i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Geffen
Tags:

Aanslag op een belasting-inner (1781)

vertelde op 9 maart 2009 om 15:26 uur

Het is 13 november 1781 en de jaarmarkt van Geffen is in volle gang. Ook al is het pas middag, het is al behoorlijk druk in de herberg van Hendrik Soetens. In de gelagkamer zit een stel mensen uit Kessel onder wie Thomas Keetels. Hij is burgemeester van Kessel, dat was toen zoiets als wethouder financiën en financieel ambtenaar tegelijk.

Adriaan van Ostade (Parijs, Louvre)Hij houdt zitdagen in deze Geffense herberg om de belasting te innen die Geffense mensen verschuldigd zijn voor hun landerijen onder Kessel.

Maar er zijn meer mensen: uit Geffen zelf zitten onder andere Adriaan Vosch en Gerrit van de Graaf aan het bier. Dan komt ook Peeter van de Graaf, oud-Geffenaar en net als Keetels burgemeester van Kessel, binnen.

Toevallig is de moeder van Adriaan Vosch aan het dorp Kessel nog 4 gulden en 10 stuivers belasting schuldig is. Peeter had Adriaan daar al een paar keer op gewezen en zei er ook nu waaschijnlijk iets van. Volgens enkele Geffense getuigen ging dat niet vriendelijk: Peeter van de Graaf heeft Adriaan Vosch zelfs op een brutale manier en op kwade toon aangemaand. Maar  andere getuigen, uit Kessel afkomstig, beweren dat Van de Graaf Vosch alleen maar kort gegroet had.

Pieter van Laer, herberg-gevechtHoe het ook zij: op een gegeven moment slaat Adriaan Vosch in de keuken van de herberg met een wijnglas in het gezicht van Peeter van de Graaf, zodat het bloed over zijn wang liep. Peeter van de Graaf trekt zich samen met Thomas Keetels terug in de voorkamer. Ondertussen staat Adriaan Vosch nog steeds in de keuken te razen en te tieren. Ook na de terugkomst van de beide heren gaat hij daarmee door. Hij gooit tenslotte zijn hoed op de grond en als hij die opraapt houdt hij een mes in zijn hand...

Thomas Keetels hield het voor gezien en vertrok naar huis. De herbergier probeerde de zaak te sussen en maande Vosch tot kalmte. Maar opnieuw begon Adriaan Vosch tegen Peeter van de Graaf uit te varen. Gerrit van de Graaf, die zoals gezegd ook in de gelagkamer zat, sprong voor zijn oom in de bres door Adriaan Vosch een klap tegen zijn hoofd te geven. Vosch viel om en raakte met zijn hoofd een kast. Voor Hendrik Soetens, de herbergier, was nu de maat vol. Hij greep Adriaan Vosch bij de arm en bracht hem door de achterdeur naar buiten. Volgens getuigen zou Vosch op dat moment al een mes in zijn hand hebben gehad.

Inmiddels was Peeter van de Graaf door een andere deur naar buiten gegaan, en op de binnenplaats trof hij Adriaan Vosch weer. Vosch stak Peeter van de Graaf daarop met een mes, eerst in zijn linkerzij en daarna rechts in zijn buik. Daarna knielde Vosch om zijn mes aan de grond af te vegen. Er zijn getuigen die volhouden dat Peeter van de Graaf zelf als eerste Adriaan Vosch met een mes aan hand en gezicht had verwond, zodat Vosch "om zijn leven te behouden wel had moeten steken en verweeren". Noodweer dus? In ieder geval maakte dit een eind aan de schermutseling. De beide kemphanen gingen (al dan niet bloedend) naar huis.

Adriaen van de Venne, Twee vechtende boerenTwee dagen later overleed Peeter van de Graaf in zijn huis te Kessel. Op 17 november vond de lijkschouwing plaats door Adrianus C.J. Goltfus, Medicinae Doctor, en de Meester-Chirurgijns Francois Ulijn en Willem Sins, allemaal uit Lith. De geneesheren verklaarden dat de messteken op zich niet dodelijk waren geweest, maar dat Peeter van de Graaf aan de bijgekomen wondinfectie was overleden.

Zodra de dood van Peeter van de Graaf bekend geworden was, sloeg Adriaan Vosch op de vlucht. De drossaard van Geffen durfde Adriaan Vosch niet aan te pakken, maar daar namen een paar mensen die vonden dat het recht zijn loop moest hebben, geen genoegen mee. Die hebben hem toch gevangen genomen en naar een klooster in Luik gebracht. Na bijna drie jaar wist Vosch vandaar te ontsnappen.

De schepenen van Geffen wisten niet goed wat ze met deze zaak aan moesten. Herhaalde malen hebben ze Adriaan Vosch gedagvaard, maar hij bleef voortvluchtig. De schepenen vroegen juridisch advies aan twee Bossche juristen, T.F. Santvoort en W.C. Ackersdijck. Deze heren adviseerden op 14 april 1783 om Adriaan Vosch uit de Heerlijkheid Geffen te verbannen. Zodra hij in handen van de justitie zou raken, moest men een proces tegen hem beginnen. De schepenen volgden dit advies op de voet: op 29 april 1783 spraken ze een vonnis uit tot levenslange verbanning van Adriaan Vosch. Desondanks vestigde Adriaan Vosch zich na enkele jaren toch weer in Geffen. Hij werd gevangen genomen en naar Den Haag overgebracht, waar hij in de Voorpoort werd ingesloten.

In Den Haag kwam zijn zaak in 1789 voor bij het hoogste rechtscollege, de Raad van Brabant, maar een uitspraak of vonnis ontbreekt. Saillant detail: tussen de procespapieren zit een verzoekschrift van de moeder van Adriaan Vosch, de weduwe Josina de Kort. Haar belastingschuld had immers tot deze dodelijke vorm van een belastingaanslag geleid. Zij vroeg dringend aan "Zijn Doorlugtige Hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassau, Erfstadhouder, Capitein Generaal en Admiraal der Verenigde Nederlan­den etc. etc. etc.” (Prins Willem V) om vergeving voor haar zoon en opheffing van de verbanning. Een antwoord kennen wij helaas niet.

De weduwe van Peeter van de Graaf, Joanna Verhoeven, was blijkbaar niet bang voor herhaling: op 5 juni 1785 hertrouwde zij in Kessel met Thomas Keetels, de andere belasting-inner.

Met dank aan M.J.A.B. van den Brekel-van Dooren

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 21 juli 2009 om 14:03 uur

De taxateur van het Kadaster over Sint-Oedenrode

vertelde op 12 februari 2012 om 20:46 uur

Bierbrouwers, maar geen alcoholisten

vertelde op 17 januari 2009 om 12:02 uur

Moord in de zuivelfabriek