skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg

De Commissaris van de Koningin over Baarle-Nassau

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 09:46 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Baarle-Nassau te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Baarle-Nassau

Den 24 Juli 1896 bezocht ik deze Gemeente. Dat de verhouding tusschen Hollanders en Belgen goed is, bleek mij bij die gelegenheid; eene eerewacht, bestaande uit Hollanders en Belgen, met zich voerende zoowel de Belgische als de Nederlandsche vlaggen, begeleidde mij bij die gelegenheid.

In deze gemeente verlangt eigenlijk niemand naar eene andere grensregeling; men heeft op het oogenblik vele voordeelen: dubbel postwezen, gemakkelijke ontduiking der militiewet, smokkelarij op groote schaal, enz.; daartegenover staan bijna geene nadeelen. Zou de ontworpen grensregeling doorgaan, dan zou Baarle Hertog Hollandsch en Ulicoten Belgisch worden; volgens het algemeen gevoel zou België zeer profiteeren bij de ontworpen grensregeling.

In Maart 1898 kreeg ik een schrijven van Dr. Alphons Ariens uit Enschede; daarin werd geklaagd over ergerlijke toestanden, welke in Baarle Nassau zouden heerschen, ten gevolge van het misbruik, dat aldaar zou gemaakt worden van sterken drank; het politietoezicht was er slecht; herbergpolitie werd er niet gehouden; de secretaris had een drankslijterij; de wethouder had een herberg, het hoofd der school Van Bussel was aan den drank; de hulponderwijzer Joosen dronk soms te veel, en vloekte op school; de Burgemeester liet alles maar begaan.

Bij missive van 3 Maart 1898 2de Afd. A. nr. 12 vroeg ik deswege inlichtingen aan den burgemeester; deze erkende de verkeerde toestanden op de school; ik schreef toen aan het schooltoezicht; ook dit erkende de fouten. Den 26 Sept. 1898 A. nr. 17, 2de Afd. vroeg ik nogmaals bericht aan den Burgemeester; deze rapporteerde, dat het hoofd der school bij het feest ter eere van de troonsbestijging van H.M. de Koningin op 14 Sept. tevoren weer dronken was geweest. Nogmaals wendde ik mij tot het schooltoezicht; ook dit erkende weer de fouten, en rapporteerde tevens, dat het hoofd voortaan beter zijn plicht zou doen.

In De Avondster van Donderdag 27 April 1899 kwam een hoofdartikel voor, overgenomen uit De Kruisbanier waarin alle klachten door Dr. Ariens aan mij gedaan, uitvoerig werden behandeld. Had ik - omdat mij zulks verzocht was - van den brief van Dr. Ariens geen officieel gebruik kunnen maken, nu de zaak publiek domein was geworden, kon ik anders handelen. Ik ging den 26 Mei 1899 naar Baarle Nassau; van tevoren had ik den burgemeester verzocht, bij mijn komst den gemeenteraad bij elkaar te roepen.

Burgemeester Chr. Verheijen, burgemeester van Baarle-Nassau 1875-1904, 1875Burgemeester Chr. Verheijen, burgemeester van Baarle-Nassau 1875-1904, 1875 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Aan den Raad las ik het artikel uit De Avondster voor; werkelijk bleek mij toen, dat de secretaris-ontvanger een drankwinkel hield, zonder vrijstelling van G.S. te hebben verkregen volgens art. 4 al. 3 der drankwet; hetzelfde was het geval met den wethouder Martens. Ik hield den Raadsleden voor oogen, dat het uit den aard der zaak te Baarle Nassau uiterst moeilijk was, om steeds voldoende politietoezicht te houden; dat de politiezaken meestal voortsproten uit misbruik van sterken drank; dat het daarom hier - nog veel meer dan elders -– plicht der overheid was, niet alleen om met alle ten dienste staande middelen drankmisbruik te keeren, maar zelfs om drankgebruik tegen te gaan; dat de plaatselijke autoriteiten in de eerste plaats geroepen waren, om zelve de wet te eerbiedigen, dat dus én wethouder Martens, én secretaris Dirven zoo spoedig mogelijk aan G.S. vrijstelling moesten vragen; dat ik er hen geen borg voor kon blijven, dat ze die vrijstelling zouden verkrijgen; dat - wanneer G.S. de vrijstelling mochten weigeren - secretaris en wethouder zouden moeten kiezen tusschen hunne betrekking en hun bedrijf.

Vervolgens besprak ik met de raadsleden de toestanden op de openbare school; aanvankelijk scheen men geneigd (vooral de wethouder Martens deed dit) de partij te trekken van het schoolhoofd. Toen ik tenslotte liet merken, dat ik veel wist, en dat men mij dus niet met een kluitje in het riet kon sturen, begonnen de leden van den Raad te spreken; toen verklaarden de leden Van Tilborg en Hendriks, dat de toestanden op de school tot voor een pr. jaren zoo slecht waren, en het onderwijs tevens zóó veel te wenschen overliet, dat zij er ernstig over gedacht hadden hunne kinderen van school te nemen; nu in den laatsten tijd hadden ze echter geen reden meer om zich over het onderwijs of over de onderwijzers te beklagen.

Ik heb toen de leden van den Raad met den meesten ernst gewezen op hun plicht als overheid, om te waken over het onderwijs en over het slechte voorbeeld, dat onderwijzers aan de kinderen zouden kunnen geven.

Den veldwachter, van wien ik vernam, dat hij veel te veel in de herberg zat en kaart speelde, terwijl zijne vrouw misbruik maakt van sterken drank, en zich alsdan minachtend uitlaat over en tegen de leden van den Raad, heb ik deswege mijne ontevredenheid betuigd. Van de 7 Raadsleden zijn er drie herbergier, nl. Martens, Van Tilborg, en Olieslager (de opvolger van het Raadslid Michielsen); zeer verkeerd zijn de Raadszetels verdeeld: één lid woont in Castelré, één in Ulicoten en vijf in Baarle Nassau.

De wethouder Martens zou vóór vier weken veroordeeld zijn wegens openbare dronkenschap. De burgemeester is een goede man, maar heeft geen voldoenden invloed; er schijnt een sterk antagonisme te bestaan tusschen Baarle Nassau en Ulicoten; dit laatste dorpje wordt steeds overstemd.

Met B. en W. reed ik den weg van Baarle-Nassau over Ulicoten naar de Belgische grenzen; deze weg is door Rijk en Provincie betaald en werd den 22 April 1899 voor de eerste maal opgenomen. Toen mij werd medegedeeld, dat men zoo gaarne een weg zou hebben van Baarle Nassau over Poppel naar Hilvarenbeek heb ik gezegd, dat men maar moest beginnen met te requestreeren, dat dit de eenige manier was om misschien dien wensch ooit vervuld te zien.

Van den gastram Breda-Turnhout, via Chaam en Baarle Nassau verwachtte men niet, dat die ooit zou rijden; men verlangde er zeer na; men ging gaarne naar Breda, - liever dan, zooals nu, naar Tilburg.

Van Baarle Nassau ging ik op 26 Mei 1899 naar Chaam, op mijne audientie aldaar verscheen Pastoor Geerts; deze is geboortig uit Ulicoten, was 18 jr. kapelaan te Alphen en sinds een jr. Pastoor te Chaam. Hij is zeer bekend met de toestanden te Baarle Nassau; van hem hoorde ik, dat de wethouder Martens voor een week of vier bekeurd was voor openbare dronkenschap; dat de herbergiers in Baarle Nassau den baas spelen; dat de burgemeester geen invloed had enz. Ten bewijze van dit laatste haalde hij aan, dat toen de wethouder Bruyninckx tot lid van den Raad moest gekozen worden, de burgemeester zeer voor hem ijverde; Bruyninckx werd toen niet gekozen. Bij eene volgende vacature ijverde de burgemeester zeer voor een anderen candidaat; toen werd echter weer diens tegenstander, de tegenwoordige wethouder Bruyninckx gekozen.

Bij raadsverkiezingen beheerschte de drank alles; een broeder van den Pastoor, landbouwer te Ulicoten, was meermalen candidaat bij vacaturen in den Raad; tegen de herbergiers van Baarle Nassau kan echter niemand op.

V.l.n.r. Smederij van L. van Puijenbroek, herberg van P. Olislaegers en het Raadhuis, 1907 (RAT)V.l.n.r. Smederij van L. van Puijenbroek, herberg van P. Olislaegers en het Raadhuis, 1907 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Maandag den 5den Juni 1899 ontving ik een bezoek van den wethouder Bruininckx; hij kwam mij vragen, wat hij moest doen: de secretaris had een request aan G.S. opgemaakt om ontheffing van de verbodsbepaling, vervat in art. 3 nr. 9 der drankwet; de burgemeester en de wethouder Martens steunden met hunne handteekening het request; de secretaris wilde, dat ook de wethouder Bruininckx zou teekenen. Bruijninckx meende dat als hij teekende, dat dan ook de overige raadsleden, zelfs de heele gemeente, met den pastoor en den kapelaan incluis, zouden teekenen. Ik heb Bruininckx gezegd, dat, als hij in gemoede overtuigd was, dat het tegen het belang der gemeente was, dat de secretaris drank sleet, dat hij dan niet moest teekenen.

Bruininckx beklaagde zich er over, dat daags ná mijn bezoek door den burgemeester aan den veldwachter was medegedeeld, dat hij (n.l. Bruininckx) aan mij had gezegd, dat zoowel de veldwachter als diens vrouw misbruik maakten van sterken drank! Ik las aan Bruininckx den brief voor, dien ik den 29 Mei 1899 aan den burgemeester schreef (A. nr. 9 2de Afd.); ik vroeg hem, wat hij wist van de dronkenschap van Martens, en vernam toen, dat Martens op Nieuwjaarsdag dronken voor zijn huis in den modder had gelegen en door de Marechaussee was opgeraapt.

Op de vraag, of den secretaris het houden van een winkel kan verboden worden, antwoordde ik dat zulks van de instructie afhing. Toen Bruininckx heen ging, verzocht hij mij niet te willen bekend maken, dat hij heden bij mij was geweest, en raad gevraagd had.

9 Mei 1902. Wethouders zijn Adams van Castelré en Hendriks van Baarle Nassau. Leden van den Raad zijn nog de burgemeester (Ulicoten), Martens, Bruyninckx, van Tilburg en Olieslagers.

Den 30 mei 1903 kwam ik weer in de gemeente; ik reed er vanuit Breda heen; bezocht eerst Chaam, en nam te Baarle Nassau den trein naar Den Bosch. Bevolking gaat nogal vooruit in zielental; in 1902 met ± 50; een zesde gedwongen huwelijken; 3% onwettige kinderen.

Met B. en W. natuurlijk weer druk gesproken over de verkeerde toestanden in de gemeente; B. en W. beweren, dat het er toch heusch niet zoo erg is, als ik meen. Zij deelen mij mede, dat ze nu de bron kennen van alle lasterlijke praatjes van vroeger in de courant, en van wien blijkbaar ook pastoor Ariens zijne inlichtingen had; een vroegere stationschef zou al dat moois verteld hebben, toen hij van Baarle Nassau was overgeplaatst naar Twenthe; hij zou bij zijne mededelingen echter schromelijk overdreven hebben.

Volgens B. en W. is het raadslid Bruyninckx oorzaak van al het gehaspel bij gemeenteraadsverkiezingen, en het misbruik maken van sterken drank bij dergelijke gelegenheden: oudtijds had Ulicoten twee leden van den Raad. Dat heeft geduurd tot voor een jr. of 7 of 8, toen er eene vacature ontstond voor Ulicoten. In plaats van destijds aan Ulicoten zijn 2 leden te laten, wilde Bruininckx die in de kom van Baarle Nassau woont, absoluut lid van den gemeenteraad worden. Dat is toen aan Bruininx gelukt; maar niet dan met behulp van veel sterken drank. Van toen af aan is de ruzie gekomen; van toen af aan zijn de kasteleins baas geworden bij de verkiezingen. Maar de bevolking is eene kalme landelijke boerenbevolking en maakt over het geheel genomen niet alleen geen misbruik van sterken drank, maar maakt daarvan zelfs zoo goed als geen gebruik.

Bruynincx is twee jaar wethouder geweest; hij bewoog hemel en aarde om het weer te worden, maar hij moest het afleggen tegenover Hendrix, dien hij als wethouder wilde laten vallen. Wethouder Hendrix woont aan de Oordeelsche straat (Klein Bedaf); wethouder Adams woont te Castelré; de burgemeester woont te Ulicoten.

De raadsleden Olieslagers en Martens hebben eene vrij groote exportslagerij; daardoor komen ze veel met de boeren in aanraking; daardoor krijgen ze de boeren in hun herberg, en hebben zoo’n grooten invloed bij de verkiezingen; de boeren doen, wat Martens en Olieslagers gaarne hebben.

Volgens B. en W. beunhaast de secretaris Dirven met notaris Van Eyl uit Tilburg; burgemeester hoopt daarvoor een stokje te kunnen steken. Volgens B. en W. komt het schoolhoofd Van Bussel tegenwoordig in geen enkele herberg meer; zijn eenige uitgang is Zondag ’s avonds, als wanneer hij met den pastoor op de pastorie een kaartje legt.

Schoolverzuim komt er zoo goed als niet voor; processenverbaal behoefden er niet opgemaakt te worden. De gemeente heeft bijna geen eigendommen, 7 H.A.; ook vroeger niet gehad. Tot 1857 had het domein zeer veel grondbezit, ± 4000 H.A.; voor en na heeft het domein alles verkocht. Een der grootste grondbezitters in de gemeente is de weduwe Megens-v. den Berg uit Antwerpen; rechts van den weg tusschen Chaam en Baarle Nassau staat hare villa, het Hooghuis genaamd; ze komt daar bijna nooit.

Castelré behoort kerkelijk onder de Belgische gemeente Minderhout; dáár werden de overledenen ook begraven. In de geneeskundige behandeling en verzorging van zieken uit Castelré wordt voorzien door den doctor uit Hoogstraaten; deze wordt betaald door het armbestuur.

Over den veldwachter was de burgemeester tegenwoordig tamelijk tevreden; ik heb den veldwachter nog eens op zijn hart gebonden, dat hij toch zijn plicht moest doen.

Op beide scholen (Ulicoten en Baarle Nassau) wordt herhalingsonderwijs gegeven aan jongens. Audientie verleend aan Pastoor Keij; deze is reeds 42 jr. pastoor in Baarle Nassau; hij is een oud man, die van zich zelf getuigt, dat hij niet meer in staat is, om zijne plichten naar behooren te vervullen. Zijn kapelaan was reeds lang aan de beurt om pastoor te worden; met goedvinden van den Bisschop blijft hij in Baarle, en zal daar later pastoor worden.

Twee Fransche Paters, die nog eerst sinds een jaar in de gemeente eene inrichting van hooger onderwijs openden, kwamen ook nog op audientie. Ze hadden niets bijzonders te vertellen.

Den 23 Maart 1907 kwam ik weer in de gemeente; ik ging er vanuit Den Bosch heen; bezocht daarna Chaam en keerde via Breda naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan H. van Gils, den burgemeester van Baarle Hertog, die zijne opwachting kwam maken en mededeelde, dat de verhouding tusschen de besturen, en tusschen de bewoners van Baarle Hertog en Baarle Nassau uitstekend bleef. Daarna verscheen pastoor Rombouts, thans aangesteld tot pastoor van Baarle Nassau, niettegenstaande pastoor Krey nog in leven is en te Baarle Nassau woont. Ook hij kwam eenvoudig zijne opwachting maken.

Station aan de Stationstraat; kwam tot stand bij de aanleg van het lijntje Turnhout-Tilburg dat op 1 oktober 1867 gereed kwam, 1914 (RAT)Station aan de Stationstraat; kwam tot stand bij de aanleg van het lijntje Turnhout-Tilburg dat op 1 oktober 1867 gereed kwam, 1914 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Daarna verschenen weer twee Fransche Paters van het Heilig Sacrament; hunne inrichting – recht tegenover het Gemeentehuis – is feitelijk niets dan een Klein Seminarie, voor jongens, die in hunne orde willen treden; zij hebben 15 leerlingen. Aangezien hunne inrichting te klein wordt zullen ze die vermoedelijk verplaatsen naar Baarle Nassau-Grens. In verband met het daar gebouwde nieuwe station zijn daar langzamerhand vele woningen van spoorweg- en belasting ambtenaren verrezen, terwijl in de naaste toekomst nog meerdere woningen zullen verrijzen. De burgemeester verwachtte, dat daar binnen een pr. jaren zeker een vijftigtal woningen zouden staan. Al zouden dan de daar wonende menschen onder de parochie van Baarle Nassau blijven behooren, ze konden dan toch in de kerk dier Paters de H. Mis gaan bijwonen. De Paters zagen echter zeer tegen de kosten van bouwen en verhuizen op; een zeer geschikt terrein, ter grootte van 1 H.A. was hun bereids ten geschenke aangeboden.

Het oude Raadhuis was te klein geworden; men heeft het daarom verkocht, en een zeer goed huis - eene voormalige pastorie - aangekocht en tot raadhuis ingericht. De bovenwoning was voor den gemeentelijken dienst niet noodig; men verhuurde die daarom voor f. 150,- aan den burgemeester; deze heeft daarvoor zeven kamers boven, en eene burgemeesterskamer beneden; benevens een vruchtbaren tuin met zeer goede vruchtboomen. Zou er ooit bijv. eene marechausseekazerne moeten gebouwd worden, dan heeft men in den tuin voldoende ruimte.

De burgemeester stelde mij zijne vrouw voor. Mevrouw Erzey-Klein van der Willigen had de beleefdheid mij een kop koffie met een sandwich gereed te maken.

Burgemeester Erzey betrouwde drie stiefkinderen: a. een meisje verloofd met den candid. notaris Vethaken te Breda; dat meisje heeft zich, naar aanleiding van het tweede huwelijk harer moeder zich met haar gebrouilleerd; ze woont tijdelijk ten huize van een oom; b. een zoon, student te Leiden; c. een zoon, die boomkweeker moet worden, en daarom in het buitenland wordt opgeleid; met die twee jongens is Erzey goede vrienden.

Er wordt in Baarle Nassau veel gebouwd; de bouwverordening wordt er streng gehandhaafd.

In plaats van burgemeester Verheyen werd Erzey lid van den Raad; hij had zich laten stellen om de gemeente bij eene stemming niet weer in rep en roer te brengen; hij werd bij enkele candidaatstelling gekozen. Hij moet dit jaar aftreden; Bruyninckx werkt sterk, om weer in den Raad te komen; Erzey vreesde, dat hij nu weer uit den Raad zou gegooid worden. Ulicoten heeft slechts een lid in den Raad, nl. G. Geerts; B. en W. in overweging gegeven, te trachten, dat Ulicoten te zijner tijd een tweede Raadslid krijgt, gelijk vroeger steeds het geval was.

Schoolhoofd Van Bussel maakt nog steeds misbruik van drank; evenwel niet in de herbergen, maar hij drinkt tehuis te veel; hij stookt tegen het Gemeentebestuur, maar geeft geen vat om hem te vangen. De secretaris heeft geen drankwinkel meer; ook werkt hij heel niet meer als zaakwaarnemer voor notaris Van Eyl uit Tilburg. De oude veldwachter is dood; zijn opvolger is absoluut drankvrij, en moet een zeer geschikte man zijn; hij bewees dit vooral bij den bouw van het nieuwe station, toen gemeente met vreemd werkvolk overstroomd was.

De twee exportslagerijen zijn thans in handen van a. het raadslid-kastelein Olieslagers (Martens doet niet meer mee); b. het raadslid-kastelein M. van Tilburg, geassocieerd met Jansen uit Baarle Hertog.

De Belgische familie Rollin had uitgestrekte bezittingen in de gemeente; zij bezwaarde die goederen bij de Belgische Spaarkas; deze eindigde met alles voor schuld te verkoopen; een complex van 600 H.A. werd gekocht door Rotterdamsche Heeren, De Koning c.s.; deze sloten een publieken weg af; gemeente had daardoor veel moeielijkheden; ten slotte werden de Heeren veroordeeld.

Met den burgemeester even het station aan de grens in oogenschouw gaan nemen; alles, wat daar in korten tijd verrees en tot stand gebracht werd was zeer bezienswaard.

B. en W. toonden zich zeer ingenomen met de bepalingen van het nieuwe provinciale reglement op de waterleidingen, waarbij het onderhoud daarvan aan de gemeente werd opgedragen; men achtte die opdracht zeer gelukkig, en in het algemeen belang noodzakelijk.

De Congregatie der Broeders van de Christelijke Scholen stichtte hier een klooster, normaalschool en juvinaat in 1910 voor de opleiding van broeders-onderwijzers, 1915 (065564, RAT) (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Den 7 April 1911 bezocht ik Baarle Nassau, Chaam en Alphen; ik ging per trein naar Baarle Nassau; reed naar Chaam en Alphen, en nam daar weer den trein naar ’s Bosch. Ik verleende audientie aan den burgemeester van Baarle Hertog, en aan den pastoor met zijn kapelaan; oude pastoor Krey leeft nog, en woont in Baarle; als hij niet zoo verkouden was geweest, was hij mede gekomen. De Fransche Paters van het Heilig Sacrament hebben Baarle Nassau verlaten en zich gevestigd in de buurt van Nijmegen, waar Van Hövell, de oudste zoon van het Gnadenthal, hen geïnstalleerd heeft.

Bij raadsverkiezing zal het weer spannen; bij alle verdeeldheid komt nu nog, dat de ambtenaren aan de grens ook een raadslid willen afvaardigen. Wethouder Geerts zit voor Ulicoten; Adams voor Castelre; de vijf andere raadsleden wonen in de kom.

Inzake den internationalen weg Baarle Nassau-Poppel vernam ik, dat in België de zaak in orde is, en de besteding nog dit jaar zal volgen; raming frcs 120.000.-. Geraden dat, nu Waterstaat slechts 18% geeft, men niet bij de pakken moet gaan neerzitten, maar steun moet vragen waar die te krijgen is, bijv. bij de eigenaren, wier gronden in waarde vermeerderen, bij de gemeente Baarle Hertog, enz.

Men klaagt, dat de Belgen de waterleidingen slecht vegen; geraden, zich deswege te wenden tot Gedep. Stat. De burgemeester deelde mij mede, dat de Marechaussee van Alphen verlegd zullen worden naar Baarle, vermoedelijk in 1913. De meisjes gaan op de bijzondere school in Baarle Hertog; daardoor is de leerplichtwet voor haar niet van toepassing. Van Bussel is nóg hoofd der school; hij zou thans geheelonthouder zijn; in ieder geval, hij geeft geen aanstoot meer. Raadslid Martens is naar Turnhout vertrokken.

In verband met de bekeuring, ingesteld door gemeenteveldwachter met rijksveldwachter tegen Belgische stroopers, waarvoor deze door kantonrechter in Tilburg veroordeeld werden, terwijl diezelfde stroopers door rechtbank te Turnhout werden vrijgesproken van verzet tegen onze politie, vernam ik van den burgemeester en van den Burgemeester van Baarle Hertog dat deze Hollandsche politie terecht een zeer goeden naam had, dat zij onkreukbaar, eerlijk en trouw was, absoluut drankvrij, en dat zij terecht een buitengewoon goeden naam had; burgemeester Van Gilze zeide mij nog, dat veldwachter Van Dun honderd maal beter was dan zijn eigen veldwachter.

Den 5 Juni 1916 bezocht ik vanuit Breda per auto de gemeenten Chaam, Baarle Nassau en Alphen. Burgemeester Mensen, sinds Juni 1914 als zoodanig in functie, schijnt mij niet de rechte man op de rechte plaats. Hij geeft mij den indruk van een lastig, nijdig mannetje, die er niet naar streeft, om moeielijkheden op vlotte geschikte wijze op te lossen, maar die van alles noodeloos eindelooze quaesties maakt. Hij geeft zich wel moeite, wil wel het belang van de gemeente behartigen, maar is peuterig en lastig, wanneer hij niet in alles zijn zin krijgt.

De goede verhouding met Baerle Hertog is vrijwel verstoord; er was nog wel geen openlijke ruzie, maar het scheelde toch niet veel. Hem gewaarschuwd toch te zorgen, dat er geen breuk ontstaat; de misère is dan niet te overzien, tot groote schade van beide partijen.

De majoor kantonnementscommandant Katting riep mijn hulp in om gedaan te krijgen, dat inkwartieringsgelden werden afgedragen aan den rechthebbende. De burgemeester hield dat geld vast om daarmede niet alleen een aanslag hoofdelijken omslag over 1915 betaald te krijgen, maar om daaruit tevens te voldoen een aanslag over 1916 - die nog opgelegd moest worden!

De burgemeester wilde het onderhoud der waterleidingen niet ten laste van de gemeente nemen, omdat volgens den legger de gelanders de onderhoudsplichtigen waren! De aanleg van den weg Alphen-Baerle Nassau-Poppel vordert slecht; de aannemer, Van Lee uit Vechel, kan met de aannemingssom niet uit; vraagt 10% verhooging; het zal veel moeite kosten, om dat meerdere bedrag te vinden; Alphen, Baerle Nassau, Baerle Hertog, de Provincie en het Rijk moeten dat surplus gezamenlijk fourneeren!

Het onderwijs, dat te Castelre gegeven wordt, wordt uitsluitend gegeven aan Nederlandsche kinderen uit Castelre, die vóór den oorlog in Minderhout ter school gingen. De onderwijzers zijn volgens de Nederlandsche wet niet bevoegd om onderwijs te geven.

Den 23 Augustus 1920 kwam ik weer in Baarle Nassau. Bij de gemeenteraadsverkiezing in 1919 werden 4 raadsleden uitgeworpen; onder wie de twee wethouders. Voor Ulicoten zitten thans twee leden: Verheyen en Meeuwesen, voor Castelre één: Aerts.

Bijzonder onderwijs wordt thans gegeven aan de meisjes door Zusters Dominicanessen; aan de jongens in eene bijzondere school, te Baarle Nassau door den Pastoor van de gemeente overgenomen. Te Castelre is nog steeds de openbare school, tijdens de oorlogsjaren opgericht; de kinderen gingen vroeger op de Belgische school te Minderhout; tijdens den oorlog konden ze daar niet meer terecht. Die openbare school bestaat nu nog; op alle mogelijke manieren tegengewerkt door de Belgische geestelijkheid te Minderhout, waar de menschen uit Castelre ter kerke moeten gaan. Van de 60 leerplichtige kinderen gaan er 16 naar de openbare school; de rest gaat naar Minderhout, naar Wortel, of gaat niet naar school. De Heer Joosen, hoofd dier school had eindelooze klachten, die hij in een nader rapport aan mij kenbaar zal maken. Joosen woont in Baarle Nassau, en gaat dagelijks op een fiets heen en weer.

Dr. Govaerts uit Baarle Hertog is gemeentegeneesheer; eene vroedvrouw is er niet; eene zuster Dominicanes doet dienst als huis (wijk) verpleegster.

Men meent, dat bij zuinig beheer Baarle Nassau er zal kunnen blijven komen; hoofd. omslag 3%.

Verordening op de hand- en spandiensten werkt slecht. Weg Baarle Nassau-Poppel is op Belgisch gedeelte klaar; van het Hollandsche gedeelte, 5,3 K.M., gaat gemeente 2.200 Meter beklinkeren voor f. 35.000; van de langsliggende eigenaren krijgt gemeente f. 14.000 vergoed. Gemeente veegt thans de waterleidingen. Men klaagt sterk over waterschap van de Boven Mark, dat niets doet, en toch waterschapslasten vordert.

Een goederentram van de ZNSM bij De Wissel in Zundert die geladen wordt met frambozen, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)Een goederentram van de ZNSM bij De Wissel in Zundert die geladen wordt met frambozen, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)

Nu de frambozen zoo duur zijn, begint men zich toe te leggen op de frambozenteelt; een 25-tal boeren hebben stukken van 15 tot 30 are voor die teelt ingericht. De stoomzuivelfabriek had alle schuld afgelost; dit jaar is die fabriek geheel verbouwd en met de nieuwste machines ingericht; kosten f. 50.000. Het aantal koeien in de gemeente neemt af; boeren kunnen geen melkmeiden meer krijgen; dat dagelijksche geregelde zware werk wil men niet meer. Vandaar dat meerdere boeren van hun weiland bouwland maken; de landbouwproducten zijn duur en geven eene betere rekening dan de melk en de boter. Het gaat den boeren anders goed; in de Boerenleenbank was 300.000 ingelegd; in den laatsten tijd f. 50.000 teruggehaald.

Pastoor Lazerums prees de menschen zeer; de zedelijkheid is buitengewoon groot; de bevolking is volgzaam en echt godsdienstig.

Den 16 Augustus 1924 kwam ik weer in Baarle Nassau. Van de zeven raadsleden wonen er 5 in Baarle Nassau en 2 in Ulicoten. Voor Castelre zat vroeger ook een lid, maar dat werd er bij de laatste verkiezing afgestemd. Vijf van de heeren zijn burger, twee landbouwer.

Het gaat in Baarle Nassau niet goed; de burgemeester, een kwaadaardig nijdig ventje, heeft geen tact om met de menschen om te gaan. Hij leeft niet met de menschen mede; bemoeit zich niet met hun wel en wee. Hij komt niet verder dan zijn Raadhuis, en masregelt alles en iedereen. De verhouding tusschen hem en de wethouders is treurig. Met wethouder Verschueren kreeg hij op het raadhuis zoo’n hoogloopende ruzie over het onderhoud van de wegen, dat ze met gebalde vuisten tegenover elkaar stonden, en er zouden zeker ongelukken gebeurd zijn, als wethouder Kriellaers niet tusschen beiden was gekomen. Volgens den Pastoor is wethouder Verschueren een van de meest bezadigde, meest respectabele ingezetenen van de gemeente.

Een groote grief had men tegen den veldwachter Van Steenis. Burgemeester liet toe, dat Van Steenis zich sterk bemoeide met de Raadsverkiezing, een lijst indiende om oude Raadsleden te wippen, in de eerste plaats den wethouder Kriellaars. De veldwachter liep met zijn lijst rond om handteekeningen te verzamelen bij de menschen; deze durfden dat niet te weigeren, omdat Van Steenis de veldwachter is. Algemeen is men van oordeel dat de veldwachter zich niet op die manier met de verkiezingen zou durven bemoeien, als hij er niet zeker van was, dat hij in deze door den burgemeester gesteund werd. Door dit alles is er veel ongenoegen, veel onrust en veel tweedracht in de gemeente.

Al het bovenstaande werd mij ter audientie medegedeeld door Pastoor Lazerums. Ik heb die klachten later met B. en W. behandeld; Verschueren en Kriellaers gelegenheid gegeven om tegen den burgemeester hunne bezwaren te berde te brengen, en dezen op zijne fouten en op het ontactische in zijn manier van optreden gewezen; in plaats van gebruik te maken van den wensch en den goeden wil van zijn wethouders, om hem in het besturen van de gemeente behulpzaam te zijn, en hen als zoodanig te waardeeren, stoot hij hen af, maakt hij hen zich tot vijand, roept groote moeielijkheden en quaesties in het leven, en werkt zeer tegen het welbegrepen belang van de gemeente.

Zal mijne zeer ernstige reprimande verbetering brengen in den bestaanden ongelukkigen toestand? Ik hoop het van heeler harte, maar ik vrees met groote vreeze van niet.

Het Raadhuis is gerestaureerd; er kwam een nieuw dak op; de voorgevel werd versterkt, door er een steens muur voor te bouwen; enz. enz. Het kostte f. 9.000,- en het is nog eene oude braak. De burgemeester woont er in met zijne moeder en zijne zuster; het is tot ambtswoning gepromoveerd; zeven kamers.

De oude dokter Govaerts uit Baarle Hertog is belast met de armenpraktijk; zijn zoon, eveneens dokter, heeft zich sinds kort ook in Baarle Hertog gevestigd.

Groote quaestie over de electrificatie: België wil Baarle Hertog bedienen, en dan tevens Baarle Nassau electrificeeren. De PNEM wil Baarle Nassau niet afgeven en wil daar desnoods zelf in het klein distribueeren. Als burgemeester wat meer tact had, dan kon hij waarschijnlijk in het belang van de PNEM-plannen veel doen. Thans deed hij niets dan razen en schelden, en klagen dat men er in Baarle Nassau weer de dupe van zou worden.

In den laatsten tijd komt er wat fruitteelt: frambozen en zwarte bessen; alles gaat naar de veiling te Breda; de veilingskosten en de kosten van vervoer drukken nogal zwaar. Op de Boerenleenbank te Ulicoten is f. 150.000 ingelegd; op die te Ulicoten f. 85.000.

De schoolquaestie te Castelre: - de ouders sturen hunne kinderen naar de school te Minderhout, dan wel houden ze heelemaal tehuis - is eene nieuwe faze ingetreden, doordat de verbalen wegens schoolverzuim sinds enkele maanden door de rechterlijke macht vervolgd worden, en er veroordeelingen vallen. Door de wijziging in het schooltoezicht: Juffrouw Jansen uit Den Bosch komt in de plaats van den Heer Verbeeten, hoopt men medewerking van het schooltoezicht te verkrijgen in deze netelige zaak.

De groote moeielijkheid zit in de tarieven: door de valuta is het Belgische tarief op het moment goedkooper dan het tarief van de PNEM. Gaat de koers van de franc naar boven, dan wordt de PNEM goedkooper. Nu acht men zich verongelijkt, dat men het duurdere Hollandsche tarief zal moeten betalen, terwijl men het goedkoopere Belgische kan krijgen. Maar men vergeet daarbij, dat het straks misschien juist andersom zal zijn.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!