skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

De Clemenskerk in Nuenen

Zouden de gewijde plaatsen in Nuenen heidense wortels hebben? In ieder geval was de begraafplaats op de Kerkakkers vroeger een Germaans grafveld. Er zou daar ook een bron zijn geweest die door de Germanen werd vereerd.

Nog in de Romeinse Tijd woonden hier al christenen, die deze bron mogelijk hebben gekerstend en toegewijd aan Sint-Quirinus.

Tussen 500 en 700 werd deze streek definitief christelijk. Dat was het werk van benedictijnen. Zij hadden een bijzondere devotie voor de H. Clemens, die rond het jaar 100 paus was.

De naam van de huidige parochiekerk verwijst naar deze geschiedenis en in de kerk zelf is een beeld te vinden van Quirinus. Bovendien werd tot 1960 in de Nuenense kerk water toegewijd aan Quirinus, dat gebruikt werd tegen oog- en huidziekten.

Foto: © J. van Nes, 2009 Bron: www.reliwiki.nl

Foto: © J. van Nes, 2009 Bron: www.reliwiki.nl

Al met al waren Clemens en Quirinus door de eeuwen heen dus de belangrijkste heiligen voor Nuenen. Overigens is het niet duidelijk aan welke van de twee de kerk was toegewijd toen Nuenen in 1225 een zelfstandige parochie werd.

Foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014

Foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014

Zoals de meeste kerken in Noord-Brabant werd ook de kerk van Nuenen in 1648 in beslag genomen. Pas in 1798 kregen de katholieken hun kerk terug, maar enkele jaren eerder was de toren ingestort en het kerkgebouw een bouwval geworden. Daarom bleven de katholieken gebruik maken van de schuurkerk, die stond op het plein voor de huidige kerk en in 1823 grondig werd verbouwd.

Ondertussen had de gemeente de toren van de oude kerk weer opgebouwd, maar de kerk zelf bleef een ruïne.

In de loop van de negentiende eeuw bleek de voormalige schuurkerk toch niet te voldoen. Uiteindelijk viel het besluit om een ‘echte’ kerk te laten bouwen. In 1872 werd de huidige Clemenskerk in gebruik genomen.

Sinds 1935 staat op de Kerkakkers, op de plaats van de verdwenen middeleeuwse kerk, een groot kruisbeeld.

De kerk was natuurlijk middelpunt van de parochie, maar als gelovige had je te maken met mijnheer pastoor en zijn kapelaans. Kun je ze nog voor de geest halen? Denk aan pastoor Aldenhuijsen, hiernaast op de foto. Hij had waakte in de jaren vijftig en zestig voor het zieleheil van de parochianen, samen met zijn kapelaans F.J.H. Schreuder en Jac. Barten. Om een indruk te krijgen van zijn 'werklast': omstreeks 1955 ging het om 3900 katholieke inwoners in Nuenen - volgens de Piusalmanak althans.

Over pastoor Aldenhuijsen en de andere geestelijken van de Clemenskerk weet je vast nog wel wat verhalen te vertellen. Deel ze met ons hieronder!

Pastoor H.A. Aldenhuijsen (Katholiek Documentatie Centrum, AFBK-2a11935) Pastoor Aldenhuijsen

Reacties (7)

Henk van den boom zei op 19 oktober 2019 om 22:23
Ik heb nog 2 aquarellen van deze pastoor in bezit
Hij was een begenadigd schilder
Helena zei op 21 oktober 2019 om 22:57
@Annette, - dit is zeker interessant om te lezen. Dank je wel voor deze link.
Annette zei op 22 oktober 2019 om 12:39
Helena, graag gedaan. Dit dagboek verdient wel wat meer belangstelling.
Hans Verboom zei op 6 november 2020 om 15:02
Natuurlijk kan ik me pastoor Aldenhuisen nog goed voor de geest halen. Ik was misdienaar bij hem en kreeg ook godsdienstlessen op de lager school van hem. Wanneer hij binnenkwam in de les probeerde hij altijd van een afstand zijn zwarte hoed op de losstaande kapstok te mikken. En wij natuurlijk klappen als het hem gelukt was. Hij kon goed vertellen. Hij had een broer die pastoor was in Manilla in de Filipijnen. Daar is hij in de zestiger jaren ook op bezoek geweest. Hij beloofde voor ons een katapult mee te brengen. Dat is er echter niet van gekomen. Hij was een echte natuurliefhebber. Ik herinner me nog het verhaal dat hij een dode uil had gevonden in het bos, die hij mee naar huis nam om hem te laten opzetten. onderweg werd hij betrapt door de plaatselijke veldwachter die hem op de bon slingerde, omdat het niet geoorloofd was (dode) dieren mee naar huis te nemen. de zaak kwam zelfs voor het gerecht waar Aldenhuijsen ervan beticht werd een "Kransuil" illegaal vervoerd te hebben. Toen de pastoor aantoonde dat er weliswaar "Ransuilen" bestonden maar geen "Kransuilen" en dat hij die dus ook niet vervoerd kon hebben, werd hij vrijgesproken.

Toen ik op een zondagmiddag eens het lof (plechtigheid waarbij "Het Allerheiligste" werd uitgestald in een monstrans en het rozenhoedje werd gebeden en werd gezongen) moest dienen bleek de organist (meester Gerard Peters) niet aanwezig te zijn zodat kapelaan Vallinga die gelovigen dirigeerde ze maar a capella liet zingen. Bij het "Tantum ergo" (bekende sacramentshymne) klonk opeens toch orgelmuziek vanuit het doksaal. Peters was gearriveerd vanuit de kroeg, want hij hield wel van een slok. Aldenhuijsen echter draaide zich verstoord om en schreeuwde naar boven: "nauw hoeft het niet meer!!!".

Hij was altijd haastig. zo gauw we aan het einde van de uitvaartplechtigheid achter de coniferen van het kerkhof waren verdwenen en niet meer zichtbaar voor de treurende familie aan het graf, riep hij: "vlugger, vlugger", om ons aan te manen door te lopen. Bij de achterdeur van de sacristie aangekomen riep hij: "Voetenvegen!!" Ik ben ooit bijna in een graf gevallen. Ik liep voorop met een flambouw en moest van het hoofdeind van het graf gaan staan. achter mij liep de misdienaar met het kruis en daarachter weer een flambouwdrager, gevolgd door de pastoor. Het graf was van een echtpaar waarvan de man al was overleden en men had kennelijk moeten zoeken naar de juiste plaats voor de vrouw. vandaar dat alles niet erg gelijk was. Toen ik in de grafkuil dreigde te vallen was mijn reactie juist de andere kant uit te springen waarbij ik met mijn flambouw op de zandhoop ernaast belandde. Ik hoor Aldenhuijsen nog luid roepen: "Jongen ge het geluk gehad". Met Pinksteren diende wij de plechtige hoogmis en dan lag er altijd een groot rood tapijt op het priesterkoor. Toen mijn vriend Jan van Maasakkers tijdens de Mis het deksel van het wierookvat optrok om de pastoor de gelegenheid te geven wierookkorrels vanuit het scheepje dat ik droeg op het kooltje te strooien kantelde - omdat de ketting bleef hangen - het bakje en viel het kooltje op het kostbare tapijt. "Oe m'n tapijt", riep Aldenhuijsen luid en zonder een moment te aarzelen en gedreven door de schrik pakte Jan het kooltje met zijn blote handen en gooide het snel in het bakje. In de sacristie vroeg Aldenhuijsen belangstellend of hij zijn handen niet had verbrand. Dat was niet het geval. EEN WONDER dus !!!!

Wanneer het weer tijd was voor de Sacramentsprocessie werd er onder leiding van de pastoor een bloementapijt op het kerkplein gelegd. Eerst werd een bekisting gemaakt waarin geel zand werd gestort. Dan werden daarin door Aldenhuijsen van karton gemaakte afbeeldingen gelegd die precies aangaven waar en met welke kleur de bloemen moesten worden gelegd. Er ontstond een waar kunstwerk, waar alleen de pastoor als drager van de monstrans met Het Allerheiligste overheen mocht lopen. Op een goede middag, een paar dagen voor de sacramentsprocessie, verscheen hij plotseling in de klas waar wij les hadden. "Hans, Jan (van Maasakkers) en Gerard (Habraken)" , riep hij, "kom eens mee". Wij kregen de instructie om ergens in een boeren wei, die hij precies aanwees, witte klaver te gaan plukken, want die kwam hij nog te kort. Dat vonden we natuurlijk veel interessanter dan de les verder volgen. Een aantal kinderen waren toch een beetje bang voor hem. zo heb ik hem eens, toen een aantal jongens zaten te klieren in de kerkbanken tijdens de zogenaamde kinderbiecht, plotseling de biechtstoel zien verlaten om er eentje een oorvijg te verkopen. Ik ging echter altijd juist bij hem biechten, want het voordeel was dat die biecht maar kort duurde en je je niet hoefde af te pijnigen om nog meer ongerechtigheden te bedenken, want na een paar zonden opgesomd te hebben, riep hij altijd: "zo is het wel genoeg" en gaf je de opdracht om de zogenaamde oefening van berouw te bidden, sloeg dan snel de zegen en gaf je een kleine zogenaamde penitentie op. Ieder jaar versierde hij ook de paaskaars met motieven uitgevoerd in was. Een indrukwekkende man, artistiek zeer begaafd in woord en (schilder)kunst.



Het portret is geschilderd door Sierk Schröder in 1948 en bevindt zich in de pastorie van de Sint Clemenskerk in Nuenen
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 7 november 2020 om 17:42
Hallo Hans, veel dank voor je prachtige beschrijving van deze imposante man. Er is hier duidelijk nog iemand zeer begaafd in woord ;)
Mooi om op deze manier kennis te maken met deze pastoor die je zo treffend in voorbeelden vangt. Heb je toevallig ook een foto van hem? Of weet je waar we die kunnen vinden? Ik kom hem zo snel niet tegen in onze fotocollectie maar ik zou er graag een portret willen bij plaatsen.
(mocht je die hebben en willen delen: info@bhic.nl ovv Clemenskerk Nuenen)
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 9 november 2020 om 10:19
Bedankt voor het opsturen van de foto en het schilderij, Hans! Ze zijn toegevoegd aan je reactie.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!