i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Geffen
Tags:

Als ik denk aan water...

vertelde op 2 november 2011 om 09:06 uur

…dan denk ik aan de sloot voor ons huis. In 1962 verhuisden wij van het dorp naar de polder. Onze oude boerderij, midden in de dorpskern van Geffen, werd gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe Rabobank. We gingen wonen in een gloednieuwe boerderij in de polder even buiten het dorp.

Voor ons huis lag een sloot. Langs alle polderwegen lagen nog sloten, want de ruilverkaveling moest nog komen. Maar ik vroeg me als kind niet af hoe het zat met de waterhuishouding in de polder. Dat dáár vooral die sloten voor dienden, was voor ons kinderen niet interessant.

We zagen wel de kleine stuw iets verderop in de sloot. Via die stuw konden we de sloot oversteken. Dat was leuk, we speelden graag bij de stuw.

Ik zag ook dat onze koeien in het weiland ernaast, dronken uit de sloot. Dat ging middels een drinkbakje met een klepje waarop de koe haar snuit drukte en dan stroomde het bakje vol slootwater.

Wij zagen ook dat voor ons huis, aan de zijkant van de sloot, een buis uit de grond kwam waaruit vies water in de sloot terecht kwam. Dat gebeurde dan precies op het moment dat iemand het afwaswater door de gootsteen goot of wanneer het bad leeg liep. Riolering hadden we niet. Dus liep het gebruikte water naar de sloot voor ons huis en de toiletafvoer naar de beerput.

Het was al heel wat dat wij stromend water hadden, want in de oude boerderij hadden we alleen een pomp. Dat leidingwater vonden we in het begin trouwens helemaal niet lekker, we misten het heldere water uit onze pomp. Toch waren de kranen op diverse plekken in huis heel comfortabel. Ons moeder sprak vol lof over al die gemakken in ons nieuwe huis. Maar de sloot voor ons huis was bovenal een prachtige speelplek voor ons.

In de lente zaten wij aan de slootkant en visten kikkervisjes uit de sloot die wij ‘konthamers’ noemden. Dat deden we met een zelfgemaakt visnet van een oude nylonkous van ons moeder. We vouwden ook wel bootjes van krantenpapier die we op het water lieten drijven en dan wachten we vol spanning of ze via de duiker onder de weg door aan de andere kant weer tevoorschijn kwamen.

In de zomer zwommen wij in diezelfde sloot. Nou ja, wij noemden dat zwemmen, maar het water kwam nog niet eens tot ons middel. We spetterden naar hartenlust en hielden zwemwedstrijden door plat in het water te gaan liggen en op onze handen vooruit te ‘lopen’. Als ’s avonds onze badpakjes werden uitgespoeld, was het water vies van het zand en de eendenkroos. Maar dat alles deerde ons niet.

In de winter schaatsten wij op de sloot voor ons huis. Bobbelig en slecht ijs in zo’n sloot, dat dan weer wel. Maar hoe multifunctioneel was toch zo’n sloot in die jaren. En wat gun ik het de kinderen van vandaag om ook zo’n sloot voor hun huis te hebben.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 6 december 2010 om 13:34 uur

Spelen bij de Drie Dikken

vertelde op 14 oktober 2011 om 10:18 uur

Varen op de Vloet

vertelde op 22 februari 2008 om 15:20 uur

Waterpompstation