i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Cromvoirt
Tags:

Cromvoirt in vogelvlucht

vertelde op 27 februari 2008 om 11:11 uur

Cromvoirt was een gemeente in het noorden van de provincie Noord-Brabant met een oppervlakte van 1.421 ha. In het noorden grensde ze aan Engelen, in het westen aan Vlijmen en Helvoirt, in het zuiden aan Vught en in het oosten aan ’s-Hertogenbosch. De gemeente is per 1 januari 1933 opgeheven door samenvoeging van Vught en Cromvoirt. Het dorp Cromvoirt en het gehucht Deuteren waren de enige woonkernen van deze gemeente. Deuteren kwam na de opheffing bij ’s-Hertogenbosch.

De naam

De naam Cromvoirt is afgeleid van ‘krom’ (bocht, bochtig) en ‘voorde’, een doorwaadbare plaats in een rivier of beek. In Cromvoirt was dat de Zandleij met een voorde ter hoogte van de St.-Lambertusstraat of de Loverensebrug.

Gemeentewapen

Op 14 oktober 1818 stelde de Hoge Raad van Adel het gemeentewapen van Cromvoirt vast. De omschrijving luidt als volgt: "Zijnde een schild van lazuur belade(n) met het beeld van St.Lambertus van goud."

Aangezien Cromvoirt geen zelfstandige schepenbank had gehad, kon men niet terugvallen op een oud zegel of iets dergelijks. De toenmalige burgemeester koos voor Lambertus, omdat dat de schutspatroon van de Cromvoirtse parochie was.

Oudste vermelding en ontwikkeling

Vanaf de veertiende eeuw worden Cromvoirt en Deuteren in documenten genoemd. In een oorkonde van 1312 is sprake van de overdracht van een bunder beemd De Streep geheten en gelegen in “Crumvoert”. Een zekere Margareta van Compere droeg haar rechten op dit stuk weide over aan haar zoon en dochter.

In 1320 en 1321 wordt melding gemaakt van een baksteenoven en de verkoop van hout te ‘Euter’.

Cromvoirt, of in dialect Crummert, is rond 1100 ontstaan op de overgang tussen de hoge zandgronden in het zuiden en de lager gelegen kleigronden in het noorden. Wateroverlast is dan ook een bekend en gevreesd fenomeen in deze omgeving.

De restanten van de halve ringdijk die het dorp moest beschermen tegen wateroverlast vanuit het noorden en westen, vertellen een duidelijk verhaal. Toch was die dijk niet altijd afdoende: de dorpsrekening van 1741 bevat notities over "den naeren toestant van deze plaetse vermits den doerbraek in den dijk" en over aangevraagde hulp voor mensen en vee.

Bestuurlijk vormde Cromvoirt een eenheid met Vught; in de Vughtse schepenbank leverde het dorp twee van de zeven schepenen. Uit de Vughtse en de Cromvoirtse dorprekeningen blijkt dat diverse kosten ook gezamenlijk werden gedragen, waarbij Cromvoirt voor eenderde deel aangeslagen werd.

Ook kerkelijk viel het dorp onder Vught (Lambertusparochie), al hadden de Cromvoirtenaren in ieder geval in in 1485 een eigen kapel, toegewijd aan Sint-Hubertus. In 1717 werd Cromvoirt een zelfstandige parochie. Aanvankelijk moest men zich tevreden stellen met een schuurkerk, want sinds 1648 stond de kapel leeg op gezag van de Staten-Generaal.

Dit gebouwtje stortte eind achttiende eeuw in en in 1824 werd als laatste het torentje gesloopt. Ook in Deuteren moet een tijdlang een kapel hebben gestaan, in ieder geval van 1491 tot 1603.

In 1811 werd Cromvoirt een zelfstandige gemeente. De administratie bevond zich aanvankelijk bij de secretaris thuis. Later fungeerde het schoolhuis (nu gemeenschapshuis Battle Axe) ook als gemeentehuis. In 1899 kreeg Cromvoirt een eigen raadhuis, dat echter maar 34 jaar dienst heeft gedaan.

In 1913 kocht de gemeente een gebruikte brandspuit van de Schiedamse brandweer. Zo'n tweedehandse brandspuit was een duidelijk voorbeeld van hoe men iedere cent twee keer omdraaide voordat men iets uitgaf. Tegenwoordig beschikt Cromvoirt over een eigen bluseenheid, onderdeel van de regionale brandweer.

In de jaren twintig werd het wel duidelijk, dat Cromvoirt financieel het hoofd niet boven water kon houden. Het gemeentebestuur zag tenslotte in dat een zelfstandig voortbestaan niet langer mogelijk was en vroeg bij de provincie om opheffing van de gemeente. Per 1 januari 1933 kwam er een eind aan de zelfstandigheid. Cromvoirt werd bij Vught gevoegd, Deuteren kwam bij ‘s-Hertogenbosch.

Bevolkingsontwikkeling

Cromvoirt telde in de 17e en 18e eeuw tussen de 300 en 400 inwoners. In de loop van de 19e eeuw groeide dit bevolkingsaantal langzaam tot het aantal van 687 bij de opheffing in 1933.

Die ontwikkeling bleef lang achter bij de landelijke en provinciale cijfers. Pas aan het eind van de jaren twintig van de twintigste eeuw is er enige opleving te bespeuren. Het geringe aantal bewoners verklaart mede de financiële problemen van de gemeente.

Middelen van bestaan

Cromvoirt was een landbouwgemeente bij uitstek. Naast het gemengd bedrijf was er aan nijverheid niet veel meer dan voor de lokale behoeften nodig was: enkele bakkers, slagers, klompenmakers, wagenmakers en zo voort. In de jaren 1811-1933 gaat het om tussen de 5 en de 10% van de beroepsbevolking.

Boekweit, haver, rogge en aardappelen waren de voornaamste landbouwproducten. In de loop van de negentiende eeuw werd de teelt van aardappelen belangrijker en nam vooral het belang van boekweit en iets minder dat van rogge af.

Tussen 1875 en 1900 breidde het areaal weiland fors uit. Dat duidt op een groeiend belang van de veeteelt. De schapenhouderij verdween weliswaar in deze periode, maar het aantal koeien en de hoeveelheid pluimvee nam behoorlijk toe.

Typisch Cromvoirt

Kenmerkend voor het oorspronkelijke Cromvoirt is de lintbebouwing aan weerszijden van de Cromvoirtse Weg, de Sint-Lambertusstraat en het Pepereind. Midden in het dorp staat de Sint-Lambertuskerk, die door architect Charles Weber tussen 1891 en 1897 werd gebouwd. In oktober 1944 bliezen Duitse troepen de kerktoren op, zodat de geallieerden hem niet als uitkijkpost konden gebruiken. Na de oorlog kwam er een nieuwe, maar lagere toren.

Ook het oude Deuteren, vlak ten westen van ’s-Hertogenbosch, is nog herkenbaar. Dat geldt vooral voor de terpnederzetting met enkele boerderijen uit de periode 1850-1900. Als gevolg van de aanleg van de Vlijmenseweg is de verbinding met de dijknederzetting verbroken, maar de bebouwing daar heeft nog veel oorspronkelijks.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

W.v.Pinxteren@home.nl zei op 29 april 2008 om 20:40 uur

Ik ben Wim van Pinxteren posthoofd van de vrijwillige brandweer in Cromvoirt,
Ik lees in dit verhaal de aanschaf van de brandspuit in 1913.
Kun je dit jaar dan beschouwen als het oprichtings jaar van de brandweer in Cromvoirt ??
Is er een datum bekend van de aanschaf
van de brandspuit ?
Als dit te achterhalen is dan bestaan we in 2013 over 5 jaar / 100 jaar !!
Graag verneem ik wat details over deze spuit.

Mariët Bruggeman bhic zei op 6 mei 2008 om 11:11 uur

Beste Wim,
als je op onze website zoekt naar 'brandspuit' en 'cromvoirt' krijg je de foto te zien waarop de brandspuit staat. Het gaat hier echter om een offerte en ik heb de gemeenterekeningen van 1913 t/m 1916 nagekeken om te kijken of Cromvoirt deze brandspuit uit Schiedam aanschaft, maar ik heb niets kunnen vinden. Waarschijnlijk zal het aanbod niet aangenomen zijn om deze tweedehands spuit aan te schaffen. In diezelfde gemeenterekeningen heb ik net zolang teruggezocht tot er een jaarlijkse bijdrage opstond mbt 'kosten voor onderhoud, brandweer, brandspuiten en brandhaken'. De eerste vermelding binnen Cromvoirt van uitgaven vanwege brandweer zijn in 1861. (Dus het jubileum kan gewoon iets eerder worden gevierd en dan wél vanwege 150 jaar Cromvoirtse brandweer). Ik heb ook nog even gekeken in de notulen van de gemeenteraad en hierin gevonden dat in 1861 Cromvoirt een brief heeft gehad van Gedeputeerde Staten dat er geen voldoende blusmiddelen aanwezig waren en dat er ook geen post op de jaarrekening hiervoor gereserveerd was. Dit is toen aangepast. Mocht u interesse hebben in een kopie van deze notulen, dan wil ik u die graag toesturen.
Met vriendelijke groeten,

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: