i

Dagboek van Jan de Quay 12 (27 nov. - 3 dec. 1944)

vertelde op 28 augustus 2019 om 15:40 uur

Vanaf 8 september 1944 hield politicus Jan de Quay een dagboek bij. De eerste twee delen daarvan bestrijken de laatste maanden van oorlog en bezetting in Nederland. Ze lopen tot respectievelijk eind januari en halverwege mei 1945, kort na de bevrijding.

Inleiding

Dit was de laatste week van de bevrijdingsstrijd in het Zuiden, waarin ook aan het wekenlange, uitputtende geploeter in Noord-Limburg een einde kwam. Op zondag 3 december, maar liefst drie maanden na de zinderende, verwachtingsvolle dagen van begin september, namen de doorweekte en bemodderde Britse troepen Blerick in, waardoor de geallieerden de linkeroevers van de Maas over de volle lengte beheersten. Zuid-Nederland was grotendeels bevrijd.

Het eerste wat De Quay op maandagmorgen had gehoord toen hij op zijn werkplek kwam, was het bericht dat de kabinetsdelegatie uit Londen nu dan toch in Nederland was gearriveerd. Twee dagen eerder, op zaterdag 25 november, waren vijf ‘minister-kwartiermakers’, te weten minister-president Gerbrandy en de ministers Burger (Binnenlandse zaken), Van Heuven Goedhart (Justitie), Van Lith de Jeude (Oorlog) en Van den Broek (Financiën, Handel, Nijverheid en Landbouw) geland op vliegveld Welschap bij Eindhoven. Daar waren ze begroet door burgemeester Verdijk en een Britse generaal. Enkele uren later werden de excellenties in de nieuwe ‘regeringszetel’, hotel Bosch en Ven in Oisterwijk, welkom geheten door de waarnemend commissaris van de koningin, jhr. Smits van Oyen. Generaal Kruls was echter bij beide gelegenheden demonstratief afwezig.

Voorpagina van Je Maintiendrai van 2 december 1944 (bron: Delpher)Geconfronteerd met de nieuwe situatie gaf De Quay blijk van een tweeslachtige houding. Hij had nog diezelfde middag een urenlang onderhoud met minister Van den Broek, nota bene de man die nog maar twee weken eerder erop had aangedrongen dat hij zou aftreden als voorzitter van het College voor Economische aangelegenheden. Maar tevens zette hij zijn vriend Maan Sassen aan tot het schrijven van een artikel in Je Maintiendrai om tegen de risico’s van de nu ontstane situatie te waarschuwen. Dat geruchtmakende hoofdartikel verscheen op 2 december onder de kop ‘Nederland is géén vacantie-oord!’. Daarin stelde Sassen de vraag wat de regeringsdelegatie in Nederland eigenlijk kwam doen. Regeren? Onnodig, want dat deed het Militair Gezag al in hun naam. Niet regeren dan? Ondenkbaar, want ‘Nederland is geen lieflijk vacantie-oord meer, waar het zoet rusten is. Wij moeten hier werken, zwoegen, ploeteren in het zweet ons aanschijns. Hier kan niemand – en zeker geen Minister – zich veroorloven toeschouwer te spelen of stuurman aan den wal te zijn.’ Alleen als de ministers uit hun bezoek de conclusie zouden trekken dat het Militair Gezag versterking verdiende, alleen dan had dat bezoek enige zin. Zo niet, dan hadden zij hier niets te zoeken.

In de weken daarna zou blijken dat de heren zich aan deze kritiek niets gelegen lieten liggen. Integendeel, vooral de ministers van Heuven Goedhart en Burger, daarin gesteund door diverse oude gezagsdragers, hadden het vaste voornemen om de machts- en gezagsverhoudingen in het Zuiden snel te normaliseren door de bevoegdheden van het civiele bestuur alsook de gemeenteraden waar mogelijk te herstellen. Onvermijdelijk kwamen ze daardoor op ramkoers te liggen met zowel het Militair Gezag als met de voormalige illegaliteit. Als gevolg daarvan begon het bevrijde Zuiden in december te wankelen op de grens van de onbestuurbaarheid.

Aankomst van de minister-kwartiermakers in Eindhoven, 25 November 1944. V.l.n.r. de ministers Van den Broek, Van Lidth de Jeude, Gerbrandy, Van Heuven Goedhart en Burger. (Bron: Beeldbank WO2 / NIOD, coll. NIOD, nr. 162699)Het is enigszins ironisch dat in dezelfde week waarin de minister-kwartiermakers hun lang opgehouden overkomst naar bevrijd gebied maakten, ook De Quay de Noordzee overstak, zij het in omgekeerde richting. Eerdere aansporingen van vrienden en bekenden om naar Londen te gaan, had hij pertinent afgewezen. Maar hij ging nu dan ook niet op bezoek bij het door hem verfoeide kabinet, maar bij koningin Wilhelmina. De uitnodiging aan De Quay kwam rechtstreeks voort uit de loopgravenoorlog die de vorstin nu al maandenlang voerde met haar ministers over het terugkeerbeleid. In september was het conflict nog verder op de spits gedreven toen de koningin pertinent weigerde de regeling te ondertekenen die het kabinet had opgesteld voor het herstel van de Staten-Generaal in gezuiverde vorm. Voor Wilhelmina was het ondenkbaar dat zij met deze Londense ministersploeg – door haar een ‘oudemannenhuis’ genoemd − naar Nederland zou terugkeren. Ze wilde zo snel mogelijk van hen af en hen vervangen door een nieuw en vernieuwingsgezind kabinet. Daartoe keek ze uit naar geschikte kandidaten. Zowel door pater Bleys als door majoor Van Houten was De Quay bij haar onder de aandacht gebracht. De Nederlandse Unie, waarin hij een prominente rol had vervuld, had zij destijds ervaren als een uiting van het streven naar vernieuwing. Door zijn tijd als gijzelaar en onderduiker had De Quay zich bewezen als een goed Nederlander. Maar vooral zijn ideeën over een Nederlandse Volksbeweging als aanjager van een vernieuwd Nederland maakten hem in haar ogen tot een ideale wegbereider voor een nieuw kabinet. En zo kwam het dat Jan de Quay op zondag 3 december, ‘een der merkwaardigste dagen van mijn leven’, in haar ballingsoord in Engeland koningin Wilhelmina de hand schudde. 

Dagboek

27 November Maandag

Terug naar Tilb. Moeder v.d.Lande afgezet bij Mevr. v. Dooren. Steinwegen aan huis, Rutger bij Weitjens. – Prettig: Rut kan nu zijn studies voortzetten bij de Paters H. Hart, die voor alle priesterstudenten een school begonnen. – Toen ik op het bureau kwam heeft Gispen me met ongeduld gewacht. – De Ministers zegge 5-tal, waren in het land gekomen. Hij was er geweest, en had de eerste injectie gegeven o.a. door te wijzen op de dwaasheid van hun actie tegen mij. Men had toen gezegd o.a. Gerbrandy “ik heb het niet gezegd” – het zou Burger geweest zijn, die een lesje kreeg van Gispen. – ’s Middags had v.d. Broek zijn bezoek aangekondigd. Hij had zich N.B. met Steinkuller in verbinding gesteld, ons College passeerend, maar van deze stunt had Gispen hem weerhouden. Het bezoek van v.d. Broek duurde van 2-5. We hebben hem ons werk uiteengezet. Hij toonde zich tevreden. Tevens vermeldde hij, dat hij zoo nu en dan naar Londen zou gaan. We hebben hem geadviseerd Mr. Koning, die in zijn gevolg was, als tusschenschakel tusschen het College en hem te gebruiken. – We zullen Koning wel loodsen. – Toch vrees ik verwikkelingen als hij gaat rondreizen. – Het blijkt, dat het kabinet allerlei oude relaties legt. Verder is Gerbrandy in de H. Mis geweest Zondag in Oisterwijk. – Ik ben blij, dat ik Maan Sassen heb aangezet tot het schrijven van een hoofdartikel in Je Maintiendrai om te waarschuwen. Ik zal ook Jef de Brouwer een wenk geven. –

’s Avonds bezoek van Jan Litjens, Herbers en Kaag. Ik zie steeds duidelijker, dat het probleem van de illegale alleen kan worden opgelost, door hen te trainen voor de militaire dienst. –

28 November Dinsdag

Vergadering College. Nog steeds veel moeilijkheden o.a. met voeding en transport. Om 1 uur van Velzen, die is geschorst. Gispen bracht verslag uit van zijn onderhoud met Gerbrandy. Hij had hem tot groote voorzichtigheid gemaand; hij had hem gesproken over Hirschfeld; hem gewaarschuwd in zijn houding tegen Steenberghe; hiertegen had hij fel gereageerd, omdat Max wel defaitistisch zou zijn geweest; hij had hem aan het wankelen gebracht. – Bespreking over transport met de van der Schueren, Sassen, Koning, Roeterink, Aninga, Moots. Het bleek, dat van onze zijde het vervoer nu goed was geregeld. Nu te zien wat Goudriaan zal presteeren; hij blijkt erg wild te zijn, en de Engelschen hebben nu alles in handen gesteld van Kolonel Jessely. – Gesprek met Jef de Brouwer, hem gewezen op gevaren van Regeering in Nederland. – Daarna bespreking over reorganisatie van pers in Brabant, onder Bannenberg. –

Vraag of men een katholiek of een Brabantsch blad moet hebben. – ’s Avonds bij de Paters v. H. Hart gepraat, nl. Provinciaal en Overste over Rutger. Daarna met Weitjens o.a. over godsdienst, uitbreiding van Rijk Gods en genade. Heel boeiend. –        

29 November Woensdag

Naar Zeeland. Palen in Z. Beveland. – Water in Walcheren. – Troosteloos. – Overste Slot had niet veel idee inzake Economische zaken. Geraden te beginnen met adviseur te nemen. Daarna bij van Uxem. – Hij staat scherp tegenover Drost, de voedselcommissaris. –

’s Avonds gepraat met een groep in Goes. – Heel interessant. Groep jonge toegewijde menschen.

30 November. Donderdag

Bezoek aan Brussel. Allereerst bespreking met Majoor v. Drimmelen. – Spanning in Maastricht, uitgaande van Gielen. – Verschillende zaken besproken. – Guust Philips gesproken en B. ter Veer. Daarna onderhoud met Kol. Posthumus Meyes en Julius en de Boer o.a. over personen, die naar Londen kunnen voor aankoopen in contact met A.R.R. Evenzoo over grootsch steunplan voor Holland (west). Per auto terug na kort praatje met Eggens, Piet van Berkum en Jan Wever voor de Cité. – ’s Avonds even gesprek met van Tilburg. – Verder bij Barend met Kaag en Koning. Over veel gepraat. O.a op gang brengen van industrie via herstel van mijnen, kolenvervoer en electr. centrales. Koppeling met Duitsche M.yen. – Verder lang gesproken over rechteloosheid, artikel van v. Heuven Goedhart en wenschelijkheid de Koningin in deze te benaderen. Wie zal het doen? Monchen en Bleys? De Koningin en Oranje mogen niet vervreemd worden van het volk. – Hr. Koning vertelde van Diederik van Buuren; hij was tegen-gewerkt door van ’t Sant. Deze zou ook de Prins in aanraking hebben gebracht met vrouwen. Wat gemeen als het waar is!

Vrijdag 1 December

’s Nachts om 3 uur bracht een agent mij een brief van Majoor van Houten waarin bericht, dat de Koningin mij in Londen verwacht. Hij schreef, dat ik Maandag in Brussel moet zijn en Zondag in Anneville voor bespreking van de reis. Ik was wel eenigszins onder den indruk. Beteekent het, dat ik nu met haar over de rechteloosheid moet spreken. Is het providentieel? ’s Morgens College vergadering. Veel spanning vooral in de Afd. Landbouw. Er is overal onrust. – Toen Moeder opgehaald en via Oirschot (Steger) en Uden (pakje voor tantes) naar huis. Daar was o.a. brief van Miep Groot waarin stond dat Siem was omgekomen. Vreeselijk. – God redde zijn ziel. – Zeer tragisch, maar misschien voor hem het beste. –

Zaterdag. 2. December

 – Terugkeer uit Beers. Vroeg bij Maan aan geweest om de stukken te halen van de V.B. –

In Tilburg College bijeenkomst. Veel problemen over personen die allemaal ontevreden zijn. De geestel. spanning is blijkbaar zoo groot, dat men overal ruzie maakt. Boerma blijkt meer en meer een man van het Liberale soort te zijn. – van Gispen vernam ik, dat Gerbrandy mij wilde spreken. Verder, dat hij aan H.M. geadviseerd had mij te hooren. – Benieuwd of het waar is. Inmiddels was er bericht gekomen, dat de reis naar England een dag vervroegd was. – Zoo vertrok ik (na een onderhoud met Piet van Haaren, waarin ik hem voor de keuze stelde of voedselcommissaris, of N.C.B.) naar Breda. – Ik loste het probleem op van mijn koffer met jacquet en kleeren, het welk ik in Beers had laten staan. – In gedachten genoot ik van de consternatie bij Maria als ze dit zou ontdekken. Ik leende kam en borstel bij Zuster Theodora en zeep + tandenborstel bij Zus Houben in Breda, en toog aldus met Maj. van Houten en den Heer van Amstel naar Brussel. – Met deze laatste had ik in de auto een uitvoerig gesprek. Het verschil ligt vooral op het punt; wat vernieuwing is, en wie deze moet leiden. Van wie het initiatief? Hij wil illegaliteit. Deze maakt zich echter steeds meer impopulair door arrestaties enz. – Zoodoende kloof met de rest, die vernieuwing willen en meer doordacht. – We aten en logeerden in Château Wittauk in het Bois de la Cambre, waar vroeger het hoofdkwartier was van Leon Degrelle, thans van de Prins en zijn staf, voorzoover in Brussel. – Met Maj. van Houten en Kapit. Hogewegen nog wat gepraat. ’s Nachts een V I gehoord. Vrij dicht bij. – Geen prettige dingen.

3 December. Zondag

Heden een der merkwaardigste dagen van mijn leven. – ’s Morgens helaas geen gelegenheid om ter kerke te gaan, ondanks mijn poging. – Het was force majeur, want ik had geen verbindingsmiddel. – Om 9.30 vertrokken wij naar het vliegveld om ±11 uur gingen we de lucht in. Men had ons voorspeld, dat we in verband met het slechte zicht misschien niet zouden kunnen landen, en dan zouden terugvliegen. Zoo ging het met tamelijk goed weer over het vaste land. De wolken namen geleidelijk wel toe, maar op een hoogte van ±1000 M. tornde de machine tegen de stormwind op en zag men alles klaar beneden zich. Eigenlijk de eerste vliegtocht van mijn leven, want ik had alleen maar eens een kwartiervluchtje gemaakt. Ik zag onder me de geïnundeerde gebieden in Z. Vlaanderen. Bij le Treport verlieten we de kust. Het was toen erg slecht zicht en we daalden tot hoogstens 500 M vanwaar we juist het water zagen. De overtocht ging hier snel. Bij de kust klaarde het op, zagen we zeeschepen, de zon brak door, en daar lag Groot-Brittannie, met zijn krijtkust, havens, steden, het land, dat gelukkig den strijd niet opgaf en ons nu weer de bevrijding brengt. Toen werd het weer weder slechter, de machine danste en trilde, en om 7 over 1 uur streek de machine statig neer op het vliegveld Nordfolk. Met een gemak kwamen we door de controle ofschoon ik geen paspoort had, dank zij de medewerking van de security. We reden naar den Heer van ’t Sant, alwaar hoffelijk ontvangen. Deze veel besproken man, maakte op mij een goede indruk. – Een heerlijke lunch in The Olde Bell en daarna met de auto naar H.M. de Koningin. Zij trad ons in de hall tegemoet. Ik was tevoren wel even stil bij de gedachte haar te ontmoeten. De Hr. van Amstel en ik zouden bij haar logeeren, de Hr. v. Houten bij den Prins. Wij kregen thee. Het was zeer eenvoudig en netjes. Goed verzorgd zonder opsmuk. De Koningin zag er goed uit. Rustig, positief, ernstig; toch met de milde lach en de zorgelijke oogen over de nooden van het volk. – Wij spraken daar allereerst over. Mevr. Verbrugge stond ons bij en bediende ons van thee enz.. – Ik kreeg een aardige kamer met heerlijk frissche lucht. – De maaltijd gebruikten we met zijn vieren, en ik had direct het gevoel van aan huis te zijn. Niet stijf, al moest ik even voor mezelf wennen aan de gedachte zoo aan tafel te zitten met de Moeder des Vaderlands. – Het was indrukwekkend door zijn stijlvolle eenvoud. – ’s Avonds sprak H.M. met v. Amst.. – ik met Mevr. Verbr. – Tegen 11 uur gingen we terruste. – Ik sliep niet zoo lang nl. tot half vijf en daarna waren mijn gedachten zoo vol dat ik niet meer de slaap kon vatten.

Foto's

Voorpagina van Je Maintiendrai van 2 december 1944 (bron: Delpher)

Aankomst van de minister-kwartiermakers in Eindhoven, 25 November 1944. V.l.n.r. de ministers Van den Broek, Van Lidth de Jeude, Gerbrandy, Van Heuven Goedhart en Burger. (Bron: Beeldbank WO2 / NIOD, coll. NIOD, nr. 162699)

Maak een keuze

Verder naar week 13

Terug naar week 11

Homepage

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: