i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Beers
Jaar: 1944
Tags:

Bommen en granaten

vertelde op 15 december 2018 om 01:31 uur

Zoals op veel plaatsen in Beers, was er “aan de molen” bij oom Paul en tante Cato een schuilkelder gemaakt. We hebben er hoogstens een of twee dagen in geslapen, dat moet geweest zijn in september 1944. Er was in die dagen nogal wat “luchtverkeer”.

Een Spitfire liet een lege reservetank los, die omlaag tuimelde en ongeveer tegenover het huis van Marinus Jans, tegenover de molen, in een aardappelveld terecht kwam. De jongens van Jans waren er het eerst bij, die hebben de tank ook meegenomen. Wij renden er naartoe, maar moeder dacht dat het een bom was. Van schrik kon ze ons niet terugroepen. De uitdrukking “de adem stokte in de keel” is hier wel van toepassing.
Weken later probeerde een Duitse bommenwerper ‘s nachts een paar bommen op de molen te gooien. Die kwamen op het veld in de buurt van de schuilkelder terecht. Alleen materiële schade: alle ruiten kapot, pannen van het dak, hier en daar een scherf tegen de muur. De lindebomen, voor het huis,  hadden een deel van de klap opgevangen.

De molen van Beers (BHIC, collectie C.J.A. van Helvoort, fotonr. 1572-08-032)
De molen van Beers (BHIC, collectie C.J.A. van Helvoort, fotonr. 1572-08-032)

Het moet, ondanks alles, een gezellige boel geweest zijn. Plotseling de opluchting, dat de oorlog spoedig afgelopen zou zijn. De militairen deelden kwistig sigaretten, chocola, blikvoedsel enz. uit. Er viel voor kinderen ook van alles te beleven. Nieuwsgierig stonden wij overal met onze neus bovenop. De "Tommies" vonden blijkbaar de aanwezigheid van kinderen wel aangenaam.

Tegenover ons huis stond toen nog het nonnenklooster, met rechts de meisjesschool en links het patronaatgebouw. Daar lagen in die tijd lichtgewonde soldaten. Soms stuurde mijn moeder ons daar naartoe met vers fruit. Daar heb ik ook mijn eerste cartoonfilms (Micky Mouse) gezien. We mochten komen kijken als er een film gedraaid werd.
Af en toe hoorde je van iemand dat er vliegtuig gevallen was. We gingen er dan naar kijken, als het mocht. Veel was er meestal niet te zien. Een gat in de grond, waarin wat vuil water met een laagje olie, en hier en daar een uitstekend restant. De jeugd probeerde dan nog zoveel mogelijk te “redden”. Aan de tragische kant van het geheel dacht je als kind niet; alles was een avontuurlijke gebeurtenis.

Spannend waren ook de momenten, vooral ‘s avonds en ’s nachts, als er een vliegende bom (V1) overkwam. Omdat alles verduisterd was - er was overigens vaak geen elektriciteit - kon je ze goed zien in het donker, door de vlammende uitlaat. Ze maakten een geluid als de dieselmotor van een rivierboot. Iedereen hoopte dat het geluid aanhield, want als dat ophield kwam hij naar beneden en volgde een ontploffing. Ze vlogen richting Antwerpen-haven, die in gebruik was door de geallieerden. Soms viel er een in de buurt, in Erp of Keldonk.

Dit verhaal is geen geschiedschrijving, maar mijn persoonlijke herinnering. De enkele Beersenaars, die het hebben volgehouden tot nu, zullen hier wel iets van herkennen

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: