i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Velp
Tags:

Bakker in Velp: Godefridus van Houdt (1788-1872)

vertelde op 10 oktober 2009 om 15:00 uur

Godefridus is op 4 april 1788 in Wijchen geboren als oudste zoon van Mathijs van Hout en Maria van den Boogaard. Hij trouwde met Hendrika Hoogers op zondag 9 juli 1815 in Velp. Sindsdien woonde hij in Velp als bakker en zelfstandig ondernemer. Godefridus en Hendrika kregen zeven kinderen.

Zijn zoon Johannes Antonius Franciscus volgt hem op in de bakkerij. Godefridus is vernoemd naar zijn grootvader. De naam “Godefridus” komt in de familie voor het eerst voor bij Maria Godefridi van der Stay op de Locht Flocken, geboren rond 1625. Zij was de echtgenote van Mathijs van de Locht. Bijna 200 jaar is de naam gebruikt in de familie, maar inmiddels al 150 jaar niet meer.

Volgens het bevolkingsregister van rond 1868 woont de weduwenaar Godefridus in bij zijn zoon op het adres Wijk A 10. Op 14 maart 1870 vertrekt Godefridus naar Den Dungen, waar hij in pension gaat en op vrijdag 13 september 1872 overlijdt.

Wat gebeurde er zoal in Godefridus’ tijd? Vóór zijn trouwen in 1815 was het een rumoerige tijd. Neem bijvoorbeeld de paters Kapucijnen in Velp. In januari 1812 moesten ze op bevel van de Franse overheid hun klooster uiterlijk 20 augustus te ontruimen. Ze weigerden aan dit decreet gehoor te geven, omdat het volgens hen onwettig was en afkomstig van “een willekeurigen” despoot. Maar op 20 augustus joegen Franse gendarmes onder machteloos toekijken van een grote menigte Gravenaren de beminde paters van hun bezittingen af.

Toen Napoleon twee jaar later was verslagen, gingen de Kapucijnen ervan uit dat ze weer terug konden keren. Al hun hoop was op de nieuwe koning gevestigd. En inderdaad, in mei 1814 mochten ze hun eigendommen weer in bezit nemen. Maar Willem I, bepaald geen vriend van de katholieken, vaardigde in september een Koninklijk Besluit tot verbod op het aannemen van novicen uit. Het lot van het klooster leek daarmee bezegeld: het was gedoemd langzaam uit te sterven.

Toen er in 1840 nog maar een paar stokoude paters en broeders over waren, besloot Koning Willem II de maatregelen van zijn vader ongedaan te maken, waardoor het Emmausklooster opnieuw kon gaan bloeien.

Godefridus was dus inmiddels bakker en zelfstandig ondernemer. Om zijn oven te kunnen stoken moest hij takkenbossen hebben. In het archief van het Vredegerecht Kanton Grave vond ik iets over de verkoop van schansbossen in Velp aan onder meer ene Godefridus van Hout uit Velp. Godefridus kocht het recht om takkenbossen uit het bos te halen.

Rond zijn generatie was het beroep van bakker ruimschoots in de familie vertegenwoordigd: zijn vader Mathijs in 1754, zijn zoons Johannes Antonius Franciscus in 1821 en Johannes Matheus in 1828, zijn broer Antonius in 1808 en zijn neef Mathias in 1832. In de tak van Henricus tot en met Petrus komt geen bakker meer voor, behalve dan ikzelf. Maar in de tak van Mathias (Den Haag e.o.) is het bakkervak nog generaties lang voortgezet.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Riet Scholtes van Houdt zei op 18 oktober 2011 om 15:49 uur

Ik ben ook een van Houdt mijn vader heeft een bakkerij in Rijswijk Zh aan de
Kerklaan gehad en daarna heeft mijn broer nog wat jaren de zaak voortgezet een hij heeft hem later aan Bakker Aad de Groot verkocht

Marilou Nillesen bhic zei op 19 oktober 2011 om 08:44 uur

Wat leuk, Riet! Dus het bakkersbloed stroomt door de familie... Stond er nog veel nieuws in het verhaal?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 18 februari 2010 om 14:00 uur

Bakkers tegen slagers

vertelde op 13 december 2009 om 10:01 uur

Daar bij die molen…

vertelde op 21 juli 2011 om 15:55 uur

Lekkere speculaas van Diezewater