i

Dagboek van Jan de Quay 10 (13-19 nov. 1944)

vertelde op 28 augustus 2019 om 15:12 uur

Vanaf 8 september 1944 hield politicus Jan de Quay een dagboek bij. De eerste twee delen daarvan bestrijken de laatste maanden van oorlog en bezetting in Nederland. Ze lopen tot respectievelijk eind januari en halverwege mei 1945, kort na de bevrijding.

Inleiding

Nederlandse gezagsdragers in Londen, september 1944. Links minister-president P.S. Gerbrandy, rechts J. van den Broek, minister van Financiën en vanaf mei 1944 ook van Handel, Nijverheid en Landbouw (Bron: Nationaal Archief, coll. Anefo, nr. 935-2602. CCO 1.0 Universal / Publiek Domein)Wat De Quay na zijn gesprek met pater Bleys al voorvoeld had, werd enkele dagen later bewaarheid: zijn benoeming in het College van Economische Zaken was bij het kabinet in Londen niet in goede aarde gevallen. Al meteen nadat Londen er de lucht van kreeg dat De Quay in het Zuiden bevrijd was, had justitieminister Van Heuven Goedhart aan enkele van zijn collega’s als zijn mening verkondigd dat leden van het Driemanschap van de Unie voorlopig niet voor een gezaghebbende overheidspositie in aanmerking zouden moeten komen. Maar nog voor minister Van den Broek van handel, nijverheid en landbouw dat standpunt aan Kruls had doorgegeven, had deze de leden van het college al benoemd. En de reactie van Van den Broek dat men De Quay dan maar in overweging moest geven zich als voorzitter terug te trekken, legde hij naast zich neer. Er was in deze zaak nu eenmaal geen tijd te verliezen, De Quay was prima geschikt voor de functie en bovendien was zijn benoeming ‘allerwegen gunstig’ ontvangen. Sterker nog, overste De van der Schueren had Kruls laten weten dat een door Londen afgedwongen aftreden van De Quay zou leiden tot grote onrust onder de voormalige illegaliteit. Inderdaad was De Quay daar populair: op donderdag werd hem door de Binnenlandse Strijdkrachten dan ook gevraagd om zitting te nemen in een tribunaalachtige raad, wat hij overigens afwees.

De Quay zelf liet zich door de affaire niet uit het veld slaan. Hij vond de kabinetsleden maar slecht geïnformeerde ‘stommerds’. ‘Zoo wordt het een groote chaos’.

Generaal H.J. Kruls (bron: Beeldbank WO2 / NIOD, coll. NIOD, nr. 31523)Dat Kruls in deze kwestie in ging tegen de ministers − die in feite zijn superieuren waren − was een nieuwe stap in de verwijdering tussen kabinet en Militair Gezag die feitelijk al weken gaande was. Het eigenmachtige optreden van de generaal wekte bij diverse kabinetsleden hevige irritatie en versterkte hun aandrang om zelf naar bevrijd gebied te komen en daar orde op zaken te stellen. In moeizame onderhandelingen, kenmerkend voor de ruzieachtige sfeer waarin het tweede kabinet Gerbrandy zijn werk deed, was daartoe een delegatie van minister-kwartiermakers samengesteld. Kruls had – zoals hij op zaterdag aan De Quay liet weten – die reisplannen met geallieerde hulp kunnen ophouden. Toen hij de ministers echter ronduit liet weten dat hun overkomst zowel op basis van praktische als van principiële argumenten hem ongewenst leek, en daarbij dreigde zo nodig zijn ontslag te nemen, was de maat vol en werd hij in Londen op het matje geroepen.

Niet voor het eerst en niet voor het laatst schrijft De Quay over het ongecontroleerde gedrag van oud-illegale groepen. De situatie in Breda, die op vrijdag ter sprake kwam, was in dat verband inderdaad een dieptepunt. Twee groepen van enkele honderden ‘bevrijdingsillegalen’ hadden in Breda de tijd van hun leven. Zwaar bewapend doorkruisten ze de stad en omgeving, pakten er links en rechts mensen op en ‘vorderden’ wat in hun kraam te pas kwam, feitelijk natuurlijk ordinaire roof. Met hun optreden terroriseerden ze niet alleen de burgers van Breda, maar ook de autoriteiten. Toen men de ‘commandant’ van een van de groepen, een ‘tot de tanden gewapende’ louche figuur eindelijk achter de tralies had, dreigden zijn mannen met handgranaten langs te komen bij het Huis van Bewaring, waarop hij weer werd vrijgelaten.

Verwoeste brug over het Wilhelminakanaal te Best, c. 1944-1945 (foto: Bas van Wielink, coll. BHIC nr. 2126-1-004)Steeds nadrukkelijker gaan de dagboekaantekeningen in op de zorgelijke situatie in bevrijd gebied. Niet verwonderlijk natuurlijk nu De Quay in het College voor Economische Aangelegenheden dagelijks alle informatie daarover kreeg aangereikt. Met de woorden ‘Toestand is zeer somber. Er dreigt een algemeen tekort op meest vitale gebied van voeding, verwarming en huisvesting’ geeft De Quay de levensomstandigheden in het bevrijde Zuiden pakkend weer. Als vanzelf had de bevolking verwacht dat met de komst van de bevrijders ook een eind zou komen aan de schaarste, die al zo lange tijd een grauwsluier over het bestaan legde. Sterker nog, het was door de regering beloofd. Maar de werkelijkheid was anders. De Duitsers hadden massaal geroofd, door de gevechten in de herfst lag de infrastructuur – spoorwegen, bruggen, kanalen − nagenoeg plat en er was daarom nauwelijks scheepvaart, wegverkeer of ander civiel transport. Op hun beurt kampten ook de geallieerden met aanvoerproblemen, zeker zolang de haven van Antwerpen ontoegankelijk bleef. En omdat voor hen de oorlogvoering absolute prioriteit had, kwamen de noden van de bevolking hoe dan ook op de tweede plaats. Voor bevrijd gebied hanteerden de geallieerden een karige norm van 1600 calorieën per persoon per dag, maar zelfs die werd in het Zuiden bij lange niet gehaald. Zo kon het gebeuren dat met alle ellende van de bevrijdingsstrijd, met de verwoestingen, de evacuaties, het persoonlijk leed en nu ook de schrijnende tekorten aan zelfs de meest essentiële dingen: voedsel, huisbrand, elektriciteit, papier, schoenen, textiel en zo meer, grote delen van de bevolking er na de bevrijding slechter aan toe waren dan tijdens de bezetting het geval was geweest.

De dagboekaantekeningen laten duidelijk zien hoe allerlei personen en instanties proberen de vervoerskwestie − letterlijk en figuurlijk – weer in beweging te krijgen om zo een eind te maken aan honger en gebrek.

Dagboek

13 November Maandag

Met Maria naar Tilburg. In de auto nog Goossens en Mej. Mes. – Ik vernam van Gispen, dat Ned. Regeering bezwaar zou maken tegen mijn benoeming. – Prachtig. – Wat zijn het stommerds en wat slecht op de hoogte. – Zoo wordt het een groote chaos. – ’s Avonds gegeten met Barend en Els bij Wim van Spaendonck.

14 November Dinsdag

College vergadering. – Besloten van Haaren terug te nemen als voedsel Comm. Ik doe het met bezwaard hart. De voedselpositie is slecht en hij is zwak. Maar Boerma wilde het nu, hij komt anders in het gedrang en daarmee is de zaak niet gediend. Piet van H. is echter een slappe figuur, aardig praatje met Pastoors, maar geen leider. – Bespreking met de Kort. De actie tegen van Spaend. gaat voort. – Van Blankenstein deelde mede, dat de regeering aan Generaal had medegedeeld, dat mijn benoeming ongedaan moet worden gemaakt. Hiertegen had de Generaal en had de van der Schueren geprotesteerd. Kruls zal het mij komen zeggen. – Ook Barend en Gispen nemen dit niet. Wat een verwarring! Arm land! Waar ligt het einde? – ’s Avonds bij Frans Mutsaerts alwaar een gesprek met Overste van der Reydt over toekomstige politiek der R.K. in Nederland.

Woensdag 15 November

Bespreking met het Kolenbureau, Wirtz, + Hesseling + Roetering. Rost v. Lennep en van Meeuwen. – Toestand is zeer somber. Er dreigt een algemeen tekort op meest vitale gebied van voeding, verwarming en huisvesting. – Alles draait om transportmiddelen, die practisch ontbreken. –

’s Middags met “Wederopbouw” Mr. Helb en van Asbeck. – Hij zal Dinsdag’s vergaderingen van college ten deele bijwonen. v. Asbeck zal gedelegeerde worden in Rijksbur. v. bouwmaterialen.

’s Avonds bij Han en Rie; erg gezellig. – Ik ontmoette er nog Overste Eggens, die probeerde Han te strikken. Wij bevalen v. Berkum aan. –

16 November Donderdag

Op grond van de toestand van transport enz. werd besloten zeer krachtig onze nood te klagen bij Gener. Kruls en rapport samen te stellen. Ik heb dit ’s middags ontworpen. – Bezoek gehad van den Heer Hoekstra van de Binnenlandsche strijdkrachten. Hij vroeg mij om zitting te willen nemen in den Raad voor Bevrijde Gebied, die heeft te oordeelen over de personen, die voor beoordeeling in aanmerking komen. Ik heb daarvoor bedankt, omdat ik veel te veel werk heb; tevens geen zin er in. Aanbevolen E. Sassen en F. Wijffels. Wel interessant dat terwijl de Regeering in Londen mij niet wil vanwege mijn optreden tijdens de oorlog – in de Ned. Unie – de Binn. Strijdkr. mij komen vragen.

’s Avonds gegeten met Maria bij Karel van Spaendonck. Zij waren overtuigd van het zorgelijke van den tijd. – Weve kwam ook nog aanzetten. – Ik ben wel zorgelijk over de toekomst van ons land. Hongersnood en kou? En dan kan het me zoo bezig houden, dat mijn gedachten nergens rijp voor zijn, als voor dat eene. Zelfs een ordelijk gebed schiet er bij in. Ik gevoel me dan verdrogen, en geen steun meer van God. – Ik ga niet naar de kerk omdat ik mijn rust te noodig heb. Ieder klaagt al over mijn magerte. Had ik me tijdens het onderduiken meer moeten vetmesten? Toch niet juist terwijl toen ook anderen al honger leden.

17 November Vrijdag

Met v. Blankenstein in College mijn rapport besproken. Later hebben we dit grondig omgewerkt. Het ziet er nu goed uit en het zal morgen aan den Generaal Kruls worden voorgelegd. Hij komt om 11.30 hier.

’s Morgens eerst bezoek van Frater Enter, namens Pater Drost. Hij zoekt een werkkring nu hij bij de Jezuïeten weggaat. – Ik hoop hem te kunnen helpen. ’s Middags bezoek van Thomassen. Aardige jonge S.D.A.P. er. Hij wil vernieuwing en reconstructie op politiek gebied, maar meende, dat dit in de eigen groep alleen te verkrijgen was door de oude groepeering dit zelf te laten doen. Hij noemde in dit verband Banning (begrijpelijk) en van de Goes v. N. (onzeker of dit wel eerlijk is). Daarna om één kaars (electr. licht was uit) bespreking met Sassen, Serraris, Deelen, Jacobs, Struycken, Holla, T. Wijffels, ten Hage, Albering, Wagen en Thomas, alle min of meer illegale werkers. Ter sprake kwam allereerst de voedselnood ergo het transportvraagstuk. Het borrelde uit de vergadering op. En besloten werd, dat 3 Heeren zouden trachten den Prins te bereiken en hem met Gener. Kruls aan te zetten dit vraagstuk voor te leggen aan Montgomery of Eisenhower. – Tevens de zaak der stoottroepen besproken. In Breda deden ze een halve gewapende overval om hun hoofdman, die in de gevangenis zou zijn gezet vrij te maken. Zij zullen trachten dit gevaar plaatselijk te keeren. Er is maar één oplossing, nl. deze lieden zoo gauw mogelijk als frontstrijders in te zetten. Ze hebben groote verdiensten, o.a. bij bevrijding van Breda; ze zijn ook levensgevaarlijk. – ’s Avonds bij Vercammen met Maria. –

18 November Zaterdag

’s Morgens eerst bespreking met Overste de van der Schueren (keurige, verstandige man – echt fijn type) + Majoor Smulders, Sassen, Holla en Alberink. – Hij vroeg om een vaste verbinding met Commissar. Voedselvoorziening en met Kolenbureau. Het bleek mij, dat hij van de slechte voedseltoestand niet op de hoogte was; dat hij met de Engelsche legerautoriteiten regelmatig contact heeft, en dat deze laatsten vertellen, dat het met het voedsel goed! is. Hoe deze lieden er aan komen weet ik niet. In elk geval kreeg hij daarom geen transport. Voor incidenteele hulp zouden zij zeker kunnen zorgen. – Hij zal dit nu probeeren. – Hem werd een verbinding met de 2 gevraagde instanties toegezegd. Bij Philips zou men in staking gaan wegens voedseltekort. Daar komt dus de spanning, de uitbarsting. – Tevens de burgers gevraagd niet naar den Prins te gaan vóór de bijeenkomst met Gener. Kruls.

Daarna bespreking van College met Kruls en zijn adj. Haverkorn. De situatie aan de hand v. rapport uiteengezet. Kruls deelde mede: 1o dat hij zijn eigen 40 vrachtwagens ter beschikking stelde. 2o dat 2 Fransche autocompagnien (±80 wagens) ter beschikking kwamen. Hij zal zich nu met Prins in verbinding stellen om samen naar Montgomery te gaan. – Boerma en Barend v. Sp. gaan morgen naar Brussel om hem zoonoodig te assisteeren. – Voorloopig een goed resultaat. – ’s Middags kwam hij terug en had ik een onderhoud alleen. – Allereerst vernam ik, dat hij 2 maanden de regeering uit Londen had kunnen tegenhouden door hen dit te laten weigeren door de Engelsche milit. Autoriteiten. – Terecht! – Nu hadden ze gisteren zullen komen in Bosch & Ven te Oisterwijk! Kruls had ze telegrafisch, daarna schriftelijk ontraden. Hij moest er nu Maandag voor naar Londen. – Het zou dwaasheid zijn. Ze zouden zich niet met het milit. gezag bemoeien! Wat dan? Pensiongast zijn? Politiek doen. – Ze zouden zeer onwelkom zijn. Het zou hun tegenvallen. – Ze kunnen niet onder Kruls staan. – Toch ook niet boven hem zich met de zaken bezig houden. – Hij vertelde toen dat de Regeering hem gezegd had, dat men met mij zeer voorzichtig moest zijn. Hij had mij toch gevraagd. – Toen hij de samenstelling van ons college aan Londen meedeelde, had hij als antwoord gehoord, dat men mij alsnog maar moest zien te verwijderen. – Dit had hij geweigerd, waarbij een brief van Overste de van der Schueren, dat dit ontslag de grootste oppositie en onrust in het bevrijde gebied zou verwekken. – Zij hadden er schik in toen ik vertelde, dat H. Hoekstra van de illegaliteit mij voor de Raad had gevraagd. – En ik zou geen goed Nederlander zijn. – Daarna geval Barend uitvoerig besproken. – Kr. zal een nationaal fatsoenlijk comité samenstellen om geval te onderzoeken. – Hij zal trachten van Mierlo te bedaren. – Dit loopt wel goed. Frans Mutsaerts was nog bij me geweest om voor Barend te pleiten. – Daarna weer bespreking met de Overste V. en zijn aanhang. De 3 mannen gezegd nu niet naar de Prins te gaan. Voor Holla was dit een tegenvaller. – Verwaand en interessant doend mannetje. – Hij zal wel moedig zijn geweest. – Met v.d. Sch. nog naar Boerma & Blink alwaar nog een en ander geregeld, – toen naar Barend alwaar Mr. de Voort als jurid. adviseur gevraagd. – In Mariengaarde gegeten, eenige studenten en Frans v.d. Ven ontvangen en na een vergeefsche poging om Pater van Geloven als biechtvader te bereiken tijdig naar bed, want morgen vroeg naar Beers. Maria vertrok vanmorgen zeer vroeg al. ’t Is goed dat zij gegaan is, want ik had het niet gehaald. –

19 November Zondag

’s Morgens na een vroege H. Mis met de auto naar Beers. Bezoek onderweg aan Mariendaal, alwaar P. Minderop en Rector Drost gesproken. – Thuis was alles propvol. Er waren ±30 man in de kost. ’s Middags kwam Pater Lutz nog op bezoek met veel goede gaven o.a. rijst. – Bij Pastoor nog op bezoek, hij moest me spreken over Je Maintiendrai. Het blijkt dat o.a. in Mill veel Communistische propaganda wordt gevoerd. –

Foto's

Nederlandse gezagsdragers in Londen, september 1944. Links minister-president P.S. Gerbrandy, rechts J. van den Broek, minister van Financiën en vanaf mei 1944 ook van Handel, Nijverheid en Landbouw (Bron: Nationaal Archief, coll. Anefo, nr. 935-2602. CCO 1.0 Universal / Publiek Domein)

Generaal H.J. Kruls (bron: Beeldbank WO2 / NIOD, coll. NIOD, nr. 31523)

Verwoeste brug over het Wilhelminakanaal te Best, ca. 1944-1945 (foto: Bas van Wielink, coll. BHIC, nr. 2126-1-004)

Maak een keuze

Verder naar week 11

Terug naar week 9

Homepage

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: