i

Dagboek van Jan de Quay 4 (2-8 okt. 1944)

vertelde op 28 augustus 2019 om 12:37 uur

Vanaf 8 september 1944 hield politicus Jan de Quay een dagboek bij. De eerste twee delen daarvan bestrijken de laatste maanden van oorlog en bezetting in Nederland. Ze lopen tot respectievelijk eind januari en halverwege mei 1945, kort na de bevrijding.

Inleiding

Market Garden was nu weliswaar geschiedenis, maar Montgomery had zijn idee van een krachtige doorstoot naar Duitsland nog niet opgegeven. Zijn staf werkte begin oktober aan plannen met de codenaam Gatwick, waarin hij vanuit de frontstad Nijmegen langs de zuidoever van de Rijn wilde oprukken in de richting van Kleef en Wesel. Maar dat zou pas kunnen als zijn rechterflank gedekt was. Daartoe moesten eerst de Duitsers verdreven worden uit het gebied tussen de Corridor in Oost-Brabant en de Maas bij Venlo en Roermond. De Duitse verdediging daar bleek echter veel sterker, hardnekkiger en vindingrijker dan ingeschat. Daardoor liep de geallieerde aanval uit op wekenlang gemodder in de Peel. Het leidde uiteraard tot intensief militair verkeer in de Corridor, wat ook De Quay bemerkte op een van de tochten die hij in deze eerste week van oktober in zuidelijke richting maakte.

Een massa mensen is samen gekomen bij het kantoor van Waterschap De Maaskant aan de Kruisstraat (toen het hoofdkwartier van de O.D. = Ordedienst) in Oss, oktober 1944, om te luisteren naar de berichtgeving van Radio Oranje en BBC. Tengevolge van het gebrek aan radiotoestellen en electriciteit was dit voor velen dé manier om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen. Aan de gevel hangen daarom luidsprekers. Dit was het gebouw wat later de Groene Engel werd. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, id.nr. BCO010400)

Behalve in Oost-Brabant en Noord-Limburg werd ook in West-Brabant en Zeeland hard gevochten. De geallieerden mochten dan Antwerpen ingenomen hebben, Duitse kustbatterijen beheersten nog altijd de monding van de Schelde waardoor de haveninstallaties onbereikbaar bleven voor de geallieerde transportschepen. En zolang de crisis in de geallieerde bevoorrading aanhield, had een grootscheepse aanval op het hart van Duitsland weinig kans van slagen. In drie aanvalsstoten probeerden Canadese troepen daarom de Duitsers uit Zeeland te verdrijven. Een daarvan kwam vanuit Antwerpen en was gericht op Woensdrecht. Vandaar wilden de Canadezen over de Kreekrakdam een inval doen in Zuid-Beveland.  Op 4 oktober begon de aanval. Even leek het voor de wind te gaan, maar in het bosrijke gebied tussen Woensdrecht en Hoogerheide stuitten de geallieerden op felle Duitse tegenstand. Het werd een bloedige uitputtingsslag die duurde van 7 tot 24 oktober.

"Moffenmeiden" op De Heuvel te Tilburg, november 1944. Twee vrouwen houden een plank met een kaart omhoog. Daarvoor een andere vrouw die twee worsten omhoog houdt. (Bron: Nationaal Archief, coll. Anefo, nr. 934-9738. CCO 1.0 Universeel / Publiek Domein)

In de gebieden die bevrijd werden kwam het tot een afrekening met de Nederlanders die, zoals het toen heette, ‘fout’ waren geweest. De regering in Londen, bevreesd voor een ‘bijltjesdag’, had uitgebreide voorzieningen getroffen om arrestaties en berechting in goede banen te leiden. Steun aan de vijand en verraad van medeburgers zou niet onbestraft blijven. Maar wel moest er onderscheid gemaakt worden tussen zware en lichte gevallen. De praktijk in het bevrijde Zuiden bleek echter weerbarstig. Overal begonnen groepjes merendeels jonge mannen van ‘de ondergrondse’ met het oppakken van ‘landverraders’, ‘moffenmeiden’, zwarthandelaren en wie er ook maar van verdacht werd Duitsgezind te zijn. Ook De Quay had dit op 17 en 18 september in Cuijk en Beers zien gebeuren: ‘Jongelui spelen ineens politie, loopen met geweren met scherp.’ Hij vond het ‘eigenlijk onbegrijpelijk en veelal onverantwoord gedoe’. Als de arrestatieteams al aansporing nodig hadden, dan kregen ze die volop. Allereerst van de geallieerden die, zolang de gevechten gaande waren, iedereen met sympathie voor de vijand liefst ver uit buurt wilden hebben. En anders wel van het publiek dat jarenlang, vaak ook gretig en wraaklustig naar dit moment van afrekening had toegeleefd. Vele duizenden verdwenen zo achter slot en grendel of prikkeldraad. Onder hen ook de zwager van De Quay, Antoon van der Lande, die blijkbaar als textielfabrikant verdacht werd van economische collaboratie met de Duitsers.

De wilde, eigenmachtige arrestaties die nog wekenlang aanhielden, en de beschamende taferelen in de al gauw overvolle interneringskampen zouden in de maanden nadien uitgroeien tot een groot probleem. Het Militair Gezag, dat de orde moest handhaven, liet zich in eerste instantie nog leiden door de instructies van de regering in Londen. Daardoor kwam het echter in toenemende mate in conflict met de voormalige illegaliteit, zoals De Quay op 4 oktober ook te horen kreeg van zijn zwager Van Voorst tot Voorst. Niet veel later zou generaal Kruls daarom zijn koers verleggen. Hij liet de richtlijnen uit Londen voor wat ze waren, schoof het burgerlijk gezag in bevrijd gebied deels terzijde, nam alsnog vertegenwoordigers van de illegaliteit, waaronder leden van de Ordedienst, op in de rangen van het Militair Gezag en werkte eraan mee dat de Binnenlandse Strijdkrachten arrestatiebevoegdheid kregen. In toenemende mate werd het Militair Gezag door oud-verzetsmensen daarom als een bondgenoot gezien.

Maar tegelijk zette Kruls hiermee de bijl in zijn relatie met het tweede kabinet Gerbrandy. Dat wilde juist dat oude bestuurders zo snel mogelijk hun posities weer innamen en de situatie weer normaal werd. Het was alweer een probleem voor het kabinet dat, zoals De Quay in Brussel vernam, er toch al niet te florissant meer voorstond. Interne meningsverschillen en conflicten hadden er onder meer meer toe geleid dat de katholieke ministers – aanvankelijk Steenberghe en Welter, in tweede instantie Kerstens en Van Angeren – inmiddels allen weer waren opgestapt. Dat De Quay, zoals hij in zijn dagboek noteerde, niets voelde voor contact met deze regering, was dan ook niet zo vreemd.

Dagboek

2 October

 – In den nacht veel artillerievuur rondom ons. ’s Morgens bleek, dat er nog een aalmoezenier bij ons geslapen had. Dus 20 man. – ’s Middags in het dorp. ’s Avonds 7 uur kwam plotseling met de auto de familie uit Beek, zegge, Moeder, Roos en Eduard, Cuna, Tessy en Berend. – Het was een blij wederzien. Je kunt dan ineens bedenken, wat ze allen hebben doorgemaakt. Ze zagen er overigens goed uit, in het bijzonder de oudste en de jongste. Tien dagen en nachten vrijwel in de kelder geleefd. – Ze hadden zich goed, flink gehouden. – ’s Avonds moest alles slapen; we hadden 23 man in huis – Toen de jeugd naar bed was, hadden we een heel gezellig gesprek met de 3 Engelsche gasten. De Vat 69 en een flesch cognac onzerzijds verhoogde de inderdaad vroolijke en opgewekte, humoristische stemming. –

3 October Dinsdag

Eduard had gehoord dat de inwoners van Groesbeek op Maandag geëvacueerd waren naar Wijchen en omgeving, dus trokken Ed. en ik hedenmorgen op zoek naar de tantes. – Eerst bezoek gebracht aan de Brigade, alwaar een gesprek met Maj. Pahud de Mortanges, vriend van Oom Cas en Tante Seeph. – Ik was erg verheugd hem terug te zien. Ik besprak met hem de wenschelijkheid en mogelijkheid om eens met een auto naar Eindhoven en event. naar den Prins te gaan. Na bespreking van een en ander achtte hij het zelfs zeer gewenscht, als ik eens ging. Hij zou mij zoo spoedig mogelijk eens met een op en neer gaande auto laten meegaan. Toen naar Wijchen waar we al gauw de Tantes vonden in een klooster met velen in een nauwe kamer op stroozakken. Een armoedig geheel van echte vluchtelingen. Na korte aarzeling gingen zij gelukkig mee. Het vertrek was ontroerend, evenzoo het meeleven met mijn terugkeer in de huiselijke kring en nog meer de terugkeer op den Hiersenhof. – Alles was nu bij elkaar uitgezonderd Tante Josepha van wie we mogen aannemen dat ze veilig en bevrijd is. – Dan nog Luce maar die kan niet komen als kloosterlinge en dan Cas in Indië. De tantes gingen onderdak bij den Pastoor. –

Woensdag 4 October

Er komen nu steeds meer troepen in onze buurt. Vooral artillerie en allerlei “supply”. Het bonste en blafte dan ook heel den tijd om ons heen, ofschoon het nog inschieten blijft. Vandaag of morgen zullen we wel eens het gebrul van het uitwerkingsvuur krijgen. – De dag scheen overigens rustig te verloopen, toen tegen den avond ±7 uur Moeder van der Lande met haar gedienstige Mien door Gerrit werden gebracht. Het was haar te machtig geworden onder het regelmatig vuur der artillerie en bommen op Nijmegen. – Wij waren erg blij, dat ze er was, al gaf het zoeken en maken van slaapplaatsen wel eenige moeite. Maria trad doortastend op en alles was snel geregeld. We hadden toen 25 man in huis. – Het is een heele organisatie. Iedereen werkt goed mee. – Om het gemakkelijk te maken werd Rutger ’s avonds ziek gelukkig niet ernstig. = Veel, enorm veel ellende en leed wordt er wel geleden. = Eduard kwam tegen 8 uur terug. Er schijnt nogal wat herrie te zijn; nu tusschen Militair Gezag en O.D. onder Prins Bernhard. Ik zou nu eigenlijk weg moeten. De Prins is in Eindhoven; ik wacht op een gelegenheid; misschien met Gerrit. – Deze komt morgen terug of althans spoedig om eens over van alles te praten. – ’s Avonds weer ons gezellig samenzijn met de Engelsche gasten. Hun karakters tekenen zich nu duidelijk af. – De The Rev. Philip S. Sprent, Church Acre, U Plyme, Lyme Regis, Dorset, England, is een fijne rustige geest; The Capt. T.A. Brown, Flat 6 The Elm Trees, 50st Edwards Rd, Southsea Hants, is het type van een beroepsofficier van de oude garde. Zijn zevenjarig verblijf buiten Engel. nl in Indië, nam wel iets van de bekrompenheid weg. De derde is scherpzinnig, geestig, goed verteller, zeer hulpvaardig, ontvankelijk voor luxe: J.W.H. Eales, 74 Dresden Road Upper Holloway Londen N 19.

Donderdag 5 October

Hedenmorgen op stap naar St Hubert om te probeeren een eventueel onderdak te vinden voor Sina en Nol + kinders. We hadden zoo’n idee, dat die ook wel spoedig zullen aankloppen en er kan nu niemand meer bij. Met 25 is het vol. – ’s Middags kwam Majoor Pahud de Mortanges met de mededeeling dat ik Zaterdag mee kan naar Eindhoven en/of Brussel. Ik zal nu gaan. – ’s Avonds de gebruikelijke bijeenkomst.

Vrijdag 6 October

Na een nacht vol schieterij ging ik ’s morgens met Padre Sprent in de auto naar Helmond en Geldrop. De tocht langs de slechte (veelal omstreden) weg was interessant. Het ging langzaam, zooveel vervoer. Ik was van plan Piet van Vlissingen te bezoeken. Tot mijn groote ontsteltenis vernam ik ter plaatse, dat hij door granaatscherven was getroffen en overleden. Ik bezocht zijn vrouw en kinderen, die zich goed hielden. – Het was een groote slag. – Ik verlies in hem een zeldzame vriend, intelligent, bescheiden, en met mede leven, mede voelen en medelijden met anderen, zooals ik nooit bij een andere man heb aangetroffen. Moge God zijn ziel genadig zijn; ik zal extra voor hem bidden. Men ziet hoe de slagen grillig vallen; en dat men kracht naar kruis krijgt, want Bep hield zich zeer goed. – Ze vroegen naar Rutten, die ze voogd wilde maken; goede keus; maar hij is onbereikbaar en ziek. = Daarna vernam ik in Geldrop en bij Bep v. Vlissingen, dat Antoon was gevangen gezet in verband met zijn houding t.a.v. de Duitschers. – Hij was weer vrijgelaten en later weer opgepikt. Ik ben toen niet naar zijn huis gegaan om te voorkomen, dat Bep zou probeeren mij in het geval te betrekken. De gerechtigheid moet zijn beloop hebben. – De terugtocht verliep vlot, vliegveld Volckel was weer in gebruik, en wij waren om ±7 uur langs de kapot gereden, en druk met colonnes bezette wegen weer op den Hiersenhof. = De hulp die we in huis van de Engelsche gasten ondervonden maakt ons verlegen. Ze helpen ons met alles zegge: voeding, electr. licht, olie, zeep, schoenen repareeren, groot stuk vleesch. Het is ongekend gul. – ’s Avonds kwam de Majoor Beelaerts van Blokland uit Grave om me te zeggen, dat ik den volgenden morgen om 6.30 gehaald zou worden om met een auto eens meer zuidelijk te gaan kijken.

7 October Zaterdag

Door dit vroege vertrek kon ik onmogelijk mijn 5e eerste Zaterdag houden. Het speet mij zeer, en ik heb er alles op bedacht, maar het ging niet en ik kon er deze reis m.i. niet voor uitstellen. Ik wil nu in November opnieuw beginnen. – Zoo vertrok ik met de Majoor Looringh van Beeck en de Engelsche Kolonel Milnes richting Brussel met het doel contact op te nemen met de Nederlanders event. met Prins Bernhard als Opperbevelhebber der ondergrondsche strijdkrachten. De tocht verliep voorspoedig; in Eindhoven sprak ik even Drs. Gianotten en Burg. Verdijk, die vertelden, dat de Prins weer in Brussel was. – We reden door het strijdgebied Bourg Leopold en Beeringen, waar een duidelijk beeld werd gegeven van de gevoerde strijd en van de snelle militaire reconstructie in den vorm van bruggen over Albert Kanaal en andere, verder geweldige aanvoer en opslagplaatsen van allerlei. – Na 5 uur rijden waren we ±12 uur in Brussel; ik ging op zoek naar de Dutch Mission, waar een overste me verwees naar de Kolon. Doorman in de Cité Universitaire. – Omdat ze in hun formalisme en zelfgenoegzaamheid niet het royaal gebaar maakten mij er even heen te rijden (iedereen was naar huis!!) zeiden ze, dat ik er met de tram in 10 minuten was; het duurde juist 50 minuten; de Kolonel was weg; hij zou om 2 uur terug komen; was er om 3 uur nog niet. – Alles even echt. – Ik werd overigens door de aanwezigen heel hartelijk ontvangen. – Luit. de Kanter (broer van Bart de K. uit Tilburg) gaf me een goed maal. – Tenslotte zag ik de Luit. ter Zee Kramer (mij bekend uit Arbeidsdienst en de Wit’s deken industrie), die bracht me om 3 uur bij de Majoor Linthorst Homan (broer van Hans) en daarmee kon ik de zaak bespreken. Hij zat op de juiste plaats en had het goede inzicht. Ik vertelde hem van mijn twijfel der laatste weken om tusschen thuis blijven en eens naar Brussel komen. Engelsche kanonnen in de tuin, en plicht om te werken. – Ik kwam zeggen: ik ben bereikbaar en zoo noodig ter beschikking. Hij zou dit doen weten aan den Prins en aan Gen. Kruls. – Hij wilde mij terstond naar Londen hebben, maar ik weigerde; voel niets voor contact met deze regeering. – Ik sprak verder veel oude bekenden en enkele nieuwe menschen o.a. Kist, Buma, Kol. Posthumus Meyes, en bovenal Mr. Dr. van Blankenstein, die me met alles hielp, en me veel interessante inlichtingen gaf over de toestand in Londen en in Nederland. Van de regeering in Londen viel mij vooral op: én dat de Nederl. in het algemeen zeer veel critiek er op hadden; én dat men ten aanzien van de econ. en finant. zaken streng zal moeten waken tegen de invloed van de groote concerns, die zich ervan willen meester maken. – Ik sliep bij van Blankenstein en kreeg allerlei aardige kleinigheden mee voor thuis. –

8 October Zondag

 ’s Morgens vroeg ter kerke, op zoek naar mijn verdwenen koffer, om 9 uur met de auto van “Felix Kattenbrood” naar Eindhoven, alwaar om ±1 uur gearriveerd, waar ik tegen Rudi Jurgens aan liep. Vreugde hem terug te zien. Alles was gelukkig goed bij hen. Hij gaf me een maaltijd. – We verwonderen ons beiden dat Brussel er uit zag alsof er geen oorlog was geweest (wat verschil met Nederland). Ik hoorde van de zeer verontrustende toestand in ons land met name de groote steden. In het hotel ontmoette ik weer eenige personen o.a. Majoor de van der Schueren, Comm. van Mil. gezag voor Noord Brabant. – We spraken nog over Antoon en Rudi was al bezig eens te informeeren (niet om in te grijpen) bij de O.D. – We vreesden, dat Jan (Deventer) straks het zelfde lot zal treffen. = Hij nam me met de auto mee naar Helmond; daar hielp mij een verkeersman van de Military Police, en in een Geep rende ik om 4 uur Grave binnen, achter een paar onbekende Engelsche officieren. De wandeling naar Beers maakte mij weer warm na deze koude expeditie en ik was blij (zij het zonder koffer) om 6 uur weer in het vredige Beers te zijn …. Vredig, terwijl de kanonnen rond ons blaffen …. toch vrediger als de grootstad Brussel. – Alles was rustig in huis. – Ik vernam dat Frans Wijffels al in de mijnstreek zit. Ik hoop hem spoedig eens te treffen. –

Foto's

Oss, Kruisstraat, oktober 1944. Een massa mensen bij het kantoor van Waterschap De Maaskant, toen hoofdkwartier van de O.D. (Ordedienst). Ze luisteren naar de berichtgeving van Radio Oranje en de BBC. Door het gebrek aan radiotoestellen en electriciteit was dit voor velen dé manier om op de hoogte te blijven. Aan de gevel hangen daarom luidsprekers. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, nr. BCO010400)

"Moffenmeiden" op De Heuvel te Tilburg, november 1944. Twee vrouwen houden een plank met een kaart omhoog. Daarvoor een andere vrouw die twee worsten omhoog houdt. (Bron: Nationaal Archief, coll. Anefo, nr. 934-9738. CCO 1.0 Universeel / Publiek Domein)

Maak een keuze

Verder naar week 5

Terug naar week 3

Homepage

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: