i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Berkel, Enschot en Heukelom
Periode: 1881 - nu
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Kloosters

vertelde op 7 september 2012 om 15:59 uur

In 1881 vestigden de Cisterciënzers der Strenge Observantie, de trappisten, zich voor het eerst in ons land. De politieke toestand in Frankrijk werd voor de kloosters zeer bedreigend. Dom. Dominicus Lacaes, abt van de Katsberg (Mont des Cats) in Noord-Frankrijk, stuurde pater Sebastianus Wyart, een ex-zouaven-officier, erop uit om in Engeland of in Nederland een onderkomen te zoeken. In Berkel-Enschot vond hij een geschikt terrein aan de weg van Tilburg naar Moergestel.

Toegangspoort (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2013)

Toegangspoort (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2013)

Foto: L.M. Tangel, 1999. Bron: collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Foto: L.M. Tangel, 1999. Bron: collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, fotonummer 321.729

Het bestond uit een grotere en twee kleinere hoeven die Koningshoeven werden genoemd, omdat ze eens eigendom van koning Willem II waren geweest. Ze waren intussen in handen van Caspar Houben uit Tilburg, die de hoeven gratis in bruikleen aanbood aan de trappisten. Dom. Lacaes besloot ze niet als een tijdelijk toevluchtsoord te beschouwen, maar definitief aan te kopen.

De Fraters van Tilburg verleenden steun door de inrichting van de twee kleine boerderijen in orde te brengen voor de eerste primitieve behuizing. In een opkamertje kwam de kleine kapel, waarin pater De Beer op 5 maart 1881 de eerste H. Mis opdroeg. Dat was de officiële stichting van het eerste Cisterciënzerklooster in Nederland sinds de Hervorming. In de grootste boerderij kwamen de kerkruimte, het kapittel, de refter en de slaapzaal.

De eerste bewoners waren drie paters en vier broeders. Pater Nivardus Schweijkart werd in 1883 de eerste prior van het nieuwe klooster, dat toen twintig kloosterlingen telde. Om in het levensonderhoud van de bewoners te voorzien startte de prior, zoon van een bierbrouwer uit München, met het brouwen van bier. Met taai doorzettingsvermogen kwam uiteindelijk een bevredigend product tot stand.

In 1890 was de communiteit tot bijna zestig leden gegroeid, toen er een nieuwe prior uit Westmalle kwam, pater Willibrord Verbruggen. Hij was pas 31 jaar en begon direct met een aantal vernieuwingen. Al snel werd een grote brouwerij gebouwd, ten zuiden van het huidige kloostercomplex.

Bij de brouwerij (foto: L.M. Tangel, 1999. Bron: collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Bij de brouwerij (foto: L.M. Tangel, 1999. Bron: collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, fotonummer 321.741)

In april 1891 werd O.L. Vrouw van Koningshoeven tot abdij verheven en Dom. Willibrord tot abt benoemd. Hij begon met de bouw van het grootste klooster van Nederland, bedoeld voor tweehonderd monniken. Architect A.G. de Beer bouwde het complex van kerk en klooster in neogotische stijl tussen 1891 en 1894. De ommuurde kloostertuin bevatte een moestuin en een park met veel bomen.
In september 1894 hield het generaal kapittel van de orde zijn vergadering in de nieuwe abdij en consacreerde de bisschop van ’s-Hertogenbosch de abdijkerk.

 Bron: J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, Alphen a.d. Maas, 2010

Hieronder de mooie foto die Jacqueline de Jong-Wijgerde van haar heeroom naar ons stuurde:

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (9)

Jacqueline de Jong-Wijgerde zei op 2 februari 2019 om 20:25 uur

Mijn heeroom broeder Otto, ook wel de broeder met de hond genoemd, was trappist. Hij hield vogeltjes en had bijen en een hond. Als kind kwam ik daar een maal per jaar met mijn hele familie omdat er dan een mis gelezen werd voor mijn oma van moeders kant, zij was een zus van broeder Otto, en na de mis gingen we naar de vrouwentuin. In de vrouwentuin was een kleine speeltuin en een groot grasveld waar we konden ravotten. Mijn moeder en tantes maakte in de grote keuken die erbij was soep en smeerden broodjes voor iedereen. We mochten ook altijd naar de opgezette dieren gaan kijken, die stonden in een ruimte boven de toegangspoort. Wij leefden altijd naar deze dag toe. Ook kwam broeder Otto regelmatig naar ons thuis om honing te brengen, we waren door het dolle heen als we hem in zijn bruine pij de straat in zagen fietsen, dan hadden we geen tijd meer voor vriendjes en vriendinnetjes. Later toen ik al op de middelbare school zat ging ik regelmatig naar "ome Jo" toe om hem te bezoeken, ik mocht dan met hem naar de grote tuin achter het klooster en mocht ik ook het zwembad zien, dat was een hele eer omdat dat streng verboden was voor buitenstaanders. Mijn man (toen nog vriend) heeft in de jaren 80 nog een fotoreportage over broeder Otto mogen maken in de abdij.
Helaas leeft mijn oom niet meer en mis ik nog steeds de bezoekjes aan hem, ik heb daar een geweldige tijd gehad.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 4 februari 2019 om 13:48 uur

Dat kan ik me voorstellen, Jacqueline, het klinkt ook als een geweldige tijd!
We zijn nu wel heel benieuwd naar broeder Otto zelf; zou je wat foto's uit die reportage willen doorsturen naar info@bhic.nl? Dan zetten we die hier er graag bij.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 26 maart 2019 om 15:43 uur

Bedankt Jacqueline, de foto staat inmiddels onder het verhaal. Heel erg mooi, dank daarvoor!

Schoorl zei op 19 april 2019 om 19:52 uur

Beste Jacqueline, in 1978, kwam ik, als 17 jarige dove jongen, in de abdij van Koningshoeven. Daar ontmoette ik Br Otto, Jan Otten. Hij had inderdaad zijn zwarte ruwharige hond. Ook had hij eerder een Duitse herder.
En hij vertelde dat zijn nichtje ook doof is.
Nu ben ik broeder van dezelfde abdij, waar Br Otto ruim 50 jaar had geleefd.
Met vriendelijke groet, Br Wim.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 19 april 2019 om 21:00 uur

Wat een mooi verhaal Br. Wim, dat je mede dankzij deze geweldige Br. Otto ook broeder bent geworden. Ik hoop dat Jacqueline dit ook zal lezen.

Jacqueline de Jong- Wijgerde zei op 19 april 2019 om 21:59 uur

Hallo br. Wim, het klopt idd hij had een doof nichtje haar naam was Gemma.
Fijn om te horen dat br. Otto nog steeds herinnerd wordt.
Groetjes Jacqueline de Jong-Wijgerde.

Schoorl zei op 20 april 2019 om 18:28 uur

Hoi allemaal,
In ons archief heeft de levensbeschrijving van Br Otto:
' Op 2 maart 1981 werd broeder Otto, die ernstig ingesteld was in het St. Elizabethziekenhuis opgenomen. Br. Otto bleek een hartinfarct te hebben, en daarom werd hem de volgende dag het sacrament der zieken toegediend. S'avonds om 11.50 uur overleed hij, zacht en kalm, in de ouderdom van 70 jaar.
Jan Otten werd geboren in Tilburg op 18 januari 1911. Na voleinding van de lagere school ging hij, zoals zoveel arbeiders jongens uit Tilburg, op een textielfabriek werken. Maar het Trappistenleven trok hem aan, en daarom ging hij, 15 jaar oud, studeren aan St. Bernardus college in Echt. Op 1 september 1927 trad hij in als koor-novice, en op 19 maart 1931 deed hij als koor-monnik (pater) zijn tijdelijke geloften. Maar praktische arbeid lag Br Otto meer dan studie. Daarom ging hij op 15 maart 1937, over naar de lekebroeders, dus na 10 jaar bij de Paters te zijn geweest. Nadat hij zijn broeder-noviciaat beëindigd had, was er nog twijfel en daarom werd het raadzaam geacht dat hij voor de derde maal zijn noviciaat begon.
Op 1 oktober 1942 deed hij zijn tijdelijke geloften als lekebroeder. Toen hij op 1 oktober 1945 zijn eeuwige geloften aflegde, was Br Otto reeds 18 jaar in het klooster.
Kort Hierop, op 25 oktober, vertrok hij met enkele medebroeders naar de abdij van Bonnecombe in Frankrijk, die versterking nodig had, waar hij hoofdzakelijk op de kleermakerij werkzaam was. Hij leerde er goed Frans. Na een drie-jarig verblijf in Bonnecombe keerde Br Otto op 21 maart 1948, samen met pater Gozewijn Drost naar Koningshoeven terug. Hier werkte hij in het timmerwerkplaats en elders. Hij was zeer handig en heeft dan ook heel wat opgeknapt. Maar vooral was hij een groot natuurvriend, vandaar zijn belangstelling voor vogeltjes, bijen enz. Bij dit alles las hij veel, bij voorkeur Franse boeken. Br Otto heeft veel met zijn gezondheid getobt. Een gemakkelijk karakter had hij niet. Hij was zeer kritisch en kon soms scherp en cynisch reageren. Ook stond hij meestal afwijzend tegenover vernieuwingen. Maar hij had een goed hart, was dienstvaardig en bezat het nodige gevoel voor humor. Met bewonderenswaardige volharding is hij, ondanks veelsoortige tegenslagen, trouw gebleven aan zijn roeping. Nu geniet hij, naar we mogen vertrouwen, de eeuwige vrede.' (uit abdij kroniek 1981)
Groetjes Br Wim.

Jacqueline de Jong zei op 23 april 2019 om 10:18 uur

Br. Wim wat fijn dat U dit wilde delen, dit alles was mij onbekend dus heel veel dank hiervoor.
Groetjes Jacqueline de Jong-Wijgerde

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 23 april 2019 om 15:48 uur

En ook namens ons, Br. Wim, heel erg bedankt voor het delen van de levensbeschrijving van Br. Otto.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 7 december 2007 om 15:10 uur

Koningsoord

vertelde op 12 september 2013 om 10:48 uur

Klooster Notre Dame du Perpetuel Secours in Berkel-Enschot

vertelde op 26 augustus 2013 om 15:24 uur

Abdij OL Vrouw van Koningsoord in Berkel-Enschot