i

Dagboek van Jan de Quay 2 (17-24 sept. 1944)

vertelde op 28 augustus 2019 om 10:53 uur

Vanaf 8 september 1944 hield politicus Jan de Quay een dagboek bij. De eerste twee delen daarvan bestrijken de laatste maanden van oorlog en bezetting in Nederland. Ze lopen tot respectievelijk eind januari en halverwege mei 1945, kort na de bevrijding.

Inleiding

Operatie 'Market Garden'. Vliegtuigen van het gealliëerde leger boven Vught, 17 september 1944. De vliegtuigen links keren terug naar hun basis. De kerk op de foto is die van de Onze Lieve Vrouweparochie. (Coll. BHIC, nr. Fotovu.1519)Het is niet verwonderlijk dat de notities van Jan de Quay over 17, 18 en 19 september tot de langste van heel zijn dagboek behoren. Het waren de eerste dagen van operatie Market Garden, die hij vanaf zijn plek midden in het operatiegebied als het ware vanaf een eretribune kon volgen. Bovendien brachten ze − in elke geval voor hem en zijn gezin – de langverbeide vrijheid. ‘Onvergetelijke dag’, schreef hij, ‘De kinderen zullen er nog over vertellen als ze heel oud zijn’. Inderdaad. Ook wie niet, zoals Jan de Quay, was opgevoed in een militaire traditie en belangstelling had voor het krijgsbedrijf moest wel onder de indruk raken van de overweldigende inzet van mannen en materieel waarmee de geallieerden probeerden met één reusachtige stoot de barrière van de grote rivieren te nemen om zo de weg open te leggen naar het hart van Duitsland.

Aalst, 18 september 1945. Bevrijding van Noord-Brabant langs de corridor Bergeijk - Valkenswaard - Aalst - Eindhoven. Tankeenheden van de Irish Guards trekken op door de corridor richting Arnhem. (Foto: Willem van de Poll, bron: Nationaal Archief, coll. Van de Poll, nr. 255-9039. Creative Commons 1.0 Universeel / Publiek Domein)

Allereerst de bombardementen en het mitrailleurvuur uit meer dan achthonderd vliegtuigen waarmee de geallieerde luchtmacht op zondagmorgen de Duitse luchtafweer boven de aanvliegroutes te lijf ging, en ook kazernes, vliegvelden, spoorwegen en knooppunten in de omgeving van de landingsterreinen. Dan, een paar uur later, de grootste luchtvloot uit de geschiedenis, eindeloze rijen vliegtuigen die in strakke formatie overkwamen, van horizon tot horizon. De duizenden parachutes die zich ontvouwden boven de dropzones bij Son en Veghel, bij Grave, bij Groesbeek en Arnhem. De vele honderden zweefvliegtuigen die er landden met bijna zeshonderd ton aan uitrusting, meer dan vijfhonderd jeeps en andere voertuigen en driehonderddertig stukken artillerie. De Nederlanders die het beleefden waren verbluft en tegelijk verrukt door dit blijk van geallieerde overmacht.

Maar hoewel ook de Duitsers in eerste instantie volkomen overrompeld werden, wisten die zich − met hun befaamde reactievermogen en organisatietalent − snel te herstellen. In Arnhem konden ze het leeuwendeel van de luchtlandingstroepen weghouden van het belangrijkste doel: de verkeersbrug over de Rijn. Het handjevol mannen dat wel tot de brug doordrong kon daar weinig beginnen en werd na enkele dagen uitgeschakeld. De Britse tanks die vanaf de Belgische grens oprukten om de airbornes in Arnhem te ontzetten, hadden hun race tegen de klok verloren….

Oss, Bevrijdingsdag, 19 september 1944. Het opbrengen van een lachende Duitse militair (een bakker) in de Molenstraat levert geen problemen op. Net als de Ossenaren is ook hij blij dat de oorlog afgelopen is. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, id.nr. BCO010336)

Op de eerste dag hadden de Britten tot bij Veghel willen komen, vijftig kilometer naar het noorden. Maar zondagavond waren ze – zoals ook De Quay via de radio vernam – nog niet verder dan Valkenswaard. Pas op dinsdagmiddag rolden de tanks Nijmegen binnen, waar de Amerikaanse luchtlandingstroepen bij de opritten naar de Waalbrug in hevige straatgevechten waren verwikkeld. Om zich de Amerikanen van het lijf te houden en tijd te winnen voor het aanvoeren van versterkingen hadden de Duitsers delen van de binnenstad en de singels daaromheen in brand gestoken. De rookwolken waren tot in Beers te zien. Op donderdag kon De Quay tijdens een kort familiebezoek met eigen ogen zien hoezeer de zojuist bevrijde stad onder de gevechten geleden had. Een dag eerder was de impasse bij Nijmegen doorbroken doordat een bataljon Amerikaanse parachutisten een uiterst gewaagde en heldhaftige poging had gedaan om met bootjes de rivier over te steken en zo de Duitsers in de tang te nemen. Weliswaar kregen ze daarmee de Waalbrug onbeschadigd in handen, maar vervolgens lukte het niet om tijdig door te stoten naar Arnhem, nog maar vijftien kilometer verderop. De daarvoor benodigde versterkingen hadden vertraging opgelopen op de aanvoerroute door Brabant. De Corridor, de levenslijn van operatie Market Garden, werd namelijk – ook De Quay ontging dit niet − door de Duitsers herhaaldelijk afgesneden. Op woensdag 20 september gedurende enkele uren, twee dagen later een gehele nacht en tussen zondag 24 en dinsdag 26 september zelfs een tergende zesendertig uur achtereen. Geen wonder dat de gehele operatie ten langen leste doodbloedde.

Velp, Rijksweg, 21 september 1944. Een van de vele militaire voertuigen (met een zogenaamd 'Long Tom' geschut, waarschijnlijk het het Britse 2nd Army), deel uitmakend van de geallieerde opmars naar Nijmegen (en Arnhem), staat even geparkeerd langs de weg. De foto is gemaakt in de omgeving van café De Kleine Elft. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, id.nr. BCO010368)

Terwijl dit alles gaande was zette De Quay, die zichzelf blijkens de aanhef in zijn dagboek een publieke rol had toebedacht bij de wederopbouw van het land, de eerste stappen in die richting. En als vanzelf reikte hij meteen naar het hoogste niveau. Hij zocht contact met de commandant van de Prinses Irene Brigade, het Nederlandse onderdeel van het geallieerde leger, dat was ingezet bij de bewaking van de nabijgelegen brug bij Grave, en via deze met prins Bernhard. Koningin Wilhelmina had kort tevoren op eigen gezag haar schoonzoon benoemd tot bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten, waarin het gewapende verzet gebundeld moest worden. Aan hem wilde De Quay laten weten dat hij ‘bereikbaar en beschikbaar’ was.

Dagboek

17 en 18 September – Zondag en Maandag

Luchtlanding Nederland. – Daar dit schrift Gisteren nog in St Hubert lag en ik niet uit Beers terugkeerde neem ik deze dagen samen. Ze behooren ook bijeen want ze vormden de luchtlanding, die wij vanaf het hooge veld op de Hiersenhof schitterend konden waarnemen. Zondagmorgen ging ik tijdens de Hoogmis naar den hof om Cas geluk te wenschen met zijn 10e verjaardag. Hij glunderde met zijn windbuks. Ik was nauwelijks thuis of tientallen groepen van telkens 6 zware bommenwerpers verschenen tegen den stralend blauwe herfstlucht; wij maakten onze berekeningen, richting Katwijk (brug?) Grave, Volkel. De grootste groep ging naar Katwijk, Mook. – De afweerkanonnen blaften in alle richtingen. Luchttorpedo’s suisden in alle richtingen omlaag, we konden ze volgen door de lange witte gasbanen. Ik riep de aanwezigen in en om de schuilkelders. De jongens waren enthousiast. Het was ook fantastisch. – Het duurde wel een uur; ze kwamen van alle richtingen; we zagen er geen een afschieten. – Na afloop kwam Maria met de meisjes uit de kerk. – Het was wel angstig geweest, maar alles was goed afgeloopen. – Hanna, die onder deze gebeurtenissen erg gevoelig en nerveus is, had zich goed gehouden. – Een half uur later (± half een) kwamen zwermen jagers door de lucht, doken op de luchtafweer batterijen. – We gingen aan tafel, maar bij de soep en bij het vleesch, groenten en aardappelen holden we telkens naar buiten, om de razende, zwierende jagers, hoog en laag, gade te slaan. Het was niet gevaarlijk, we zaten ver genoeg van de doelen af, en er toch meden tusschen. Het vliegveld Volkel, dat al geheel kapot was, werd niet aangevallen. – Toen, – ik was vóór de verjaardags-flensjes op nieuw geraas met Cas naar buiten gesneld – toen zagen we opeens, veel lager, zware toestellen uit westel. en Zuid-west. richting komen. – Luchtlandingstroepen? – Ik zei het Cas, en vroeg hem de andere te waarschuwen. – Cas kwam met opengesperde oogen binnen, brulde “luchtlandingstroepen” en stormde weer weg, gevolgd door heel de familie. – En waarachtig, daar volgde een onafgebroken reeks zware toestellen. Daar regende het plotseling parachutes, ver weg, bij Mook, Groesbeek, en Grave. De kinderen klommen op de roggemieten; we juichten, zwaaiden met zakdoeken. Daar kwamen de eerste toestellen weer terug, ze hadden hun mannen uitgeworpen. Laag, langzaam en zwaar ronkten ze. – Was het de komende bevrijding! De jeugd juichte, de ouderen waren ontroerd, en men zag een enkele traan. Onafgebroken van alle kanten zag men ze komen en gaan, de jagers raasden terug in de lucht ter bescherming. Er waren geen Duitsche toestellen. Nog tamelijk veel luchtafweer. Enkele toestellen stortten omlaag. – Eén brandde op in de lucht, één brandde, maar werd gebluscht in de lucht en maakte een goede noodlanding. – Toen ineens de zwevers; nog lager, we zagen de kabels waarmee ze aan de zware 4 motorige trekkers verbonden waren. – Hoeveel? Ik weet het niet. Ik zou zoo zeggen, alles samen wel 1000 toestellen. Langzaam en statig, trok het over, sierlijk krulden de zwevers tegen de Mooksche bergen neer, rustig bogen de zware trekkers af, en kwamen weer (iets hooger nu) over onze hoofden terug. – Om ±5 uur was dit onvergetelijke schouwspel voleindigd, en keerden we verblijd en onder den indruk terug. – ’s Avonds hebben Jan-Willem van Nuenen (verloofde van Juf) en ik om beurten gewaakt; je wist niet wat er kon gebeuren. De nacht was tamelijk rustig, dof kanongebulder in alle richtingen. – ’s Morgens kwam in hoge opwinding Cor van den Broek binnen. Hij kwam uit Grave. De Amerikanen hadden de brug en stad in handen. Hij had een Lucky-Strike voor me bij zich, ik rookte mijn eerste Amerikaansche sigaret. We zagen het nieuw Nederl. bankbillet van één gulden, afkomstig van een Amerikaan met Wilhelmientje erop. – De vraag scheen, of de Amerik. de brug konden houden tot de Engelschen uit het Zuiden oprukten. De radio gaf geen nieuws door vanwege de geheimhouding. ’t Werd dus afwachten. – Om 4 uur kwam de nieuwe sensatie. Weer eerst een stoet krioelende, gierende jagers, om de “leege lucht schoon te vegen, en toen een troep zwevers en zware toestellen, nog veel indrukwekkender dan den eersten dag. Ik heb het met de kinderen vanaf een stroomiet, midden op het veld schitterend gezien. Nog veel zwaardere toestellen nog veel lager, nog langzamer, alsof ze moeite hadden de zware last te torsen. Ze zetten honderden zware zwevers op den grond, op dezelfde plaatsen als den vorigen dag. Parachutes van allerlei kleur werden uit heel zware alleen vliegende toestellen geworpen. Elke kleur betekende wat: munitie, voedsel, medicamenten enz.. – Het enthousiasme steeg ten top, toen toestellen met oranje staartvlakken, oranje parachutes afwierp. – De luchtafweer zweeg. Die hadden de eerste er dus al onder gekregen. – Onvergetelijke dag. De kinderen zullen er nog van vertellen als ze heel oud zijn. – Onmogelijk alles verder te beschrijven, alleen het noemen van de kleine feiten zou het halve schrift vragen en buiten de proporties van de opzet treden. Slechts enkele feiten nog. Bruggen bij Katwijk en Oeffelt gingen in de lucht. Ned. Regeering beval algemeene staking van spoorwegpersoneel en nam verantwoordelijkheid. Maandag avond gaf radio bericht van inname van Valkenswaard (op Zondag avond) gaat dus langzaam. – In Cuijk en Beers is ware bevrijdings en Oranje ontlading. Jongelui spelen ineens politie, loopen met geweren met scherp; een enkele Duitsche soldaat is opgebracht; eigenlijk onbegrijpelijk en veelal onverantwoordelijk gedoe. De menschen begrijpen de toestand helemaal niet en voelen zich vrij. Gelukkig is in Cuijk burgemeester van de Mortel terug, daar de N.S.B. burgemeester is gevlucht. – De milit. toestand is m.i. als volgt: het Amerik. luchtleger tracht de overgang van de rivier te bezetten. Volgens D. zending zitten zij bij Arnhem, Nijmegen. – Ze bezetten thans de Noord- en Oost. Maasoever bij Grave en Mook. – Het Britsche leger moet nu oprukken naar het Noorden. De Amerikanen moeten de terugtrekkende Duitschers tegenhouden om ze tenslotte te kraken. – Grootsche opzet. – Maar als het zoo is, dan zou het betekenen, dat het kraken, hier in de buurt kan geschieden. Daarom is kalmte en zelfbeheersching noodig. Ik blijf nog op den hof, want als de menschen mij zien rondloopen beschouwen [ze] het als “het stuk is uit”, terwijl het laatste bedrijf nog moet beginnen.

19 Sept. Dinsdag

Na een goede rustige nachtrust ging Maria naar het dorp om Pastoor en Burgemeester tot ernst aan te sporen, d.w.z. dat zij maatregelen nemen t.a.v. de bevolking, die overmatig uitbundig doet, al is de vreugde verklaarbaar. Zoolang er nog geen contact was met de Britsche troepen …. toen kwam om 11.45 uur Paul Steinweg (ondergedoken bij Beers) om te vertellen, dat een groote groep Britsche tanks in Grave was gekomen uit het Zuiden. De verbinding was er dus tusschen Montgomery en de luchtlandingstroepen. Toen hebben we de Oranje wimpel aan de mast gehangen, de kinderen met vlaggetjes en oranje, welpenpetjes enz. Het was of toen de bevrijding werd bezegeld, al kon er natuurlijk nog gevochten worden. – Ruud was op de fiets uit naar Katwijk ter verkenning. – Wij er op uit: Maria, Miebeth en Rutger en ik, binnendoor naar Grave. Overal kwamen we lachende menschen met Oranje tegen. ’t Was een stralende herfstdag en daar zagen we bij de kazerne de eerste soldaten, om een tank in de wei opgesteld, liepen ze champignons te zoeken. Op de groote weg stond een kolonne zware tanks, met alles wat er bij behoort. De “Irish Guards”, die H.M. de koningin des tijds met een torpedo-jager van de Hoek van Holland kwamen [halen]. In Grave en rondom de brug lagen de Airborne, Amerikanen. Rondom in het veld lagen nog de groote kisten, afgeworpen materieel. Heel Grave was in feeststemming, vol vlaggen, frisch wapperend tegen de oude huizen. En inmiddels trokken de colonnes voorbij. Om ±1.30 uur ging Maria met de kinderen terug om de anderen te zenden op onze nog werkende fietsen. – Inmiddels trof ik Ruud, die was aangekomen met Cas achterop, en daarna kwamen Juf en Fien met Hanna, Lidwientje en Jan. – ’t Was geweldig de indruk. Duizenden menschen kwamen kijken, zongen, praten. Zusters met hun blinden vrouwen kwamen gearmd in rijen “luisteren”, bruine paters met lange witte baarden, de geheele burgerij van Grave, veel plaatselijke autoriteiten met oude versleten koppen en te wijde pakken, boeren en boerinnen uit den omtrek, goed doorvoed, melkventers (het eenige wat de Amerikanen in England een jaar gemist hadden was melk) We kregen nieuw Neerlandsch geld, de meisjes chocolade, de jongens cigaretten. Duitsche krijgsgevangenen werden ingebracht. Het kanongebulder dreunde in de verte, mitrailleurs knetterde dichterbij soms, de Amerikanen beproefden de veroverde Duitsche luchtafweer. – Ik moest natuurlijk praten met de Amerikanen en Engelschen, een enkele keer om vragen van de kinderen te vertalen, of om den weg te wijzen. De troepen werden steeds uitbundig toegejuicht. – Dit alles in telegramstijl, zegge dagboekstijl. – Ik volsta tenslotte met enkele algemene indrukken. Allereerst de schrille tegenstelling tusschen de troepen, die strijd en gevaar en dood tegemoet trokken, die wisten wat het beteekende nà Caen, … en de “vrije”, feestende, zingende menschen. Deze laatste waren zich niet bewust van hun eigen stemming. Ik had, als ik de soldaten zag, soms behoefte mijn excuses te maken; ik deed het een enkele maal; ze begrepen de toestand heel best en bleken toch dankbaar voor een begrip voor hun toestand. De troepen gedroegen zich keurig, ook als het publiek eens even de weg versperde. –

Dan was er een typische tegenstelling tusschen Engelsche en Amerik. soldaten; de eerste behoorde tot de luchtlandingstroepen. De Airborn divisie bestond uit kinderlijke Amerikanen, ruw soms, echte boeven-gezichten naast hele nette gave jongenskoppen, stevige mannen, lang getraind, zonder complimenten, duidelijk, zakelijk, gul. Ik zag geen enkel gezicht, waarop je volgens Europeesche opvattingen iets van geestelijk leven of diepere beschaving las …. ’t is anders. – De Engelschen, taaier, stiller, verbeten. Mannen met nette beschaafde koppen, naast het ordinaire burgerlijk gezicht. Naast de goede troepenofficier, ook de lords en snobs, met een air tegenover de minderen, wat de Amerikaan geheel mist.

Dan …. Ik voelde me voor het eerst vrij. – Als ik er aan dacht, kreeg soms ineens de tranen in de oogen. Zeker ik kon nog als elk ander door een kogel getroffen worden, maar ik was vrij; de menschen spraken me aan, ik vertelde wie ik was aan menschen uit St Hubert, die me kenden, als de geheimzinnige Mijnheer. – Vreemd om vrij te zijn, het moment, waar je toch in stilte zoo vaak naar verlangd had. Het was of er iets open brak, of een lang gedragen gezwel in je ziel doorging. – ’t Gaf een weldadig, zwevend gevoel, dat me meer stil, dan uitbundig maakte . – Nog lang hing de nevel over de vreugde, van de gevaren voor anderen; Nijmegen heette te branden, er werd gevochten enz. enz. Maar wij – en dat overheerschte, we wisten ons vrij. God zij gedankt. Ongeschonden met heel het gezin er door heen. Ik geloof … ja … de kanonnen dreunen nog in alle richtingen, de mitrailleurs knetterden rechts en links. Ook zien we nu een enkele Duitsche jager in de nacht of in de mist. Maar we zijn toch vrij. Vrij – Den 19 Sept. 1944, na 4 jaar en 4 maanden bevrijd van dwingelandij en onderdrukking. We zeggen dus allen uit de grond van ons hart “God zij dank”.

20 Sept. Woensdag

Het bleef tamelijk rustig. Ruud ging met van Boekel naar het noorden om te probeeren Nijmegen te bereiken in welke richting we den vorigen dag nog brand zagen, doch hoopte, dat het nu vrij zou zijn. – Hij ging over Overasselt, Malden maar kwam niet door. Hij beleefde allerlei interessante dingen, o.a. het schieten van een groep zware Engelsche tanks. Maria en ik waren wel blij toen hij ’s avonds om 8 uur thuis was. – Wij brachten ’s middags bezoek bij v. Casteren, Tiels, v. Daal en Bens. – Het rommelde in alle richtingen.

21 September Donderdag

Om 9 uur vertrokken Ruud en ik met bestemming Nijmegen, nog eens probeeren of we door konden komen. Over de Graafsche brug zagen we de eerste soldaat van de Brigade Irene en door hem sprak ik met een Engelsch officier van de Intelligence Service. Ik had mijn militair zakboekje bij me. Hij vertelde me, dat ik wel door zou komen. We reden langs de groote weg. Weer mooi en zonnige herfst. – Veel troepen colonnes; van allerlei o.a. amphibie wagens, pontons enz.; ook veel geschut; alles gemotoriseerd. Voor de brug over het Maas-Waalkanaal, die vrijwel intact was, nog eens raad gevraagd en doorgereden. Onder geschutsvuur van de Engelschen die over Nijmegen schoten kwamen we in bevrijd Nijmegen. Er hing een sfeer van doorstane angst én opluchting. – Veel gehavend, sommige deelen zwaar verwoest. Met kloppend hart reden we naar de Oranjesingel, waarvan men ons zware verwoestingen had gemeld; het huis stond er nog goed, alle ruiten wel stuk geschoten en, daar kwam Lena ons tegemoet, verbaasd ons te zien, juichend, moeder roepend, alles goed, in leven. – Het was een hartelijk weerzien. Het huis gezien, flink gehavend maar geheel niet verwoest; de kelder gezien waar ze 3 dagen en nachten hadden doorgebracht met familie Ryers (ingekwartierd) en fam. Weeve, die heel veel steun had gegeven. Moeder had zich zéér goed gehouden; ze was al weer in de weer met van alles. Toen met Moeder naar Sina en Nol. Deze hadden het zeer zwaar gehad in de kelder bij de paters in de Vermeerstraat. Nol was zeer aangedaan. Bij Jan Jurgens niemand in huis maar allen waren in leven. Op Canisiuscollege zag ik een oud-student, en o.a. Oosterlee van de verkenners. Ik wilde iets weten van de voedselvoorziening maar niemand wist iets. – Toen thuis bij Moeder gegeten. – Daarna met Ruud naar Hunerpark, waar vreeselijke verwoesting, kanonnen, tanks en doode soldaten lagen nog tusschen de steenen, gruis en prikkeldraad. Maar de Waalbrug was intact in Engelsch-Amerik. handen, en de tanks daverden er al over heen. Verschillende straten geheel weg door artillerie of brand. De Duitschers staken o.a. nog de geheele Batavierweg in brand. – Met Beek kon ik geen verbinding krijgen, er werd weer gevochten, zoodoende wel veel zorg over Roos en Eduard en Moeder Q., die daar logeerde. – Ik zag nog o.a. Jan Jurgens, Charles Truyen, Pater Bisschop. Ik probeerde door te dringen tot de autoriteiten voor de hulporganisatie, maar zonder resultaat. Het was nog een wanorde. Begrijpelijk, want de stad was pas vrij vanaf den vorigen avond 11 uur. Ik ontmoette Willem, Wilhelmien en Wardje; laatste had zich in de ondergrondsche kranig geweerd. Om 4 uur met Ruud weer op terugtocht. Marion achterop om wat tot rust te komen in Beers. Men schoot nog met artillerie, maar niet op ons; ’t waren de Britten. – Voor de brug in Grave nog een fel luchtgevecht ±10 minuten. Wij in de sloot. Tenslotte stortte de Duitscher pijlsnel omlaag; toen ging de tocht weer door. Om 6 uur 15 waren we behouden thuis. – Indrukwekkende dag, we brachten uitvoerig verslag uit. Commentaar is hier wel overbodig, want de indrukken zullen we wel nooit vergeten. – Wat de menschen in Nijmegen moesten doorstaan was vreselijk. – Toch waren we erg blij er even geweest te zijn.

22 September Vrijdag

’s Nachts nog vrij zwaar artillerie vuur. ’s Morgens toen we wilden vertrekken naar Grave berichten over Duitschers in Haps enz. – Dus thuis gebleven. ’s Middags naar Tongelaar en Grave, alwaar Ned. Brigade Irene. Bij familie Walter geweest; brief van moeder + eigen brief naar Rudi en Bertha, doorgegeven. Hij zou zeker doorgaan. ’s Avonds laat kwam Juf terug uit Nijmegen na een zeer moeilijke tocht. Uit Beek was nog steeds geen nieuws. – Alleen dat er zwaar gevochten wordt.

23 September. Zaterdag

 – Vanmorgen kwam bericht, dat Ad Raymakers in Beers was. Inderdaad was deze oud-student nu bij de Ned. Brigade. Ik sprak hem (met Maria). Eveneens den Heer Havelaar van de Brigade. Zij patrouilleerde vanuit Grave. Cuijk werd nl. door de Duitschers beschoten. Op hun aanraden ging ik vanmiddag naar hun Commandant de Overste de Ruiter v. Steveninck, en ontmoette hem over de brug. Toen ik Dr. Jan de Quay bleek te zijn was het ijs terstond gebroken, want hij had blijkbaar over mij gehoord van Mevr. de Josselin de Jong. – Ik zette mijn geval met een enkel woord uiteen. nl: ik zat in de Nederl. Unie, ik was reserve officier enz. Tevens had ik tamelijk veel contact gehad met Prins Bernhard door mijn lidmaatschap van de Padvindersraad etc., de Centrale Commissie van O. en O. waar de Prins ook in zat, tevens in mijn mobilisatie-functie aan het Bureau Econom. Verdedigingsvoorbereiding. – Mogelijk wilde hij, als Opperbevelhebber der ondergrondsche beweging, over mij beschikken. Het was moeilijk waar de grens lag tusschen mijn verplichting voor het gezin en event. voor deze zaak. – Ik wilde me niet opdringen, evenmin wilde ik achterblijven. – Daarom verzocht ik de Overste den Prins per eerste gelegenheid te berichten, dat ik bereikbaar en beschikbaar was. – Hij zou zulks doen, maar raadde mij verder te gaan en zelf naar Eindhoven te gaan, waarvoor hij mij de naam opgaf en tevens een “permit”. – Op dat moment was de corridor verbroken tusschen Veghel en Uden. – De strijd om Arnhem was zeer zwaar. Men voerde ’s avonds weer belangrijke versterkingen aan door de lucht. – Het weer was verslechterd. – Nog steeds geen bericht uit Beek.

24 September. Zondag

’s Morgens ter kerke. Vier H. Missen in Beers vanwege Cuijksche vluchtelingen, die met geestelijken overkwamen, o.a. in Beers veel uit het ziekenhuis overgebracht. Dag verder rustig thuis gebleven. Tamelijk slecht weer. Zware kanonade in alle richtingen en dicht bij o.a. projectielen op Cuijk en zware Engelsche artillerie richting Uden, waarschijnlijk ter nadere zuivering der corridor. ’s Avonds was de jeugd aan het kaarten, rumoerig en grappig. Cas komt soms erg geestig voor den dag.

Foto's

Operatie Market Garden. Vliegtuigen van het gealliëerde leger boven Vught, 17 september 1944. De vliegtuigen links keren terug naar hun basis. De kerk op de foto is die van de Onze Lieve Vrouweparochie. (Foto: Ernst Drissen (1921-2001), bron: coll. BHIC, nr. Fotovu.1519)

Aalst, 18 september 1945. Bevrijding van Noord-Brabant langs de corridor Bergeijk - Valkenswaard - Aalst - Eindhoven. Tankeenheden van de Irish Guards trekken op door de corridor richting Arnhem. (Foto: Willem van de Poll, bron: Nationaal Archief, coll. Van de Poll, nr. 255-9039. Creative Commons 1.0 Universeel / Publiek Domein)

Oss, Bevrijdingsdag, 19 september 1944. Het opbrengen van een lachende Duitse militair in de Molenstraat levert geen problemen op. Net als de Ossenaren is ook hij blij dat de oorlog afgelopen is. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, nr. BCO010336)

Velp, Rijksweg, 21 september 1944. Een van de vele militaire voertuigen (met een zogenaamd 'Long Tom' geschut, waarschijnlijk van het Britse 2nd Army), deel van de geallieerde opmars naar Nijmegen (en Arnhem), staat even geparkeerd langs de weg. De foto is gemaakt in de omgeving van café De Kleine Elft. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, nr. BCO010368)

Maak een keuze

Verder naar week 3

Terug naar week 1

Homepage

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: