skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

De Commissaris van de Koningin over Berghem

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 10:04 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Berghem te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Berghem

Den 17den Augustus 1896 bezocht ik de gemeente Berghem. Op de grenzen van Oss werd ik ontvangen door eene zeer talrijke eerewacht benevens door eene massa volk. In de kom van het dorp stonden de schoolkinderen; zij zongen een liedje; een jongen hield een speech, een meisje gaf een bouquet. Daar stond tevens de harmonie uit Ravenstein (voor deze gelegenheid extra besteld); deze stelde zich aan het hoofd den stoet en zoo ging het naar het gemeentehuis.

Vóór het Raadhuis stond een drom volk; in het midden daarvan B. en W. De burgemeester hield een speech; ik antwoordde; daarop hield de secretaris Coolen (broeder van den Helvoirtschen notaris) een lange toespraak, waarop ik nogmaals moest antwoorden.

De secretarie is ten huize van den secretaris; de familie Coolen is een van de oudste families uit Berghem; de secretaris woont samen met 2 broers, allen ongehuwd, een van hen was vroeger secretaris v. Herpen. Behalve de eerewacht en de muziek valt van mijn bezoek aan Berghem niets te zeggen; de burgemeester schijnt een goedig man, de secretaris schijnt veel te zeggen te hebben. Uit het houden van een speech om mij welkom te heeten valt dat trouwens af te leiden.

B. en W. klaagden zeer over het slecht onderhouden van de Breedestraat in Deursen, en vooral, dat er geen brug lag over de Groote Wetering; die questie met Deursen is eene questie, welke nu reeds ± 100 jaren bestaat. Deursen wil Berghem weren. Deursen heeft geen gelijk, maar Berghem schreeuwt ook veel harder dan waartoe het reden heeft.

Sinds het Koninklijk besluit, dat de Breedestraat een publieke weg is, heeft Berghem veel gewonnen, recht op een brug over de Groote Wetering heeft het m.i. niet; ik zeide dan ook aan de Heeren, dat blijkens den wegenlegger van Deursen, er in de Breedestraat geen brug over de Groote Wetering lag; wel een vonder, waarvan Deursen het onderhoud heeft. Als Berghem wenschte, dat er een brug over de Groote Wetering gelegd werd, dan moest het zich te dien aanzien met Deursen verstaan; Berghem zou daarin dan ook wel geldelijk moeten bijspringen.

De enkele opmerkingen, waartoe het onderzoek van de administratie van den secretaris en van den ontvanger aanleiding gaf, deelde ik later schriftelijk aan Burgr. en Weths. mede.

Den 23 Mei 1900 bezocht ik andermaal de gemeente Berghem; ik kwam van Oss; reed van Berghem naar Ravenstein om daar te ontbijten, ging toen via Nuland en Overlangel naar Herpen; vervolgens naar Huisseling, en dineerde weer te Ravenstein. Aangezien er zich niemand voor de audientie had aangemeld, had ik ruim den tijd om met B. en W. te praten.

Ik vernam van hen, dat de bevolking van Berghem sterk achteruit ging; vroeger werkten er velen op de margarinefabrieken te Oss; toen Van den Bergh zijne zaak verplaatste naar Feyenoord (bij Rotterdam) nam hij zijn beste werklieden mede. Deze werken meestal nog bij hem; het gaat die menschen goed. Behalve een pr. kuipers werkt thans niemand meer in Oss; bij Jurgens werkt er geen enkele meer. De arbeiders zijn daardoor gedwongen, om in Duitschland hun brood te gaan verdienen; naar schatting waren er thans ongeveer 100 ongehuwden, en 8 huishoudens in Duitschland.

Vele arbeiders gaan nog in Holland maaien; maar ook daar is niet meer zoo veel werk als vroeger, doordat de vlasbouw helaas tot het verleden behoort. Het voornaamste, dat zij nu nog doen, is gras maaien; maar dat duurt gewoonlijk niet langer dan zes weken.

De finantieele toestand van de gemeente was tot 1897 zeer zorgwekkend; dank de wet Van Houten waren ze er nu bovenop; ze profiteerden door die wet ± f. 1.500; ze konden toen den hoofdelijken omslag met f. 800 verminderen, en de opbrengst van de opcenten op het personeel met f. 200; ze konden zich nu goed redden. Ik waarschuwde B. en W. tegen vermindering van belasting, wanneer die vermindering niet blijvend kon zijn.

In Berghem is nog geen roomboterfabriek; volgens B. en W. had de boter te Berghem een buitengewoon goeden naam; gewoonlijk bedong men den hoogsten marktprijs. De boeren verkoopen geen melk; hun bestaan zoeken zij in boter maken en varkens fokken.

Bidprentje dokter Philipsen uit HuisselingBidprentje dokter Philipsen uit Huisseling

Dr. Filips uit Huisseling bedient de betalende zieken in Berghem; de armenpraktijk wordt waargenomen door den ouden Dr. Wakkers uit Oss; de jonge Dr. Wakkers komt niet in Berghem.

Vóór een pr. jaren kocht Berghem 1/3 van den grooten Berghemschen tiend voor ± f. 10.000; evenwel niet met het idee om den tiend op den duur te doen ophouden; die tiend is verder in handen voor 1/3 van Bn Van Verschuur (of van ridder De van der Schueren; dat wist men niet precies); en voor 1/3 in handen van onderscheiden eigenaars; de tiend ligt in drie groote blokken; bij de jaarlijksche verpachting der tiendvruchten wordt vooraf geloot, voor welk 1/3 deel, m.a.w. voor welken eigenaar dat jaar de opbrengst zijn zal, van ieder der drie tiendblokken.

De wethouder Van Erp, vader van 15 kinderen, maakt een aangenamen indruk; hij is lid van het bestuur van het Stoomgemaal van Dieden, en helpt daar trouw mede tegen de partij v.d. Bergh. De Landringdijk, - verlengde van den Groenendijk – moet Berghem beschermen tegen hoog water; zonder militaire wacht zou de Groenendijk zonder questie alle jaren worden doorgestoken.

Questie met Deursen over “de Breedestraat” is vrijwel ten einde, belanghebbenden hebben op hunne kosten een eenvoudige brug over de Wetering gelegd; de Breedestraat is beter bruikbaar dan vroeger. Ook in Deursen is men daarmede thans zeer ingenomen. Vooral op marktdagen te Oss wordt de Breedestraat thans veel gebruikt.

Men is zeer tevreden over den veldwachter; aanvankelijk benoemd op een tractement van f. 275, bracht men, toen ’s mans gezin zich uitbreidde, dat tractement op f. 350, bovendien gaf men hem gratificaties, o.a. in 1899 f. 125. Hij heeft vrij wonen. Ik pleitte, om die gratificaties bij het tractement te voegen, om hem meer onafhankelijk te maken. Men scheen daar niet veel ooren naar te hebben. Hij waakte vooral tegen strooperij en tegen nachtelijke diefstallen van kippen en konijnen.

Ontvanger heeft geen hulpregister voor ontvangsten van hoofdelijken omslag en schoolgeld; ter secrettarie ontbreekt een register van aanvragen en beslissingen volgens de hinderwet; er ontbreekt ook een register voor aangiften van Nederlanderschap bij den burgemeester. Het vergunningsrecht van een pr. vergunningen was eerst op 5 Mei als ontvangen geboekt, in strijd met art. 7 der drankwet.

In 1902 maakte ik bezwaar tegen de herbenoeming van den burgemeester, en stelde die afhankelijk van het in orde komen van de questie van het Raadhuis. Berghem heeft nl. een zeer goed raadhuis; dat wordt echter niet gebruikt. De secretarie wordt gehouden ten huize van den secretaris Coolen; daar vergadert de raad, daar Burgemeester en Wethouders. Ik eischte van den burgemeester, dat aan dien toestand een einde zou worden gemaakt, en alles naar het raadhuis zou worden overgebracht. Deze provoceerde toen een raadsbesluit in dien geest; er moeten nl. kosten gemaakt worden. Daarop droeg ik den burgemeester ter herbenoeming voor; en had deze ook plaats.

Bij de beëdiging op 24 Mei 1902 zeide de burgemeester mij toe, dat op 1 Augustus alles in orde zou zijn, en dat hij mij zulks alsdan zou berichten. De burgemeester deelde mij toen tevens mede, dat men in Berghem niets had tegen het Raadhuis, maar wel tegen de plaats waar het staat. Hij dacht, dat men eindigen zou met het te verkoopen, en een ander op eene meer geschikte plaats te bouwen; middelerwijl zou men het oude raadhuis weer betrekken. Te zijner tijd kan dan de opvolger van den burgemeester een nieuw raadhuis bouwen.

Den 24 Mei 1904 kwam ik weer in Berghem; ik ging dienzelfden dag ook naar Heesch en naar Oijen. Per spoor ging ik ’s avonds van Oss naar Ravenstein waar ik ging logeeren bij Van Hal in den Keurvorst van de Paltz, om daags daarna eenige gemeenten in de buurt van Ravenstein te bezoeken. Burgemeester Rongen was twee dagen te voren begraven. Ik werd ontvangen door den secretaris Coolen met de twee wethouders, Van Erp en Van den Heuvel.

Er is niet zooveel werk meer in Duitschland als weleer. Dientengevolge werken weer ± 50 menschen (van de allerminste soort) in Oss: 10 op de Kuiperij, 25 op de exportslagerij enz. Er zijn op het moment drie boterfabrieken met handkracht in aanbouw; de boeren konden het over de plaatsing van ééne fabriek met stoomkracht niet eens worden; vandaar, dat er nu drie kleine fabriekjes gebouwd worden. Aan iedere fabriek zal de melk van ± 100 koeien verwerkt worden. Men heeft, om zoo’n fabriekje te drijven, twee sterke mannen noodig; ze hebben niet meer dan een halven dag te werken, en verdienen f. 0,90 daags. Zoo’n fabriekje kost ± f. 2.500.

Armenzorg is in Berghem een zware taak. Vincentius collecteert eens ’s jaars langs de huizen en haalt dan ± f. 1.300 op. Er waren in Berghem twee oude gilden met rijke bezittingen; van de inkomsten werd door de gildenbroeders jaarlijks 4 dagen geteerd, en dan waren de inkomsten op. Voor ± 20 jr. is niet zonder strijd eene regeling tot stand gekomen, volgens welke de gilden geen teerdagen meer houden; de inkomsten werden afgestaan aan het algemeen armbestuur. Nu zijn de gilden dood.

B. en W. klagen sterk over het niet onderhouden van de sluis van Maasakker; ’s Lands van Ravenstein en ’s Lands van Megen hebben beide groot belang bij het in goeden staat van onderhoud verkeeren van die sluis. Aan de Heeren gezegd, dat, na alles wat met die zaak bij Gedep. Stat. en bij Prov. Stat. gebeurd was voor een pr. jaren, deze Colleges daaraan niets meer konden doen. Wilden de Heeren de zaak weer aanhangig maken, dan moesten ze van tevoren den weg bereiden langs welken eene regeling zou kunnen gemaakt worden. Was die weg bereid, was voor eene goede regeling eene meerderheid te vinden bij belanghebbenden, dan zouden Gedep. Stat. zeker gaarne bij het tot stand komen dier regeling hunne medewerking verleenen.

Het Raadhuis is nog niet betrokken; het meeste archief is daarheen echter overgebracht. Indien de burgemeester het laatste half jaar niet zoo gesukkeld had, zou de zaak zeker reeds haar beslag hebben gekregen. Aan de Heeren in overweging gegeven, om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te nemen. Heel veel ooren scheen men daarnaar niet te hebben. Gepleit om de gratificatie van den veldwachter bij diens tractement te leggen; men voelde daarvoor blijkbaar niet veel.

Men verlangt zeer naar eene los- en laadplaats aan het station; de Explotiatiemij wil daarin niet treden; wat gewonnen zal worden te Berghem, zal verloren worden te Oss en te Ravenstein!

Den 19 April 1907 kwam ik weer in Berghem; ik bezocht later nog Heesch en keerde ten slotte via Oss naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan twee Heeren Bijvoet, vader en zoon. De vader vertelde mij, dat hij voor 40 jaren zijn vader als notaris was opgevolgd; deze was 42 jaren notaris in Berghem geweest, zoodat zij met hun beiden nu reeds 82 jaren achter elkaar de notarieele praktijk aldaar uitoefenden.

St. Willibrorduskerk, gebouwd in ca. 1500. verbouwd tussen 1900-1903 (foto: JosPé Arnhem, bron: BHIC)St. Willibrorduskerk, gebouwd in ca. 1500. verbouwd tussen 1900-1903 (foto: JosPé Arnhem, bron: BHIC)

De jonge Bijvoet, gehuwd met juffrouw van Glabbeek, heeft te Amsterdam gestudeerd; na zijne promotie werkte hij voor het notariaat, en werd in 1898 candidaat-notaris; hij hoopt natuurlijk mettertijd zijn vader op te volgen. Het Raadhuis is thans weer definitief in gebruik genomen; wel beweerde men nog, dat het niet op de goede plaats – in het centrum der gemeente – staat, maar sinds dat de Roomsche kerk op de oude plaats werd herbouwd, en daar vlak in de buurt de openbare en de bijzondere school met liefdehuis verrezen, begint het daar veel op een kom te gelijken, en zal men de gedachte, om het nog eens wat te verplaatsen op den duur wel laten varen.

Men is eindelijk begonnen met de herziening der gemeentelijke politieverordening. Deursen is eindelijk begonnen met het opmaken van de Breedestraat; men hoopt, dat Deursen die verbetering zal uitstrekken tot aan de brug over de Groote Wetering. Die brug wordt tot heden door burgemeester Van Erp en een viertal andere belanghebbenden onderhouden. De veldwachter krijgt nog altijd eene gratificatie: f. 125, waarvan f. 25 voor het doen van nachtdienst. Men is zeer over hem tevreden; er zal nooit iemand aan denken om hem die gratificatie te ontnemen.

De opbrengst van de Vincentiuscollecte wordt alle jaren minder; in 1906 niet meer dan f. 950. De inkomsten der oude gilden ± f. 200, worden nog steeds aan Vincentius afgestaan. Nog steeds geen stoomroomboterfabriek; slechts drie fabriekjes met handkracht. Nog altijd klachten over de sluis van Maasakker; die sluis vervalt meer en meer; de herstellingskosten zullen zeer groot worden.

Voor het onderhoud der waterleidingen wil men jaarlijks f. 200 besteden; men hoopt in koude jaren tot een zeer voldoende toestand te komen. Er zal aan het station eene los- en laadplaats komen; de daarvoor benoodigde grond werd juist aan het Rijk getransporteerd.

Er zullen ± 125 menschen in Duitschland werken; zeer ten nadeele van de boeren, die zelfs geen boerenknecht meer kunnen krijgen; de jongens willen naar Duitschland. Enkele gezinnen hebben zich in Duitschland gevestigd; voor zooverre de ongehuwden bij die gezinnen in den kost gaan, gaan zij, door het buitenlands werken, moreel niet achteruit.

Zijn zij bij Duitsers in den kost, dan hebben zij slechts den kost, maar verkeeren niet in den familiekring; dan hebben ze eigenlijk geen tehuis, en moeten elders gezelligheid zoeken, wat zeer verkeerd op de menschen werkt. Ten gevolge van de concurrentie met grootere winkels in Oss hebben de winkeliers in Berghem schier hunne geheele clientèle verloren. Tevoren waren er reeds tweemaal te veel winkels; thans levert geen enkele winkel meer een bestaan op.

Den 4den April 1911 kwam ik weer in Berghem; later op den zelfden dag ging ik nog naar Heesch. Onder aan de trap van het Raadhuis werd ik ontvangen door B. en W. met den secretaris Coolen. Deze laatste schikt er zich in, dat het Raadhuis weer betrokken moest worden, al had hij de secretarie ook liever aan zijn eigen woning gehouden!

Als er ooit een nieuw Raadhuis komt, zal men het aan de groote straat bouwen, meer in het midden van de kom van het dorp, dus verder van de Roomsche kerk af. Voorloopig is er niet veel kans, dat die oude strijdvraag weer opgeworpen wordt, omdat het Raadhuis aan de behoefte voldoet, en men geen geld heeft om een ander te bouwen.

Gemeente bezit ± 80 H.A. heidegrond van zóó slechte qualiteit, dat men die niet kan ontginnen; onmiddellijk naast de heide van de gemeente liggen perceelen van het armbestuur; die werden ontgonnen (± 20 H.A.) maar er kwam weinig of niets van terecht; het werd op zijn best brandhout.

Het Plekske, met de lindenboom, 1935 (bron: Berchs-Heem)Het Plekske, met de lindenboom, 1935 (bron: Berchs-Heem)

Het “Plekske” is een pleintje dicht bij de schutskooi, met een mooie lindenboom; men houdt daar koolmarkt; met de kermis staan daar de kramen. Men geeft veel geld uit tot verbetering van wegen en waterleidingen, en betreurt het, jaarlijks niet nog een vierhonderd gulden meer te kunnen besteden. Door het Land van Ravenstein wordt dit jaar groote schade geleden, doordat het binnenwater niet weg kon; omdat de aannemer de Hooigraaf nog niet geheel klaar had, heeft men het water gekeerd en den Groenen Dijk laten waken, en door militairen laten bewaken; men vreesde moeilijkheden met den aannemer, maar dientengevolge wordt door ’s Lands van Ravenstein voor duizenden guldens schade geleden.

Groote klachten over de baldadigheid van de jongens; deze gaan in Duitschland werken en bederven daar heelemaal. Men is zóó bang voor die jongens, dat onlangs, toen ’s avonds om half zeven door een vijftal ergens de ruiten ingeslagen waren, hetgeen door wel 25 menschen gezien moest zijn, de justitie toch geen getuigen heeft kunnen vinden, om tot eene strafvervolging te geraken; de marechaussee had het 5-tal opgepakt, en een zeer uitgebreid onderzoek ingesteld; echter zonder resultaat; na 24 uur heeft men de Heeren weer los moeten laten.

Het gaat den kleinen boeren, die met eigen volk werken, goed; de groote boeren kunnen geen arbeiders krijgen; zij krimpen hunne boerderijen in. Op de Boerenleenbank wordt veel geld gebracht en gehaald. Men is niet aangesloten aan de Centrale Bank te Eindhoven, en beheert zelf het geld; burgemeester Van Erp zorgt voor alles en regelt alles.

De nieuwe los- en laadplaats aan het station is van zeer groot nut en gemak voor de ingezetenen; daarvan wordt veel meer gebruik gemaakt, dan men had kunnen denken.

Den 26 Mei 1916 bezocht ik vanuit Den Bosch per auto de gemeenten Berghem en Heesch. Het oude raadhuis is thans weer in gebruik gesteld. Men is daarmede echter maar matig ingenomen, en spreekt over den bouw van een nieuw Raadhuis, dat dan echter op eene andere plaats, meer in de kom van de gemeente, zal moeten staan.

Het gaat den menschen tegenwoordig bijzonder goed; in Duitschland werken nog drie of vier gezinnen. Los werkvolk gaat daar niet meer heen. De menschen kunnen volop werk krijgen in Oss. Bovendien kunnen ze de benoodigde passen haast niet in orde krijgen; ze moeten daarvoor persoonlijk naar den Duitschen consul te Amsterdam.

Dankzij het flink optreden van den burgemeester komen er thans geen baldadigheden meer voor. Zelfs de marechaussee uit Oss, die vroeger zoo dikwijls gerequireerd moesten worden, komen thans heel niet meer. Er komt een stoomzuivelfabriek van f. 40.000 voor de melk van 400 koeien; men hoopt, dat op den duur de boeren uit Haren ook zullen meedoen. Niet alleen Haren doet mede, maar ook sommigen uit Oss. Sommigen uit Berghem zijn aan de fabriek te Schaijk.

Kapelaan Kitslaar (Beeldcollectie Willem Keeris)Kapelaan Kitslaar (Beeldcollectie Willem Keeris)

Burgemeester klaagt sterk over Kapelaan Kitslaar. Ook naar het oordeel van de beide wethouders is hij een bijzonder lastig mensch. De ± 90 H.A. heide en zand van de gemeente zijn zoo slecht, dat ze niet ontgonnen kunnen worden. Gemeente subsidieerde vroeger het burgerlijk armbestuur; thans niet meer noodig; in 1915 hield het bestuur zelfs f. 400 over. Mijn algemeene indruk is, dat burgemeester Keijzer zich veel moeite geeft, en in Berghem goed op zijn plaats is.

Den 25 Juli 1919 bezocht ik vanuit Den Bosch per auto de gemeenten Nuland, Geffen en Berghem. Burgemeester Keijzer is blijkbaar in Berghem zeer goed op zijn plaats; hij heeft veel moeite met Kapelaan Kitslaar, die tegenwoordig sterk ageert tegen de boeren en uitsluitend de belangen van de arbeiders bevordert. Kitslaar is nu al 13 jaar kapelaan in Berghem; hij wordt over 3 jr. pastoor; B. en W. zullen hartelijk blijde zijn als hij vertrekt!

Het gaat goed in Berghem; de boeren maakten goede zaken; de industrie te Oss trekt wel 100 arbeiders, die f. 20 in de week hebben met een 9-uren dagtaak. Voor den korenbouw gingen nog enkele arbeiders naar Duitschland. De burgemeester heeft het volk getemd; baldadigheden komen er niet meer voor.

De boeren uit Berghem kochten in de laatste jaren de gronden aan, die te koop kwamen. In 1918 werd f. 115.000 op de Boerenleenbank gebracht, en f. 30.000 gevraagd. Er kwam een stoomzuivelfabriek, die ik met B. en W. ging kijken. Kosten f. 60.000. In anderhalf jaar, buiten de gedwongen jaarlijksche aflossing van f. 2.000,- nog f. 14.000 gereserveerd. Landbouwonderwijs wordt gegeven en veel gevraagd; herhalingsonderwijs id id.

De wegen, vooral de zandwegen, zijn in uitstekenden staat, in den afgeloopen winter was er veel werkeloosheid; steuncomité gaf 70% in de kosten van werkverschaffing. Gemeente besteedde toen ± f. 7.000 voor het in orde brengen der landwegen, en betaalde daarvan zeker 30%. Er is groote woningnood; binnenkort komt er eene woningvereeniging voor den bouw van 12 arbeiderswoningen.

Bij de raadsverkiezing werden 3 raadsleden door werklieden vervangen. f. 12.000 hoofdelijke omslag! Openbare school wordt eene bijzondere. Zal verbouwd worden; over de verbouwplannen wordt reeds overlegd met de Broeders te Dongen. Er zal eene beschrijving worden gemaakt van de exploitatie der gemeentelijke bezittingen. Veel waterbezwaar; men verlangt sterk naar de plannen Bongaerts. Aan Spaansche griep stierven 35 menschen. Er zal een nieuw spoorwegstation met losplaats komen; gelukkig! het is hard noodig.

Burgemeester Baudoin tijdens zijn installatie in 1920. Burgemeester tot 1939. Burgemeester Baudoin tijdens zijn installatie in 1920. Burgemeester tot 1939.

Den 10 Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Nistelrode en Berghem. Burgemeester Baudoin herstelde de vrede tusschen het wereldlijk en het kerkelijk gezag. Pastoor en kapelaan kwamen op audientie en prezen hem zeer. Op de secretarie is hij blijkbaar nog niet helemaal ingewerkt; maar hij geeft zich veel moeite. En wat hij doet, is keurig netjes, in tegenstelling met het werk van zijn voorganger Keijzer, die erg slordig werk leverde. De beide wethouders zijn erg met hem ingenomen. Ik geloof dat in hem eene goede keuze gedaan werd.

Ter voorziening in den woningnood werden door eene vereeniging 12 woningen gebouwd; huurprijs f. 4. Volgens de bouwkosten zou de huur eigenlijk f. 8 moeten betalen; in het tekort draagt het Rijk ¾ en gemeente ¼ bij; die 12 woningen kosten dus aan gemeente voortdurend jaarlijks f. 600. Met Rijkspremie werden 3 woningen gebouwd terwijl nog 3 aanvragen om eene Rijkspremie in behandeling zijn.

Er kwamen bij laatste Raadsverkiezing drie nieuwe Raadsleden; vertegenwoordigers van den Werkliedenbond; wethouder Van Griensven viel als zoodanig. Van partijschap in den Raad merkt men gelukkig niets.

Ter voorkoming van drankmisbruik werden krachtens politievoorschrift, bij kermis en derg. de herbergen ’s middags van 12 tot één gesloten om de menschen te dwingen naar huis te gaan en te eten. Daardoor wordt veel dronkenschap voorkomen. Voor eene vereeniging met Herpen voelt men niets; Herpen is te arm; men zou er slechter van worden! Burgemeester zal eene uitvoerige beschrijving aanleggen van de exploitatie van het gemeentelijk bezit.

De klinkerweg in de kom van de gemeente wordt op het oogenblik door de provincie verbreed; kosten ± f. 10.000. De voetpaden laten te wenschen over; men zal beginnen met een wagen of drie sintels te laten komen; deze worden door de boeren gratis opgereden. De algemeene malaise geldt ook voor Berghem: veel werkeloosheid. Om de werkeloozen aan het werk te houden, kocht gemeente 8 H.A. heide en liet daarvan 6 H.A. bewerken; aan loon werd f. 2.200 uitgekeerd; 4,30 H.A. werden bezaaid met haver; 2 H.A. liggen ter bezaaiing gereed. Men hoopt op eene Rijksbijdrage van 20%.

Burgemeester geeft zich persoonlijk veel moeite, om de werkeloozen aan het werk te krijgen; door zijne tusschenkomst werden er 17 geplaatst bij de gedeeltelijke sluiting van de Beerse Maas te Gassel; waarschijnlijk zullen er daar nog 8 geplaatst worden. Gemeente had geruimen tijd 23 man aan het werk; op het moment geen een meer. Er staat 196.000 op de Boerenleenbank; daarvan 136.000 voorschotten gegeven, waarvan vóór 1 Januari 1921 f. 109.000. In 1921 werd ingelegd f. 73.000; terug gevraagd f. 93.000. De Boerenleenbank is thans aangesloten bij Eindhoven.

Van de boeren wonen 95% op hun eigen; 1/3 hunner zal geheel eigenaar zijn van zijne boerderij.

Naar Duitschland gaat niemand meer; in Oss werken er zeker 100; grasmaaien in Holland ook ± 100. Men is bezig een electriciteitsnet te bouwen; ik vrees dat het voor de gemeente geen voordeelig zaakje zal worden.

Den 27 Juni 1928 kwam ik weer in Berghem. Het Raadhuis is er veel te klein en totaal versleten; men liet plannen maken voor een nieuw; kosten 18 tot 20.000. Tusschen de diverse ontwerpen heeft men nog niet gekozen.

Gebrek aan woningen; daardoor de woninghuur zeer duur. Gemeente is begonnen de menschen te helpen; wanneer de gegadigden goed staan aangeschreven, en zelve minstens vijf honderd gulden bezitten dan verschaft gemeente het kapitaal tegen matige rente en eene verplichte jaarlijksche aflossing van f. 100. Gemeente krijgt daarvoor eene eerste hypotheek. De menschen betalen dan jaarlijks evenveel, als waarvoor zij thans eene tweekamerwoning konden huren; maar zij hebben eene goede woning met ¼ tot ¾ H.A. land, en hebben na ± 25 jr. hunne woning geheel in onbezwaard bezit; - in 1928 werden reeds 10 woningen op die manier gebouwd.

Er zitten thans 5 boeren in den raad en 2 arbeiders; sinds Kapelaan Kitslaar pastoor werd te Zeeland, is het overwicht van de arbeiders op de boeren teniet gegaan. Bij groote verkiezingen worden ± 40 socialistische stemmen uitgebracht; in het gewone leven durven de menschen nog niet als socialist optreden.

Het Wit-Gele Kruis zorgt voor de wijkverpleging en voor de verloskundige hulp; het betaalt aan de vroedvrouw f. 2.000. Per gezin wordt aan het Wit-Gele Kruis per jaar f. 5,- betaald, terwijl de gemeente eene subsidie verleent van f. 1.000.

Roomboterfabriek gaat bijzonder goed; is geheel vrij; verwerkt de melk van 1.300 koeien. Boerenleenbank buitengewoon gunstig; ging in 1927 nog met f. 6.000 vooruit; 450 boekjes; zal in 1928 minstens twee millioen omzetten. Er werken wel 400 menschen in Oss, zij verdienen gemiddeld minstens f. 24 in de week. Jaarlijks gaan er ± 40 gras maaien in Holland; dat loont zich met f. 35 tot f. 40 in de week. In 1927 gaf het electriciteitsbedrijf voor het eerst een voordeelig saldo: f. 32,83. Men raamt dat de lager-onderwijswet 1920 jaarlijks f. 6.000 aan gemeente kost. In Berghem geen landbouwonderwijs; acht jongens volgens een cursus in Oss.

Reacties (1)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!