i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Oedenrode
Periode: 1842 - 2016
Tags:

Cafetaria 'De Mèrt'

vertelde op 20 oktober 2016 om 16:15 uur

Vóór 1842 werd het huis van de weduwe van Gijsbertus Taveniers aan de Markt in Sint-Oedenrode afgebroken. Op die plek werden twee nieuwe huizen gebouwd. Een ervan is nu Cafetaria de Mèrt.

Nieuwe panden

Op de plaats van het gesloopte huis werden twee nieuwe huizen gebouwd. Het ene was voor de weduwe zelf. Tussen de school en het huis van de weduwe bouwde weduwnaar Andreas Teulings, van beroep goud- en zilversmid, zijn huis tegen de zuidwestelijke zijmuur van de school. Een strookje van die grond behoorde toe aan de gemeente. Volgens plaatselijk gebruik diende het voor de afvoer van water dat van het schooldak afdruipt. Teulings diende een verzoek in dat hij graag zijn huis tegen de schoolmuur zou willen bouwen met verplichting om tussen zijn huis en het schoollokaal een behoorlijke loden goot aan te brengen, met voldoende capaciteit om het water van beide daken te op te vangen. De gemeente gaf toestemming, want door het bouwen van een nieuw huis tegen de schoolmuur zou deze ook een aanmerkelijk betere stevigheid krijgen. Bovendien "(...) zoude [het] strekken tot een werkelijke verfraaiing van de gemeente."

Waar op de foto het pand met de beige stenen staat, stond vroeger het schoolhuis. 

Wat later verzoekt ook Hendrikus van de Hagen om een door hem te bouwen pakhuis tegen de muur van de school te mogen plaatsen. De voorzitter meldt aan de gemeenteraad dat "(...) bij besluit van den Raad der Gemeente van 16 maart 1842 soortgelijk vergunning aan Andreas Teulings heeft plaats gehad." De raad geeft te kennen "(...) niet ongenegen te zijn om het te bouwen pakhuis tot tegen de muur der school te plaatsen, mits hij zich onderwerpt aan zodanige voorwaarde, als deze vergadering nodig oordeelt om het schoolgebouw tegen benadeling te verzekeren."

Bewoners en eigenaren

Andreas Teulings overleed al spoedig, in 1846. Zijn dochters Cornelia en Maria bleven in het huis wonen. Cornelia is in 1845 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met Antonius van Houtum, broodbakker. Dochter Maria huwde 1860 met Theodorus van Houtum, broer van Antonius en ook bakker van beroep. In 1883 verkocht Maria de onverdeelde helft van het huis aan haar zuster Cornelia, weduwe en winkelierster.

Maria Theresia van de Grinten, weduwe van Johannes Theodorus Maria van Houtum, zoon van Antonie en Cornelia, verkocht het pand in 1921 aan Petrus Wilhelmus Ockhuizen. In de voorgaande jaren heeft het pand ook huurders gehad o.a. van 1900 tot 1910 het gezin Johannes Heiligers-Derks, Franciscus van der Somme-Jansen en Willem van Homberg, secretaris van Sint-Oedenrode, Jan Franiscus Bax-Leydekkers.

 

Johannes van Houtum en Maria van de Grinten met de kinderen v.l.n.r. Antoon, Cornelia, Maria en Harrie.

Koperslager Petrus Ockhuizen bewoonde het pand samen met zijn vrouw en zonen. Zij hadden er een winkel in huishoudelijke artikelen. Hij was een druk baasje en repareerde o.a. de raadhuispomp voor fl. 2,-, de dakgoten van de oude school in Nijnsel (onkosten fl. 2,75), diverse werkzaamheden en leveringen voor fl. 48,-, waaronder een bloemgieter van fl. 1,60.
Ook was hij lid van de Rooise Brandweer, waar hij in 1934 op eigen verzoek wordt ontslagen.

Latere eigenaars waren: familie L. van den Akker, cafetariahouder, en W. van der Linden. Op het ogenblik is de familie P. van de Linden eigenaar van dit prachtige pandje aan de Markt.

 

Foto’s: collectie Jo van der Kaaij
Bron: Brabants Historisch Informatiecentrum, toegang 7637, 7634
W. van Houtum in Heemschild 16 (1981), afl.3, p. 41-60.

Petrus met het vaandel van 'Nos Jungit Apollo'.

 

 

 

 

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: