i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Chaam
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Chaam

vertelde op 31 maart 2009 om 11:20 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Chaam te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Chaam

Den 8 Juni 1896 bezocht ik deze Gemeente. De burgemeester Bastiaansen, een eenvoudige boer, houdt de gemeente netjes recht; toen hij in 1882 burgemeester werd, vond hij alles in de grootste wanorde, en de gemeente door heftige partijschappen verdeeld. De dochter van den vorigen burgemeester was gehuwd met den gemeenteveldwachter; deze laatste was feitelijk de burgemeester. Nu is de rust weer in de gemoederen teruggekeerd, en gaat alles weer zijn gewonen gang.

Ik waarschuwde, dat de subsidie voor de bewaarschool vooral niet hooger dan f. 300,- moest worden, wilde men geen last krijgen met G.S. Slechts eens om de twee jaar werd gelegenheid gegeven tot vaccinatie. De boekhouding van den ontvanger liet nog al te wenschen over; het werk ter secretarie was slecht.

Notaris Van Hal te Chaam leent zijn ministerie voor zaakwaarnemers, met name voor den secretaris-zaakwaarnemer van Princenhage.

Ik bracht een kort bezoek aan de pas gerestaureerde protestantsche kerk, alwaar ik een zeldzaam mooie koperen doopvont bewonderde. Kerk en doopvont zijn afkomstig van de Katholieken; deze hebben in der tijd de kerk kunnen terugkrijgen; zij hadden geen geld om die te restaureeren en weigerden die daarom. De kerk is nu gerestaureerd; om het bezit van de toren werd door de gemeente eene procedure gevoerd tegen de Protestantsche gemeente; de gemeente Chaam won haar proces. De toren is zeer bouwvallig; men hoopt, dat Rijk en Provincie gelden voor eene restauratie zullen beschikbaar stellen; de rijksbouwkundige Peeters nam daartoe den toren reeds op. Chaam kan de restauratie niet betalen.

Chaam, Bergkorenmolen van de familie Coppens (Collectie Provincie Noord-Brabant/ BHIC)Chaam, Bergkorenmolen van de familie Coppens, 1981 (bron: Provincie Noord-Brabant/ BHIC)

Den 26 Mei 1899 kwam ik weer te Chaam. Van den burgemeester vernam ik, dat het gemeentebestuur tegenwoordig veel last had van Notaris Van Hal. In 1897 had hij absoluut lid van den gemeenteraad willen worden; hij kreeg toen 44 stemmen; de aftredende leden, Bastiaansen (de burgemeester) en De Roy kregen toen 184 en 143 stemmen. Met de periodieke aftreding in 1899 wilde Van Hal  het weer proberen; hij was daarvoor nu reeds aan het werk; vooral scheen hij den wethouder Coppens, tevens molenaar, tot zijn tegenpartij te hebben gekozen. Hij wist op het oogenblik niet, wat hij voor gemeens en verkeerds van molenaars in het algemeen, en van Coppens in het bijzonder zou vertellen. Van Hal was in den laatsten tijd meerdere malen bekeurd wegens overtreding van het politieuur in de herberg, vandaar vermoedelijk zijn optreden tegen het gemeentebestuur.

Op mijne audientie verschenen de Pastoor (Geerts, geboortig uit Ulicoten en goed met toestanden aldaar bekend), en de dominee met een ouderling. Na de audientie ging ik met den burgemeester in diens karretje, gereden door een zoon van den burgemeester, door vuile, natte zandwegen langs Snijders Chaam de sloot zien, door Chaam en Gilze van Schermbeek opgegraven tegen den zin van den eigenaar van het landgoed, den Bn. Van der Borch. De sloot is naar mijne meening niet waard, dat er zooveel drukte over gemaakt wordt; de schade aan den grond van v.d. B. acht ik zeer onbeduidend; de langsliggende weg is veel verbeterd. Nu wordt aan de sloot niets meer gedaan, totdat er eene uitspraak van den rechter zijn zal; middelerwijl verzandt de sloot en storten de oevers in. Als de provincie het proces wint, dan zullen de kanten bezood moeten worden.

Water wordt op den oogenblik bijna niet meer afgevoerd naar het beekje “de Woert”, op de kaart genaamd “de Broeksche beek”, waarop volgens den ligger het water moet gelost worden. Toen de sloot pas gegraven was, en goed water loste, ondervonden de beemden langs de Broeksche beek geen hinder van het meerdere water, dat daar ter plaatse langs vloeide; van overstrooming van het land, van onder het zand schieten van de weide, was geen quaestie volgens den burgemeester van Chaam; de ondervinding had geleerd, dat de vrees voor dat alles geheel ongegrond was.

Nu het water niet meer langs de sloot van v. Schermbeek kan afvloeien, volgt het weer den ouden loop door het Valkenburg; met veel kracht zag ik het water stroomen, dat nu door Valkenburg een pr. honderd Meter verder op de Broeksche beek wordt gebracht, dan waar het, langs de waterleiding van Schermbeek, op die beek werd gebracht. Bij het graven van die sloot heeft men het boord aan de zijde van Valkenburg geheel laten zitten; m.i. zeer ten onrechte; het in- en uitgezakte boord had men ook aan die zijde moeten afsteken; men heeft alles genomen aan den wegkant, blijkbaar om v.d. Borch te ontzien. Een steek grond heeft men boven op zijn boord geworpen, en de rest op den weg geslecht. Het is wel bedroevend, dat een groote Mijnheer zich zoo klein doet kennen, bij een werk, dat in het algemeen belang (heideontginning en waterontlasting van de bewoners van Snijders Chaam) wordt ondernomen.

Ik reed door Snijders Chaam en Broek terug naar Dassemus; daar vond ik mijn rijtuig, dat mij naar Breda bracht.

De secretaris, dien ik in Juni 1896 te Chaam vond, een oud en versleten man, was overleden. Zijn opvolger had veel gedaan om de administratie te verbeteren; er waren nog wel enkele kleine opmerkingen te maken, maar over het geheel had de administratie, in vergelijking met vroeger, een zeer verbeterd aanzien.

Den 30 Mei 1903 kwam ik weer in Chaam; ik reed er heen vanuit Breda; bezocht denzelfden dag nog Baarle Nassau; en nam van daar later den trein naar Den Bosch. De gemoederen zijn zeer verdeeld over de richting van den internationalen weg Chaam-Meerle, welke weg voor de helft door de Provincie, en voor de wederhelft door het Rijk zal worden betaald. B. en W. zijn sterk geporteerd voor de eene richting; notaris Van Hal en een aantal anderen, die allen op mijne audientie verschenen, staan eene geheel andere richting voor, waarbij de weg door de kom van het dorp zal loopen. Hoewel ik meen, dat v. Hal c.s. gelijk hebben, durf ik toch niet in hun geest adviseeren, want hunne richting is een kleine Kilometer langer dan die van den Gemeenteraad, en ik weet niet, wie de meerdere kosten van dien éénen Kilometer zal moeten betalen.

Een timmerman v. Beyderveldt kwam bij mij klagen, dat men hem geen gelegenheid gaf om wat te verdienen, als de gemeente werk had. Volgens B. en W. miste deze klacht alle redelijken grond.

Bezittingen heeft Chaam zoo goed als niet; slechts 38 H.A. heidegrond, de allerslechtste grond van de heele gemeente. Men klaagt zeer over den slechten toestand van den provincialen weg van Chaam naar Ulvenhout; die weg moet des winters soms heelemaal onbruikbaar zijn.

Gemeentedoctor is de Heer Govaerts uit Baarle Hertog; zijne belooning is zeer gering. Er wordt alleen herhalingsonderwijs gegeven aan enkele jongens. Chaam is nagenoeg geheel Roomsch; 60 Protestanten op 1.350 zielen!

De meisjes gaan naar het liefdehuis, en krijgen daar onderwijs, evenwel geen herhalingsonderwijs. Den 23 Maart 1908 kwam ik weer in de gemeente. Ik had tevoren Baarle Nassau bezocht; later nam ik in Breda den trein naar Den Bosch. Ik verleende audientie aan Pastoor Geerts met diens kapelaan, den Heer Nooren; daarna aan den Heer Weydeveld, gepensioneerd verificateur Invoerrechten en Accijnsen, in 1906 candidaat naar de vacante burgemeestersplaats te Chaam. De Heeren kwamen eenvoudig hunne opwachting maken. Door een verkeerd overgeseind telegram hadden B. en W. mij vanaf 10 uur ’s ochtends zitten wachten, terwijl ik eerst om twee uur aankwam.

Gemeentehuis Chaam, 1917 (bron: RAT)Gemeentehuis Chaam, 1917 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Omtrent den gemeentetoren vernam ik, dat de Rijksbouwmeester Mulder in het afgeloopen jaar een onderzoek had ingesteld; in den aanstaanden zomer moest een gedeelte van den toren, vooral heelemaal boven bij de spits, nieuw ingevoegd worden; dat zouden geen al te groote kosten zijn, en dan behoefde er vooreerst niet veel meer aan gedaan te worden.

Omtrent den weg Chaam-Meerle deelde men mij mede, dat op Belgische territoir de benodigde grond aangekocht en betaald was; dat men daar begonnen was met den afbraak van twee huizen en van het gemeentehuis; dat de datum, waarop de weg zou worden aanbesteed, nog niet bekend was; een en ander was op 20 Maart 1907 door den burgemeester van Meerle aan den burgemeester van Chaam geschreven.

B. en W. deelden nog mede, dat Chaam alle benoodigde gronden onder die gemeente had aangekocht; de gemeente Ginneken was nog niet zoo ver, want daar was nog geen stuk grond gekocht, maar men meende, dat Ginneken toch met de eigenaren van de benodigde gronden was overeengekomen, voor welk bedrag zij die gronden kon overnemen.

Men is zeer ingenomen met de nieuwe bepalingen van het reglement op de waterleidingen, waarbij het onderhoud daarvan ten laste van de gemeente is gebracht. Men is zeer dankbaar voor de rijksbijdrage ad. f. 11.000 in den bouw der nieuwe school met onderwiizerswoning; met B. en W. de nieuwe school (drie klassen) gaan kijken; het ziet er alles zeer goed uit. De secretarie, archief, materieel enz. van den burgemeester-secretaris zag er bepaald zeer ordelijk en netjes uit.

Den 7 April 1911 bezocht ik Chaam, Baarle Nassau en Alphen. Ik kwam per trein naar Baarle Nassau, en keerde ’s avonds van Alphen per trein naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan ds. Bloem (die reeds 13 jr. in Chaam is) en aan pastoor Geerts met zijn kapelaan; de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen.

De Heeren waren zeer en peine, omdat voor den weg Chaam, Gilze, Bavel f. 24.000 te kort komt; Chaam moet f. 5.000 geven; Gilze f. 12.000 en Ginneken f. 7.000; men hoopt, dat de betrokken gemeenteraden die sommen zullen bewilligen.

Men heeft een zoo goed als nieuwe brandspuit gekocht bij Gebrs. Kronenburg te Culemborg, voor f. 600; zuig- en perspomp; men is met dien aankoop zeer ingenomen.

De weg Chaam-Ulvenhout, waarover men vroeger zóó geklaagd had, was in de winter 10-11 in vrij goeden staat, doordat er veel meer op gewerkt was dan gewoonlijk; geregeld waren er een pr. hulparbeiders mede aan het werk. B. en W. er op gewezen, dat er thans een reglement is, volgens hetwelk men fietspaden kan aanleggen met finantieele hulp van de provincie.

Dr. Govaerts uit Baarle Hertog en Dr. Gommers uit Meerle voorzien in de geneeskundige hulp. Er komt ook weer eene vroedvrouw; men hoopt, dat Rijk en Provincie eene hoogere bijdrage zullen verleenen in haar salaris, en dat men haar dan wat langer zal houden dan hare voorgangster.

De internationale weg Chaam-Meerle houdt zich op Chaam’s gebied bijzonder goed; onder Ginneken moeten er zich nog al belangrijke afschuivingen van de aarden baan voordoen.

Er schijnt eene bijzondere soort van pneumanie in Chaam voor te komen, waaraan de slachtoffers in enkele dagen succombeeren, terwijl hun verstand direct heel weg is, en zij wild en woest worden. De gemeenteontvanger, Koks, een jonge man van 31 jaren, was daaraan juist gestorven.

Dorpsgezicht met NH kerk, 1915 (RAT)Chaam, Dorpsgezicht met Nederlands Hervormde kerk, 1915 (bron: Regionaal Archief Tilburg)

Den 23 Juni 1916 bezocht ik de gemeente Chaam, Baarle Nassau en Alphen. Per spoor naar Breda, en later per spoor van Tilburg naar Den Bosch; verder per auto. B. en W. deelden mede, dat zij bijzondere zorg besteedden aan het onderhoud der waterleidingen; naar hunne meening waren die nu bepaald goed in orde.

Aan den mooien gemeentetoren werd wel van binnen wat gerestaureerd; maar van buiten gebeurde weinig of niets. De kosten van besteigering zijn zoo hoog. Toch zal men ook aan de uitwendige restauratie moeten denken, zal de toren op den duur behouden blijven.

De toestand van de kunstwegen is goed; de aannemer was juist begonnen den weg Chaam-Gilze-Bavel voor zooveel noodig te herstellen; het tijdstip voor de finale oplevering van den weg - in verband met het eenjarig onderhoud - is weldra aangebroken. Schier de heele gemeente door zijn er fietspaden aangelegd.

Nu ten gevolge van den oorlog Dr. Gommers uit Meerle niet kan practiseeren, wordt door de doctoren Govaerts uit Baarle Hertog en ? uit Gilze in de geneeskundige hulp voorzien. Twee vroedvrouwen, van wie er één aangesteld is door de gemeente, verschaffen verloskundige hulp.

De stoomzuivelfabriek, waar de melk van 700 koeien verwerkt wordt, bestaat reeds vele jaren. De fabriek werkt bijzonder goed; de oprichtingskosten zijn bijna geheel afgeschreven.

De burgemeester schijnt mij een uitstekend ambtenaar; zijne verhouding tot de beide wethouders was zeer goed; op de administratie ter secretarie waren geene aanmerkingen te maken.

Den 23 Augustus 1920 kwam ik weer in Chaam. Er heerschen hier bijzonder goede verhoudingen; in 1919 werden de aftredende raadsleden bij enkele candidaatstelling herkozen. De verhouding tusschen den burgemeester en zijn wethouders is heel goed; de burgemeester is in Chaam zeer gezien. Ook de administratie ter secretarie was goed in orde; de Heer Robbers had ééne aanmerking; bij nader onderzoek bleek die ongegrond!

Chaam wil eene zelfstandige gemeente blijven; wel zijn de lasten hoog: 4,25 % hoofdelijke omslag; toch hoopt men het op den duur te kunnen rooien. Men is thans bezig den weg Chaam-Meerle weer in orde te maken; de kosten loopen nog al hoog. De waterleidingen zijn voldoende voor de behoefte; overstroomingen hebben nooit plaats.

Er zijn nog steeds twee vroedvrouwen in Chaam, twee vriendinnen, die eerst in Baarle Nassau waren en later naar Chaam verhuisden, omdat daar een hooger salaris (f. 1.200) gegeven wordt. Ze willen samen blijven. Een harer is Katholiek geworden, de andere is nog Protestant.

Er zijn geen armen in Chaam.

Overal in de gemeente zijn fietspaden aangelegd; ze zijn lang niet allen in goeden staat. De boterfabriek gaat bijzonder goed; de stichtingskosten zijn zoo goed als gedelgd. Het aantal koeien neemt niet meer toe. De groote boeren gaat het goed; de kleine hebben moeite om er te komen.

Een goederentram van de ZNSM bij De Wissel in Zundert die geladen wordt met frambozen, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)Een goederentram van de ZNSM bij De Wissel in Zundert die geladen wordt met frambozen, 1910 (bron: Stadsarchief Breda)

Eene groote bron van inkomsten is de frambozenteelt; de frambozen golden dit jaar f. 1,40 de K.G.; heel wat menschen hebben perceelen van 15 tot 30 aren met frambozen aangelegd; grootere complexen zijn er niet.

Van ds. Bloem vernam ik, dat de Heeren Driesse tijdens den oorlog zeer vermogend zijn geworden; de oudste - Belgisch ingenieur - is gehuwd en woont Baronielaan, Breda. De jongste is rechterlijk ambtenaar in Belgie; hij is nog ongehuwd; deze zal zich op de Hondsdonk komen vestigen. De tijdsomstandigheden maken het voor hen - Vlamingen - zeer onaangenaam om in België te wonen.

Den 16 Augustus 1924 kwam ik weer in Chaam. Ik vond daar nog denzelfden geschikten burgemeester met zijn twee oude brave wethouders. De geheele Raad bestaat uit landbouwers. Ze wonen goed over de heele gemeente verdeeld.

Ter voorziening in de volkshuisvesting deed de gemeente niets. Met Rijkspremie kwamen 15 woningen tot stand. Thans wordt door particulier initiatief voldoende in de behoefte voorzien.

Een zoon van den burgemeester zit als ambtenaart op de secretarie; hij werd dit jaar gediplomeerd.

Voor de elektriciteit is men bezig een plaatselijk distributienet te bouwen van 4 K.M.; aangenomen voor f. 13.500 120 aansluitingen, waarvan voorloopig acht voor kracht; tarief 60 cnt voor licht en 25 cnt voor kracht.

Chaam ressorteert onder het Waterschap van de Boven Mark; de waterleidingen worden goed geveegd; over de gestie van het Waterschapsbestuur is men zeer tevreden. Den warenkeuringsdienst acht men over het algemeen zeer nuttig. Van den vleeschkeuringsdienst gelooft men wel, dat die nuttig werkt; maar de keuring is zoo streng! Veel uit nood geslacht vee wordt afgekeurd, waarvan de boeren meenen, dat het nog heel goed voor de consumptie zijn zou! Omdat de menschen veelal niet in een veefonds zijn, is dat voor hen eene groote schade.

De brandspuit is goed in orde; bij brand is er gewoonlijk voldoende water. Burgerwacht en vrijwillige landstorm bestaan nog, maar de animo is er uit.

De meeste kleine kinderen gaan naar de bewaarschool; de bewaarschool wordt niet meer gesubsidieerd door de gemeente. Geen groote armoede. Het Roomsche armbestuur heeft weinig fondsen; de diaconie van de Nederduitsch Hervormden zit er goed bij.

In de latere jaren is men zich wat meer op den tuinbouw gaan toeleggen; vooral frambozen, zwarte bessen en aardbeien; alles gaat naar de veiling te Breda. De veeestapel gaat sterk vooruit; tegen den aankoop van stamboekstieren op de Zwolsche markt tegen prijzen van f. 1.200 ziet men niet op. De bijenteelt kwam tot verval; de meesten hebben nog maar een pr korven. De menschen vonden het aanschaffen van bijenkasten te kostbaar.

De autobusdienst Baarle Nassau-Chaam-Breda wordt door gemeente niet gesubsidieerd.

 

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: