skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic

Brabantse zouaven (1)

Bij het congres van Wenen van 1815 werd de kerkelijke staat weer geheel hersteld in haar territoriale omvang die ze had gehad vóór de Franse Revolutie in 1789 en de daaruit voortvloeiende massale oorlogen die het machtsevenwicht in West-Europa fundamenteel hadden verstoord. De Paus werd dus weer, na door Keizer Napoleon tijdelijk te zijn gegijzeld, hersteld als wereldlijk soeverein in zijn rechtsmacht.

Pius IX, 1871 (foto: Battista en Enrico Cané. Bron: Wikimedia Commons. Publiek domein)
Pius IX, 1871 (foto: Battista en Enrico Cané.
Bron: Wikimedia Commons. Publiek domein)

Deze positie werd na 1855 bedreigd. En wel door Italiaanse revolutionairen die een Italiaanse eenheidsstaat wilden. Vanaf 1865 kwamen Nederlandse jonge rekruten het Pauselijk Veldleger versterken. De Pauselijke Zouaven. Noord-Brabant zond vele jonge mannen naar Rome. Om daar Paus Pius IX bij de staan in zijn defensie. Een hunner was Woenselse Toontje. Toontje was exemplarisch voor het soort jongens dat opkwam. Over hem en zijn kornuiten uit Brabant gaat deze trilogie. Wat bezielde hen? Hoe kwamen ze erbij? En erop?

De wervers te Nederland

Natuurlijk lazen deze gasten doorgaans geen kranten. Die waren erg duur door het zegelrecht dat de Rijksoverheid placht te heffen. En verder was het werven van dergelijke zouaven beslist niet onbedenkelijk: eigenlijk gold het ronselen voor vreemde krijgsdienst tussen 1815-1881 altijd in Nederland als een misdrijf gerecht tegen de staatsonzijdigheid. Want Nederland had zich bestendig volkerenrechtelijk neutraal verklaard. In Europa gonsde het van lokale oorlogen en burgerlijke opstanden. Den Haag wenste daar vér van te blijven, vooral wegens het gebrekkige defensieapparaat. De Nederlandse bisschoppen hadden dus niet veel sympathie voor priesters die van de kansel wierven.

Pater De Kruijf (bron: Stadsarchief Amsterdam, 010094007611. Publiek domein)
Pater De Kruijf (bron: Stadsarchief Amsterdam, 010094007611.
Publiek domein)

De Nederlandse katholieken golden tóch al als tweederangsburgers. Ze moesten geen grond bieden om ze ook nog eens in te boeken als landverraders. Aartsbisschop Zwijsen, tevens bisschop van Den Bosch, verbood aan de seculiere geestelijkheid dan ook ronduit dergelijke bestendige wervingen. Maar er waren leden van religieuze congregaties en ordes die nu eenmaal buiten de bisschoppelijke rechtsmacht vielen omdat hun canonieke organisaties immuniteit genoten jegens het episcopaat. Ze waren aan de jurisdictie van dat college niet zonder meer onderworpen. Augustijnen trokken zich dus van Zwijsen niet veel aan. Er was er één die overmatig ijverig was met deze werving, de Augustijn De Kruijf die nationaal ronselde vanuit Amsterdam. En dan was er nog de dorpsdokter Nuyens uit Noord-Holland. Die trok zich van de bisschoppen in dit opzicht niet veel aan. Hij maakte van dat werven op nationale basis dagwerk. Soms komen Nuyens’ interventies om de Paus een suffisant leger te bieden merkwaardig in de geschiedenis tot leven, want Nuyens stond voor géén deur. Hij was leek. En voelde zich in deze seculiere aangelegenheid vrij van de bisschoppelijke jurisdictiekring.

Nuyens als militair ronselaar

Het gaat mij om het koperen graf van de dorpsdokter Willem Nuyens, die tevens de inleidende keuringen deed voor de West-Friese zouaven ten verzoeke van de Augustijner Pater de Kruijf uit de schuilkerk "De Star" te Amsterdam. Kruijf wierf de soldaten, maar Nuyens moest ze nadien keuren: daarzonder kregen ze geen biljet voor de trein naar Oudenbosch, waar ze vervolgens gekazerneerd werden in afwachting van verdere doorreis naar Brussel. Nuyens speelde in dat opzicht een belangrijke rol.  Hij bepleitte in de dagbladpers die zegelvrij was ’s Pausen lot, dat deerlijk bedreigd werd door de Italiaanse revolutionairen. De zaak van de Paus was de zaak van Christus.

Dr. Nuyens (Bron: Noord-Hollands Archief, bestandnr. 587-605. Publiek domein)
Dr. Nuyens (Bron: Noord-Hollands Archief, bestandnr. 587-605.
Publiek domein)

Zo tamboereerde Nuyens in de pastoorskrant De Tijd. Die geredigeerd werd door de Brabantse priester Judocus Smits. Nuyens vond dat het katholiek volksdeel een legerafdeling op de been moest helpen die Pius IX bij moest staan bij de verdediging van het erfdeel van Petrus. Het patrimonium Petri. Zo noemde hij de kerkelijke staat. Smits kwam veel in Brabant. En preekte daar over. Nuyens hield er ook voordrachten over in Brabant.  Dat deed hij ook als historicus, als hoedanig hij thans eigenlijk meer bekend is, doordat hij een algemeen geprezen achtdelig geschiedkundig werk schreef voor de Roomse jeugd dat decennia lang verplicht was bij het uitgebreidere voortgezette lager rooms-katholieke onderwijs in den lande. Nuyens schreef polemisch en zette allerlei tijdschriften op, waarin hij flink te keer ging tegen Den Haag.

In een waterstaatskerkje te Westwoud vindt men een koperen grafzerk te zijner nagedachtenis. Piet Cuypers ontwierp het deksel met gothische Latijnse randschriften. Waarin Nuyens’ inspanningen geroemd worden. Een merkwaardige plaats van herinnering.

De achterstand van de katholieken in Nederland

Er waren bijna geen roomse academici in die tijd (1860-1880), en zeker geen, die ook schrijfkundig en historiserend vaardig waren. Staande bij die koperen gedreven grafzerk die ons nu bombastisch voorkomt kunnen wij ons niet voorstellen waarom hier - op de randen van het tombeau - Milites Belgicae herdacht worden. Maar bedoeld zijn: Nederlandse Brabo’s die in Italië, bijvoorbeeld bij Monte Libretto of Mentana hun leven lieten voor de Paus en zijn zaak. In de Romeinse rekruteringsregisters worden deze jongens als Belgen vermeld. De priesterlijke beambten van de kerkelijke staat  kenden stomweg het verschil tussen Noord- en Zuid-Brabant niet. Het laatste stond bekend als katholiek gewest. Maar het eerste eigenlijk niet.

Grafzerk van  WIllem Nuyens
Grafzerk van WIllem Nuyens

De zerk baarde destijds in het Hollandse Noorderkwartier wel opzien. Waarom werden hier heldendaden van Belgen herdacht?  Waren Belgen geen opstandelingen tegen het wettige gezag van de Oranjes? Hadden Belgen zich niet onwettig en arglistig losgescheurd in 1830 van het Koninkrijk der Nederlanden? Het kwartier was Hervormd. Met een katholieke minderheid. Wel een belangrijke, maar toch een, die onbetrouwbaar was.

Een waterstaatskerk voor roomsen?

Het kerkje, dat gebouwd werd ná vergunning van de Afdeling Rooms-Katholieke Eredienst van het departement van Binnenlandse Zaken, op voorschrift en bestek van de afdeling waterstaat, was daar toch niet voor? Het werd gebouwd in een tijd dat de overheid voornemens was zich blijvend met de roomse eredienst te blijven bemoeien. De katholieken mochten niet zomaar een kerk bouwen, maar moesten het ontwerp accepteren van waterstaat. Dat zich ook bezig hield met het meubilair en het interieur.

Later, na 1860, verandert dat en geleidelijk gaan de katholieken bouwen naar eigen inzichten. In 1868 wordt dat departement voor de eredienst opgeheven: het voortbestaan ervan was strijdig met de grondwet van 1848. Maar koning Willem III was erg gesteld op de directeur van het departement, Van Gobelschroy, en wilde niet dat hij voor het hoofd werd gestoten.

Het Waterstaatskerkje van Westwoud (foto: G.J. Dukker. Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed nr. 246.929. CC BY-SA 3.0)
Het Waterstaatskerkje van Westwoud (foto: G.J. Dukker. Bron:
Rijksdienst Cultureel Erfgoed nr. 246.929. CC BY-SA 3.0)

Na die tijd, dus na die opheffing, mag waterstaat zich niet meer met de rooms-katholieke kerkenbouw bemoeien. Wel mag de gemeente uit veiligheidsopzicht bouwvoorschriften opleggen bij vergunningverlening, maar zij mag niet meer een bouwstijl voorschrijven of verbieden dat door bepaalde ornamentiek de religieuze bestemming van het kerkje als roomse gebedsplaats in het oog springt ten detrimente van protestanten.

De achterdocht jegens de Pauselijke Zouaven

Die daaraan immers aanstoot zouden kunnen nemen, zoals nu gemeentenaren bezwaren maken tegen minaretten op moskeeën. De wet op de kerkgenootschappen van 1855 regelt voortaan precies, wat van de roomse belijders wél en niet gevergd mag worden omtrent de hoogte van torens, klokgelui, processiegang, openbare religieuze manifestaties en daarbij gebezigde kledij.

Dat is dus de idee en bedoeling. Het Westwoudse Martinuskerkje is een mooi voorbeeld van zo'n laat-neo-classisistische waterstaatsbouw. Een roomse enclave in winderig hervormd polderland. Met bevreemding opgenomen door de protestantse Hollanders. Men kan dan voortborduren op dat thema in verband met de moskeebouw en de aanstoot die omwonenden nemen aan al te luidruchtige oproepen tot gebed vanaf de minaretten, het van de openbare rijweg zichtbare gedrag van imams en ummah-geleerden en dergelijke meer. Het probleem is hetzelfde.

Daarom mochten de zouaven ook niet kenbaar als peloton optreden in het openbaar, terwijl een gemeentelijke schutterij dat wel mocht. Via De Tijd, dat in Eindhoven verspreiding vond via de geestelijkheid, werd in de Kempen ruchtbaar dat de Paus verdedigd moest worden tegen ketterse revolutionairen. Bij de pastoor kon je inlichtingen krijgen als je naar Italië wilde vertrekken: veel bracht de soldij niet in het laadje. Maar er was een pracht van een uniform beschikbaar met een berenmuts en pluim en een modern geweer. Rome wachtte de jongeling die voor de Zaak van Christus het stoffelijk leven veil had. En avontuur. En onderscheidingen. Dat las Woensele Toontje, een durfal uit het dorpje bij Eindhoven. En Toontje wou de wereld zien.

Lees ook de andere delen

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 16 november 2023 om 13:46
Intrigerend verhaal, Gerard. En mooi om over de schouder van Toontje te zien hoe die wereld in elkaar stak. Bedankt voor je bijdrage!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen