i

Dit verhaal gaat over:

Periode: 620 - 693
Tags:

Begga van Brabant (c. 620-693)

vertelde op 17 december 2015 om 12:15 uur

Dit verhaal is gewijd aan een heilige die nog maar weinigen zullen kennen, namelijk de H. Begga van Brabant. Haar sterfdag is 17 december 693, dus dat is ook wel tamelijk lang geleden. Begga kwam niet alleen uit een vorstelijk, maar ook een behoorlijk heilig nest.

Begga en Pepijn van LandenHaar vader was Pepijn van Landen († 639) die als zalig wordt beschouwd. Haar moeder was Ida (of Iduberga) van Nijvel, die later heilig werd verklaard. Ook haar zus, de wat meer bekende Gertrudis van Nijvel, werd na haar dood heilig verklaard. En daarmee is het nog niet op: Begga huwde met Ansegisus, een zoon van de H. Arnoldus van Metz. Dus ook haar schoonvader staat in de heiligenkalender.

Haar vader Pepijn van Landen was hofmeier onder de Merovingische koningen en de eerste hofmeier die na een coup feitelijk de macht uitoefende. De koningen regeerden nog slechts in naam. Vandaar dat Pepijn in oude kronieken ook wel als eerste hertog van Brabant wordt genoemd, en zijn dochter Begga als eerste hertogin.

Begga en Ansegius kregen een zoon, Pepijn van Herstal (†714), die de stamvader zou worden van de Karolingers, als overgrootvader van Karel de Grote. Ze maakte dus deel uit van een politiek machtige dynastie. Peter Paul Rubens, Kunsthistorisches Museum WienMaar hoe zit dat dan met die heiligheid? Na de dood van haar man besloot Begga haar leven (en vooral ook haar bezit) in dienst van God te stellen. Zij maakte een pelgrimstocht naar Rome en bouwde na terugkomst in haar geboorteplaats Andenne aan de Maas zeven kerken, naar analogie van die van Rome. Bij één ervan stichtte zij in 691 een klooster, dat zij als abdis tot aan haar dood leidde.

Haar zuster Gertrudis deed iets soortgelijks door de abdij van Nijvel te stichten en te leiden, waarmee ook deze dame haar plekje onder de rangen der heiligen had verdiend.

Omdat de naam Begga lijkt op het woord 'begijn', werd zij in de middeleeuwen ten onrechte beschouwd als hun stichteres. Ondanks die misvatting is die verering gebleven.

Het portret bij dit verhaal is een gravure door Frans van den Wijngaerde (1643-1672) naar een portret van Pepijn van Landen met zijn dochter Begga door de schilder Peter Paul Rubens (1577-1640). Dit stukje (hele vroege) geschiedenis van Brabant heeft via dit portret ook een direct linkje naar het BHIC. Want die gravure ligt in een boekdeel uit de Collectie Leefdael (toeg.nr. 350, inv.nr. 2).

 

Dat deel is helemaal gewijd aan kwartierstaten (zoals hierboven) van vooral vrouwelijke kloostergeestelijken, aangevuld met aantekeningen over de geschiedenis van adellijke vrouwenkloosters of 'stiften'. En dit plaatje zit natuurlijk bij het hoofdstuk over Andenne.

 ingekleurde familiewapens collectie Van Leefdael

Om in zo'n adellijk stift opgenomen te kunnen worden, moesten de dames kunnen aantonen dat ze al enkele generaties van adel waren, vandaar die kwartierstaten. En Philips van Leefdael, een 17e-eeuwse baron van Waalwijk, deed op verzoek genealogisch onderzoek om die kwartierstaten te kunnen produceren. Hij deed nog veel meer met zijn historische hobby, maar dat is weer een ander verhaal…

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Henk Beijers zei op 17 december 2015 om 13:03 uur

Een 'feest van herkenning' toen ik 'collectie Van Leefdael' zag staan.
Mijn geheugen werd meteen geprikkeld want ik meende destijds deel 8 eens bewerkt te hebben en dat klopt dus ook constateerde ik na het downloaden van het bestand. Een héél boeiend archief moet ik zeggen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: