlijke is politiek

Actie zonder bewustwording blijft echter aan de oppervlakte. Vrouwen onderkenden dit en een paar jaar later verschoof het accent binnen de vrouwenbeweging naar bewustwording.

Vrouwen die deelnamen aan vrouwenpraatgroepen ontdekten dat veel van hun ervaringen gemeenschappelijk waren (het persoonlijke is politiek). Ook kregen zij de behoefte om ook buiten de praatgroepen zonder mannen bij elkaar te komen en gezamenlijke activiteiten te ontplooien.

Dat leidde tot het opzetten van vrouwentrefcentra en vrouwencafés in verschillende Brabantse plaatsen en vrouwenhuizen in Eindhoven, Den Bosch en Breda. In Tilburg, Helmond, Oss, Breda en Roosendaal ontstonden iets later centra voor allochtone vrouwen. In de vrouwenhuizen ontmoetten vrouwen uit alle geledingen elkaar. Hier werden plannen gemaakt en projecten gesmeed.

Zo ontstond ook de behoefte aan eigen communicatiekanalen, via welke vrouwen kennis konden nemen van voor hen belangrijke onderwerpen en acties. In verschillende steden werden vrouwenkranten, nieuwsbrieven en radio-uitzendingen gemaakt.

Dat leidde vaak weer tot actie en het oprichten van nieuwe actiegroepen, zoals Vrouwen tegen sexueel geweld (VTSG) in den Bosch en Tilburg en ‘Tegen haar wil’ in Eindhoven. Er werden zogeheten Heksennachten georganiseerd, waarbij vrouwen de nacht en de straat terug eisten en er kwam een landelijke vrouwenstaking met ook acties in Den Bosch.

De behoefte om deze beweging vast te leggen resulteerde hier en daar in het opzetten van vrouwenarchieven, zoals De Spinster in Den Bosch.

Positieve actie tegen maatschappelijke achterstelling

De achterstelling en de onderdrukking van vrouwen (het vrouwelijke) manifesteerde zich in alle sectoren van de maatschappij.

Op het gebied van werk ontstonden vele emancipatie-activiteiten. Het was vrouwen duidelijk geworden hoe belangrijk economische zelfstandigheid was. Overal ontstonden werkgroepen en arbeidshulpverleningsprojecten. Er waren intensieve contacten met arbeidsbureau’s, er werden lessen in solliciteren gegeven. Op de Volkshogeschool Noord-Brabant werden cursussen ontwikkeld en gegeven.

Landelijk werd ondersteunend werk gedaan door de Stichting Vrouw en Werk. Daarnaast werden vele kleine vrouwenbedrijven opgericht met de bedoeling dat die loonvormend zouden worden, zoals in Den Bosch kledingzaak Zus en Zo, Hartenvrouw, vrouwenrestaurant De Roze Ruit en vrouwendrukkerij De Doordrukster. In Boxtel was er EVA’s Appel.

Initiatieven op het gebied van onderwijs werden in Brabant vooral vanuit landelijk beleid geïnitieerd. Zoals de Vrouwenvakschool Annie van Dieren in Tilburg, waar in een vrouwvriendelijke omgeving een vak geleerd werd. En de MoederMavo’s, die in alle steden heel succesvol draaiden op voor vrouwen geschikte tijden. Op deze scholen hebben veel vrouwen alsnog de kans gegrepen om zich te ontwikkelen. De sociale academie’s besteedden veel aandacht aan de vrouwenemancipatiebeweging. Enerzijds omdat er veel feministische vrouwen werkten, anderzijds omdat veel vrouwen uit de vrouwenbeweging hier bij de part-time opleiding lessen volgden.

Bron: Vereniging Vrouwenkafee Tilburg, Informatiekrant 1979-1980.

Een uitzondering was het Marietje Kesselsproject in Tilburg. Op initiatief van één vrouw (Klaar van Helvoort) werden op álle basisscholen zelfverdedigingslessen gegeven aan de meisjes van de hoogste klas. Zij leerde de meisjes ook hoe verbaal te reageren. Dit project was succesvol en vond veel navolging, ook landelijk.

Ook waren er initiatieven rond bouwen en wonen. Vanuit Brood en Rozen (Den Bosch) werden woonbewustwordingscursussen ontwikkeld en gegeven. Een van deze Bossche vrouwen richtte later een Landelijk Steunpunt Vrouwen, Bouwen en Wonen op met het landelijke tijdschrift Klinker.

Cursus zelfverdediging voor vrouwen, jaren '70 of '80. Foto: Dagblad De Stem / Ben A.G. Steffen, Roosendaal. Bron: West-Brabants Archief, nr. ST00759-05.

Brandstoffen

De nieuwe vrouwenbeweging bestond zeker in het begin vooral uit vrijwilligsters. Dat betekende natuurlijk niet dat er geen behoefte bestond aan ondersteuning, voeding en inspiratie. Daarin werd op verschillende manieren voorzien:

  1. Het houden van grote of kleinere demonstraties; grote feesten die met een zekere regelmaat werden georganiseerd; het oprichten en in stand houden van vrouwenhuizen, waarin de ontmoeting vaak weer brandstof gaf voor nieuwe activiteiten, scholingsgroepen, zoals de fem-socgroepen (feministisch-socialistisch), en landelijke studiedagen.
  2. Vrouwentijdschriften: niet alleen de landelijke, iedere stad had wel een vrouwenkrant.
  3. De overheid en maatschappelijke instellingen.

In 1977 financierde de overheid voor een periode van drie jaar ‘EVA bijt door’, als landelijke ondersteuning van al het emancipatiewerk binnen en buiten instellingen. Deze ondersteuningsfunctie gaf twintig nieuwsbrieven en themanummers uit, en organiseerde een tiental meerdaagse studiebijeenkomsten.

De provincies betaalden een VOS-consulente, die het VOS-werk organiseerde (kadertrainingen) en de VOS-cursussen in de provincie.

In 1979 kwamen daar de provinciale emancipatiebureau’s bij (Brabant telde er drie), en een veertigtal emancipatiewerkers, aangehaakt bij maatschappelijke organisatie’s, wanneer die daarom vroegen. In 1981 kwamen er landelijke steunpunten voor 'Vrouw en Werk', en voor 'Vrouwen, Bouwen en Wonen'. In 1983 volgde VIA, Steunpunt voor Vrouwenhulpverlening.

Deze ontwikkeling bracht vele feministen een baan, maar onttrok hen ook aan het plaatselijke werk.

Twee inspiratiebronnen verdienen hier een aparte aantekening:

  • De volkshogescholen en vormingsinternaten, waar het kader van de vrouwenbeweging elkaar regelmatig ontmoette en zich bijschoolde. Hier vond ook veel persoonlijke groei plaats; kreeg men inzicht in hoe maatschappelijke onderdrukking zich internaliseert en werden wegen geboden om zich daarvan te bevrijden.
  • Het andere voedende segment werd geboden in de agogische opleidingen aan de universiteiten en hogescholen, waaraan feministen op grote schaal deelnamen. De zogenaamde vrouwenleerroutes gaven veel inzicht in het vrouwenbewustzijn.

Bemoeienis met het beleid

Nel Willekens maakt propaganda voor de Vrouwenpartij. Ze stond nr. 2 op de lijst, maar ze haalden niet genoeg zetels, 1990.

Bemoeienis van de vrouwenbeweging met het stedelijk en het gemeentelijk beleid was direct nodig: er moest geld komen voor kinderopvang en peuterspeelzalen, Blijf-van-mijn-Lijfhuizen, vrouwenhuizen. Het kostte veel kruim, alles was nieuw.

Dit proces werd per stad doorlopen. Er was geen landelijk beleid en de verschillen per stad waren groot. In Eindhoven (Vrouwenkruidt, Kassandra, Vrouwenhuis) en Breda (Vrouwenhuizen en activiteiten) was er een redelijke verstandhouding met de gemeente en vond ook financiering plaats. In Den Bosch daarentegen verliep alles bijzonder moeizaam. De meeste financiering (Brood en Rozen, Balsemien, Vrouwenproject-Oost) kwam daar van de landelijke overheid, of de activiteiten vonden plaats in kraakpanden (Vrouwenhuis, VrouwenOpvang).

In de kleinere plaatsen werd vaak samengewerkt aan het tot stand brengen van gemeentelijke emancipatienota’s, waarin gemeentebeleid werd vastgesteld, gericht op de verbetering van de positie en kansen van vrouwen. Hierin waren met name de Rooie Vrouwen actief.

Vanaf 1980 werd ondersteuning verleend door het provinciale emancipatiebureau, van bovenaf gedropt door de landelijke overheid. In Brabant op drie locaties: Den Bosch, Breda en Helmond / Gemert. Van daaruit werden geen publieke acties ondernomen.

Een kleine revolutie

Politiek en actie werden zo steeds meer bedreven buiten beeld van de media, die ook niet erg geïnteresseerd meer waren. Als een gevolg werden de activiteiten van de vrouwenbeweging voor het grote publiek minder zichtbaar en zo valt ook de relatief slechte bekendheid van deze activiteiten in de periode na 1975 te verklaren.

Maar ondertussen vond een kleine revolutie plaats, waarvan vrouwen nu nog steeds de vruchten plukken en meestal zonder dat zij zich daar bewust van zijn. Wel worden vandaag de dag belangrijke thema’s van de vrouwenbeweging van toen, zoals lijf en seksueel geweld (#metoo), opnieuw opgepakt.

 

Naar het thema Rebellerende vrouwen

 

Verder lezen:

 

1975: Jaar van de Vrouw

Wij waren aanwezig bij de opening van het Jaar van de Vrouw, wantrouwig met als leuze 'Geen jaar, maar een LEVEN voor de Vrouw'. Wij waren ervan overtuigd, dat het van de overheid maar een eendagsvlieg was.

Actie tegen gynaecologen

De ochtend mondde uit in een actie tegen de vrouwonvriendelijke behandeling door gynaecologen in de Bossche ziekenhuizen. Er werden handtekeningen ingezameld, die aangeboden werden aan de gynaecologen.

Bossche Vrouwenhuis

Ondanks de enorme puinhoop was iedereen enthousiast. Op de witgekalkte ramen werd met grote letters "Vrouwenhuis" geschreven en daarmee was het Bossche Vrouwenhuis een feit. Er volgde een periode van klussen en poetsen en op 4 juni 1978 was de feestelijke opening.

DES-dochters: van Bossche keukentafel tot Europarlement

We hebben duizenden vrouwen via publiciteit opgespoord, meerdere vrouwen gered van onnodige operaties en andere vrouwen gepusht om naar deskundige artsen te gaan. Met een paar gynaecologen startten we een DES-Netwerk zodat vrouwen de juiste onderzoeken kregen.

Dolle Mina in Den Bosch

De eerste meeting in Den Bosch vond plaats in een klaslokaal van een school in de Hinthamerstraat. Tot onze verrassing waren er meer dan 30 vrouwen. Het werd een geweldige eerste bijeenkomst. Wat een leuke vrouwen allemaal, en wat een avontuur gingen we samen aan! Dolle Mina Den Bosch was startklaar!

Dolle Mina in Eindhoven

De Eindhovense Dolle Mina’s deelden tijdens het carnaval van 1970 een stencil uit met een soort van proclamatie, geheel in carnavaleske stijl. Ze spraken daarbij de hoop uit 'dat het enige mensen heeft wakker geschud'.

Emancipatie-instellingen in Brabant: een geschiedenis van 25 jaar

Het kritisch volgen en ontwikkelen van emancipatiebeleid door de provincie, instellingen en gemeenten krijgt prioriteit. Provinciale platforms worden opgezet, waarin vrouwen meedenken over de aandacht voor emancipatie op bepaalde beleidsterreinen

Heksennachten

In het centrum is onderhand een flinke menigte verzameld. Witte gewaden en schmink, liedteksten en spandoeken, puntmutsen en fakkels… verbaasd en een tikje nieuwsgierig slaan de passanten het gade.

Ingemetselde vrouwen

Op de eerste verdieping trof de politie in een kamer met dichtgemetselde deur nog negen vrouwen aan. 'Zonder onze hulp zouden die er niet uitgekomen zijn', aldus een woordvoerder van de Bossche politie. Hoe zat dat eigenlijk met die ingemetselde vrouwen?

Kledingwinkel Hartenvrouw

De winkel heeft zo’n 15 jaar met succes gedraaid. Veel vrouwen waardeerden het als een nuttige en leuke voorziening in de wijk. En de kleding die niet verkocht werd, ging naar een goed doel.

Kwidam: eerste vrouwensportschool van Nederland, in Tilburg

Een andere verandering die ik heb meegemaakt is de kijk op afvallen. In de begintijd wilde ik daar geen aandacht aan besteden. Afvallen stond zo in het teken van 'maatje 36, jong, zongebruind'... een schoonheidsideaal waaraan vrouwen nauwelijks beantwoordden.

Luister illegale Vrouwenradio!

Klik op de fragmenten, stem af op de Vrouwenradio en dompel je onder in de tweede feministische golf...

Rooie Vrouwen

De PvdA kende vanaf haar oprichting in 1945 een eigen vrouwenorganisatie als onderdeel van de Partij. Sinds 1975 was dat De Rooie Vrouwen. Vanaf het begin was Mathilde Wibauts daar voorzitter van. De Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (de voorloper van de PvdA) erkende de Bond in 1914. Haar opdracht was “de verheffing van de vrouw”.

Vrouwendrukkerij De Doordrukster

In 1982 opende Vrouwendrukkerij de Doordrukster haar deuren in het gekraakte voormalig ziekenhuis Johannus de Deo, aan de Papenhulst 26 in Den Bosch, beter bekend als de Paap. De Doordrukster wilde de media voor vrouwen toegankelijk maken en het feministische en linkse gedachtengoed verspreiden.

Vrouwenkruidt in Eindhoven

Vanuit die verbazing over de macht van mannen was het niet gek dat ik me in 1970 onmiddellijk aansloot bij Dolle Mina, waar ik onder meer meedeed aan de actie ‘Baas in eigen buik’ tijdens een gynaecologencongres in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. Twee jaar later verhuisde ik naar Eindhoven en ook daar zette ik me actief in voor de vrouwenstrijd. 

Vrouwenradio

Een vriendin van me maakte een radioprogramma, ‘Krijg jij ook zo’n kippevel van hanengedrag?’, dat werd uitgezonden door Radio Vrij Den Bosch. Daardoor kwam een groep vrouwen van het Vrouwenhuis, waaronder ik, op het idee om een eigen vrouwenradio te beginnen.

Vrouwentrefcentrum

Meestal ontstond er dan een groep van acht tot tien vrouwen. We vroegen dan of ze alléén naar de thema-avond waren gekomen, of dat moeilijk was geweest en wat voor vrouwen ze hadden verwacht aan te treffen. ‘Heel fanatieke vrouwen, radicaal, die tegen mannen zijn en proberen iedereen zo ver te krijgen', zeiden sommige deelnemers dan.

Vrouw en Werkwinkel

En ineens was je dan een 'werkende vrouw'. Daar moesten de vrouwen zelf én hun omgeving vervolgens behoorlijk aan wennen! ‘Och mevrouwtje, waarom blijft U niet gewoon thuis’ was een heel gangbare opvatting.