i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

vertelde op 29 januari 2018 om 15:59 uur

In de kerk van mijn kinderjaren stonden er vier: een voor de pastoor, die ook deken was, en de overige voor de drie kapelaans. Biechtstoelen!

De eerste kennismaking vond plaats ergens in het voorjaar van 1956, tijdens de voorbereiding voor de eerste communie. We zaten met onze hele eerste klas in de kerk, een donkere dag, zodat de donkerbruine biechtstoelen welhaast zwart leken. We mochten een voor een uit de bank komen. Aan de zijkant van de biechtstoel trok onze meester een gordijn opzij. In het schemerdonker was een knielbank zichtbaar en een soort tralievenster waarachter iets bewoog.

Bron: Prentenboek bij de eerste Katechismus

Eenmaal geknield zag ik door de houten tralies heen de brillenglazen van een van de kapelaans. Hij leek te lachen en ik rook zijn adem, precies zoals mijn vader na een feestje: rokerig en een vleugje alcohol. Meteen noemde ik mijn zonden op zoals ik ze van buiten had geleerd: ongehoorzaam geweest, mijn jongere broer gepest, niet opgelet op school.

Meteen daarna mompelde de kapelaan iets in een andere taal (“Ego te absolvo....”) en maakte hij een zegenend gebaar met zijn rechterhand. Ik moest daarna buiten de biechtstoel als penitentie of straf nog een onze vader en een weesgegroetje  bidden en dan zouden mijn zonden verdwenen zijn als sneeuw voor de zon. Dan was ik klaar om mijn eerste heilige communie te doen. Toen ik na het bidden mijn ogen opendeed, was mijn buurman in de kerkbank al een tijdje achter het gordijn verdwenen.

Na de eerste communie bleven we de hele periode van de lagere school met de hele klas om de paar weken biechten, onder schooltijd dus. Pas in de loop van de jaren zestig zag ik de biechtstoel steeds minder vaak. Maar nog steeds kan ik me het gevoel voorstellen dat altijd opkwam na het biechten: opluchting - je was helemaal gezuiverd en schuldeloos!

Vermeldenswaard bij de biechtpraktijk was een verschijnsel dat we tegenwoordig “biechttoerisme” zouden noemen. Sommige parochianen gingen regelmatig elders biechten, dus niet bij de “eigen” pastoor of kapelaan. Dat had alles te maken met het feit dat de parochiegeestelijken via de biecht goed op de hoogte waren van de handel en wandel van hun kudde, en niet iedereen was daarvan gediend. Bovendien waren er soms zonden die je liever elders beleed. Je ging dan naar “de paters”, een patersklooster in de stad of een dorp verder. Sommigen overschreden daarvoor zelfs de landsgrens. Zo kregen de Kapucijnen in het Belgische Meersel Dreef veel “biechttoeristen” uit de regio Breda in hun kerk. 

Herinneringen aan de biecht

Thea van Honk uit Oudenbosch

Je  zat apart in een donker hokje met paars glas er voor. Een geheimzinnig houten schotje dat opengeschoven werd en daar zat dan de priester achter. Dat vond ik allemaal heel spannend. Je begon vanzelf te fluisteren. Je had natuurlijk wel eens een keertje gevloekt of je was brutaal tegen je ouders geweest of je had zo maar je tong uitgestoken of ruzie gemaakt met je zusje. Je werd weggestuurd met meestal een penitentie van drie onzevaders en drie weesgegroetjes en dan was het de beurt aan een ander.

Bron: Prentenboek bij de eerste Katechismus

Tijdens de biecht moest ook de oefening van berouw worden opgezegd. Die oefening kende ik niet helemaal uit mijn hoofd, maar voor degenen die het ook niet kenden, hing er destijds een spiekbriefje in de biechtstoel, zodat je het zo op kon zeggen.

Ik herinner me nog dat ik destijds altijd hetzelfde vertelde: een grote mond tegen vader en moeder, omgekeken in de kerk, zitten praten in de kerk. En stilletjes iets weggenomen. We gebruikte die laatste woorden met opzet, want stelen klonk zoveel erger. Het ging meestal over een koekje. Soms vertelde ik dat ik vergeten was om het morgengebed te bidden en aan het slot zei ik altijd: Eerwaarde vader ik bid wel heel veel voor de zieltjes in het vagevuur. Ik hoopte dat dan de straf wat minder zou zijn.  Maar ik moest behalve de oefening van berouw altijd die weesgegroetjes bidden. Volgens mij heeft de pastoor dikwijls genoten van al die kinderzondes.

Anneke Blijlevens­-Vermeulen uit Dongen

Nachten voor haar eerste biecht huilde mijn zusje Toos in bed. Zij sliep naast mij en ik kon door haar huilen ook niet slapen. Toen ik haar vroeg waarom ze zo huilde, zei ze dat ze niet wist wat ze moest gaan biechten, want ze had helemaal niks gedaan. Geen zonden dus. Ik troostte haar en zei dat ze maar moest gaan slapen en dat ik wel een zonde voor haar zou verzinnen.

Ik had al snel iets bedacht. Bij ons huis was een regenput. Het was streng verboden hier water uit te halen. Dat was immers zeer gevaarlijk. Een echte zonde dus als we dit wel zouden doen. Ik maakte een dag later het deksel open en liet mijn zusje een emmertje water pakken. Maar dat ging niet zo maar, want het water stond laag en mijn zusje moest wel over de rand gaan hangen om er bij te kunnen.  Maar mijn zusje was nog niet tevreden. Ze vond één zonde niet genoeg. Ook daar had ik een oplossing voor en ik stelde voor om dan met dat emmertje water ook nog het stoepje te schuren. Dat was een smal stoepje langs de keuken en de bijkeuken en verder was er zand. Dat stoepje mocht niet geschuurd worden, omdat het een hele modderpoel zou worden. Door dat toch te doen, kwamen we aan onze tweede zonde. Mijn zusje heeft daarna gelukkig geen slapeloze nachten meer gehad en zo is haar eerste communie uiteindelijk toch een mooi feest geworden.

H. Blijdenstein uit Koosterzande

Ik zat destijds op school in Roosendaal. Mijn moeder zei altijd: vooruit, ga biechten want anders kunde oewe Pasen nie houen. Dus wij met een stel meiden naar de Antoniuskerk in de Brugstraat. Iedereen ging dan naar de biechtstoel van kapelaan Ligtenberg, want daar stond je zo weer buiten. Nu wil het geval dat ik al vanaf mijn geboorte aan één oor stokdoof ben en met het andere oor slechts dertig procent hoor. In 1958 hadden ze van een digitaal hoortoestel nog nooit gehoord. Daarom moest ik op school op de eerste rij in de klas zitten. U kunt dus begrijpen dat ik nooit iets verstaan heb van wat de priester in de biechtstoel tegen mij zei. Als hij met zijn hand tegen zijn hoofd ging zit­ten, wist ik dat ik mijn oefening van berouw moest bidden en daarna snel de biechtstoel moest verlaten.

Ik wist vaak niet wat ik tegen de pastoor moest zeggen. Het was bij mij altijd het geijkte rijtje: mijn broertje geschopt, uit de suikerpot gesnoept en meer van die onzin. Als ik de biechtstoel uitkwam, zaten de andere meiden te gieren van het lachten, want omdat ik zo doof ben, praat ik hard en de hele kerk had mee kunnen genieten van wat ik aan zonden had begaan.

Lex Walravens uit Breda

In de Roosendaalse Sint Jozefkerk was één van de kapelaans de favoriete biechtvader. Dit had een aantal oorzaken: de snelheid waarmee hij werkte, de lage penitentie die hij uitdeelde en het feit dat hij niet goed luisterde, omdat hij snel klaar wilde zijn. De deurtjes aan beide zijden gingen zo snel open en dicht, dat je dacht dat je een pingpongwedstrijd hoorde van enkele kampioenen.

Bron: Prentenboek bij de eerste Katechismus
Jac Blommaert uit Oosterhout

Ik was onderwijzer in die tijd. Om de andere week gingen wij met de kinderen naar de kerk voor de kinderbiecht. Er konden 35 kinderen in tien minuten tijd biechten. Dat is 3,5 per minuut. Over routine gesproken.

Ad Rooms uit Bergen op Zoom

Vaak leek het eeuwen te duren voordat je aan de beurt was. Je zat dan in de banken en schoof iedere keer weer op als iemand klaar was. Soms zaten kinderen te wachten en als ze dan bijna de biechtstoel in konden, kwam vader de kerk binnen om de plaats van zijn zoon in te nemen zodat hij geen wachttijd had.

Guido van Beek

Het viel me op dat er niemand vlak bij de biechtstoel zat. Alle plaatsen binnen een straal van twee meter waren onbezet. Ik dacht slim te zijn en ging op een van de lege plaatsen zitten vlakbij de biechtstoel. Dat gebeurde onder luid gegiechel van de andere jongens. Ik wist dus niet dat die elkaar zaten te beschieten met propjes en dat op een gegeven moment de pastoor uit de biechtstoel zou stormen om degene die het dichtste bij zat een draai om zijn oren te verkopen. Ik was er dus snel achter waarom niemand op die plek zat. Later zat ik een eindje uit de buurt.

Bron van deze herinneringen

Ad Rooms, Het Rijke Roomse Leven : Herinneringen met weemoed en weerzin, Raamsdonksveer 2002-2006

Bron foto's

R.P. fr. H. Randag o.f.m. en br. Berthilo FIC, Prentenboek bij de eerste Katechismus, Maastricht / 's-Hertogenbosch 1949

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (42)

Theo van Dooren zei op 1 oktober 2018 om 15:55 uur

Ik heb ooit een videofilmpje gepost met het lied Het Rijke Roomse Leven van Wim Zonneveld met een aangepaste tekst bij gelegenheid van 75 jaar werk aan de kerk in Esch. Jammer dat ik dat niet terug kan vinden op deze wierook wijwater en worstenbroodsite, waar daar ging het lied over.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 oktober 2018 om 21:47 uur

Ah jammer Theo! Ik vind online nog wel het verslag van die bijeenkomst terug. Kijk maar eens hier: https://www.brabantscentrum.nl/oud_archief_2006/nieuws/0617_kerkjubileum.htm

Maar het filmpje zou nog mooier zijn ;) Misschien dat iemand anders het nog voorhanden heeft?

theovandooren zei op 1 oktober 2018 om 23:19 uur

Ik kijk of ik hem zelf nog heb ergens

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 2 oktober 2018 om 10:33 uur

Ah dank alvast voor de moeite, Theo!

Lon zei op 3 oktober 2018 om 12:04 uur

Over biechten gesproken...
Persoonlijk denk ik dat het vroeger ook aardig wat mensen uit de psychiatrie gehouden heeft. Toch mooie tovenarij : je vertelt iemand je , al of niet, vreselijke daden en gedachten en dan zegt iemand gewoon tegen je : je zonden zijn je vergeven. !
Zelf heb ik me lang geleden al uitgeschreven uit de kerk . Mijn kleinkinderen hebben een heel ander gevoel bij het betreden van een kerk. Toen ik rond Kerstmis een keer met mijn kleinkinderen de uitgebreide kerststallenexpositie in de kerk bezocht was een van hun opmerkingen : Oma , wat hebben ze hier aparte kleedhokjes !

M.v. Dooren zei op 3 oktober 2018 om 12:09 uur

Eens in de maand was het kinder biechten , de meeste zonden waren
ik ben ongehoorzaam geweest en heb uit de suikerpot gesnoept.
Telkens ging een jongen de biechtstoel in , een rechts en dan een links.
Frans Maas was aan de beurt , doch zijn broer Tiny schoot voor.
Frans de giftkikker kwam uit de bank en trok zijn Broertje uit de biechtstoel
in het looppad ontstond een slaande ruzie , de kapelaan kwam uit de biechtstoel en pakte de twee bij hun kraag . zo lelijke deugnieten moeten jullie vechten en de kerk . wij keken onze ogen uit .
Vele jaren later heb ik het Frans nog verteld en hebben we samen om gelachen

theo van dooren zei op 3 oktober 2018 om 13:33 uur

Het filmpje zit in het archief van LOESCH

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 3 oktober 2018 om 16:56 uur

Mooie reacties weer! Goed om er eens heel anders naar te kijken, Lon, naar de biecht als een soort 'tovenarij'. En ja, die kleedhokjes zijn voor kinderen nu wel heel apart ;)

Ook voor M. van Dooren geldt dat ik erg moest lachen om de bijdrage. Je ziet het als het ware zó voor je gebeuren, die twee ravottende jongens. Prachtig om deze anekdotes te lezen, dank!

En Theo, kunnen wij in dat archief? Of staat het ergens online, weet je dat toevallig?

Theo van Dooren zei op 4 oktober 2018 om 08:34 uur

Na november komt dit archief online . Misschien kunnen jullie er al eerder bij via eschweb.nl. of LOHA (lokale omroep Haaren.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 4 oktober 2018 om 11:35 uur

Ah, helemaal mooi, Theo! Dank voor je toelichting (wederom ;)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 15 oktober 2018 om 11:10 uur

En opnieuw dank aan Theo, want inmiddels hebben we een linkje ontvangen naar YouTube waarop het fragment is te zien.

Klik maar eens hier:
https://www.youtube.com/watch?v=9il7jyo56II&feature=youtu.be

Henny Jansen zei op 27 oktober 2018 om 01:03 uur

Een alles omvattend theater in de brakkegrond want
je werd als kind toch ergens voor het blok gezet
wanneer je moest gaan biechten. De bankjes....mijn
knie zat platgedrukt wanneer ik de biechtstoel uitkwam
en het boetegebedje moest doen.Ik kreeg er een naar gevoel
door en telkens moest er gebiecht gaan worden,als afsluiting van
de week. Houten bankjes in de kerk; houten bakjes in
biechtstoel. Ik was een "armenluiskindje" dus was er
altijd angst voor die kale man, die achter zo'n groen
groen gordijntje naar je uitkeek waarvan ik alleen al
het heen en weer kreeg. Ik krijg het niet geteld
maar er moest veel gelogen worden en je leerde heel
goed liegen,snap je wel....ha ha...

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 oktober 2018 om 13:17 uur

Bedoel je dat je wat bedacht, om maar iets te kunnen biechten, Henny? Dat horen we inderdaad wel vaker (en vooral snoepen uit de suikerpot blijkt een populaire...)

Of bedoel je iets anders?

henny Jansen zei op 29 oktober 2018 om 13:22 uur

Ik voelde(onbewust?) dat de biecht bestond uit het opvoeden van
hoe een kind zich diende te gedragen tegenover "grote
mensen" ….Ik had al geen leuk leven en was erg "wijs"
op een leeftijd van 9 a 10 jaar. Ik verstopte me weleens
onder een zuil opdat niemand me zag....Pastoor Kees Wetzer
heb ik in mijn hart gesloten omdat die een beetje grip had op
"verlaten"kinderen….Ik was een van 'die kinderen. In de biechtstoel
bij hem kon ik wat 'klagen' zoals ik dat nog steeds altijd benoem.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 oktober 2018 om 16:21 uur

Jee, indrukwekkend Henny. Toch goed dat er een pastoor was die zich ontfermde over jou en andere 'verlaten' kinderen (wat een treffende omschrijving trouwens).
Dank voor je toelichting.

Wilma Jansen zei op 4 november 2018 om 13:35 uur

Zat op de Barbaraschool in Gestel Eindhoven. Biechten ja dat was vaak met de school (nonnen). En ik had: Onkuisheid begaan en een snoepje weggepakt. Onkuisheid, wat dat was wist ik niet eens.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 7 november 2018 om 10:40 uur

Onkuisheid, dat is inderdaad wel een heel bijzondere zonde voor een kind, Wilma! Had je deze zelf bedacht of misschien ergens gelezen? Het wegpakken van een snoepje werd vast vaker op de biechtstoel genoemd!

Henny jansen zei op 7 november 2018 om 13:10 uur

Over onkuisheid werd vroeger niet gesproken. Als kind wist je niks...…??
dacht 'men'. Biechten werd door menig kind beschouwd als "straf". Met de
biecht werd ik bang gemaakt, door het adoptiegezin waar ik verbleef en waar in die dagen niet zo nauw werd om gegaan met gevoelens en emoties van kinderen..tenminste zo heb ik meegemaakt en ervaren.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 8 november 2018 om 11:34 uur

Bedankt voor je reactie, Henny. Wat naar dat je als kind je gevoelens en emoties niet goed hebt kunnen uiten en dat de biecht in het adoptiegezin gebruikt werd als een straf. Woonden er in dat gezin nog meer kinderen en zo ja, ervoeren zij dit net zo?

Ton van Riet, Gemert zei op 2 januari 2019 om 19:21 uur

Deze vond ik op een engelstalige site, Iers van oorsprong, denk ik. Een dronken man komt de cafe uitgestompeld. Over de straat waggelend, komt hij voorbij een kerk. Daar gaat hij naar binnen en zich voortbewegend langs de banken, ziet hij een biechtstoel. Daar gaat hij naar binnen. De priester die daar aanwezig is, ziet het gebeuren en denkt: “Daarmoet er een zijn zonden belijden”. Hij gaat ook in de biechtstoel, wacht even. Hij hoort een diepe zucht. “Mijn zoon, kan ik je misschien helpen?”vraagt hij. Dan hoort hij aarzelend: “Ja, hangt er aan jouwe kant soms papier”.

Hilde Jansma
Hilde Jansma bhic zei op 3 januari 2019 om 09:32 uur

Leuk verhaal Ton. Dat is wel weer een hele andere kant van het biechten; de moppen en grappige verhalen. Of dít ook echt ooit is gebeurd, is weer een ander verhaal...

Ton van Riet zei op 3 januari 2019 om 13:26 uur

In Ierland zou zoiets wel kunnen. Daar bestaan ook nog kabouters en dat soort
wezens. "De werkelijkheid is een illusie die ontstaat door gebrek aan alcohol".
(Iers gezegde.)

Rini de Groot. zei op 10 februari 2019 om 23:55 uur

In m,n Prentjes verzameling ontdekte ik een oningevuld document,
met een aanmaning, Draag dit altijd bij U.
Betreft de laatste biecht; ‘Acte van volmaakt berouw.’
Een kopie ervan heb ik inmiddels naar BHIC verzonden.

Rini de Groot. zei op 11 februari 2019 om 00:17 uur

Ja Marilou en Lisette wat leven jullie in een vrije wereld!
Over echte gevoelens werd vroeger niet gesproken.
En de Lichamelijke gevoelens, onze natuurdriften moest je vermijden want dat koste je zonde.
Wat zijn we toch voor de gek gehouden, eerst met Sinterklaas, toen met de ooievaar, bij ons werden de kindjes zelfs gekocht. En toen de natuurlijke gevoelens met de Missieweek in 1951 een avond voor de jongelui,
we werden gewaarschuwd; de handjes boven de dekens bij het slapen gaan. Misschien zijn er wel kinderen met handschoenen naar bed gestuurd.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 februari 2019 om 09:59 uur

Daar zijn we ons van bewust, Rini, goed dat je dat hier verwoordt. Dank voor je aanvullingen, en dat geldt ook voor jou, Ton. Prachtig Iers gezegde, in ieder geval goed voor een brede lach op de maandagmorgen :)

Ton van Riet, Gemert zei op 11 februari 2019 om 14:20 uur

Een groot deel van mijn leven heb ik beroepshalve doorgebracht met kleine kinderen. Ik denk dat ik meer van die kinderen heb geleerd dan zij van mij.
Onze dochter is "öpgevoed" zonder godsdienst, zonder rolmodellen en zonder
sancties. Toen iemand tegen haar zei; "Jij hebt zeker een goede opvoeding gehad"
reageerde zij: "Ik heb helemaal geen opvoeding gehad". Het GEDRAG van de ouders is de maatstaf voor het gedrag van kinderen, positief of negatief.

Albert
Albert zei op 11 februari 2019 om 15:10 uur

Rini, bij ons kwam "de ooievaar" altijd als wij niet thuis waren en bij oma op vakantie waren.

Ton van Riet zei op 11 februari 2019 om 15:39 uur

Toen in Nederland het aantal geboorten terug liep, werd dat in "wetenschappelijke"
kringen in verband gebracht met het vermindering van het aantal ooievaars in
Nederland.

Rini. zei op 13 februari 2019 om 23:38 uur

Wilma, voor mij zat het schuifje aan de verkeerde zijde, want ik zou het schuifje gesloten hebben. Of was ik nog te groen, achteraf had ik graag met hem verder willen praten, over de vraag die hij me stelde. dan had ik nog wat van hem kunnen leren. Het waren heren van het Kruis, begreep ik later.

Ton van Riet, Gemert zei op 14 februari 2019 om 15:22 uur

Ik had jarenlang hetzelfde rijtje. Als ze me 's nachts wakker maakten kon ik het meteen opzeggen, zogezegd. Onkuisheid kwam er niet in voor, dat was
te ingewikkeld; dat nodigde maar uit tot verdere vragen, had ik begrepen.
Ziezo, daar was ik dan weer vanaf. De penetentie was ook altijd hetzelfde: drie weesgegroeten en een "oefening van berouw", daar was ik wel tevreden mee, tot de volgende keer.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 18 februari 2019 om 10:10 uur

Mooi beschreven, Ton. Over welke tijd (decennium) spreek je dan hier?

Ton van Riet, Gemert zei op 18 februari 2019 om 10:52 uur

Marilou, ca. midden '40-eind'50. Het begon me langzaam te dagen. "Waar bemoeien
ze zich mee?" Het meest stond hun mateloze arrogantie me tegen. Ik heb me dus "ontkeerd".

Henny zei op 18 februari 2019 om 12:20 uur

Er is een gezegde wat ik leerde opzeggen wanneer er in de biechtstoel aan me gevraagd werd; "Waartoe ben je op aarde"? Mijn antwoord dat ik van buiten had geleerd was; 'Om te eten en te zuipen om daarna ik het kistje te kruipen'.
Ik hoorde 'onze pastoor Wetzer' verscholen achter het groene gordijntje lachen en haast niet meer bijkwam van zo'n gewiekst antwoord. Hij zei me; "Laat dat geen mens horen want dan zijn de rapen pas echt gaar.." Welke "rapen" dat waren wist ik niet. ...nu dus wel....

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 18 februari 2019 om 21:34 uur

@Ton: Bedankt voor je reactie, Ton. Ik vind het eigenlijk ook altijd wel heel krachtig, dat je je dan toch weet los te maken. Zeker als het je zo met de paplepel is 'ingegeven'

@Henny: je maakt niet alleen de pastoor aan het lachen, Henny, ik schiet ook in de lach :) Ik vind het wel een bijzondere reactie van pastoor Wetzer. Had je zelf al ingeschat dat hij daar niet boos om zou worden?

Henny zei op 19 februari 2019 om 03:24 uur

Marilou , Ik kon inderdaad goed met de pastoor overweg. Weet je; Dit was een man die zelf als aalmoezenier jaren had gewerkt voor en bij de (jonge) militairen
en was erg met deze gasten begaan. Ik wist dit en hij had humor, veel humor.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 19 februari 2019 om 09:20 uur

Zoveel is duidelijk, Henny, mooi dat je hem hier toch weer even in herinnering hebt geroepen. Dank daarvoor.

Ton van Riet, Gemert zei op 20 februari 2019 om 18:50 uur

Lon, over biechten gesproken. Je kunt je natuurlijk ook afvragen of er door hun toedoen juist aardig wat bij de psychiater terecht gekomen zijn!

Henny Jansen zei op 21 februari 2019 om 12:34 uur

Ik ken nog een gezegde; Vroeger ging men naar de pastoor wanneer je in de shit zat maar nu loopt men naar de apotheek. Ton, ik denk dat je aardig in de goede richting zit. Toevallig dat vandaag de Paus in een soort "conclaaf" zit met zijn Aartsbisschoppen van over de hele wereld. Even afwachten wat eruit komt en maar hopen dat deze van enig betekenis heeft voor de Vrede.

Annette zei op 21 februari 2019 om 12:49 uur

Ik herinner me deze uitspraak ook nog van vroeger: Schelden doet geen zeer, maar biechten moet je meer.

Ton van Riet, Gemert zei op 21 februari 2019 om 13:06 uur

Die arme paus. Henny. Ik denk dat de aardige man stapelgek wordt van de mallemolen, daar in Rome, waarin hij verzeild is geraakt. Het zal wel bij mooie woorden blijven, zoals gewoonlijk. Wat zou je anders moeten verwachten van zo'n zelfgenoegzame achterhaalde organisatie?

Henny zei op 22 februari 2019 om 13:21 uur

Ja Ton, je hebt gelijk. Deze Paus komt op mij als zeer krachtdadig over, in de goede betekenis van het woord. Een menselijk en innemend iemand waar zo'n zelfgenoegzame organisatie niet aan tippen kan. Ik mag hem wel.

Ton van Riet, Gemert zei op 25 februari 2019 om 18:20 uur

Biechten. Een van de zekerste manieren om macht uit te kunnen oefenen over mensen is, om ze op te zadelen met een gevoel van schuld. En tegelijkertijd te laten geloven dat jij de enige bent die je van die schuld af kan helpen. Het begint al vroeg. Iederen moet er “aan geloven”. De eerste mensen eten van een vrucht waar ze af hadden moeten blijven. Resultaat: alle afstammelingen zijn schuldig! (erfzonde). Voeg daar nog aan toe het fenomeen “zonde” en de hersenspoeling is een feit. Je hele leven moet je jezelf achterna hollen om toch maar op het “rechte pad” te kunnen blijven. Als je niet uitkijkt, verlies je ook nog je “staat van genade”. Nog zo’n griezelig bedenksel. Dan ben je in de aap gelogeerd.. Maar goed dat er dan zo’n arrogante kwast in zo’n donker hokje je weer op weg kan helpen, met een beetje poespas. Op de achtergrond, zo heb je van jongsaf geleerd, loert altijd de eeuwige vedoemenis (of het lokkertje: hemel natuurlijk). Als kind ben je al meteen de dupe. Mij vervult zulke ”banale tovenarij” met afschuw.
Prachtig, zo’n geloof, vindt U niet?
(P.S. Dit geschrijf is mij natuurlijk ingefluisterd door de satan.)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: