skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Carnaval leidt tot overlast en ziekten

“Verbied het zich onkenbaar maken door het dragen van een masker of anderzins op de openbare straat of openbare plaatsen.” Dat voorstel haalde de agenda van de Bossche gemeenteraad in 1882. Want carnaval, dat leidt alleen maar tot losbandigheden en uitspattingen en bedreigt goede zeden en gezondheid.

Er zijn voor- en er zijn tegenstanders van carnaval: dat is 135 jaar geleden niet veel anders. “Ze zijn voorbij de vastenavonddagen, die dagen waarin inwoners van ’s-Hertogenbosch zich letterlijk in twee helften gescheiden, waarin het eene deel der bevolking had te zuchten over de buitensporigheid van het andere”, staat te lezen in stukken uit het archief van J.B. van Son, minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst.

“Verborgen achter een masker, ongekend en dus ongestraft, vervalt in die dagen een deel der bevolking tot dronkenschap en hoogst onzedelijke verkwisting. Niet alleen tot eigen schade en ondergang van het gezin, maar ook tot last en ergernis van de meerderheid der vreedzame ingezetenen wordt dan in deze gemeente aan benden van gemaskerde troepen soms op dolzinnigen gelijkend, gedurende drie dagen vrijheid gelaten om al zingende, schreeuwende en tierende de straten onveilig te maken.”

Lallend, ranzig en vlooien

Het is duidelijk dat hier geen voorstander aan het woord is. Want naast het gedrag van feestvierders heeft hij het ook niet op hun kleding. “Men bedient zich daarbij van kleêren, welke veelal gehuurd worden, die meestal uit den vreemde of van elders worden ontboden, voor hetzelfde doel meermalen gediend hebben en dikwerf niet vrij zijn van onreinheid en smetstof.” Oftewel, niet alleen trekt men lallend door de straten, dat gebeurt ook nog eens in ranzige kleding waar vlooien welig tieren.

Dus het carnavalsfeest zorgt niet alleen voor overlast; het kan ook leiden tot ziekten. “Dronkenschappen en slemperijen verheffen geen volk, maar ontzenuwen zijn beste krachten en maken het bij uitnemendheid vastbaar voor alle ziekten en kwalen”, gaat de briefschrijver verder. En daar hebben niet alleen eerzame burgers last van maar ook kranken en zwakken, bedroefden en stervenden worden in hunne rust gestoord, van slaap beroofd door een hoop onzinnigen, zonder dat de sterke arm zich hiertegen verzet.”

Liederen des ontucht

Daarom is de brief gericht aan de gemeenteraad van Den Bosch. Want eerder traden burgemeester van Nijmegen, Tilburg en Maastricht al op door paal en perk te stellen aan het openblijven van tapperijen en café’s. Een voorbeeld dat de gemeente Den Bosch zou moeten volgen door 1. het verbieden van het dragen van maskers in het openbaar en 2. ernstig te waken op de sluiting der herbergen en koffiehuizen, alsmede tegen alle nachtelijke straatgeraas.
Dat is nog maar één schrijven uit het stapeltje brieven dat zich bevindt in het archief van minister Van Son onder de verzamelingnaam “Stukken over de vieren van vastenavond.” Ook andere brievenschrijvers willen vaak “paal en perk” stellen aan openingstijden en pleiten voor krachtig optreden tegen hen “die hunne vloeken en liederen des ontucht in onze woning te doen klinken.”

Met veel dank aan collega Jan voor de tip!

Bron: 2016 J.B. van Son, minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst, 1820-1915
53 Stukken over de viering van vastenavond, circa 1860-1890

Reacties (3)

Har van der Poel zei op 18 november 2021 om 17:28
Hoewel een zeer interessant verhaal, is er een aspect dat totaal verschillend is van de situatie in 1882. En dat is uiteraard covid. En waar de vierders in 1882 niet veel meer dan overlast bezorgden, zijn de huidige deelnemers, met name de niet-gevaccineerden, verantwoordelijk voor een hoger gezondheidsrisico voor deelnemers en ook niet-deelnemers en dan hebben we het nog niet over de werknemers in de gezondheidszorg.
Norah zei op 18 november 2021 om 19:56
Al jaren geen carnavalsvierster meer, en dat met een Bossche moeder en een Maastrichtse vader;)
Volgens hen stelde dit vóór de oorlog niets voor vergeleken met de jaren daarna.
En wat Har hier aankaartte , daar kan ik me helemaal in vinden. Egoïsme tot en met.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 19 november 2021 om 15:01
Bedankt voor jullie berichtjes, Har en Norah. Klopt hoor, natuurlijk maakt Covid een verschil van dag en nacht. Het opmerkelijke is ook dat dit verhaal in 2017 is geschreven, waarbij ziekten (in het algemeen) bij carnaval nogal overtrokken leek. Nog maar even geleden en tegelijkertijd een heel andere tijd...

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen