i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Best
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Best

vertelde op 31 maart 2009 om 10:09 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Best te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Best

Bij schrijven van 23 Augustus 1896 A nr. 1ste afd. 1ste bureau moest ik den burgemeester van Best mijn ernstige ontevredenheid betuigen over de wijze waarop door hem de aanmerkingen op het landbouwverslag waren beantwoord.

Den 26 augustus 1899 bezocht ik voor de tweede maal deze gemeente; denzelfden dag bezocht ik ook Oirschot. Ik ging met den trein tot Best; reed vandaar naar Oirschot, en nam later te Best weer den trein naar Den Bosch. Tot voor kort waren de raadsleden over de verschillende gehuchten gelijkmatig verdeeld: 2 woonden in de kom; 1 op de Vleut (wethouder Van den Meulengraaf); 2 aan den steenweg van Boxtel naar Eindhoven (onder wie de burgemeester); 1 te Naasten Best (wethouder v.d. Sande); en 1 te Aarle. Onlangs overleed het lid, dat voor Aarle zitting had; vier boeren uit Aarle wilden in de plaats komen; daardoor werden de stemmen versnipperd en werd de ± 75 jarige gemeente doctor Ophoff, die in de kom woont, gekozen. Deze zond eene verklaring, dat hij de benoeming aannam, maar zond tot nu toe zijne geloofsbrieven niet in; middelerwijl onderhandelt hij met het gemeentebestuur, om armendoctor te kunnen blijven. Het gemeentebestuur wil daarvan niets weten.

De weg van ’s Bosch naar Eindhoven wordt tot Best onderhouden door Den Bosch; van Best tot Eindhoven is het onderhoud bij het Rijk. De gemeente Den Bosch laat zich aan den weg niet veel gelegen liggen; het Rijk onderhoudt zijn gedeelte goed; de kunstbaan wordt, bij vernieuwing, door het Rijk veel smaller gelegd.

Best is eene rijke gemeente; indien in 1878 niet alle canada’s van een bepaald soort, waaruit de aanplant voor een groot deel bestond, waren gestorven, zou Best zeer rijk zijn; na 1878 werd er weer veel opgeplant; rechts en links van den grooten straatweg tusschen Verre Best en Boxtel heeft de gemeente ± 60 H.A., van welke ± 35 H.A. met canada beplant zijn, en 25 H.A. hooiland zijn; men stelt zich voor gemiddeld jaarlijks f. 3.000 of f. 4.000 te kunnen maken uit verkoop van boomen; daar, waar canada’s gehakt werden en opnieuw canada’s geplant, daar groeien de boomen lang zo goed niet meer. Onder de canada’s heeft men in den regel els als onderhout.

Plannen voor den bouw van een nieuw raadhuis waren in bewerking bij een Eindhovensche architect; die bouw is hoognoodig. Men wilde den bouw betalen uit een renteloos voorschot van f. 10.000, indertijd bij den bouw eener nieuwe Roomsche kerk door de gemeente verstrekt, welk voorschot in 1901 moet worden terug betaald.

Voor het schouwen der waterleidingen is de gemeente verdeeld in 2 gedeelten; voor elk gedeelte werd door den Raad uit zijn midden een schouwcommissie benoemd, iedere Commissie werkt zelfstandig, i.c. zonder medewerking van B. en W. Op processen-verbaal, door die Commissie opgemaakt, volgde eene veroordeeling door den kantonrechter te Oirschot. Elk lid van den Raad, dat een dag schouw voert, krijgt deswege f. 2,- daags. Als eene bijzonderheid werd mij medegedeeld, dat in 1882 de Ekkersrijt, een klein beekje, komende uit den Postelschen Weijer, stroomende door verschillende vennen onder Oerle en Zeelst, in 1882 opeens zooveel water afzette, dat daardoor de weg Boxtel-Eindhoven in die mate overstroomde, dat de keien uit den weg werden gespoeld, en dat men dammen moest maken, om verdere ongelukken te voorkomen. Noch vóór, noch na 1882, was ooit iets van dien aard gebeurd; reden voor dien toevloed van water kan men niet geven.

Het gaat den boeren in Best niet goed; de vele huwelijken die gesloten worden, zijn huwelijken onder de arme menschen, die als klompenmakersknecht of als steenovengast hun brood verdienen. Behalve de kleinere steenovens, die in Best zijn, bouwen de Heeren Dobbelaere en De Werdt op dit moment een ringoven, om ’s jaars 7½ miljoen steenen te kunnen maken. De brandweer van Best is een vast corps, dat men 15 cnt per uur betaalt. Het heerlijk jachtrecht van Oirschot en Best behoort voor de helft aan den eigenaar van het kasteel te Oirschot, den Heer Turing van Ferrier. Zie omtrent de zeer interessante bijzonderheden te dezer zaken onder “Oirschot”.

Burgemeester Van den Ven, 1869-1901 (RHCe)Burgemeester Van den Ven, 1869-1901 (bron: RHCe)

De burgemeester van Best is een versleten man van ± 75 jr; de wethouder Van den Meulengraaf is 69 jr; de wethouder van der Sande 64 jr. De verstandhouding tusschen hen en den secretaris Boelaars is niet goed; Boelaars is eene eigenaardige persoonlijkheid, die zich niets laat gezeggen; hij werkt niet meer dan hoogst noodzakelijk is; de secretarie is gedurende 4 dagen in de week des ochtends van 8 tot 10 uur open. Op zijn administratie vielen vele aanmerkingen, hij had zich bovendien niets aangetrokken van de opmerkingen, welke ik het gemeentebestuur van Best maakte na mijn bezoek in 1895 naar aanleiding van de inrichting van de gemeentelijke administratie in 1895. Ik geloof niet, dat er aan hem iets te veranderen valt! De ontvanger is een geschikt goedmoedig man.

De burgemeester zit er zeer goed bij; volgens den wethouder Vvan der Sande zou hij in 1898 van een zwager nog f. 25.000 geërfd hebben; een zoon en eene dochter huizen samen, en hebben in de kom van Best samen een winkel; een zoon moet priester worden; een werkt op de secretarie van Valkenswaard; de andere kinderen zijn nog bij den vader tehuis. Een zoon van den secretaris was sigarenfabrikant te Best; hij voelde zich te groote heer voor het kleine Best en verplaatste daarom zijn zaak naar Eindhoven.

Den 13 Mei 1903 kwam ik weer in Best. Ik liet mij met een rijtuig uit Eindhoven aan het station Best afhalen, bezocht dien dag nog Liempde, en keerde van het station Liempde per trein naar Den Bosch terug. Van B. en W. vernam ik, dat er jaarlijks op 12 huwelijken zeker een tweetal is, dat gesloten moet worden om schandaal te voorkomen, terwijl er gemiddeld één onwettige geboorte per jaar zijn zal. De leden van den Raad wonen nog vrijwel over de heele gemeente verdeeld; burgemeester Dobbelaere is in de plaats van zijn voorganger Van de Ven tot raadslid benoemd.

Station Best met stoomtrein, 1900 (bron: RHCe)Station Best met stoomtrein, 1900 (bron: RHCe)

De boeren in Best wonen meestal op hun eigen; uitwonende eigenaren zijn er bijna heelemaal niet; als ze trouwen, hebben ze meestal een zekeren leeftijd, om en om de dertig; ze blijven wel met broers en zusters bij elkaar wonen. Sinds Mei 1902 heeft Best weer een eigen doctor, nl. den arts W. de Steenhuyzen; een jongenman, ongehuwd, die met een nichtje woont. Hij heeft f. 1.200 en vrij wonen; gemeente huurt nl. voor hem een huis, en betaalt daarvoor f. 150.

Er is weinig schoolverzuim; na een drietal veroordeelingen krachtens de leerplichtwet hield het schoolverzuim op. Er wordt herhalingsonderwijs gegeven aan jongens én aan meisjes. De meisjes krijgen geen onderwijs in de nuttige handwerken; deze quaestie - waarover ook met G.S. gecorrespondeerd is - uitvoerig besproken; het bleek mij toen, dat er misverstand heerschte bij B. en W. Deze waren nu van plan, om als er eene onderwijzersvacature op de school ontstond, deze aan te vullen door eene onderwijzeres te benoemen, die de akte nuttige handwerken had.

B. en W. konden niet aangeven, welke bijzondere drukte er van 15 April tot 1 Mei op het veld was, om als motief te dienen om als termijn, bedoeld in art. 15 1ste lid der leerplichtwet ook die dagen aan te wijzen. Na bespreking waren ze met mij van oordeel, dat het zoowel in het belang der ouders als van het onderwijs was, om als zes weken aan te wijzen de termijn van half September tot Allerheiligen; dan kan die aansluiten aan de groote vacantie, en hebben de ouders hunne kinderen van half Augustus tot 1 November tehuis.

Best behoorde vroeger onder Oirschot en werd eerst in 1821 eene zelfstandige gemeente; het heeft daardoor geen eigen archief. Het nieuwe archief ziet er nogal treurig uit; men gaat echter dit jaar een nieuw raadhuis bouwen, en hoopt dat met 1 November gereed te hebben; dan heeft men eene ongezochte gelegenheid, om het archief eens netjes in orde te maken. Op de plannen, welke men mij toonde, maakte ik nogal aanmerkingen; zoo was er bijv. geen kamer voor den burgemeester.

Dorpstraat, met rechts het Odulphushuis en rechtsachter het klooster Huize Nazareth, 1920 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Dorpstraat, met rechts het Odulphushuis en rechtsachter het klooster Huize Nazareth, 1920 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

Kort bij het Raadhuis was een net gebouwtje verrezen; met groote letters staat daar “St. Odulphus huis”. Op mijn vraag, wat dat was, vernam ik, dat St. Odulphus in Best werd geboren ter plaatse, waar nu de doctor woont; hij was pastoor in Oirschot en stierf te Utrecht als monnik in een klooster. Hij zou in de 16de eeuw geleefd hebben. Ter herinnering aan hem bouwde het Kerkbestuur dat gebouwtje; het dient als catechismuskamer, als vergaderzaal voor de Paulus vereeniging, voor den Boerenbond, voor het ziekenfonds enz.

Best hakt jaarlijks zooveel hout, als noodig is om de gemeentehuishouding gaande te houden. Ik waarschuwde B. en W. het kapitaal der gemeente toch niet op te teren, en om er toch op bedacht te zijn, om alle jaren wat over te leggen, om ook iets te hebben om te leven, als er geen boomen te hakken zullen zijn. Ik raadde, dat de gemeente alle waterleidingen zou vegen, maar vond voor dat denkbeeld geen geopend oor. Ook pleitte ik tegen de gratificatie aan den veldwachter; de burgemeester hielp mij, maar de wethouders (en naar zij zeiden ook de gemeenteraad) wilden daarin geen verandering brengen.

De keuring van uit nood geslacht vee geschiedt ten koste van de gemeente.

Pensionaat Nazareth, 1950 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Pensionaat Nazareth, 1950 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

Men kon mij geen verklaring geven van het feit, dat er - volgens het gemeenteverslag over 1901 - 203 meisjes bij de zusters op school gaan, tegen slechts 140 jongens bij den meester. In Best zijn er heel wat klompenmakers; gedwongen winkelnering is er gelukkig onbekend. Heel Best is Roomsch; er is slechts een Protestantsch huishouden, nl. dat van den stationschef.

Ik verleende audientie aan den Pastoor met diens kapelaan; de eerste, Pistorius, is juist in Best geplaatst, komende van Berkel, waar hij, nadat daar in 1901 bij hem was ingebroken, daar liever niet meer was, naar het schijnt, omdat hij, na die inbraak, en deswege, op minder aangenamen voet leefde met den burgemeester. Het hoofd der school, Van der Vleuten, kwam vragen, of er niets aan te doen was, dat hij voor het geven van Fransche les extra beloond werd. Met het oog op de bekende Koninklijke beslissing in een analoog geval te Almkerk kon ik hem weinig hoop geven.

Den 21 Maart 1907 kwam ik weer in Best; vanaf het station Oisterwijk reed ik eerst naar Moergestel, daarna naar Oirschot, en eindelijk naar Best, waar ik den trein naar Den Bosch nam. Ik verleende audientie aan de Klompenmakers Coppens en v.d. Hurk, bestuurderen van eene vereeniging, die zich ten doel stelt zieke leden te ondersteunen; zij hadden eene schrale kas en vroeger voorspraak om steun te krijgen van de gemeente. Schoenmakers, een landbouwer, vroeg eene konijnenpermissie, Van Vleuten, hoofd der school, kwam bedanken voor de hulp, hem verleend, om vergoeding te verkrijgen van de gemeente voor het onderwijs in de Fransche taal.

Er wordt in Best nogal veel gebouwd; er zijn voldoende woningen te krijgen; de bouwverordening wordt streng gehandhaafd.

De schapen doen veel kwaad in de gemeente; men zou ze gaarne allen opgeruimd zien; om die reden eischt gemeente voor ieder schaap dat in de heide komt, f. 1 en voor de lammeren f. 0,50. Desniettegenstaande zijn er nog vijf schaapsboeren; men meende, dat het bedrijf zeer loonend was.

Druk geredeneerd over den aanleg van het Wilhelminakanaal, waarvoor thans opmetingen gedaan werden; men meende, dat, als er niet voldoende bruggen kwamen, dat kanaal een groot bezwaar zou zijn voor zeer vele landbouwers, die aan eene zijde van het kanaal woonden en aan de andere zijde hun land, vooral hunne heidevelden hadden. Vooral de wethouder Roche liet deze bezwaren luidt klinken. Ik heb den Heeren in overweging gegeven, zich in deze tijdig met de betrokken waterstaatsautoriteiten te verstaan.

Steenfabriek "De Leeuwerik", 1897 (bron: RHCe)Steenfabriek "De Leeuwerik", 1897 (bron: RHCe)

De voornaamste industrie van Best is eene steenfabriek; deze was vroeger het eigendom van De Wert en burgemeester Dobbelaere. Later werd De Wert alleen eigenaar. Hij maakt er eene naamlooze vennootschap van, en bleef zelf directeur van de fabriek; kapitaal f. 100.000; groote aandeelhouders zijn De Wert, diens moeder, de weduwe De Wert, Dony en Fried van Lanschot. De zaken gaan slecht; men kan geen voldoende prijzen voor het product bedingen, omdat er te veel steenfabrieken zijn gekomen; de steenfabrikanten trachten thans een syndicaat, indien mogelijk een trust te vormen om tot verbetering van de prijzen te komen.

Het hoofd der school Van Vleuten is met eene zuster van De Wert getrouwd; omdat zijne schoonmoeder nog al wat aandeelen in die fabriek heeft, is hij zeer bezorgd over den loop der zaken. Van hem vernam ik de bovenstaande bijzonderheden.

Den 26 April 1911 bezocht ik Best, Oirschot en Moergestel. Ik ging er vanuit Den Bosch heen en keerde later via Tilburg naar huis terug. Bevolking gaat vooruit; er wordt nog al gebouwd; woninghuur f. 1.- daarbij behooren dan 6 aren grond; de menschen houden een varken en een pr geiten.

Boterfabriek "De Beste Boter", van Van de Werdt, 1873 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Boterfabriek "De Beste Boter", van Van de Werdt, 1873 (bron: RHCe)

Eenige wrijving in Best; er zijn twee coöperatieve roomboterfabriekjes, een te Aarle, waaraan verbonden 100 koeien en een te Steenweg met 60 koeien; de boeren, hieraan verbonden, voeren strijd tegen de stoomzuivelfabriek van De Wert, waar de melk van misschien wel 600 koeien verwerkt wordt.

B. en W. verzocht een staat van exploitatie van gemeentelijke bezittingen aan te leggen, correspondeerende met een extract uit het kadastrale plan. Nu de heide zoo duur is, is men wel geneigd een gedeelte te verkoopen; men heeft zulke groote uitgestrektheden. Voor Staatsboschbeheer gevoelt men niets. Men heeft geen last van het water; de waterleidingen hebben voldoende capaciteit. Men hoopt op een fietspad langs den steenweg naar Boxtel; het zal f. 4.000 kosten; jammer dat Liempde zijn aandeel niet wil dragen; Den Bosch, Boxtel, Best en de algemeene Nederlandsche Wielrijdersbond moeten nu ieder f. 500 bijdragen, hetgeen men voor Best nogal veel vindt. De toestand van den keiweg Best-Boxtel is redelijk; die van Best-Eindhoven is vrij goed.

De loonen van de arbeiders zijn niet hoog; een klompenmaker kan daags geen gulden verdienen; het gemiddelde loon van de steenovenarbeiders zal ± f. 1 zijn; sigarenmakers halen f. 1,50. Het aantal schaapsboeren neemt af; er zijn nog 3 kudden. Groote steenfabriek werkt niet erg druk; 3 millioen steenen per jaar; steenen zijn van vrij goede qualiteit en gaan vrij geregeld weg.

Dorpsplein met gemeentehuis, 1920 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Dorpsplein met gemeentehuis, 1920 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

Van ruzie tusschen burgemeester en secretaris merkte ik niets meer. Het raadhuis was juist afgeverfd en zag er goed uit; het archief is netjes opgeborgen in goede muurkasten. Wethouder Roche is groot voorstander van gratificatie veldwachter; anders heeft men niets over hem te zeggen; zal op mijn verzoek, zijne oppositie tegen tractement van f. 450 in plaats van f. 400 + f. 50 gratificatie laten varen.

Finantiën van Best gaan achteruit; men heeft ruim veel gehakt en kan dat op den duur niet blijven doen; vandaar, dat men een hoofdelijken omslag heeft moeten invoeren. Eerst over 25 jaren kan men weer volop hakken. Gemeentedoctor Steenhuyzen heeft f. 1.500 tractement; woont in eene woning van wethouder Roche; men is over hem zeer tevreden; hij schrijft geen hooge rekeningen; naar hij mij zelf mededeelde, berekent hij aan een werkmansgezin, hoe dikwijls hij daar ook assisteerde, nooit meer dan het gemiddelde van één week.

Den 27 Mei 1916 bezocht ik per auto van uit Den Bosch de gemeenten Best en Oirschot. Best blijft nogal vooruitgaan. Daar zijn op het moment 5 nieuwe woningen in aanbouw. Het Klooster (Zuster Choorstraat) verbouwt 1½ ton tot stichting van eene huishoudschool en een gasthuis voor oude mannen; het is eene uitbreiding van de reeds bestaande gebouwen, nl. klooster, school, pensionaat en gasthuis voor vrouwen.

Men voelt niets voor eene gemeentelijke ontginning van de 900 H.A. communaal bezit. Zoolang het tegenwoordige College van B. en W. aanblijft, zal daarvan niets komen. De burgemeester was quasi begonnen met eene beschrijving van wat de gemeente tot nu toe deed; zoogenaamd door de mobilisatiedrukte was hij met zijne beschrijving niet gereed gekomen. Ik heb er verder maar het zwijgen toe gedaan; het helpt toch niets. De exploitatie van 19 H.A. bandhout was nu al een pr jaren weinig loonend, omdat het hout naar België moet, en België niet trok. Bruto brengt bandhout jaarlijks ± f. 180 per H.A. op; men kan mij niet zeggen, hoeveel de netto-opbrengst was. De Heeren wisten er blijkbaar niet veel van.

Klompenmakerij, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Klompenmakerij, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

De klompenmakers verdienen buitengewoon veel geld; men komt handen te kort; 35 geïnterneerde Belgen zijn thans in Best te werk gesteld, zij zijn voor een deel klompenmaker, voor een ander deel sigarenmaker. De twee handkrachtfabriekjes voor zuivelbereiding hebben opgehouden te bestaan; voor zooverre de melk niet naar de stoomzuivelfabriek van De Wert gaat, wordt die gebracht naar de groote stoomzuivelfabriek te Oirschot, alwaar de melk van 1.500 koeien (300 uit Best) verwerkt wordt.

Wethouder Roche beweerde, dat de boeren slechte zaken maakten; ik weersprak hem, door er hem op te wijzen, dat mij eene gemeente bekend was, Udenhout, alwaar in 1915 door de boeren ± een ton op de Boerenleenbank was geplaatst; dat geld moest toch over verdiend zijn!

Den 12 Augustus 1920 kwam ik weer in Best. Burgemeester Dobbelaere is met verlof; ik ben dus aangewezen op de nieuwe wethouders Van den Spijker en Van Abeelen. De laatste Raadsverkiezing bracht twee nieuwe Raadsleden; één is arbeider.

Arbeiderswoning, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Arbeiderswoning, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

Best is bezig 26 arbeiderswoningen te bouwen voor f. 147.710 + f. 6.000 (voor den grond). Dan komen er nóg een tiental te kort. Blijvende kosten voor de gemeente f. 1.300,-. Schilder Heynen woonde te Best; kocht daar en in den omtrek van particulieren vele verspreide perceelen heide, waaronder één van ± 50 H.A. Na zijn dood werd die heide publiek verkocht, en aangekocht door zijn zoon, ambtenaar bij Philips te Eindhoven. Die zoon is in den volksmond een bolsjewiek; hij noemt zich zelven een echte socialist. Hij is begonnen die heide te ontginnen (± 5 H.A.); hij bouwde twee woningen; daarin wonen allen samen, die in de ontginning werken: mannen, vrouwen en meisjes. Er worden reuzenloonen betaald: f. 45 tot f. 60, de getrouwden verdienen het meeste. Allen zijn vegetariër. Er wordt het mogelijke gedaan, om met de buren in contact te komen; als er een zieke is, dan worden versterkende middelen gezonden; met St. Nicolaas wordt een groot kinderfeest aangericht. Het schijnt eene secte, die over veel geld beschikt: dezer dagen boden ze voor eene boerderij van 60 H.A. onder Diessen f. 45.000. Door invloed van burgemeester en pastoor werd dat bod niet aangenomen, en de plaats verkocht aan den Heer Vvan Nes, vlasbewerker te Middelbeers. Men wilde blijkbaar de uitbreiding van die secte tot Diessen tegengaan.

Het ontginnen van heide door leden van de Socialistische Werkgemeenschap "De Ploeg", 1920 (bron: RHCe)Het ontginnen van heide door leden van de Socialistische Werkgemeenschap "De Ploeg", 1920 (bron: RHCe)

Quaestie woning burgemeester Dobbelaere: de burgemeester verkocht voor 2 jr zijne woning aan het schoolbestuur voor f. 15.000 onder voorwaarde, dat hij tot 1 October 1920 voor f. 300 mocht blijven wonen, en daarna tot zoo lang, als het schoolbestuur de woning niet noodig heeft, eveneens voor f. 300,-. Schoolbestuur maakte in 1918 f. 3.300 kosten, om de halve woning (in de andere helft bleef de burgemeester voor f. 300 wonen) in te richten voor bijzondere school, en in 1920 f. 3.800 om diezelfde helft in te richten voor woning van schoolhoofd v.d. Vleuten (gepens. schoolhoofd van de opgeheven openbare school). Schoolbestuur nam van gemeente openbare school over, en wil ook de daarbij behoorende woning van het hoofd der school overnemen.

Villa Mon Repos (burgemeesterswoning en school), 1915 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Villa Mon Repos (burgemeesterswoning en school), 1915 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

Burgemeester, die bevreesd is dat schoolbestuur hem te eeniger tijd uit zijne woning zal zetten, wil, dat gemeente de woning van het schoolhoofd aan het schoolbestuur zal verhuren onder voorwaarde, dat schoolbestuur eene woning zal beschikbaar stellen voor een ambtenaar (lees den burgemeester) van Best! De gemeenteraad wil de woning van schoolhoofd aan schoolbestuur verkoopen, tegen welk besluit de burgemeester in verzet is gegaan.

Best bezit 898 H.A. grond, waarvan 800 H.A. heide, 4 dennenbosch, 22 brandhout, 20 weiland, 1 bouwland, en de rest grootendeels opgaande boomen (canada’s). Het gaat den boeren heel goed. Alle melk gaat naar de fabriek te Oirschot; De Wert is uitsluitend handelaar in boter; hij maakt geen boter meer, en ontvangt dus heel geen melk meer. Door schoolhoofd te Oisterwijk wordt landbouwonderwijs gegeven.

Burgemeester Dobbelaere, 1901-1929 (bron: RHCe)Burgemeester Dobbelaere, 1901-1929 (bron: RHCe)

De klompenindustrie heeft een tijd van groote malaise doorgemaakt; vele klompenmakers zijn gaan werken bij Philips te Eindhoven, of aan het Wilhelminakanaal. De gemeente heeft aan een dertigtal werk moeten verschaffen; thans nog aan negen. Een en ander kostte tot nu toe aan gemeente ± f. 6.000. De cursus voor klompenmakers wordt nog steeds gegeven; er zal zelfs een schoolgebouw worden gesticht van f. 90.000; in de exploitatiekosten van de school zal de gemeente het volgende jaar f. 4.950,- moeten bijdragen!

Den 9den. Juli 1924 kwam ik weer in Best en werd daar ontvangen door de wethouders Vvan de Spijker en Van de Ven. Burgemeester Dobbelaere was met verlof afwezig. Hij had dat verlof gevraagd, eensdeels, omdat hij in den Raad (vergadering op Zaterdag 5 Juli) niet wilde behandelen eene tegen hem ingediende motie, omdat hij met kermis in de herbergen laat dansen, en anderdeels, omdat hij waarschijnlijk vreesde, dat ik hem daarover zou hard vallen. De oorzaak van de misère is als volgt: de gemeentedokter had tijdens hare ziekte de dienstbode van den burgemeester behandeld; de deswege ingediende rekening vond de burgemeester te hoog; betaling werd geweigerd, betaling werd toen gerechtelijk gevraagd; door Bossche Rechtbank werd de doktersrekening verminderd. Sindsdien eene hevige ruzie tusschen de beide Heeren.

Sigarenmakers in de sigarenfabriek "De Hoop" van wed. H. van Gemert, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)Sigarenmakers in de sigarenfabriek "De Hoop" van wed. H. van Gemert, 1918 (bron: HKK Dye van Best, RHCe)

In de kerk zaten burgemeester en dokter in dezelfde bank; burgemeester plaats 1 en 2, dokter plaats 3 en 4. Als dokter in de bank kwam, schikte de burgemeester niet achteruit om hem voorbij te laten. Het einde was, dat bij de bankenverpachting burgemeester en dokter tegen elkaar opboden, en dat de dokter de bank (de eerste bank in de kerk, waarin de burgemeester op de eerste plaats zat) pachtte. Toen eischte de burgemeester van den pastoor, dat deze aan hem de bank terug gaf; aangezien de bankenverpachting een volkomen normaal verloop had gehad, kon de pastoor dat niet doen. Om nu den pastoor onaangenaam te zijn, gaf de burgemeester sindsdien (in 1922 en 1923) met kermis vergunning om in de herbergen te laten dansen; om te voorkomen dat die vergunning ook in 1924 weer zal verleend worden, werd door de twee wethouders en een raadslid die motie ingediend, welke op 5 Juli bij afwezigheid van den burgemeester werd behandeld, en met 9 tegen 2 stemmen werd aangenomen. In den Raad zitten drie arbeiders; het gaat goed.

Aan de steenfabriek “de Leeuwerik” kunnen ’s jaars niet meer dan 2 à 3 millioen steenen gemaakt worden. De sigarenfabriek (N.V.) gaat buitengewoon goed; heeft in den laatsten tijd het personeel met 25% vermeerderd. De elektriciteit gaat niet best; stroom te duur 65 cnt. Zandwegen heel slecht; sintels te duur, f. 25 de wagon; boeren willen niet gratis rijden en werken.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: