Eerste gemotoriseerde vlucht Etten-Leur

vertelde op 16 juni 2018 om 10:25 uur

‘Vleugels geven aan de wereld’
In elke publicatie over de geschiedenis van de luchtvaart staan twee belangrijke feiten vermeld: de eerste vlucht door de gebroeders Wright in Amerika op 17 december 1903 en de vlucht van Bleriot over het kanaal op 25 juli in 2009. Dat in Nederland de eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig op 27 juni 1909 werd uitgevoerd, lijkt een detail in de luchtvaartgeschiedenis, maar niet voor Noord-Brabant. Terwijl Den Haag nog volop met de organisatie voor de eerste Nederlandse vlucht bezig was, kreeg Noord-Brabant opeens de primeur van dit unieke historische feit. Vanaf 1909 ontwikkelde de luchtvaart zich snel tot een veelomvattende technologie die een revolutie teweeg bracht die met weinig uitvindingen te vergelijken is. Zowel de militaire als de civiele luchtvaart hebben zich daarna in snel tempo ontwikkeld.
Wie van Etten-Leur naar Rijsbergen rijdt, passeert op de scheiding van deze twee dorpen, ter hoogte van de Naaldstraat het Graaf de Lambert plantsoen. Op deze plaats begon de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart. Verscholen tussen groen herinnert een bescheiden monument aan deze, voor die tijd unieke en spectaculaire, gebeurtenis. In Amerika waren het de gebroeders Wright die, destijds met gevaar voor eigen leven, de eerste vlucht uitvoerden. In Nederland schreef Charles, graaf de Lambert geschiedenis.
Het initiatief kwam van Sybrand Heerma van Voss (1841-1934) een suikerbaron te Leur. Ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van zijn fabriek De Zwartenberg wilde hij zijn personeel iets bijzonders bieden. Hij dacht aan een vliegdemonstratie, maar de uitvoering van zijn idee bleek niet zo eenvoudig als de 70-jarige industrieel zich dat had voorgesteld. De contacten met luchtvaartpionier Leon Delagrange, die met een Whright toestel en tegen betaling van twintigduizend gulden twee vluchten zou uitvoeren, liepen op niets uit. Heerma van Voss ging op zoek naar een andere piloot en hij kwam terecht bij Charles graaf de Lambert (1865-1944). De Lambert werd in Portugal geboren en woonde in 1909 in het Belgische Luik. Hij was een van de drie leerlingen van Wilbur Wright. Op 18 maart maakte hij zijn eerste solovlucht boven de Franse stad Pau en op 7 oktober van dat jaar behaalde hij zijn vliegbrevet. Hij zou op 27 juni de eerste vlucht gaan uitvoeren.
Heerma van Vos liet op de Klappenbergse Heide, ten zuiden van Etten-Leur een loods bouwen en een startbaan aanleggen. Inmiddels had het plaatselijke initiatief van de Leurse Suikerfabrikant zowel landelijk als regionaal veel publiciteit gekregen. Op 25 juni arriveerde De Lambert met enkele technici en het vliegtuig per trein in Etten-Leur. Vervolgens werd het toestel op een boerenkar naar de Klappenbergse heide vervoerd.
Op 27 juni waren de weersvoorspellingen goed. Met honderden rijtuigen, karren, auto’s, fietsen, per tram en te voet trokken velen naar de Klappenbergse Heide om getuige zijn van dit spektakel. De toegang was gratis, uitgezonderd een particuliere kleine, vrij hoge tribune. Volgens een schatting stonden er ongeveer dertig tot veertigduizend toeschouwers in dikke rijen langs de uitgestrekte heide. Hoewel bekend was dat de vlucht pas rond vier uur zou plaatsvinden, waren de eerste bezoekers al voor dag en dauw gearriveerd. Het geduld van de tienduizenden toeschouwers werd wel erg op de proef gesteld want er stond een krachtige wind die het opstijgen onmogelijk maakte. Na een winderige en regenachtige dag keerden veel bezoekers dan ook teleurgesteld naar huis. Te vroeg, zo bleek later die dag.
De vliegmachine was opgesteld in de grote loods. Het was van hetzelfde type als het toestel dat de gebroeders Wright in Amerika gebruikten. Het werd in licentie gebouwd door de maatschappij Ariel. Er moest met vol motorvermogen gestart worden en met behulp van een katapult, waarvoor de energie werd geleverd door een valblok van 700 kilo aan een mast. Het hoogteroer was vóór de vleugel geplaatst, wat de horizontale besturing vereenvoudigde; het toestel kon dan niet ‘afglijden’. De richtingsbesturing, de verticale roeren achter de vleugel, werd er echter door bemoeilijkt. Bij latere typen werd het hoogteroer bij het richtingsroer aan de achterzijde, de staart, geconstrueerd. De krachtbron was een viercilinder watergekoelde motor met een vermogen van 30 PK. Deze dreef een kamwiel aan dat door middel van fietskettingen de twee in tegengestelde duwschroeven een snelheid gaf van ongeveer 1600 toeren per minuut. De spanwijdte bedroeg 12.50 M., de lengte 8.60 M. Het toestel woog 400 kilo.
Pas tegen zes uur in de middag leek het weer beter te worden. De Wright Flyer werd uit de loods gehaald waarna een gejuich opsteeg uit de menigte. Op twee wielen werd de machine door acht mannen voortbewogen. De motoren werden gestart en het toestel werd op de zuidelijke startrail geplaatst. Hier en daar nog gesmeerd en toen was het gereed voor hét moment van de vlucht. Echter, op dat moment sloeg het weer onverwachts om. Een krachtige westenwind verijdelde de opstijging voor dat moment. Voor de tweede keer die dag gaf een aantal toeschouwers de hoop op en vertrok huiswaarts. Maar even daarna draaide de wind plotseling naar het zuidwesten. Graaf de Lambert liet het toestel overbrengen naar de westelijke rail. Opnieuw werden de wielen er onder gezet en het toestel zwenkte 90 graden en stond toen in een andere richting. Het valgewicht werd bevestigd en opgehesen. Graaf de Lambert besteeg het toestel, twee mannen stonden bij de schroeven te wachten om deze in beweging te brengen. Na enige spannende momenten, begonnen de propellers in een onzettende vaart te ratelen, daarna een slag en plotseling schoot het toestel op de rail vooruit en ging de lucht in. Dit was hét moment waarop iedereen had gewacht; het toestel steeg tot een hoogte van 10 tot 15 meter en zweefde regelmatig en statig door de lucht. De Lambert vloog over het nog aanwezige publiek, over de hangar en toen in westelijke richting. Plotseling hield het geluid van de motor op en vrij snel zag men het toestel neerdalen. Iedereen snelde over de natte heide naar de landingsplek. Graaf de Lambert stond ongedeerd naast het vliegtuig dat nauwelijks was beschadigd. Wat was er gebeurd? De magneet was door de regen nat geworden en daardoor was er een kleine kortsluiting ontstaan. Graaf de Lambert had het veranderde motorgeluid opgemerkt en besloot de landing in te zetten die hij met succes volbracht. De vlucht had precies zes minuten geduurd. De eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig in Nederland was met succes voltooid. Graaf de Lambert keerde naar Parijs terug en Etten-Leur plaatste zich met deze gebeurtenis in de luchtvaartgeschiedenis.
Deze eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig in het Noord-Brabantse dorp Etten-Leur was de aanleiding om in Gilze-Rijen een vliegveld te realiseren. Heerma van Voss en andere zakenlieden uit Brabant richtten in 1910 de “Eerste Nederlandse Vlieg Vereniging” op. Ze kochten een stuk heidegrond tussen de dorpen Gilze en Rijen en bouwden een vliegveld met een hangaar voor reparatie. In augustus 1910 werd de eerste vliegdemonstratie gehouden op de Molenheide. Veel piloten haalden op de vliegschool Molenheide hun brevet. Militaire vliegers van Soesterberg namen de Molenheide in gebruik als hulpvliegveld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de Molenheide intensief gebruikt voor grensbewaking met België. Ieder jaar werden er ook rondvluchten georganiseerd, maar verder was het rustig op de Molenheide. De Tweede Wereldoorlog had een grote invloed op de gemeente Gilze-Rijen. De Duitsers bouwden de Molenheide uit tot een vliegveld met alles erop en eraan. Honderden hectaren grond en huizen werden gevorderd voor de bouw van Fliegerhorst Gilze-Rijen. Startbanen en vele gebouwen werden uit de grond gestampt. In september 1940 stegen de eerste Duitse vliegtuigen op vanaf Gilze-Rijen met als bestemming Engeland. Na de oorlog werd dit vliegveld gehandhaafd als militaire basis.
In 1932 werd onder de naam Welschap in Eindhoven een vliegveld met grasbaan aangelegd. In april 1939 werd het vliegveld gevorderd vanwege de algemene mobilisatie. De oorlog maakt een einde aan de ontwikkelingen en aspiraties van het vliegveld Welschap. In twee dagen werd Eindhoven bezet en nam de Luftwaffe er bezit van. Vervolgens ontstond de vliegbasis Woensdrecht. Militair vlieger J. A. Jansen richtte destijds met een aantal gelijkgestemden de Bergen-op-Zoomsche Zweefclub op. In 1935 steeg hier het eerste zweef vliegtuig op. Later werd het gebruikt als oefenveld voor de Militaire Luchtvaartafdeling (LVA). Ook dit vliegveld kwam na 1940 in Duitse handen en werd voor militaire doeleinden gebruikt. De geschiedenis zoals hierboven beschreven, laat zien dat de provincie Noord-Brabant tussen 1814 en 1940 een belangrijke aanzet heeft gegeven voor het civiele en militaire verkeer en vervoer in Noord-Brabant.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: