i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Helmond
Periode: -4 - nu
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Automobilisten voor 1906

Belevenissen met een Darracq onder tentkap

vertelde op 11 augustus 2017 om 09:41 uur

Op zaterdag 22 november 1941 was een complete advertentiepagina in het ‘Dagblad van het Zuiden’ gewijd aan garagehouder Jos L. van der Meulen uit Helmond, die zelf 80 jaar was geworden en wiens bedrijven inmiddels al meer dan 50 jaar bestonden. De “advertentie” bestond vooral uit een aantal verhalen over het begin van Van der Meulens carrière als motorrijder en automobilist.

Het tweede verhaal ging over zijn “Belevenissen met een Darracq onder tentkap”. Na zijn Benz reed de heer Jos. Van der Meulen een Darracq, die hij in Nijmegen ging ophalen. Hij kwam per Benz en reed met de nieuwe Darracq 'onder tentkap' terug. Maar laten wij hem zelf aan het woord:

Jos L. van der Meulen op zijn 80ste"Onderweg kregen wij echter slecht weer. De wagen had accu-ontsteking met een grote bobinedoos, met alle mogelijke electrische draden open en bloot buiten den wagen. Alles was op de treeplank geplaatst. Wij zaten wel goed beschut voor den regen. Hij had n.l. een tentkap, maar was overigens aan de zijkanten open, welke opening men kon afsluiten met afrolbare gordijnen. Maar de bobinedoos met de gummikabels werden door en door nat en de gevolgen bleven niet uit. De motor liep ineens op 3, dan 2 en eindelijk op 1 en …. bleef staan.

Wij konden er niks aan doen, daar het stortregende. Wij besloten den wagen te sluiten en de bui af te wachten. Na een half uurtje -  het regenen was opgehouden  -  togen wij aan den arbeid. De wagen bezat immers een wonderbare gereedschapskist met alle mogelijke gereedschappen, waarmede men den geheelen wagen kon afbreken en opbouwen; verschillende laden met kleine onderdeelen, als lagers, zuigers, veeren, kleppen enz. Op dit oogenblik zouden wij dit alles echter niet noodig hebben. Deze zouden eerst later goed van pas komen.

Van der Meulen met passagiers in zijn Darracq, c. 1904Ik had reeds enkele uren gezocht waar de fout wel kon zitten. Carburateur, compressie, bougies, kleppen, trembleur: alles bleek goed te zijn. Het liep reeds tegen den avond, toen een passagier bemerkte, dat er regelmatig, als ik den motor flink ronddraaide, kleine vonkjes oversprongen tusschen de aansluitschroeven van de bobinedoos en de electrische gummidraden. Het bleek dat de geheele bobine, accu’s en draden door en door nat waren geworden. Er werd niet voldoende stroom naar den motor doorgegeven.

De geheele genoemde installatie werd afgedroogd, daarna afgewasschen met benzine. De draden werden eenigszins uit elkaar gelegd. Na nog even gewacht tot de benzine goed opgedroogd was  - het gevaar bestond dat door een vonk het geheel in brand zou kunnen raken  -  werd de motor aangedraaid. Daar ging hij weer. Alle gereedschappen weer netjes opgeborgen, de petroleum-lampen aangemaakt en de rit verder voortgezet.

Wij waren van plan geweest voor het donker thuis te zijn omdat wij dan nog met onzen nieuwen wagen gezien zouden worden. Dit was nu echter niet het geval. Wij besloten daarop toch nog even op de Markt bij Toon Tabe aan te leggen. Na een half uurtje reden wij onzen nieuwen wagen weer op de plaats van zijn voorganger.

Den volgenden Zondag zou ik met hem een proefrit gaan maken en voor dat doel had ik enkele vrienden uitgenoodigd. De bedoeling was naar Nijmegen te rijden, omdat ik meende, dat de wagen deze weg het beste zou kennen. Voorheen had ik ondervonden, dat hij zoo’n afstand best kon halen. De wagen liep buitengewoon goed. Alle vier de cylinders werkten zonder mankeeren. Aarle-Rixtel, Beek en Donk, Gemert werden vlot gepasseerd. Op een gegeven oogenblik echter -  ik heb het altijd aan een te groote snelheid geweten  -  maakte de motor zoo’n oorverdovend geluid alsof hij plotseling veranderd was in een hakselmachine of ketelmakerij. Na eenig geklop en gekraak stond de wagen stil.

KrukasDaar stonden wij, uren en uren van huis. Wat de wagen mankeerde, wist ik ook niet. Daar zou ik echter wel achterkomen. Met een paard sleepten wij hem naar de eerste boerderij. De boer die eerst bezwaren maakte om zijn schuur disponibel te stellen wegens het brandgevaar stond het ten slotte toe. Ik toog aan het werk. Om de fout op te sporen moest ik eerst alle 4 de cylinders die apart stonden, afnemen. Dit was geen kleinigheid, doch na eenigen tijd waren de eerste twee er af en kon ik zien dat de krukas gebroken was.

Daar was natuurlijk niks aan te repareeren. Mijn passagiers begrepen maar niet dat dit zoo’n herrie kon maken en beweerden, dat de krukas wel in meer stukken zou zijn. Ik besloot dan ook de twee andere cylinders af te nemen.

Animatie van een krukas op Wikipedia: Publiek domein

Na enigen tijd was ik hiermee klaar en konden we constateeren dat de krukas in het midden gebroken was. Ik had echter den halven motor uit elkaar liggen. Ik besloot nu hem heelemaal uit elkaar te halen. Ik nam de kapotte krukas mee naar huis en bestelde een nieuwe aan de fabriek. Mijn drie collega’s vertrokken met de kar naar Gemert en verder per tram naar Helmond. Ik kwam den volgenden dag met de krukas aan.

Na ongeveer 5 à 6 weken kwam de nieuwe krukas uit Frankrijk. Deze werd op de plaats waar de wagen was achtergebleven, ingebouwd. Vervolgens zou ik er mee naar huis rijden. Hier bleek, dat de gereedschapskist met de onderdeelen goede diensten kon bewijzen.

Ook deze wagen werd door mij niet lang bereden, ik zocht steeds naar iets beters en iets waar ik dergelijke grappen niet mee beleefde."

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 12 februari 2016 om 13:10 uur

De eerste automobilisten van Helmond

vertelde op 10 augustus 2017 om 09:28 uur

Jos L. van der Meulen en zijn eerste Benz

vertelde op 11 oktober 2018 om 14:48 uur

De eerste motorrijder van Nederland