i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Cromvoirt
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Cromvoirt

vertelde op 20 oktober 2003 om 14:22 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Cromvoirt te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Cromvoirt

Den 17den. Augustus 1898 bezocht ik deze Gemeente; ik reed van ’s Bosch over Vught en Helvoirt naar Cromvoirt, en vandaar weer terug naar ’s Bosch. Tot aan de kom van de gemeente Cromvoirt werd mij uitgeleide gedaan door de eerewacht uit Helvoirt; om geene moeilijkheden met Cromvoirt te krijgen, zorgde ik, dat die eerewacht haar plan, om mij tot het gemeentehuis van Cromvoirt te brengen, niet uitvoerde.

Voor het raadhuis vond ik de jongens en meisjes van de openbare school geplaatst, die mij onder leiding van het hoofd Buijs een paar liedjes toezongen. Op mijne audientie verschenen het hoofd der school met diens hulponderwijzer, en daarna een zekere Versantvoort, een bierhuishouder, die gaarne vergunning zou hebben. Die vergunnings-quaestie is eene oude zaak, welke reeds bij Gedeputeerde Staten is afgewezen en waarop wel niet zal kunnen worden teruggekomen.

Met de twee wethouders ging ik later de openbare school in oogenschouw nemen; tevens deelde men mij mede, dat de localiteit te klein was, en dat men zich voorstelde, daarin te voorzien door het gemeentehuis te amoveeren. Er is bereids grond gekocht om een nieuw gemeentehuis te bouwen, men raamt de kosten van een en ander op ± f. 10.000.

Het raadhuis was keurig versierd met groen en bloemen; de burgemeester had op twee karren alle geschikte bloemen en planten van den bloemist Affourtit uit Vught naar Cromvoirt gehaald. Het dochtertje van den schoolmeester bood mij een bouquet aan.

De verhouding tusschen B. en W., hoewel beter dan ik verwacht had, liet toch m.i. veel te wenschen over. De wethouder Van der Meulen schijnt mij een lastig man. Ik hoorde van B. en W. dat zij niet veel werk maakten van het doen zuiveren en diepen van de Broekleij, omdat dan hun eigen polders, vooral de Ham en Rijskampen, onder water liepen. Het hemd is nader dan de rok. Als het kanaal ’s Bosch-Drongelen klaar is, zal alle waterbezwaar hebben opgehouden te bestaan.

Den 25 April 1903 kwam ik weer in de gemeente; ik kwam per rijtuig van Waalwijk, doordat ik des voormiddags in Drongelen geweest was; onderweg, aan het veer te Drongelen, had ik een ongeluk met mijn rijtuig gehad, ten gevolge waarvan ik te voet naar Waalwijk moest in een plasregen; bij Verwiel werd ik wat gedroogd.

Het raadhuis te CromvoirtHet raadhuis te Cromvoirt

Het plan voor den bouw van een nieuw raadhuis werd uitgevoerd; ik werd door B. en W. op hun nieuw raadhuis ontvangen. Met dien bouw is men niet gelukkig geweest; toen de fundamenten goed en wel gelegd waren stierf de architect; men heeft toen onder leiding van den dagelijkschen opzichter den bouw laten voltrekken; achteraf bleek, dat deze niet berekend was voor zijne taak; de plafonds zitten vol barsten; er is een erge lek op zolder, waar het water onder de muurplaat doorstroomt, terwijl kalk en cement week zijn in plaats van hard, zoodat alles met stukken en brokken van de muur valt. Het is wel jammer, want er is veel geld voor uitgegeven, en het plan van het raadhuis is heel aardig.

Volgens B. en W. gaat Cromvoirt niet vooruit; de boeren trouwen niet: ze kunnen geen arbeiders, geen meiden en knechten krijgen; dat is allemaal veel te duur. Voor een goeden knecht moet men f. 160, voor eene dito meid f. 100 geven. De arbeiders gaan in de stad werken, of aan het spoor, ofwel, ze gaan naar den steenoven te Udenhout. Doordat het den boeren niet zoo goed gaat, en zij niet durven trouwen komt er nog al eens eene boerderij open; het is in Cromvoirt volgens B. en W. gemakkelijker en voordeeliger om eene goede boerderij te huren (want die zijn dikwijls voor heel weinig geld te krijgen) dan om eene bouwplaats te koopen en dan zelf eene boerderij te bouwen.

Tot nu toe was er steeds gezanik bij de gemeenteraadsverkiezingen; het gelukte mij, B. en W. aan het praten te krijgen, en van hen te vernemen, wat de oorzaak is van alle kleinere en grootere onaangenaamheden in de gemeente. Voor ±18 jaren kwam er in Cromvoirt een nieuwe pastoor, Mijnh. Lammerts en deze bracht natuurlijk eene dienstbode mede. Deze dienstbode nu is de grootste kletskous, en tevens de kwaadste tong uit de gemeente.

Aanvankelijk was de verhouding tusschen den burgemeester en den pastoor zeer goed; maar, toen hij twee jaren in de gemeente was, meende de pastoor, opgezet door kletspraatjes van de meid, aan de zoogenaamde familieregeering in Cromvoirt een einde te moeten maken. Bij eene gemeenteraadsverkiezing deed de pastoor persoonlijk erg zijn best, om een neef van den burgemeester te doen vallen; hij liep alle arbeiders en geringe menschen af en kreeg er velen op zijn hand. Daarover vielen op den dag van de verkiezing in het stembureau harde woorden tusschen den burgemeester en den pastoor, zóó zelfs, dat de eerste tot den laatsten zeide, dat hij loog.

Sindsdien waren er twee partijen in Cromvoirt, de burgemeester en de pastoor hadden ieder hun eigen aanhang; alles wat de burgemeester deed, werd be..t en opzettelijk verkeerd uitgelegd; vandaar dat ook de wethouder Van der Meulen in veel dingen zoo tegen den burgemeester was. Dat heeft zoo geduurd tot het najaar van 1902; de burgemeester wordt zwaar ziek, hevige bloedspuwingen enz.; de pastoor overwint zich zelven, en gaat den zieken burgemeester een pr. malen bezoeken; sinds is de vrede getekend, en vertrouwen B. en W., dat de moeielijkheden in de gemeente nu aan een eind zijn. De verhouding tusschen den burgemeester en den wethouder Van der Meulen was nu blijkbaar heel goed.

In Deuteren wonen een kleine honderd menschen; één raadslid, J. v.d. Heuvel. Cromvoirt heeft veel eigen grond; de inwoners zijn daar goed mee: voor betrekkelijk weinig geld krijgen de boeren redelijk goed weiland voor hun vee: in Deuteren mag ieder huishouden zes beesten inscharen, in Cromvoirt zelf vijf; de scharen, die men zelf niet gebruikt, mag men niet aan een ander overdoen. Het weidegeld is f. 7 per beest. Het weideseizoen is van half Mei tot 1 November. Bij Deuteren heeft de gemeente 43 H.A. liggen.

Op de grens van Helvoirt en Cromvoirt wordt de Leij van gemeentewege geveegd; ook de binnenwaterleidingen worden grootendeels door de gemeente geveegd. Men weet niet, of de verplichting daartoe op de gemeente rust, maar men doet het maar, omdat men het altijd zoo gewend is geweest.

Er schijnt nog al schoolverzuim te zijn; de schoolcommissies hebben nog al werk, er vallen nog al eenige processen-verbaal; het herhalingsonderwijs wordt trouw gegeven aan enkele leerlingen, die trouw kwamen. Vooral doordat voor zoo weinig geld vee kan gehouden worden is er betrekkelijk geen armoede in Cromvoirt.

Voor het ophoogen van het terrein bij Den Bosch kocht Van Haaren - grootendeels door intermediair van den burgemeester van Cromvoirt - ± 60 H.A.; daarvan is nu ± 50 H.A. water en nog ± 10 H.A. heide. Volgens den burgemeester zouden Van Haaren en Van Seters aan het ophoogen van het stationsemplacement niets verdiend hebben; aan het terrein voor Den Bosch – voor welk werk ze ruim 2½ ton betaald kregen – zouden ze een ton hebben overgehouden.

Den 18 Augustus 1908 kwam ik weer in de gemeente, na te voren een bezoek te hebben gebracht aan Helvoirt en aan Haaren. Voor mijne audientie had zich de weduwe M. van Hal aangemeld. Zij kwam mijne tusschenkomst verzoeken om van de gemeente een stukje grond te mogen koopen; ik deed later een goed woord voor haar bij B. en W.

Burgemeester de Ruyter (ca. 1913), 1878-1916Burgemeester de Ruyter (ca. 1913), 1878-1916

Burgemeester De Ruyter is van zijne zware ziekte (bloedspuwen) geheel hersteld; hij zegt nooit zoo gezond te zijn geweest als thans, niettegenstaande hij 66 jr. oud is. Hij is blijkbaar weer goede vrienden met den wethouder Van der Meulen; de partijschappen in de gemeente hebben opgehouden; men leeft nu weer eendrachtig; bij de laatste raadsverkiezing werden de aftredende raadsleden bij candidaatstelling herkozen.

De gemeente heeft nogal bezittingen; weide, hooiland, heide en dennenbosch. Ik heb den ernstigen raad gegeven om eenen gedetailleerden staat van die bezittingen aan te leggen, en daarin alles te boek te stellen, wat op de exploitatie en de ontginning betrekking heeft. De burgemeester voelde daarvoor wel niet heel veel, maar zal het vermoedelijk toch wel doen.

Het goed ingerichte nieuwe raadhuis blijft voortdurend bewijzen leveren van slechten bouw. De muurplaten en de kap zijn thans geheel opnieuw in orde gebracht (met zeer groote kosten) en zijn thans zoo goed als nieuw. Zoodra men een f. 1.200 beschikbaar had, zou men stuk voor stuk de gebreken verder trachten te herstellen. Volgens den burgemeester schuilt de fout daarin, dat er aan het raadhuis een vijftig mud kalk te weinig gebruikt zijn, en dat daardoor de specie in het muurwerk niet houdt; de muren, de plafonds, alles is geel uitgetrokken van de vocht; in de schoorsteen op zolder liggen de steenen heelemaal los.

Men verlangt sterk naar het tot stand komen van het kanaal ’s Hertogenbosch-Drongelen, wanneer dan bovendien door eene inlaatsluis te Engelen Maaswater wordt ingelaten, zal de waarde van het gemeentelijk bezit sterk vermeerderen.

Den 20 April 1910 kwam ik weer in Cromvoirt; tevoren was ik in Helvoirt geweest; later ging ik nog naar Nieuwkuijk. De plassen van v. Haaren zijn voor f. 3.150 verkocht aan den burgemeester van Vught: 50 H.A. water + 10 H.A. heide en boschgronden. Men weet niet, wat Van Lanschot daarmede wil gaan doen. De kleinste van de twee plassen heeft een gelijken bodem en kan bevischt worden; de grootste plas, gemiddeld 3 Meter diep, kan niet bevischt worden, omdat de bodem niet gelijk gemaakt is, toen er de grond uitgegraven was.

Het kanaal Bosch-Drongelen ter hoogte van CromvoirtHet kanaal Bosch-Drongelen ter hoogte van Cromvoirt

Nu kanaal Bosch-Drongelen gereed is, moeten de Broekleij en de Zandleij in orde gebracht worden; daar zijn verschillende plannen: zooveel hoofden zooveel zinnen. Binnenkort zal er eene vergadering zijn van de belanghebbende gemeentebesturen Berkel, Udenhout, Haaren, Helvoirt, Vught en Cromvoirt. Het eigenaardige hierbij is wel, dat de kostbaarste werken onder Cromvoirt zullen moeten gemaakt worden, terwijl Cromvoirt zelf er weinig of geen belang bij heeft, dat belooft dus allerlei moeilijkheden, omdat de andere gemeenten ongaarne zullen betalen wat in Cromvoirt gemaakt wordt, terwijl Cromvoirt daarvoor ook geen geld over zal hebben. Het eind zal wel zijn, dat de provincie met een groot subsidie zal moeten bijspringen.

Men is zeer dankbaar voor den Maasmond; men werd er zeer veel beter van. De Ham en Rijskampen komen in veel betere conditie dan vroeger, vooral ook, doordat via de inlaatsluis te Engelen, Maaswater in den polder kan gebracht worden; bovendien inundeerde vroeger 2/3 van de bebouwde kom minstens eens in de 4 jaren, en had men de andere jaren veel last van kwelwater; door een en ander verarmde de streek zeer. Aan al die ellende is, nu het kanaal naar Drongelen er is, voorgoed een einde gekomen.

Burgemeester maakte een pr. staten omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; ze waren nog niet volledig, maar het is toch in ieder geval een goed begin. Vijf groote boerderijen behooren aan uitwonende eigenaren: drie aan Malingré, één aan Prinsen, schoolhoofd te Haarsteeg, en één aan v.d. Steen te ’s Bosch. Per H.A. ± f. 35 pacht; huis rekent niet mede; zoo’n huis kost f. 5.000 à f. 6.000. Daardoor zijn die boerderijen een onvoordeelig bezit; men maakt geen 2% van zijn geld.

Tijdens mij bezoek kreeg wethouder Van der Meulen het aan den stok met den burgemeester; naar het mij voorkwam, had v.d. Meulen ongelijk, omdat hij terugkwam op eene door hem bestreden beslissing van den Raad. Ik kreeg den indruk, dat Van der Meulen een lastig heer is.

Den 15 Juni 1915 kwam ik weer in Cromvoirt; later op den dag bezocht ik nog de gemeente Haaren. Wethouder Van der Meulen is overleden; hij werd vervangen door Slegers. Beide zijn erg lastig, zoodat met den dood van v.d. Meulen de rust in de gemeente niet is weergekeerd. Burgemeester De Ruyter gaat ook niet vrij uit; ook hij is lastig en vasthoudend; hij heeft zijn vrienden, maar vooral zijn vijanden, die, onder aanvoering van den jongen De Ruyter, een neef van den burgemeester, tegen dezen eene onverzoenlijke campagne voeren, alles wat hij doet of laat, verkeerd uitleggen, en het mogelijke doen, om hem het leven lastig en onaangenaam te maken.

Ik vrees, dat de burgemeester op den duur zal moeten wijken; wellicht is eene oplossing te vinden in Februari 1916, als wanneer de burgemeester als zoodanig aftreedt; hij is ± 74, en zou om die reden eervol ontslag kunnen vragen.

Op mijne audientie verschenen drie boeren – van wie een Raadslid – die allen mijne tusschenkomst inriepen om voor hunne in dienst zijnde zoons, eene militie- of landweervergoeding te verkrijgen. Toen ik daarover later met B. en W. sprak, kreeg ik den indruk, dat de burgemeester ook hier weer te vasthoudend was, en dat aan die menschen in billijkheid eene vergoeding toe kwam. Eene dergelijke behandeling van zaken moet de menschen wel prikkelen tot verzet tegen den burgemeester.

Het kanaal Bosch-Drongelen bracht aan gemeente weinig voordeel; is het water laag, dan ontwateren de Noordelijk en Zuidelijk gelegen gronden te spoedig, en krijgen last van droogte; is het water in het Kanaal hoog, dan hebben diezelfde gronden spoedig last van kwelwater. Ook de inlaatsluis te Engelen bracht geen voordeel; de groote keersluis in de Dieze wordt nooit opzettelijk gesloten; slechts als het water op de Dieze zoo hoog staat, dat de Dieze niet meer in de Maas kan lossen, sluiten de deuren van de sluis automatisch. Het gevolg daarvan is, dat die keersluis bijna altijd open staat. Opent men nu de inlaatsluis te Engelen, dan krijgt men dus geen vet Maaswater in den polder, maar zwart heidewater uit de Dieze.

Naar B. en W. meenden, wil de Rijks Waterstraat de keersluis niet sluiten, omdat de dijken van het kanaal ’s Bosch-Drongelen van slechte specie zijn gemaakt, en daardoor erg zwak zijn; de vrees zou bestaan, dat als al het Diezewater er door moest, de dijken zouden weg spoelen!

Onderwijzer Paijmans, schoonzoon van oud-burgemeester De RuyterOnderwijzer Paijmans

Den 31 Juli 1919 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten Heeswijk, Berlicum en Cromvoirt. Daar is nog wel strijd en partijschap in de gemeente, maar het is toch niet meer zoo erg als in de laatste dagen van burgemeester De Ruyter. Diens dochter is de oorzaak geweest van alle moeielijkheden. De oude De Ruyter had zijn neef, den tegenwoordige secretaris, als ambtenaar op de secretarie genomen met de bedoeling, dat deze later zijn opvolger zou worden als burgemeester-secretaris van Cromvoirt; toen geraakte de dochter van den burgemeester verloofd met den onderwijzer; die dochter deed toen haar best om haar aanstaande de plaats te doen innemen, voor haar neef, den jongen De Ruyter, bestemd. De oude burgemeester, haar vader, had de zwakheid, haar in haar streven te steunen; van toen af dateeren alle moeielijkheden. Men had niet zoozeer bezwaar tegen den ouden De Ruyter zelve; maar men voerde tegen hem strijd, omdat men niet wilde, dat de jonge De Ruyter opzij geschoven werd.

Ik voorzie dat als Van Rijswijk, de tegenwoordige burgemeester, bedankt – hetgeen wellicht spoedig kan gebeuren - dat dan de jonge De Ruyter groote kans heeft, burgemeester van Cromvoirt te worden. Burgemeester Van Rijswijk scheen mij niet bijzonder op de hoogte van vele secretariezaken.

Pastoor van Lieshout, 1917-1941Pastoor van Lieshout, 1917-1941

Den 14 Juni 1923 kwam ik weer in Cromvoirt. De gemeente wordt door partijschappen verscheurd. Voor een jr. of zes kwam er een nieuwe pastoor. Aanvankelijk ging alles goed, en merkte men weinig van de partijschappen; naar het scheen, zou de vrede langzamerhand in de gemeente terug keeren. Dit duurde, totdat de pastoor wat veel aan huis kwam bij Paymans, en zich door diens echtgenoote te veel liet beïnvloeden. Van toen af was het gedaan met de rust en de vrede in de gemeente. De pastoor schaarde zich geheel aan die zijde, terwijl hij met alle middelen medewerkte, om die partij de overwinning te bezorgen. Bij de pas afgeloopen Raadsverkiezing behaalde de partij Paymans 107 stemmen, de andere partij 160.

Paymans werd bekeurd, wegens omkooping van kiezers. Bij de verkiezing stond Paymans den geheelen dag in de Raadszaal, de Pastoor vóór het gemeentehuis, in de vestibule, of in de Raadszaal. Paymans is directeur van de Boerenleenbank; de menschen die voorschotten hadden gekregen dwong hij om op zijne partij te stemmen, onder bedreiging, dat zij anders hunne voorschotten zouden moeten terug geven.

Burgemeester Van Rijswijk en wethouder v.d. Meulen – de tweede wethouder was niet aanwezig – waren sterk onder den indruk van al dat gebeuren; zij meenden, dat het maar het beste was, dat Cromvoirt met eene andere gemeente werd vereenigd; dan kwam aan al die misère een einde. Deuteren moet in geen geval bij Cromvoirt blijven; het heeft daarmede geen belangen gemeen. De menschen uit Deuteren hooren bij Den Bosch of bij Vlijmen.

Burgemeester van Rijswijk, 1916-1932Burgemeester van Rijswijk, 1916-1932

Cromvoirt heeft geen belastingen; uit vaste goederen trekt het thans jaarlijks ongeveer f. 10.000. De pachttermijn van die goederen loopt over 4 jr. af; dan gaat er zeker 40% van de pachtsom af; de menschen hebben dat land nu al veel te duur. Maar dan zal Cromvoirt eene plaatselijke inkomstenbelasting moeten heffen, terwijl er in Cromvoirt heel geen draagkracht is. Het ware wel te wenschen, dat, vóórdat we vier jaren verder zijn, Cromvoirt met eene andere gemeente vereenigd was.

Men is geen tegenstander van het waterschap van de Ley; wanneer de keersluis in de Ley 450 M hooger (meer Noordwaarts) kon worden gelegd, en een gedeelte van den binnenpolder van Cromvoirt nog bij het waterschap kon worden gevoegd, zou men zelfs een groot voorstander van het waterschap zijn.

Volgens den burgemeester wenscht men in alle betrokken gemeenten naar de verbetering van de Leyen, zooals het Waterschap die beoogt. De oppositie spruit voort uit den wensch van sommige groote grondeigenaren, om de lasten niet te leggen op de gronden (waterschapslasten). Wanneer de gemeenten de kosten moesten betalen in plaats van de gronden, dan zouden zij het best vinden en geen oppositie voeren: puur eigen belang dus!

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: