i

De Commissaris van de Koningin over Dinteloord en Prinsenland

vertelde op 31 maart 2009 om 11:50 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij.Dit had hij in al die jaren over Dinteloord en Prinsenland te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Dinteloord en Prinsenland

Den 16den Mei 1896 bezocht ik de gemeente Dinteloord. Per trein tot Roosendaal, alwaar ik een rijtuig vond, kwam ik om 10.30 te Dinteloord aan. De harmonie kwam mij tegemoet, bleef, tijdens mijne aanwezigheid te Dinteloord, stukken voor het Raadhuis uitvoeren, en bracht mij later weer weg tot buiten de kom der gemeente.

Met het Dagelijksch bestuur besprak ik den toestand der arbeidende klasse; vervolgens gaf ik audientie aan pastoor en dominee en hoofd der school, waarna ik mij weder omtrent verschillende zaken, de gemeente betreffende, door Burg. en Weth. liet voorlichten, tot het oogenblik, dat het uur van vertrekken geslagen was.

De gemeente maakt een aangenamen indruk: een breede vaart in het midden, de Dorpskreek, zijnde een watergang van den Ouden Prinslandschen polder, waarlangs een rij boomen door de gemeente in 1860 van ’s Rijksdomein aangekocht, dan een zeer breede straat aan weerszijden en vervolgens de huizen.

De burgemeester had mij per telegram een ontbijt aangeboden, waarvoor ik echter bedankt had. De administratie van den secretaris was nogal ordelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van die van den ontvanger, al hield deze er ook eene eigenaardige wijze van boekhouden op na, tengevolge waarvan fouten moeielijk ontdekt konden worden. Op een en ander werd den ontvanger gewezen.

Den 30 Augustus 1900 kwam ik weer in Dinteloord. Van B. en W. vernam ik, dat de gronden meestal in eigendom toebehoren aan uitwonende eigenaren. Het Kroondomein heeft daar o.a. 14 hoeven; bij ieder hoef ligt ruim 50 H.A. grond. Rentmeester van het kroondomein is de Heer Groeneveld te Roosendaal. In 1875 werd door de boeren ± f. 75,- per H.A. betaald; die pacht liep af tot 1895 toen ± f. 55 per H.A. besteed werd. Sinds loopt de pacht weer op, en wordt thans f. 60 en f. 61,- besteed.

Volgens B. en W. moet de oorzaak daarvan niet gezocht worden in het feit, dat het den boeren thans beter gaat dan vroeger, maar veeleer daarin, dat de boerenzoons gaarne willen trouwen, en dan eene plaats, die openkomt, tegen elkaar opdrijven. Zij rekenen er dan op, dat, wanneer zij later de pacht niet mochten kunnen betalen, hun van de ontbrekende pachtsom kwijtschelding zal worden verleend.

De gronden te Dinteloord moeten volgens B. en W. van goede kwaliteit zijn; 35.000 K.G. beetwortels per H.A. is eene normale opbrengst. Er worden veel beetwortels verbouwd; in 1900 wordt door fabrikanten f. 9,50 per 1.000 K.G. besteed; er wordt f. 70,- per H.A. voorschot gegeven. De boeren moeten de beetwortels wieden, opdoen en aan het schip leveren.

De zedelijkheid der bevolking laat volgens B. en W. veel te wenschen over; het is volgens hen eene zeldzaamheid, wanneer er een huwelijk voltrokken wordt, dat geen “moeten” is. Er werden in 1899 zesentwintig huwelijken gesloten; het zou dikwijls zeer veel moeite kosten, om den man te bewegen het meisje, dat zich aan hem had gegeven, te trouwen.

Dinteloord, Oostvoorstraat - Dinteloord (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035480)Kinderen in de Oostvoorstraat (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

In alle standen is het eene zeldzaamheid, wanneer de moeder haar kind kan voeden; volgens de doctoren wordt dit veroorzaakt, doordat de individuen in levenskracht achteruit gaan. De kinderen worden dan met de flesch groot gebracht; de sterfte is alsdan buitengewoon groot. De wethouder Breure verwekte 18 kinderen, van welke er nog slechts 3 over zijn; de wethouder Vogelaar kreeg 10 kinderen, van welke er hem slechts 1 overbleef; alle deze kinderen stierven aan zoogenaamd “kopergroen”; geen enkel werd een jaar oud; de meesten stierven na 4 of 5 dagen; een enkele haalde de drie maanden.

Er zijn te Dinteloord twee doctoren gevestigd; van jaar tot jaar hebben zij om beurten de armenpraktijk. Zij zijn goede vrienden. De oudste van de twee vervaardigt Haarlemmerolie en pillen, en verdient daarmede meer dan met zijn praktijk.

Op voorstel van den tegenwoordigen wethouder Breure (die op eene hoeve van het kroondomein woont, en te verstaan gaf dat de rentmeester hem het vel over de ooren haalde) werd voor ± 20 jaar te Dinteloord een paardenmakt opgericht; die markt bloeit zeer; in 1899 kwamen er 600 paarden op de markt.

Doordat er niemand op mijne audientie verscheen, had ik tijd, om met B. en W. naar het Dintelsas te gaan en dat in oogenschouw te nemen. Het Dintelsas werd in 1828 gebouwd, en beantwoordt in het geheel niet meer aan de behoeften van den tegenwoordigen tijd. Doordat de schepen steeds grooter worden, zou er volgens den sasmeester over 10 jaar geen enkel schip meer kunnen geschut worden. Men kan thans schepen schutten van 90 voet = 28 Meter; de grootere schepen moeten doorvaren in de tien minuten, wanneer het water buiten en binnen even hoog staat.

Men verlangt in Dinteloord zeer naar eene tramverbinding met Willemstad, en vandaar via Numansdorp met Rotterdam; aan eene verbinding met Steenbergen en de Noordbrabantsche steden hechtte men minder. Men betreurde het zeer, dat G.S. de plannen van de Rotterdamsche tramwegmaatschappij (plan Gerichard) niet hadden gesteund.

Den 26 April 1904 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed er in anderhalf uur vanuit Roosendaal heen, en bezocht dienzelfden dag later nog de gemeenten Willemstad en Fijnaart. Oude Prinslandschen polder werd in 1605 ingedijkt; de Annapolder in 1755. De Mariapolder behoort heelemaal aan domein; de Koningsoordpolder grootendeels; de Annapolder voor de helft.

Dinteloord, Hervormde kerk (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035488)De Nederlands Hervormde Kerk (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

De kerk te Dinteloord werd in 1693 gebouwd, en grootendeels betaald door Willem III den Koning van Engeland; het Engelsche devies staat er nog voor: Honney soit qui mal y pense. Oorpronkelijk (na de indijking) waren de boerderijen 75 gemet groot; thans meestal van 120 tot 150 gemet. Om paarden, vee enz. te kunnen betalen heeft een boer een bedrijfskapitaal van ± f. 15.000 noodig. Op de meeste boerderijen staan 9 werkpaarden, van welke 2 à 3 volens worden getrokken.

In de gemeente worden 750 H.A. met suikerwortels bezet; de helft van het gewicht der suikerwortels keert als pulp in de gemeente terug. De prijs der pulp is op het oogenblik zeer duur, f. 4 per last = 2.000 K.G. Pulp wordt ’s winters aan het vee gegeven, met lijnkoek van Duyvis (uit de Zaan) ad f. 130 de 1.000, of met Amerikaansche lijnkoek ad f. 80 de 1.000 K.G. is het een uitstekend veevoeder. De pachtprijzen van het land staan op ± f. 60 de H.A.

Er is een nieuwe dokter te Dinteloord gekomen; de arts Van den Hoek; deze dwingt de moeders om zelve hare kinderen te voeden; sindsdien is de kindersterfte opgehouden, en hoort men niet meer van het “kopergroen”.

Twee bijzondere scholen: eene bewaarschool + zustersschool voor meisjes; - en eene christelijke gereformeerde school voor jongens en meisjes. Herhalingsonderwijs valt in de smaak van de menschen. Een drietal veroordeelingen voor schoolverzuim doet leerplichtwet thans opvolgen.

De Oud Princelandsche polder werd in 1605 ingedijkt. De schorren en gorsen behoorden destijds aan den Prins van Oranje; een afschrift van de uitgiftebrief van den Princelandschen polder kreeg ik van den secretaris van Dinteloord ter inzage; ik zond hem den 4 Mei 1904 dat stuk met een beleefd bedankbriefje terug.

Den 13 Juni 1908 kwam ik weer in de gemeente; ik had tevoren Nieuw Vossemeer bezocht; over Stampersgat reed ik later in vijf kwartier naar Roosendaal terug. Voor de audientie hadden zich aangemeld de arts Van Niel Schuuren, sinds een jr ongeveer in Dinteloord gevestigd; hij nam daar de praktijk van Dr. Van Tuerenhout over, en scheen over de finantieele resultaten niet tevreden; hij zal vermoedelijk nog wel eene andere standplaats zoeken; en de pastoor met zijn kapelaan, beide sinds kort in Dinteloord geplaatst; ze kwamen eenvoudig hunne opwachting maken.

Dinteloord, gemeentehuis (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035479)Het gemeentehuis (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

De bevolking van Dinteloord is voor 2/5 Katholiek en voor 3/5 Protestant; het grondbezit is voor ruim de helft in Roomsche handen; toch zijn er van de elf Raadsleden maar twee Katholiek; vele arbeiders-kiezers zijn Protestant. B. en W. geloofden wel, dat de Protestanten die twee raadszetels aan de Roomschen zouden laten, maar zeker waren ze daarvan niet.

Sinds een jr bestaat er eene bepaling in de gemeentelijke politieverordening, volgens welke de bietenkarren moeten gereinigd worden van slik enz, alvorens men daarmede van het land op den weg komt. Die verordening had dus gedurende ééne campagne gewerkt, en had toen goed voldaan, zonder aanleiding te geven tot overwegende bezwaren; processen-verbaal behoefden niet te worden opgemaakt. Er moet echter op gelet worden, dat het over het algemeen tijdens die bietencampagne mooi droog weer was, zoodat de karren niet erg vuil werden; men vertrouwde echter, dat de verordening ook in een nat jaar goed zou voldoen. Het reinigen van eene kar neemt ongeveer drie minuten.

De pachtprijzen loopen thans weer op; er moet thans van f. 62 tot f. 65 per H.A. betaald worden. Door elkaar groeien er 32.000 K.G. bieten per H.A.; de boeren contracteerden voor de campagne 1908 tegen f. 12,- de 1.000 K.G.; het voorschot bedraagt nog steeds f. 70 per H.A.

De gemeente moet ± 12 K.M. harden weg onderhouden; oudtijds waren dat kleiwegen; de vorige rentmeester van het Kroondomein liet die wegen door de aanwonende pachters verharden, en wist toen gedaan te krijgen, dat de gemeente die wegen in onderhoud overnam. Bieten werden er destijds niet verbouwd; van zwaar vervoer hadden die wegen niet te lijden; ze dienden vooral, om ’s Zondags met een schoon rijtuig aan de kerk te kunnen komen; gemeente had daarom destijds tegen het overnemen der onderhoudslast geen bezwaar; ze kon niet voorzien, wat voor strop ze daaraan later zou hebben.

Gebrek aan drinkwater doet zich herhaaldelijk gevoelen; in bouwverordening is thans voorgeschreven, dat geen huis mag gebouwd worden, of er moet eene gemetselde regenbak van minsten 1 M3 inhoud gemaakt worden. Gaandeweg zal de toestand dus wel verbeteren; op het oogenblik is het nog lang niet wat het zijn moet.

Hervormd armbestuur verschaft ’s winters breiwerk aan vrouwen en meisjes bij wege van werkverschaffing; voor een lood wol, dat verbreid is, wordt 3 cnt betaald; op die manier kan ± 30 cent daags verdiend worden. De paardenmarkt blijft goed gaan. Maar was dit jaar niet druk, doordat die op Tweeden Pinksterdag viel. De regeling der markten is deze, dat de eerste dag markt is te Dinteloord, de tweede te Willemstad en de derde dag te Numansdorp; de kooplui reizen dan van de eene markt naar de andere; vele paarden dito. Vandaar dat die markt niet kon verzet worden; het eenige, dat men had kunnen doen, was de markt niet te laten doorgaan; maar daarmede meende men in de toekomst de markt kwaad te doen.

Men hoopt nog altijd op een tram naar Willemstad, om gemakkelijk naar Rotterdam te kunnen komen. Naar Verdijk mij vertelde, zou de secretaris niet geheel normaal meer zijn; hij zou aan het malen zijn.

Dinteloord, Westvoorstraat - Dinteloord; links op de achtergrond het gemeentehuis (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035491)De Westvoorstraat met op de achtergrond het gemeentehuis (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

Den 11 April 1912 kwam ik weer in Dinteloord; tevoren was ik in Steenbergen geweest; later bezocht ik nog Fijnaart. Ik deed den tocht per auto, vanuit Roosendaal. De gemeentesecretaris Herselman kwam bedanken; hij kreeg de Nassau-orde toen hij 50 jr gemeenteambtenaar was. Verder ontving ik nog De Klerck, secretaris van de coöperatieve Beetwortelfabriek, en had gaarne burgemeester van Dinteloord geworden, waarvoor hij door mij ook was aanbevolen. Omtrent de suikerfabriek vertelde hij mij, dat er 4.800 aandeelen zijn van f. 400, waarop f. 100 is gestort; er werden twee obligatieleeningen gesloten, eene van negen ton, en eene van drie ton. Per aandeel moet jaarlijks geleverd worden minstens 15.000 en meestens 25.000 K.G. suikerwortels.

In 1911/12 werden verwerkt 119 millioen K.G. bieten; de fabriek heeft eene capaciteit van 1,2 à 1,3 millioen K.G. bieten per dag; die capaciteit is te klein; als de winter vroeg was ingevallen, dan zouden voor een half millioen bieten bevroren zijn, en daardoor waardeloos geworden. Daarom zal de capaciteit der fabriek worden uitgebreid tot 1,6 millioen bieten per dag; dan kan men 120 millioen K.G. bieten omstreeks half December verwerkt hebben, wanneer de campagne in de tweede helft van September begint.

Voor de campagne 1911/12 hadden de suikerfabrikanten over het algemeen gecontracteerd tegen f. 13.50 de 1.000 K.G. bieten. Aan de aandeelhouders van de fabriek te Dinteloord kon bruto worden uitgekeerd f. 16,75 + f. 3,33 = f. 20,08 per 1.000 K.G. Zij hadden per aandeel aan verplichte aflossing, verplichte afschrijving en assurantie f. 35,27 te betalen; naarmate zij per aandeel 15.000 of 25.000 K.G. bieten geleverd hadden, bedroeg de netto opbrengst van de 1.000 K.G. bieten dus f. 20,08 – (35,27 : 15) of f. 20,08 – (35,27 : 25); zij maakten dus ongeveer f. 18,50 netto voor 1.000 K.G. bieten. Verplicht afgelost werd op de groote obligatieleening f. 91.000, en op de kleine obligatieleening f. 5.000. Verplicht afgeschreven werd op gebouwen en machinerieen f. 75.000; extra werd afgeschreven f. 200.000. De fabriek staat er dus op het oogenblik prachtig voor.

In de stormnacht van 30 September 1911 werd ± f. 30.000 stormschade geleden. Rentmeester in het Rentambt Roosendaal – waaronder Dinteloord ressorteert – is de Heer Groeneveldt, wonende te Breda. Pachtprijzen voor Kroondomeinhoeven f. 60 à f. 65 per H.A.; voor de gebouwen wordt niets gerekend; de behuizing enz eener hoeve zal ± f. 15.000 kosten; gewone reparaties voor rekening van den pachter; buitengewone reparaties = een nieuw dak, eene nieuwe muur in een schuur voor rekening van Kroondomein. Van de verschillende polders, waarin de domeinhoeven liggen, is de Annapolder de beste; dan volgt de Mariapolder, en dan eerst de Koningsoordpolder.

Bij bietencultuur krijgen de boeren f. 10 voorschot per H.A. daarvoor moeten zij alles doen; tot zelfs de bieten laden in de schepen; zij krijgen van de fabrikanten alleen het zaaizaad. De bieten gaan met de wortels heel diep, soms 3 Meter; ze gaan niet verder dan de wel. Ze kunnen niet verplant worden; dan groeien ze niet meer; in tegenstelling met de mangelwortels, die zeer goed verplanten kunnen verdragen.

Strafverordening op het reinigen der bietenkarren, als die uit het land komen, wordt niet gehandhaafd; is te lastig voor de karvoerders. Er komen heel wat schepen door Dintelsas binnen; in 1911 ± 4.800. Paardenmarkten blijven goed gaan; des Maandagochtends (= vóór twaalf uur) is er paardenmarkt te Steenbergen en te Klundert; des Maandagmiddags (= na twaalf uur) te Dinteloord; des Dinsdags te Willemstad; en des Woensdags te Numansdorp.

In drogen zomer van 1911 zou er gebrek aan drinkwater gekomen zijn, als men geen drinkwater aan de suikerfabriek had kunnen halen; daar kwam uit nortonputten voldoende drinkwater. Het water in de Mark (Dintel) was zout; doordat de waterstand zoo laag was, liep de vloed op tot voorbij Roode Vaart; als er aan de Roode Vaart dus water ingezet werd, kwam er dus brak water op de Roode Vaart, en dat bedierf dan weer het water meer naar beneden op de Mark.

Den 13den Augustus 1917 kwam ik weer in Dinteloord; dienzelfden dag bezocht ik nog Fijnaart en Willemstad. Men heeft groote verwachting van de aanhangige locaalspoorwegplannen; daardoor zal de gemeente eindelijk uit haar isolement verlost worden. Mochten de drinkwaterplannen van Dr Jenny Weyerman verwezenlijkt kunnen worden, dan zou de gemeente daarmede grootelijks gebaat worden.

Dinteloord, De Kreek - Dinteloord (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035495)De Kreek (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

De dorpskreek is feitelijk een open riool; aangezien die kreek de afwatering vormt van den ouden Prinslandschen polder, kan die niet gerioleerd worden. De haven heeft geen voldoende afmetingen; hij is te smal, om te kunnen uitgediept worden; dan blijven de kanten niet staan; is slechts bruikbaar voor kleine scheepjes. De grootere schepen lossen langs de Dintel, alwaar een pr goede los- en laadplaatsen zijn.

De grintwegen worden geleidelijk omgebouwd in steenslag wegen; ook deze zijn op den duur niet bestand tegen het bietenvervoer. De politieverordening volgens welke de bietenkarren moeten gereinigd worden, alvorens ze van het land den weg op rijden, kan zeer goed gehandhaafd worden; groote moeite levert dat voor de karrevoerders niet op. De wegen, welke de Prinslandsche polder aanlegde, houden zich uitstekend. De vluchthaven, welke het Rijk aan Dintelsas laat maken, zal van zeer groot nut zijn.

De landbouwers maakten prachtige zaken; dat uit zich op allerlei wijzen. Zoo liet eene hengstenassociatie f. 55.000 bieden voor een in Belgie staande elf-jarige hengst; het dier was voor dien prijs niet te krijgen. Paarden uit Dinteloord gaan naar Belgie om door dien hengst gedekt te worden; dekgeld f. 300. De pachtprijzen van de domeinhoeven, welke dit jaar uit de huur vielen gingen met 50% naar boven; ± f. 90 de H.A.

Secretaris Hogenboom heeft met 1 October aanst. zijn ontslag; hij gaat, door tusschenkomst van burgemeester Bakker, als gemeentesecretaris naar Emmen. Blijkbaar staat hij op zeer gespannen voet met het tegenwoordige gemeentebestuur; de burgemeester verdacht hem van smokkelen: hij zou nl. 70 K.G. Kwatta in huis gehad hebben. Burgemeester van Campen was blijkbaar zeer tevreden; naar het mij voorkwam, was de verhouding tusschen hem en zijne wethouders goed te noemen.

Den 8 Juni 1921 bezocht ik Dinteloord en Nieuw Vosmeer. Ik vond twee nieuwe wethouders: de evenredige vertegenwoordigen bracht 5 nieuwe Raadsleden. Met het Dagelijksch Bestuur was het aangenaam praten; vooral met wethouder Sneep, afkomstig van Ossendrecht; de verhouding van den burgemeester tot zijne beide wethouders scheen mij zeer goed.

Om in den woningnood te voorzien, werden 38 nieuwe woningen gebouwd; daar zijn er nog 20 te kort. Met Rijkspremie zullen er nu zes gebouwd worden.

Dinteloord zal water krijgen van de groote Waterleiding Mij. In het bestuur zitten Dr Jenny Weyerman, benevens de burgemeesters van Standdaarbuiten, Oudenbosch, Loon op Zand en Dinteloord, de Heeren Crusio, Berends, v. Besouw en v. Campen. Ik kreeg eindelooze klachten te hooren over Dr Weyerman, en over diens eigenmachtig optreden; men zeide het wel niet met zooveel woorden, maar ik kreeg toch geheel den indruk, dat men hem niet vertrouwde, en dat men hem geweldig graag zou kwijt zijn. Wat hij tot nu toe gepraesteerd had, wilde men met 25 mille betalen, zoodra het eerste kraantje water gaf.

Het electrisch net werd aanbesteed voor f. 50.000. Voor de verbetering der straten is een extra bedrag uitgetrokken, dat men gaat verwerken, als electriciteit en waterleiding klaar zijn. De onderwijswet 1920 zal aan gemeente jaarlijks f. 10.000 extra kosten.

Dinteloord, Oostvoorstraat - Dinteloord (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035501)Gezicht op de Oostvoorstraat (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

De coöperatieve suikerfabriek wordt ingericht voor eene verwerken van 3.000.000 K.G. bieten per dag; er zijn thans 7.000 aandeelen uitgegeven; deze leveren van 20.000 tot 30.000 K.G. bieten. De fabriek zal dus ± 200.000.000 K.G. bieten te verwerken krijgen. Aangezien het eene coöperatieve fabriek is, ontvangt de gemeente geen geld voor dividend- of tantièmebelasting.

Voor de domeinhoeven wordt de pachtprijs gebracht op f. 130 tot f. 140 per H.A. Rentmeester is nog steeds de Heer Groeneveldt te Breda.

Door wethouder Sneep werd eene coöperatieve vlasfabriek opgericht; 500 aandeelen van f. 500 waar op f. 200 gestort. Vervolgens eene obligatieleening van 4 ton, zoodat men met 5 ton begint te werken. Fabriek staat onder Steenbergen, juist op de grens van Dinteloord. Een kleine 100 menschen vinden daar werk. Het schijnt, dat het vlassersbedrijf, zooals dat tot nu toe in ons land gevoerd wordt, erg achterlijk was; met name was de bewerking van het vlas veel en veel te duur, en liet geen winstmarge. Het groote machinale bedrijf moet al die kleine vlassertjes dood maken. Maar de vlasbouw, die anders ten doode was opgeschreven, blijft nu mogelijk.

De Boerenleenbank “Dinteloord” en de R.C. Boerenleenbank “Dinteloord” zouden beiden eene jaarlijksche omzet hebben van meer dan een millioen.

Den 3 Juni 1925 kwam ik weer in Dinteloord; later op den dag ging ik nog naar Nieuw Vossemeer. Geen woningnood: met Rijkspremie werden nog 25 woningen gebouwd. Bovendien bouwden ambachtslieden tal van woningen; aan spaarzame arbeiders verkoopen zij die dan weer tegen ± f. 2.300. De huishuren bedragen van f. 2,85 tot f. 3,35, benevens f. 0,50 voor water uit de leiding, en f. 0,10 voor den aanleg van de electrische installatie. De huishuren komen grif binnen; achterstand in het betalen komt niet voor.

Geen strijd bij Raadsverkiezingen. Twee doctoren: Van den Hoek en Van Niel Schuuren. V.d. Hoek is Protestant; v. Niel Schuuren Roomsch. Vroeger hadden ze om de beurt ieder een jaar de armenpraktijk; sinds v.d. Hoek zich misdroeg, werd v. Niel Schuuren daarmede voor goed belast op f. 1.300.

Door den aanleg van de elektriciteit en van de drinkwaterleiding is de toestand van de straten veel verslechterd; eene algeheele vernieuwing met dubbel behakte keien zou f. 47.000.- kosten. Daar is niet aan te denken; met een f. 10.000.- hoopt men de allernoodzakelijkste verbeteringen aan te brengen. De haven naar de Dintel is thans vrij goed in orde; alle schepen beneden de 100 last komen daar geregeld laden en lossen. Zoowel de wet op de vleeschkeuring als die op de warenkeuring waren hoog noodig, en werken zeer nuttig.

Door de ingebruikstelling van de waterleiding heeft men de brandweer geheel nieuw kunnen installeeren; daarbij heeft men zich in verbinding gesteld met de naburige gemeenten, door zelfde maten van schroeven, koppelingen enz. kan men, in geval van brand, elkaar helpen.

Electriciteitsbedrijf gaat vrij goed: licht 40 cnt, kracht 25 cnt; om het boekjaar niet met een nadeelig saldo te laten sluiten, betaalt de gemeente voor de straatverlichting 65 cnt. ’s Winters nogal werkeloosheid; in den afgeloopen winter ± 50 werkeloozen van gemeentewege werk verschaft van begin Januari tot half Maart; 23 cnt per uur.

Dinteloord, Kade, 1937 (WBA, Foto Archief Bergen op Zoom, BOZ001035477)De Kade in Dinteloord, 1937 (Collectie: West-Brabants Archief/ Foto Archief Bergen op Zoom)

De coöperatieve suikerfabriek verwerkte in laatste campagne 244.000.000 K.G. bieten; daar werkten toen 1.100 mannen en 25 vrouwen. In den zomer, wanneer de bruine suiker tot witsuiker geraffineerd wordt, werken er 560 mannen en 25 vrouwen. Aandeelen 7.000; ieder aandeel moet 20.000 K.G. bieten leveren; mag daarboven nog 10 tot 15.000 K.G. leveren. Dat gebeurt natuurlijk, als de suikerprijzen hoog zijn. Maar als de suikerprijzen laag zijn, en daardoor de bietenbouw weinig loonend, dan wordt er niet meer geleverd dan de verplichte 20.000 K.G.

Om ook in den tijd van goedkoope prijzen de fabriek aan voldoende bieten te helpen, werd besloten om nog 1.000 aandeelen uit te geven.

Doordat de coöperatieve suikerfabrieken alle boeren tot zich trekken, kan de Centrale Suiker Mij. geen voldoende bieten krijgen voor haar fabrieken. Daarom is zij bezig de haar toebehoorende fabrieken Standaarbuiten, St. Antoine en Daverveld Binck en Co af te breken en naar Engeland te verplaatsen. Bij een goed jaar moet per gemet 15.000 K.G. bieten, dus per H.A. 37.500 K.G. geproduceerd worden

Door autobusdiensten naar Roosendaal en naar Bergen op Zoom werd Dinteloord uit zijn isolement verlost; toch zou men bitter graag een tram hebben vooral voor het goederenvervoer. De coöperatieve vlasfabriek van den Heer Sneep had moeielijke jaren; maar ze bleef bestaan, en zal er op den duur wel komen. Ruim 4.000 aandeelen van f. 500.- waarop f. 100 gestort; bovendien eene obligatieleening van 5 ton. Ieder aandeel is verplicht jaarlijks 1500 K.G. vlas aan de fabriek te leveren, de fabriek laat toe, dat er meer geleverd wordt; dus hetzelfde systeem als bij de coöperatieve suikerfabriek. Aanvankelijk zou de fabriek slechte zaken gemaakt hebben, omdat ze moest werken met ongeschoolde arbeiders; het product deugde daarom niet; thans zou alles beter gaan, terwijl bovendien de marktprijzen beter zijn.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: