i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Grave
Tags:

Burenruzie in Grave

vertelde op 8 februari 2017 om 14:00 uur

Jos van Reen is één van onze vrijwilligers uit Grave. Hij houdt zich onder andere bezig met het beschrijven van notariële akten. Zo boog hij zich ook over het 'verschrikkelijke handschrift' van Hermanus Swart, notaris te Grave van 1705 tot 1733. 'Volgens mij had de man ongelofelijk veel haast, of hield hij van een stevige borrel bij het uitoefenen van zijn ambt,' meent Jos. Niettemin levert het soms wel pareltjes van burenruzies op waarop de tegenwoordige rijdende rechter jaloers zou zijn.

De Scheerestraat van Grave van boven gezien. Foto van bureau Smeets in Grave, 1920Het conflict moet zich al vele jaren hebben opgebouwd. Wat begon als een verzoek om iets aan een lekkage te doen, escaleerde uiteindelijk in een conflict over het oplossen van het probleem, wie verantwoordelijk is en uiteraard wie de rekening moet betalen.

In de Scheerestraat in het Grave van begin 1700 zal het een drukke bedoening zijn geweest van kleine huisjes met aanbouwsels, schuren, werkplaatsen en stallen. En aangezien er veel gezamenlijke muren en daken waren, moesten die ook allemaal deugdelijk op elkaar aansluiten om zodoende het in huis droog te houden. Dat dit niet altijd goed lukte blijkt uit een akte van 23 augustus 1726.

Op verzoek van Hendrika van Eldrum, weduwe van wijlen Willem Bloemerts wordt er een notariële verklaring opgemaakt waarin Christiaen Schonenbergh, meester leidekker en Sijmon van Emmerick, meester koperslager vertellen hoe zij over een periode van vele jaren proberen om een lekkende “Looije Geut” [loden goot] te repareren. Maar als zij een nieuwe goot willen plaatsen zegt Anna Gijsberts, de persoon die volgens hen daarvoor verantwoordelijk is, “ik wil se niet gesoldeert hebben. Leght daer maer een pecklap op. Het solderen soude mij teveel costen.” 

Maar dat het niet alleen een kwestie van kosten was blijkt uit de mededeling dat zij (de comparante Hendrika van Eldrum) die beslissing niet kan nemen: “Ende dat Anna Gijsberts haer comparante telckens versoght alsdat ick niet te willen hebben seggende want ik heb de macht niet om een nieuwe geut te leggen.” 

Notarisakte, 23 augustus 1726 van Hermanus Swart. Let vooral op het onduidelijke handschriftDan verschijnt de buurman Mandemaeckers ten tonele: “Ende den derden comparant, dat Mandemaeckers de geut gelegen tussen de voorsten Huisingen opgebroocken hebbende heeft versogt het loot daerin te leggen, dat doet nu andere panlath Smetsers meester timmerman dat daer passende tegens Mandemaeckers seijde de muir met de muerplaet moet blaenerts half draeijen maecken. En dat de requirante daerop geantwoordt hebbende Wij hebben met de geut niet te doen. Voorsijden Mandemaeckers daerop repliceerde, dat weet ik wel, het Loot is voor mijn reeckeningh, waerraeght het van Emmerick, off de helft van de muerplaet niet tot uwer lasten is, volgens het zeggen van baes Smetssers dat hij Comparant daer op geantwoort hebbende jae baes Smetserts heeft het soo geoordeelt. De requirante daarop seijde terwijl het van Emmerick segt soo gaet bij mijn Heer Verbeeht en haelt voor ons twee dat daer toe nodige is. Ende dat Mandemaecker daerop heeft gesegt ‘t is wel, ik sal het oude Loot dan vervangen.”

Daarmee lijkt de zaak opgelost en afgehandeld, maar er is na de reparatie van de goot waarschijnlijk nog vaak over gesteggeld, want op 9 oktober 1726 verklaren Reinier van der Heijde, meester metselaar en leidekker en Willem Smetser, meester timmerman “beijde van competenten ouderdom en geloofwaardige getuijgen” op verzoek Duidelijk en mooi geschreven notarisakte van 9 oktober 1726 van Jan Wanmaekers (in de eerdere verklaring werd hij Mandemaeckers genoemd) dat “naer rijpe overwegingen deezer Saeke sijn oordeelende, dat gemelde weduwe Bloemarts soowel voor d’eene helft als voornoemde Wanmaeker voor de wederhelfte de voornoemde goot verplight is in reparatie te moeten onderhouden, en dat volgens redelijkhijd (…) Gemelde Juffrouw Bloemarts de helfte der voornoemde reparatien aen gemelde Anna Gijsberts ofte desselfs Erfgenaemen na reeden en billikhijdt soude moeten restitueeren ende vergoeden”. Als slotconclusie staat aan het einde van die verklaring nog eens duidelijk vermeld dat “de meergemelde Juffrouw Bloemarts en Jan Wanmaeker tot het onderhouden en repareeren der voornoemde goot ijeder voor de helft zijn gehouden”. 

Of het probleem hiermee definitief is opgelost, valt te betwijfelen en zelf controleren kan niet meer, want die huisjes zijn intussen allemaal afgebroken. Wel blijft het verbazend dat de notaris in die tijd zo’n moeilijk handschrift had (zie bovenstaande akte van 23 augustus 1726) terwijl zijn vervanger zo mooi duidelijk schreef (zie de akte van 9 oktober 1726 hiernaast).

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 21 maart 2016 om 16:54 uur

Knokken in de kroeg

vertelde op 29 juni 2016 om 14:00 uur

Mes beslecht ruzie tussen buren Sambeek